De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

Nieuwste uitspraken van Almachtige God

Recital-latest-expression
Nieuwste uitspraken van Almachtige God

Categorieën

recital-Christ-expression
Uitspraken van Christus van de laatste dagen (selecties)

Gods gezag (I)    Deel twee

Op de vierde dag komen de seizoenen, dagen en jaren van de mensheid tot leven als God nogmaals Zijn gezag uitoefent

De Schepper gebruikte Zijn woorden om Zijn plan te volbrengen en op deze manier bracht Hij de eerste drie dagen van Zijn plan door. Gedurende deze drie dagen was God niet hard bezig, noch putte Hij Zichzelf uit, integendeel, Hij bracht de prachtige eerste drie dagen van Zijn plan door en bracht de grote onderneming van de radicale transformatie van de wereld tot stand. Er verscheen een gloednieuwe wereld voor Zijn ogen en stukje bij beetje werd het prachtige beeld dat was verzegeld in Zijn gedachten uiteindelijk onthuld in de woorden van God. Het verschijnen van elk nieuw ding leek op de geboorte van een pasgeboren baby en de Schepper had plezier in het beeld dat ooit in Zijn gedachten was geweest, maar dat nu tot leven was gewekt. Op dit moment was Zijn hart al enigszins tevreden, maar Zijn plan was nog maar net begonnen. In een oogwenk was er een nieuwe dag aangebroken – en wat was de volgende pagina in het plan van de Schepper? Wat zei Hij? En hoe oefende Hij Zijn gezag uit? En welke nieuwe dingen kwamen er tegelijkertijd in deze nieuwe wereld? In overeenstemming met de leiding van de Schepper valt onze blik op de vierde dag van Gods schepping van alle dingen, een dag die alweer een nieuw begin was. Natuurlijk was het voor de Schepper ongetwijfeld nog een prachtige dag en een nieuwe dag van het grootste belang voor de mensheid van vandaag. Het was natuurlijk een dag van onschatbare waarde. In welk opzicht was deze dag geweldig, in welk opzicht zo belangrijk en van onschatbare waarde? Laten we eerst luisteren naar de woorden die door de Schepper werden gesproken. …

“God zei: ‘Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’” (Gen. 1:14-15). Dit was weer een uitoefening van Gods gezag die werd getoond door de wezens die Zijn schepping van droog land en de planten erin opvolgden. Voor God was zo’n daad even gemakkelijk, omdat God zoveel macht heeft; God houdt Zich aan Zijn woord, en Zijn woord zal volbracht worden. God beval dat er lichten aan de hemel zouden verschijnen en deze lichten schenen niet alleen in de lucht en op de aarde, maar dienden ook als tekenen voor dag en nacht, voor de seizoenen, dagen en jaren. Op deze manier, terwijl God Zijn woorden uitsprak, werd elke daad die God wilde bereiken vervuld volgens de betekenis van God en op de manier waarop God het had bepaald.

De lichten aan de hemel zijn van een materie in de lucht die licht kan uitstralen; ze kunnen de lucht verlichten en het land en de zeeën verlichten. Ze draaien volgens het ritme en de frequentie die door God werd verordend en verlichten verschillende tijdsperioden op het land en op die manier zorgt de omloop van het licht voor dag en nacht van het oosten tot het westen van het land en zijn het niet alleen tekenen voor dag en nacht, maar door deze verschillende cycli markeren ze ook de feesten en verschillende speciale dagen van de mensheid. Ze vormen de perfecte aanvulling en begeleiding van de vier seizoenen − lente, zomer, herfst en winter − afgekondigd door God, waarbij de lichten op harmonieuze wijze dienen als regelmatige en nauwkeurige tekens voor de maanstanden en de dagen en jaren van de mensheid. Hoewel pas na de komst van de landbouw de mensheid begon te begrijpen, toen ze werden geconfronteerd met de verschillen van de maanstanden, dat de dagen en jaren veroorzaakt werden door de door God geschapen lichten, zijn in feite de maanstanden, dagen en jaren die de mens van vandaag begrijpt, al lang geleden tot stand gekomen op de vierde dag van Gods schepping van alle dingen, net zoals de afwisselende cyclus van de lente, de zomer, de herfst en de winter die de mensheid nu ervaart, lang geleden is begonnen, op de vierde dag van Gods schepping van alle dingen. De door God geschapen lichten stelde de mens in staat om regelmatig, precies en duidelijk verschil te maken tussen dag en nacht, en de dagen te tellen, en om duidelijk de maanstanden en jaren bij te houden. (De dag van de volle maan was de voltooiing van een maand, en daaraan wist de mens dat de manier waarop het licht scheen een nieuwe cyclus aankondigde, de dag van de halve maan was de voltooiing van een halve maand, die de mens vertelde dat een nieuwe maanstand begon, waaruit kon worden afgeleid hoeveel dagen en nachten er in een maanstand zaten, hoeveel maanstanden er in een seizoen waren en hoeveel seizoenen er in een jaar waren en alles kwam regelmatig terug.) Op deze manier kon de mens met gemak de maanstanden, dagen en jaren volgen die worden gemarkeerd door de omwentelingen van de lichten aan de hemel. Vanaf dit moment leefden de mensheid en alle dingen onbewust tussen de ordelijke uitwisseling van dag en nacht en de wisselingen van de seizoenen die door de omwentelingen van de lichten werden bepaald. Dit was de betekenis van de schepping van de lichten door de Schepper op de vierde dag. Evenzo waren het doel en de betekenis van deze daad van de Schepper nog steeds onafscheidelijk van Zijn gezag en macht. Dus waren de lichten gemaakt door God en de waarde die zij spoedig voor de mens zouden betekenen, wederom een meesterzet bij het uitoefenen van het gezag van de Schepper.

In deze nieuwe wereld, waarin de mensheid nog moest verschijnen, had de Schepper avond en ochtend voorbereid, het hemelgewelf, land en zeeën, gras, planten en verschillende soorten bomen en de lichten, seizoenen, dagen en jaren voor het nieuwe leven dat Hij binnenkort zou creëren. Het gezag en de kracht van de Schepper kwamen tot uiting in elk nieuw ding dat Hij schiep, en Zijn woorden en prestaties vonden gelijktijdig plaats, zonder de minste wanverhouding en tussenpozen. Het verschijnen en de geboorte van al deze nieuwe dingen waren het bewijs van het gezag en de kracht van de Schepper: Zijn woorden zijn betrouwbaar en Zijn woord zal volbracht worden en dat wat volbracht is, duurt voor eeuwig. Dit is nooit veranderd: zo was het in het verleden, zo is het vandaag en zo zal het ook voor eeuwig zijn. Wanneer jullie nog eens kijken naar de woorden van de Schrift, voelen ze dan als nieuw voor jullie? Hebben jullie een nieuwe inhoud gezien en nieuwe ontdekkingen gedaan? Dat komt doordat de daden van de Schepper jullie harten hebben beroerd en richting hebben gegeven aan jullie kennis van Zijn gezag en macht en Zijn daden de deur voor jullie hebben geopend voor begrip van de Schepper en doordat Zijn daden en gezag het leven aan deze woorden hebben geschonken. En dus heeft de mens in deze woorden een echte, levendige uiting gezien van het gezag van de Schepper en is hij werkelijk getuige geweest van de heerschappij van de Schepper en zag hij het buitengewone van het gezag en de macht van de Schepper.

Het gezag en de macht van de Schepper produceren het ene wonder na het andere en Hij trekt de aandacht van de mens en de mens kan niet anders dan verbaasd staren naar de verbazingwekkende daden die voortkomen uit de uitoefening van Zijn gezag. Zijn fenomenale kracht brengt verrukking na verrukking en de mens is verblind en dolblij en hij hapt in bewondering naar adem, is vol ontzag en vreugde; bovendien is de mens zichtbaar ontroerd en wordt er in hem respect, eerbied en gehechtheid gewekt. Het gezag en de daden van de Schepper hebben een grote invloed op de geest van de mens en reinigen de geest van de mens en bovendien, verzadigen zij de geest van de mens. Elk van Zijn gedachten, elk van Zijn uitingen en elke openbaring van Zijn gezag is een meesterwerk onder alle dingen en het is een grote onderneming die het diepste begrip en de kennis van de geschapen mensheid waardig is. Wanneer we elk schepsel dat geboren is uit de woorden van de Schepper tellen, wordt onze geest aangetrokken tot het wonder van Gods kracht en we merken dat we de voetafdrukken van de Schepper volgen naar de volgende dag: de vijfde dag van Gods schepping van alle dingen.

Laten we doorgaan met het lezen van de Bijbelpassage, terwijl we meer van de daden van de Schepper bekijken.

Op de vijfde dag toont het leven van gevarieerde en diverse vormen het gezag van de Schepper op verschillende manieren

De Schrift zegt: “God zei: ‘Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf, moeten vogels vliegen.’ En hij schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was” (Gen. 1:20-21). De Schrift vertelt ons duidelijk dat, op deze dag, God de wezens in de wateren en de vogels van de lucht schiep, dat wil zeggen dat Hij de verschillende vissen en vogels geschapen heeft, en ze elk volgens soort heeft ingedeeld. Op deze manier werden de aarde, de lucht en de wateren verrijkt door Gods schepping …

Terwijl Gods woorden werden uitgesproken, kwam er fris nieuw leven, elk met een andere vorm, te midden van de woorden van de Schepper. Ze kwamen de wereld in en sprongen, en stoeiden van vreugde en ze verdrongen elkaar om hun plaats in te nemen… Vissen in alle soorten en maten zwommen door het water, allerlei soorten schaaldieren groeiden uit het zand, schaaldieren, schelpen en ongewervelde dieren groeiden snel in verschillende vormen, groot of klein, lang of kort. Ook begonnen verschillende soorten zeewier krachtig te groeien, meebewegend in de beweging van de verschillende waterdieren, golvend, dringend in de stilstaande wateren, alsof ze tegen hen wilden zeggen: In de benen en breng je vrienden mee! Want je zult nooit meer alleen zijn! Vanaf het moment dat de verschillende door God geschapen levende wezens in het water verschenen, bracht elk nieuw leven nieuwe vitaliteit in wateren die al zo lang kalm waren geweest en ze luidden een nieuw tijdperk in. … Vanaf dat moment nestelden ze zich tegen elkaar en hielden ze elkaar gezelschap en maakten ze geen onderscheid. Het water was voor de schepselen er in en voedde elk leven dat binnen zijn omhelzing verbleef en elk leven was er omwille van het water vanwege de voeding die het water bood. Elk verleende leven aan de ander en tegelijkertijd, op dezelfde manier, getuigde dit leven van de wonderbaarlijkheid en grootsheid van de schepping van de Schepper en de onoverwinnelijke kracht van het gezag van de Schepper …

Toen de zee niet langer stil was, begon het leven de hemel te vullen. Stuk voor stuk vlogen vogels, groot en klein, vanaf de grond de lucht in. In tegenstelling tot de schepselen van de zee, hadden ze vleugels en veren die hun slanke en gracieuze lichamen bedekten. Ze fladderden met hun vleugels, trots en hooghartig hun prachtige verenkleed en hun speciale functies en vaardigheden tentoonspreidend, die de Schepper ze had geschonken. Ze zweefden vrijuit en pendelden vaardig tussen hemel en aarde, over weiden en bossen. … Zij waren de lievelingen van de lucht, zij waren de lievelingen van alle dingen. Ze zouden snel de verbinding tussen hemel en aarde worden en de boodschappen aan alle dingen doorgeven. … Ze zongen, ze doken vrolijk rond, ze brachten gejuich, gelach en levendigheid in deze eens zo lege wereld. … Ze gebruikten hun heldere, melodieuze zang, gebruikten de woorden in hun hart om de Schepper te prijzen voor het leven dat aan hen was geschonken. Ze dansten opgewekt om de perfectie en wonderbaarlijkheid van de schepping van de Schepper te tonen, en zouden hun hele leven wijden aan het dragen van het getuigenis van het gezag van de Schepper door het speciale leven dat Hij aan hen had geschonken …

Ongeacht of ze in het water of in de lucht waren, door het bevel van de Schepper, bestond deze overvloed aan levende wezens in de verschillende configuraties van het leven en door het bevel van de Schepper verzamelden ze zich volgens hun eigen soort. En deze wet, deze regel, was onveranderlijk voor alle wezens. Nooit durfden ze verder te gaan dan de grenzen die de Schepper hen had gesteld, noch waren ze daartoe in staat. Zoals verordend door de Schepper, leefden ze en vermenigvuldigden ze zich en hielden ze zich strikt aan de levensloop en wetten die hen door de Schepper waren opgelegd en ze hielden zich bewust vast aan Zijn onuitgesproken geboden en de hemelse voorschriften en mandaten die Hij hun gaf, tot op de dag van vandaag. Ze spraken op hun eigen speciale manier met de Schepper en gingen de betekenis van de Schepper naar waarde schatten en gehoorzaamden Zijn geboden. Geen van hen overtrad ooit het gezag van de Schepper en Zijn soevereiniteit en het bevel over hen werd in Zijn gedachten uitgeoefend; er werden geen woorden gebruikt, maar het gezag dat uniek was voor de Schepper beheerste alle dingen in een stilte die geen taal bezat en die verschilde van de mensheid. De uitoefening van Zijn gezag op deze speciale manier dwong de mens om een nieuwe kennis te verwerven en een nieuwe interpretatie te geven van het unieke gezag van de Schepper. Hier moet ik jullie vertellen dat op deze nieuwe dag, de uitoefening van het gezag van de Schepper nogmaals het unieke karakter van de Schepper aantoonde.

Laten we vervolgens de laatste zin van dit schriftgedeelte bekijken: “En God zag dat het goed was.” Wat denken jullie dat dit betekent? Gods emoties zijn vervat in deze woorden. God zag hoe alle dingen die Hij had geschapen, tot stand kwamen en stand hielden door Zijn woorden en geleidelijk veranderden. Was God op dat moment tevreden met de verschillende dingen die Hij met Zijn woorden had geschapen en met de verschillende handelingen die Hij had verricht? Het antwoord is: “En God zag dat het goed was.” Wat zien jullie hier? Wat betekent het dat “En God zag dat het goed was”? Wat symboliseert het? Het betekent dat God de kracht en de wijsheid had om datgene te volbrengen wat Hij had gepland en voorgeschreven, om de doelen te bereiken die Hij had willen bereiken. Toen God elke taak had voltooid, voelde Hij toen spijt? Het antwoord luidt nog steeds: “En God zag dat het goed was.” Met andere woorden, Hij voelde niet alleen geen spijt, maar was in plaats daarvan tevreden. Wat betekent het dat Hij geen spijt voelde? Het betekent dat Gods plan volmaakt is, dat Zijn kracht en wijsheid volmaakt zijn en dat alleen door Zijn gezag een dergelijke volmaaktheid kan worden bereikt. Wanneer de mens een taak vervult, kan hij dan, net als God, zien dat het goed is? Kan alles wat de mens doet volmaaktheid bereiken? Kan de mens iets voor eens en voor altijd voltooien? Net zoals de mens zegt: “niets is perfect, alleen beter”, niets wat de mens doet, kan perfectie bereiken. Toen God zag dat alles wat Hij gedaan en bereikt had goed was, werd alles wat door God werd gedaan bepaald door Zijn woorden, wat wil zeggen dat toen “En God zag dat het goed was”, alles wat Hij had gemaakt een blijvende vorm aannam, werd ingedeeld naar type en een vaste positie, doel en functie kreeg, voor eens en voor altijd. Bovendien was hun rol in alle dingen, en de reis die ze moesten ondernemen tijdens Gods management van alle dingen, al door God vastgesteld en die was onveranderlijk. Dit was de hemelse wet die door de Schepper aan alle dingen werd gegeven.

“En God zag dat het goed was.” deze eenvoudige, ondergewaardeerde woorden, die zo vaak worden genegeerd, zijn de woorden van de hemelse wet en het hemelse bevel dat door God aan alle schepselen is gegeven. Ze zijn wederom een belichaming van het gezag van de Schepper, een die praktischer en diepgaander is. Door Zijn woorden was de Schepper niet alleen in staat om alles te verkrijgen wat Hij wilde verkrijgen, en alles te bereiken wat Hij wilde bereiken, maar Hij kon ook alles wat Hij had geschapen in Zijn hand houden en over alle dingen regeren die Hij had gemaakt onder Zijn gezag en bovendien was alles systematisch en regelmatig gemaakt. Alle dingen leefden en stierven ook door Zijn woord en bovendien, door Zijn gezag, bestonden ze te midden van de wet die Hij had opgesteld, niets en niemand uitgezonderd! Deze wet begon precies op het moment dat ‘God zag dat het goed was’, en deze zal bestaan, doorgaan en functioneren in het belang van Gods plan van management tot op de dag dat deze wordt herroepen door de Schepper! Het unieke gezag van de Schepper manifesteerde zich niet alleen in Zijn vermogen om alle dingen te scheppen en alle dingen te bevelen om tot leven te komen, maar ook in Zijn vermogen om alle dingen te beheren en soevereiniteit over alle dingen te behouden, en leven en vitaliteit aan alle dingen te schenken en bovendien, in Zijn bekwaamheid om de dingen voor eens en voor altijd te regelen, alle dingen die Hij wilde scheppen in Zijn plan tot leven te laten komen en te laten bestaan in de wereld, door Hem gemaakt in een perfecte vorm en een perfecte levensstructuur en een perfecte rol. Zo was het ook te zien in de manier waarop de gedachten van de Schepper niet onderhevig waren aan enige beperkingen, niet beperkt waren door tijd, ruimte of plaats. Net als Zijn gezag zal de unieke identiteit van de Schepper onveranderd blijven van eeuwigheid tot eeuwigheid. Zijn gezag zal altijd een vertegenwoordiging en symbool zijn van Zijn unieke identiteit en Zijn gezag zal voor eeuwig naast Zijn identiteit bestaan!

Op de zesde dag spreekt de Schepper en elk soort levend schepsel in Zijn geest maakt zijn opwachting, de een na de ander

Het werk van de Schepper om alle dingen te maken gedurende vijf dagen was onmerkbaar voortgezet, waarna de Schepper onmiddellijk de zesde dag van Zijn schepping van alle dingen verwelkomde. Deze dag was weer een nieuw begin en nog een buitengewone dag. Wat was dan het plan van de Schepper aan de vooravond van deze nieuwe dag? Welke nieuwe schepselen zou Hij produceren, zou Hij scheppen? Luister, dat is de stem van de Schepper …

“God zei: ‘De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren.’ En zo gebeurde het. God maakte alle soorten in het wild levende dieren, al het vee en alles wat op de aardbodem rondkruipt. En God zag dat het goed was” (Gen. 1:24-25). Over welke levende wezens hebben we het? De Schrift zegt: vee en kruipend gedierte, en dieren van de aarde, elk naar zijn aard. Dat wil zeggen dat er op deze dag niet alleen allerlei levende wezens op aarde kwamen, maar ze werden ook allemaal ingedeeld naar soort en: “En God zag dat het goed was.”

Zoals tijdens de voorgaande vijf dagen, op dezelfde toon, liet de Schepper op de zesde dag de levende wezens geboren worden, zoals Hij dat wenste dat zij op aarde verschenen, elk naar zijn soort. Wanneer de Schepper Zijn gezag uitoefent, wordt geen van Zijn woorden tevergeefs gesproken en dus verscheen op de zesde dag elk levend wezen dat Hij wilde scheppen op de afgesproken tijd. Zoals de Schepper zei: “De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen” was de aarde meteen gevuld met leven en op het land verscheen plotseling de adem van alle soorten levende wezens. … In de met gras begroeide groene wildernis verschenen dikke koeien, die hun staarten heen en weer zwaaiden, de een na de ander, blatende schapen verzamelden zich in kuddes, en hinnikende paarden begonnen te galopperen … In een oogwenk explodeerden de uitgestrekte stille weiden van leven … Het verschijnen van deze verschillende dieren was een prachtig gezicht op de rustige weiden en bracht een grenzeloze vitaliteit met zich mee. … Zij zouden de metgezellen zijn van de weiden en de meesters van de weiden, elk van elkaar afhankelijk; ook zouden zij de bewakers en bewaarders worden van deze landen, die hun blijvende habitat zouden zijn en die hen zouden voorzien van alles wat ze nodig hadden, een bron van eeuwige voeding voor hun bestaan …

Op dezelfde dag dat al dit vee ontstond, verscheen er ook een groot aantal insecten, de een na de ander, door het woord van de Schepper. Ook al waren ze de kleinste van de levende wezens onder alle schepselen, hun levenskracht was nog steeds de wonderbaarlijke schepping van de Schepper en ze kwamen op de juiste tijd. … Sommigen fladderden met hun vleugeltjes, terwijl anderen langzaam kropen; sommigen sprongen en stuiterden, anderen strompelden; sommigen liepen naar voren, terwijl anderen zich snel terugtrokken; sommigen bewogen zich zijwaarts, anderen sprongen hoog en laag. … Allemaal waren ze druk bezig om huizen voor zichzelf te vinden: sommigen drongen zich een weg door het gras, sommigen gingen in holle gaten in de grond liggen, sommigen vlogen omhoog in de bomen, verborgen in de bossen. … Hoewel ze klein waren, wilden ze niet de kwelling van een lege maag doorstaan en na het vinden van hun eigen huis, haastten ze zich om voedsel te zoeken om zich te voeden. Sommigen klommen op het gras om de zachte sprieten op te eten, sommigen grepen happen vuil en propten het in hun magen, ze aten met veel enthousiasme en plezier (voor hen is zelfs vuil een smakelijke traktatie); sommige waren verborgen in de bossen, maar ze stopten niet om uit te rusten, omdat het sap in de glanzende donkergroene bladeren een sappige maaltijd opleverde. … Toen ze verzadigd waren, hielden de insecten niet op met hun activiteit; hoewel ze klein waren, bezaten ze een enorme energie en grenzeloze uitbundigheid en van alle schepselen zijn ze dus het meest actief en het meest bedrijvig. Ze waren nooit lui en rustten nooit. Als ze verzadigd waren, zwoegden ze nog steeds voort omwille van hun toekomst, bezig rondrennend voor morgen, om te overleven. … Ze zoemden zachte balladen in verschillende melodieën en ritmes om zichzelf aan te moedigen. Ze gaven vreugde aan het gras, bomen en elke centimeter grond, en maakten daarmee elke dag, elk jaar uniek. … Met hun eigen taal en met hun eigen manieren, gaven ze informatie door aan alle levende wezens op het land. En gebruikmakend van hun eigen speciale levensloop, markeerden ze alle dingen, waarop ze sporen achterlieten. … Ze stonden op intieme voet met de grond, het gras en de bossen en ze brachten kracht en vitaliteit naar de bodem, het gras en de bossen en brachten de vermaningen en groeten van de Schepper over aan alle levende wezens …

De blik van de Schepper ging over alle dingen die Hij had geschapen en op dit moment bleven Zijn ogen rusten op de bossen en bergen en Hij dacht diep na. Hij sprak Zijn woorden en in de dichte wouden en op de bergen, verschenen er een soort wezens die niet te vergelijken waren met wat er eerder was geweest: het waren de wilde dieren die door het woord van God werden geschapen. Veel te laat, schudden ze met hun kop, zwaaiden met hun staart en hadden allemaal een uniek uiterlijk. Sommigen hadden harige jassen, sommigen waren gepantserd, een paar ontblootten hun hoektanden, sommigen hadden een grijns op hun kop, sommigen hadden een lange nek, en er waren er een paar met korte staarten, sommigen met wilde ogen, sommigen met een timide blik, sommigen gebogen om gras te eten, sommigen met bloed om hun bek, sommige stuiterend op twee benen, sommigen liepen rond op vier hoeven, sommigen keken in de verte over de bomen heen, sommigen lagen op de loer in de bossen, sommigen zochten naar grotten om te rusten, sommigen renden en stoeiden op de vlakten, sommigen snuffelden rond in de bossen … ; sommigen brulden, sommigen huilden, sommigen blaften, sommigen jankten … ; sommigen waren sopraan, andere bariton, anderen maakten keelklanken, anderen klonken helder en melodieus, sommigen waren grimmig, sommigen waren mooi, sommigen waren walgelijk, sommigen waren schattig, sommigen waren angstaanjagend, sommigen waren charmant naïef. … Stuk voor stuk kwamen ze allemaal tevoorschijn. Zie hoe ze bliezen, vrijgevochten, onverschillig tegenover elkaar, niet de moeite nemend om elkaar een blik te gunnen. … Elk met het bijzondere leven dat hun door de Schepper was geschonken, met hun eigen wildheid en bruutheid verschenen ze in de bossen en op de bergen. Met minachting voor iedereen, zo volledig heerszuchtig – wie maakte hen de echte heersers over de bergen en bossen? Vanaf het moment dat hun verschijnen werd bepaald door de Schepper, ‘namen ze bezit van de bossen’ en ‘namen ze bezit van de bergen’, want de Schepper had hun grenzen al vastgelegd en de reikwijdte van hun bestaan bepaald. Zij alleen waren de ware heersers van de bergen en bossen en daarom waren ze zo wild en zo minachtend. Ze werden ‘wilde dieren’ genoemd, puur omdat, van alle schepselen, zij echt wild, bruut en ontembaar waren. Ze konden niet getemd worden, dus ze konden niet worden gefokt en konden niet in harmonie leven met de mensheid of arbeid verrichten voor de mensheid. Omdat ze niet konden worden gefokt, niet konden werken voor de mensheid, moesten ze leven op een afstand van de mensheid en ze konden niet door de mens worden benaderd. En omdat ze op afstand van de mensheid leefden en niet door de mens benaderd konden worden, waren ze in staat om de verantwoordelijkheid te vervullen die de Schepper hen had geschonken: het bewaken van de bergen en de wouden. Hun wildheid beschermde de bergen en bewaakte de bossen en was de beste bescherming en verzekering van hun bestaan en voortplanting. Tegelijkertijd handhaafde en verzekerde hun wildheid de balans tussen alle dingen. Hun komst bracht steun en een ankerplaats voor de bergen en bossen; hun komst vulde de stille, en lege bergen en bossen met een grenzeloze kracht en vitaliteit. Vanaf dit moment werden de bergen en bossen hun blijvende habitat en ze zouden nooit hun thuis verliezen, want de bergen en bossen verschenen en bestonden voor hen en de wilde dieren zouden hun plicht vervullen en alles doen wat ze konden om ze te bewaken. Dus ook de wilde dieren zouden zich strikt houden aan de vermaningen van de Schepper om vast te houden aan hun territorium en hun beestachtige aard blijven gebruiken om de balans te bewaren van alle dingen die door de Schepper zijn gevestigd en het gezag en de kracht van de Schepper te laten zien!

Onder het gezag van de Schepper zijn alle dingen perfect

Alle dingen die door God zijn geschapen, zowel die welke konden bewegen als degenen die dat niet konden, zoals vogels en vissen, zoals bomen en bloemen en met inbegrip van vee, insecten en wilde dieren die geschapen waren op de zesde dag − ze konden het allemaal goed met God vinden en bovendien, hadden deze dingen, in Gods ogen, in overeenstemming met Zijn plan, alle het toppunt van perfectie bereikt en de normen bereikt die God wilde bereiken. Stap voor stap deed de Schepper het werk dat Hij wilde doen volgens Zijn plan. Een voor een verschenen de dingen die Hij wilde scheppen en de verschijning van elk van hen was een weerspiegeling van het gezag van de Schepper en een kristallisatie van Zijn gezag en vanwege deze kristallisaties konden alle schepselen niet anders dan dankbaar zijn voor de genade van de Schepper en de zorg van de Schepper. Terwijl de wonderbaarlijke daden van God zich manifesteerden, vulde deze wereld zich stuk voor stuk met alle dingen die door God waren geschapen en veranderde deze van chaos en duisternis in helderheid en klaarheid, van doodse stilte naar levendigheid en onbeperkte vitaliteit. Van alle dingen in de schepping, van groot tot klein, van klein tot microscopisch, was er niets wat niet was geschapen door het gezag en de macht van de Schepper en het bestaan van elk wezen was uniek en noodzakelijk en had zijn eigen waarde. Ongeacht de verschillen in vorm en structuur, moesten ze door de Schepper worden geschapen om te kunnen bestaan onder het gezag van de Schepper. Soms zullen mensen een insect zien dat erg lelijk is en ze zullen zeggen: “Dat insect is zo vreselijk, zo’n lelijk ding kan nooit door God gemaakt zijn – zo iets lelijks zou Hij nooit creëren.” Wat een domme opmerking! Wat ze moeten zeggen is: “Hoewel dit insect zo lelijk is, werd het door God gemaakt en dus moet het zijn eigen unieke doel hebben.” In het denken van God maakte Hij het plan om allerlei soorten dingen verschillende functies en verschijningsvormen te geven, aan de verschillende levende dingen die Hij schiep en dus werden geen van de dingen die God maakte gesneden uit dezelfde vorm. Van hun buitenkant tot hun interne samenstelling, van hun leefgewoonten tot de plaats die ze innemen – ze zijn allemaal anders. Koeien hebben het uiterlijk van koeien, ezels lijken op ezels, herten hebben het uiterlijk van herten en olifanten hebben het uiterlijk van olifanten. Kun je zeggen welke het mooist is en welke het lelijkst? Kun je zeggen welke het nuttigst is en van welke het bestaan het minst noodzakelijk is? Sommige mensen houden van de manier waarop olifanten eruit zien, maar niemand gebruikt olifanten om akkers te planten; sommige mensen houden van de manier waarop leeuwen en tijgers er uit zien, want hun uiterlijk is het meest indrukwekkend van alle dingen, maar kun je ze als huisdier houden? Kortom, als het op alle dingen aankomt, moet de mens zich onderwerpen aan het gezag van de Schepper, dat wil zeggen, de orde aanvaarden die door de Schepper aan alle dingen is toegewezen; dit is de meest wijze houding. Alleen een houding van zoeken naar en gehoorzaamheid aan, de oorspronkelijke bedoelingen van de Schepper is de ware acceptatie en zekerheid van het gezag van de Schepper. God zegt dat het goed is, dus welke reden hebben mensen dan om naar fouten te zoeken?

Zo zullen alle dingen onder het gezag van de Schepper een nieuwe symfonie voor de soevereiniteit van de Schepper spelen, zullen een schitterend voorspel beginnen voor Zijn werk van de nieuwe dag en dan zal de Schepper ook een nieuwe pagina in het werk van Zijn management openslaan! Volgens de wet van de scheuten van de lente, de rijping van de zomer, de herfstoogst en de opslag van de winter die door de Schepper is vastgesteld, zullen alle dingen weergalmen van het plan van het management van de Schepper, en zij zullen hun eigen nieuwe dag, nieuw begin en nieuwe levensloop verwelkomen en ze zullen zich spoedig in eindeloze reeksen vermenigvuldigen om elke dag onder de soevereiniteit van het gezag van de Schepper te verwelkomen …

Geen van de gemaakte en niet-gecreëerde wezens kan de identiteit van de Schepper vervangen

Vanaf het moment dat Hij de schepping van alle dingen begon, werd de kracht van God uitgedrukt en onthuld, want God gebruikte woorden om alles te scheppen. Ongeacht op welke manier Hij ze heeft geschapen, ongeacht waarom Hij ze heeft geschapen, alle dingen zijn ontstaan en stonden vast en bestonden door de woorden van God en dit is het unieke gezag van de Schepper. In de tijd voordat de mensheid op de wereld verscheen, gebruikte de Schepper Zijn macht en gezag om alle dingen voor de mensheid te scheppen en gebruikte Hij Zijn unieke methoden om een geschikte leefomgeving voor de mensheid te bereiden. Alles wat Hij deed was in voorbereiding op de mensheid, die spoedig Zijn adem zou ontvangen. Dat wil zeggen, in de tijd voordat de mensheid werd geschapen, werd het gezag van God getoond in alle wezens die anders waren dan de mensheid, in dingen die zo groot zijn als de hemelen, de lichten, de zeeën en het land en in dingen die zo klein zijn als dieren en vogels, evenals in alle soorten insecten en micro-organismen, waaronder verschillende bacteriën die onzichtbaar zijn voor het blote oog. Elk van hen werd door de woorden van de Schepper tot leven gewekt en elk van hen verspreidde zich door de woorden van de Schepper en elk van hen leefde onder de soevereiniteit van de Schepper door de woorden van de Schepper. Hoewel ze de adem van de Schepper niet ontvingen, toonden ze nog steeds het leven en de vitaliteit die de Schepper hen schonk door hun verschillende vormen en structuren; hoewel ze niet het vermogen ontvingen om net als de mensen te spreken, kregen ze allen een manier om hun leven te laten zien dat door de Schepper aan hen was geschonken op een manier die verschilde van de taal van de mens. Het gezag van de Schepper geeft niet alleen de vitaliteit van het leven aan ogenschijnlijk statische materiële objecten, zodat ze nooit zullen verdwijnen, maar geeft bovendien het instinct om zich te vermenigvuldigen aan elk levend wezen, zodat ze nooit zullen verdwijnen en zodat zij generatie na generatie de wetten en beginselen van overleving zullen overdragen die hun door de Schepper zijn geschonken. De manier waarop de Schepper Zijn gezag uitoefent, houdt niet star vast aan een macro- of micro-gezichtspunt en is niet beperkt tot welke vorm dan ook; Hij is in staat om de handelingen van het universum te gebieden en de soevereiniteit te behouden over het leven en de dood van alle dingen en bovendien is Hij in staat om alle dingen te arrangeren zodat zij Hem dienen; Hij kan de werking van alle bergen, rivieren en meren managen en alle dingen die erin zijn regeren en bovendien kan Hij voorzien in alles wat nodig is voor alle dingen. Dit is de manifestatie van het unieke gezag van de Schepper over alle dingen naast de mensheid. Zo'n openbaring is niet alleen voor een heel leven en zal nooit ophouden of rusten en kan niet worden veranderd of beschadigd door een persoon of ding, noch kan het worden toegevoegd aan of verminderd door een persoon of ding − want niemand kan de identiteit vervangen van de Schepper en daarom kan het gezag van de Schepper niet worden vervangen door een geschapen wezen en is het onbereikbaar voor een niet-geschapen wezen. Neem bijvoorbeeld Gods boodschappers en engelen. Zij bezitten niet de kracht van God en evenmin hebben zij het gezag van de Schepper en de reden waarom zij niet de macht en het gezag van God hebben, is omdat zij niet het wezen van de Schepper bezitten. De niet-geschapen wezens, zoals Gods boodschappers en engelen, hoewel ze sommige dingen namens God kunnen doen, kunnen ze God niet vertegenwoordigen. Hoewel ze soms krachten bezitten die de mens niet bezit, bezitten ze niet het gezag van God, ze bezitten niet het gezag van God om alle dingen te scheppen en alle dingen te bevelen, en de soevereiniteit over alle dingen te behouden. En dus kan het unieke karakter van God niet worden vervangen door een niet-geschapen wezen, en evenzo kan het gezag en de kracht van God niet worden vervangen door een niet-geschapen wezen. Heb je in de Bijbel gelezen over een boodschapper van God die alle dingen heeft geschapen? En waarom stuurde God geen van Zijn boodschappers of engelen om alle dingen te scheppen? Omdat ze niet het gezag van God hadden en dus niet het vermogen hadden om het gezag van God uit te oefenen. Net als alle schepselen staan ze allemaal onder de soevereiniteit en het gezag van de Schepper en op dezelfde manier is de Schepper ook hun God en is Hij ook hun Koning. Onder elk van hen − of ze nu nobel of nederig zijn, met een grote of minder grote macht − is er niet één die het gezag van de Schepper kan overtreffen, en onder hen is er ook niet één, die de identiteit van de Schepper kan vervangen. Ze zullen nooit God worden genoemd en zullen nooit de Schepper kunnen worden. Dit zijn onveranderbare waarheden en feiten!

Kunnen we door het bovenstaande wat we met elkaar delen het volgende beweren: alleen de Schepper en Heerser van alle dingen, Hij die het unieke gezag en de unieke kracht bezit, kan Hij de unieke God Zelf worden genoemd? Op dit moment kunnen jullie het gevoel hebben dat een dergelijke vraag te diep gaat. Jullie zijn voorlopig niet in staat om het te begrijpen, en jullie kunnen de essentie hiervan niet waarnemen en dus zullen jullie op het moment vinden dat deze vraag moeilijk te beantwoorden is. In dat geval zal ik doorgaan met mijn gemeenschap. Vervolgens zal ik jullie de gelegenheid geven om de feitelijke daden van de vele aspecten van het gezag en de macht te zien die alleen God bezit en op die manier zal ik jullie de gelegenheid geven om het unieke van God echt te begrijpen, waarderen en kennen en wat wordt bedoeld met het unieke gezag van God.

Nieuwste uitspraken van Almachtige God

0zoekresulta(a)t(en)