De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (9) Sectie vier

Hoe werkregelingen nauwkeurig door te geven en te implementeren

I. Hoe werkregelingen door te geven

Deze tien items van de werkregelingen vormen de reikwijdte en inhoud van al het verschillende werk dat God in de kerk en te midden van Gods uitverkorenen verricht. Inzicht in de inhoud en reikwijdte van dit werk helpt Gods uitverkorenen toezicht te houden op leiders en werkers, zodat zij dit werk goed uitvoeren. In een ander opzicht helpt het leiders en werkers vooral om de reikwijdte van hun verantwoordelijkheden te begrijpen en te vatten, evenals het werk dat ze moeten doen en de verantwoordelijkheden die ze moeten vervullen, en om een nauwkeurige definitie te hebben van de titel ‘leiders en werkers’. Wat zijn de verantwoordelijkheden van leiders en werkers? Wat voor gelijkenis behoren ze na te leven? Behoren ze te zijn als de functionarissen van een staatsregering? (Nee.) ‘Leiders en werkers’ is geen officiële functie of titel. Men moet begrijpen wat leiders en werkers zijn op basis van de plichten die leiders en werkers vervullen, en op basis van de opdracht die God hun toevertrouwt en de normen die Hij van hen eist. Op deze manier zal men een relatief concreet begrip krijgen van de benaming ‘leiders en werkers’, en zal de definitie van leiders en werkers duidelijker worden. Wat zijn de verantwoordelijkheden die leiders en werkers minimaal moeten vervullen? Zoals in het negende item genoemd, behoren ze elke werkregeling nauwkeurig door te geven, uit te vaardigen en te implementeren in overeenstemming met de vereisten van Gods huis. Ongeacht op welk aspect de werkregeling betrekking heeft, zolang die via de leiders en werkers wordt doorgegeven, is het hun plicht om, nadat ze de werkregeling volledig en nauwkeurig hebben begrepen, deze onverwijld en zonder oponthoud aan de kerken door te geven. Wat betreft degenen aan wie de werkregelingen worden doorgegeven: als Gods huis vereist dat de werkregelingen worden doorgegeven aan leiders en werkers van alle niveaus, inclusief mensen op het niveau van predikers, kerkleiders en kerkdiakenen, dan moeten die tot op dat niveau worden doorgegeven, en dat is het. Als de werkregelingen aan elke broeder en zuster moeten worden doorgegeven, dan behoren ze strikt in overeenstemming met de vereisten van Gods huis aan elke broeder en zuster te worden doorgegeven. Als de omgeving het lastig maakt om werkregelingen schriftelijk door te geven, en dit veiligheidsrisico’s of zelfs grotere problemen met zich meebrengt, dan moet de belangrijke en voornaamste inhoud van de werkregeling mondeling en nauwkeurig aan iedere persoon worden doorgegeven. Hoe moet dit dan gebeuren, wil men de werkregelingen als doorgegeven beschouwen? Als de werkregelingen schriftelijk worden doorgegeven, moet worden bevestigd dat iedereen ze heeft ontvangen, dat iedereen ervan op de hoogte is en dat iedereen ze serieus neemt. Als ze mondeling worden doorgegeven, moeten, nadat ze zijn doorgegeven, de mensen herhaaldelijk worden gevraagd of ze de werkregelingen duidelijk begrepen en onthouden hebben, en ze kunnen zelfs worden gevraagd de werkregelingen te herhalen – alleen op deze manier kunnen de werkregelingen als werkelijk doorgegeven worden beschouwd. Als mensen kunnen herhalen en duidelijk kunnen aangeven wat de vereiste principes van Gods huis zijn en wat de specifieke inhoud is, bewijst dat dat de werkregelingen in hun gedachten zijn doorgegeven, dat ze die hebben onthouden en duidelijk begrijpen. Alleen dan kunnen de werkregelingen als werkelijk doorgegeven worden beschouwd. Als de omstandigheden, de omgeving en andere dergelijke factoren allemaal geschikt zijn om de werkregelingen schriftelijk door te geven, dan moeten ze absoluut schriftelijk worden doorgegeven. Als ze niet schriftelijk kunnen worden doorgegeven omdat de omgeving dit niet toelaat en ze in plaats daarvan mondeling moeten worden doorgegeven, dan moet worden bevestigd dat wat mondeling wordt doorgegeven identiek is aan de werkregelingen, dat ze niet zijn verdraaid, dat er geen persoonlijk begrip aan is toegevoegd en dat de oorspronkelijke tekst wordt weergegeven – alleen op deze manier kunnen de werkregelingen als werkelijk en nauwkeurig doorgegeven worden beschouwd. Werkregelingen moeten volledig volgens hun specifieke bewoordingen worden doorgegeven; ze moeten niet op een onverantwoordelijke manier worden doorgegeven of met verdraaide of absurde interpretaties op basis van persoonlijk begrip en persoonlijke verbeeldingen van mensen. Als het gaat om het nauwkeurig doorgeven ervan, moeten mensen de mate van striktheid voor het doorgeven van werkregelingen begrijpen; dat wil zeggen, het doorgeven ervan moet nauwkeurig gebeuren. Sommige mensen zeggen: “Moeten we ze precies doorgeven?” Nee, dat is niet nodig. Precisie is wat van apparaten wordt vereist; als mensen ze gewoon nauwkeurig kunnen doorgeven, doen ze het al behoorlijk goed. Bijvoorbeeld, met betrekking tot het kerkelijke leven vereisen de werkregelingen van Gods huis dat Gods uitverkorenen Gods woorden over het kennen van God eten en drinken – is dit gemakkelijk door te geven? (Ja.) Werkregelingen geven mensen een reikwijdte en ze kunnen al deze relevante woorden van God lezen. Echter, als iemand de werkregelingen verkeerd interpreteert en zijn persoonlijke begrip, noties en verbeeldingen toevoegt en enkele extra woorden doorgeeft, betekent dit dan niet dat hij van de werkregelingen is afgeweken? Geeft hij de werkregelingen dan nauwkeurig door? (Nee.) Ze geven de werkregelingen met hun eigen toevoegingen door – dit is pure onzin. Elke werkregeling van de Boven moet meerdere keren worden gelezen om de correcte betekenis, de betekenis van het uitvaardigen van deze werkregeling en de beoogde resultaten ervan te doorgronden, en vervolgens moet de juiste manier worden uitgezocht om de specifieke werkzaamheden die door de Boven zijn geregeld te beoefenen, om zo fouten te vermijden. Als de werkregeling wordt doorgegeven nadat over deze zaken is gecommuniceerd en ze zijn begrepen, zal dit volledig nauwkeurig zijn. Wat eerst moet gebeuren, is de werkregelingen van de leiders en werkers van de pastorale gebieden overdragen aan alle andere niveaus van leiders en werkers, die ze op hun beurt uiteindelijk zullen doorsturen naar de supervisor van elk team in elke kerk. Vervolgens moet er tijdens bijeenkomsten meerdere keren over de werkregelingen van Gods huis worden gecommuniceerd, zodat alle uitverkorenen van God die begrijpen en weten hoe ze die in praktijk moeten brengen. Pas wanneer dit effect is bereikt, kunnen de werkregelingen als doorgegeven worden beschouwd. Werkregelingen moeten worden doorgegeven volgens de door Gods huis vereiste methode en reikwijdte. De inhoud die wordt doorgegeven, moet uiteraard nauwkeurig en vrij van fouten zijn. Leiders en werkers mogen die niet zomaar verkeerd interpreteren en hun eigen ideeën toevoegen – dat is niet nauwkeurig doorgeven en het komt neer op het niet vervullen van hun verantwoordelijkheden als leider of werker. Zo moet het nauwkeurig doorgeven en implementeren van werkregelingen worden begrepen.

Wat moeten leiders en werkers doen als ze nog steeds niet zeker weten hoe ze werkregelingen nauwkeurig moeten doorgeven? Er is een zeer eenvoudige en makkelijke methode. Nadat leiders en werkers werkregelingen hebben ontvangen, moeten ze die eerst communiceren met de andere leiders en werkers. Ze moeten bekijken hoeveel specifieke items de Boven voor deze werkregelingen vereist en deze een voor een opsommen. Vervolgens moeten ze, op basis van deze werkregelingen, de feitelijke situatie van de plaatselijke kerk in overweging nemen – zoals de omstandigheden van het evangeliewerk, de diverse soorten professioneel werk en het kerkelijke leven, evenals het kaliber en de gezinsomstandigheden van alle verschillende soorten mensen, enzovoort – en al deze zaken integreren om te zien hoe deze werkonderdelen moeten worden geïmplementeerd. Door middel van communicatie moeten alle leiders en werkers tot een identiek en nauwkeurig begrip van de werkregelingen komen en overeenkomstige methoden hebben om ze door te geven. Alleen op die manier zullen de werkregelingen nauwkeurig worden doorgegeven. Is het gepast als een leider of werker, nadat hij werkregelingen heeft ontvangen, blindelings de broeders en zusters bijeenroept om die uit te vaardigen en door te geven, zonder de specifieke inhoud te kennen? Het gevolg is dat men een maand of twee nadat de werkregelingen zijn doorgegeven ontdekt dat er afwijkingen zijn in de manier waarop ze in elke kerk zijn geïmplementeerd, en pas wanneer de leider of werker de werkregelingen nauwkeurig bekijkt, ontdekt hij dat de werkregelingen afwijkend zijn doorgegeven. Als die leider of werker destijds de werkregelingen gewetensvol had gelezen en erover had gecommuniceerd, was het goed gekomen, maar door een moment van luiheid en plichtmatigheid veroorzaakte hij veel fouten en afwijkingen in het kerkelijke werk, die achteraf moesten worden gecorrigeerd. Dit voegt een volkomen onnodige extra stap toe en verspilt tijd. Het was beter geweest als ze de werkregelingen direct duidelijk hadden gecommuniceerd en die dan een voor een hadden doorgegeven en geïmplementeerd. Als het werk niet goed wordt gedaan, is dat dan geen fout? (Ja.) Om werkregelingen nauwkeurig door te geven, zijn er dus stappen. Leiders en werkers moeten eerst een werkelijk en nauwkeurig begrip hebben van de specifieke inhoud van werkregelingen, en vervolgens moeten ze concrete implementatieplannen, implementatiemethoden en beoogde personen voor de implementatie in gedachten hebben. Alleen zo kunnen werkregelingen nauwkeurig worden doorgegeven. Is het gepast als leiders en werkers blindelings werkregelingen uitvaardigen en doorgeven terwijl ze er zelf maar een onvolledig begrip van hebben, alleen maar de indruk wekken dat ze het begrijpen, er een vaag of onduidelijk beeld van hebben, of de specifieke vereisten en inhoud ervan gewoonweg niet begrijpen? (Nee.) Kunnen zulke leiders en werkers hun werk goed uitvoeren? Overduidelijk niet. Dus, in situaties waarin broeders en zusters de specifieke vereiste normen en principes in werkregelingen nog niet kennen, of niet precies weten hoe ze die moeten uitvoeren, zullen de leiders en werkers al een nauwkeurig begrip van de werkregelingen hebben, evenals concrete plannen en stappen voor de implementatie ervan. Alleen zo kunnen leiders en werkers de eerste stap zetten, namelijk het doorgeven van de werkregelingen. Nadat de werkregelingen zijn doorgegeven en de broeders en zusters de inhoud van de werkregelingen allemaal nauwkeurig hebben begrepen en enige kennis hebben van de betekenis, waarde en normen van dit werk van Gods huis, moeten de leiders en werkers direct communiceren over hoe de mensen en de specifieke werkonderdelen moeten worden toegewezen, en over het concrete plan wie dit werk zal implementeren en uitvoeren. Dit zijn de stappen voor het uitvoeren van het werk. Wat vinden jullie ervan om het werk op deze manier op te volgen? Kan het worden beschouwd als het werk nauwgezet opvolgen? Is het het werk tijdig opvolgen? (Ja.)

II. Hoe werkregelingen te implementeren

Het is niet zo dat leiders en werkers, nadat ze een werkregeling hebben ontvangen, die alleen maar hoeven door te geven en uit te vaardigen en dat het daarmee is afgedaan. Kan de werkregeling als geïmplementeerd worden beschouwd zodra Gods uitverkorenen in elke kerk weten dat die is uitgevaardigd? Dit is niet het werkelijk uitvoeren of implementeren van een werkregeling, het is niet het vervullen van hun verantwoordelijkheid en het is ook niet de norm die God uiteindelijk vereist. Het doorgeven en uitvaardigen van een werkregeling is niet het doel; de implementatie ervan is het doel. Dus, hoe moeten werkregelingen specifiek worden geïmplementeerd? Leiders en werkers moeten alle relevante supervisors en broeders en zusters bijeenroepen om met hen te communiceren over hoe het werk moet worden gedaan, en tegelijkertijd een hoofdverantwoordelijke en teamleden selecteren om het werk uit te voeren. Het eerste wat leiders en werkers moeten doen bij het implementeren van werk is communiceren – communiceren over hoe het werk in overeenstemming met de principes en conform deze werkregeling van Gods huis kan worden gedaan, en hoe het op zo’n manier kan worden gedaan dat deze werkregeling van Gods huis wordt geïmplementeerd en uitgevoerd. Tijdens de communicatie behoren broeders en zusters en leiders en werkers verschillende plannen voor te stellen, en uiteindelijk een manier, methode en stappen te selecteren die het meest geschikt zijn en het meest in overeenstemming met de principes, waarbij wordt besloten wat eerst te doen en wat daarna, zodat het werk ordelijk kan verlopen. Zodra dit in theorie is begrepen, wanneer mensen geen moeilijkheden of verbeeldingen meer hebben, wanneer ze geen weerstand meer voelen tegen dit werk en de betekenis en het doel van deze werkregeling van Gods huis kunnen begrijpen, kan het werk nog steeds niet als geïmplementeerd worden beschouwd. Er moet ook worden besloten wie het meest geschikt is voor en bedreven in dit werk, wie de verantwoordelijkheid voor dit werk kan dragen en wie de bekwaamheid heeft om dit werk te voltooien. De mensen die dit werk op zich zullen nemen, moeten worden geselecteerd, het implementatieplan en de deadline voor voltooiing moeten worden vastgesteld, en de middelen, materialen en andere dergelijke dingen die nodig zijn om het werk te voltooien, moeten worden voorbereid en duidelijk worden vermeld – pas dan kan het werk als geïmplementeerd worden beschouwd. Vanzelfsprekend is het vóór de implementatie ook noodzakelijk om afzonderlijk specifieke communicatie en besprekingen te voeren met de mensen die verantwoordelijk zijn voor dit werk, en te vragen of ze dit werk eerder hebben gedaan en wat hun opvattingen en gedachten erover zijn. Als zij plannen en gedachten aandragen die in overeenstemming zijn met de principes, dan kunnen deze worden overgenomen. Bovendien moet bij de implementatie van elk werk ook aandacht worden besteed aan het ontdekken van hoeveel problemen er daadwerkelijk bestaan – deze stap mag niet worden veronachtzaamd. Nadat problemen zijn ontdekt, moeten er manieren worden bedacht om de problemen tijdig op te lossen, en pas nadat alle bestaande problemen grondig zijn opgelost, zal de werkregeling daadwerkelijk zijn geïmplementeerd. Verder moet je toch ook zoeken hoe je dit werk kunt doen op een manier die in overeenstemming is met de vereiste principes van Gods huis? Bovendien zijn de vragen of Gods huis tijdseisen stelt aan dit werk, binnen welk tijdsbestek het moet worden voltooid, of er concrete bepalingen zijn op het gebied van professionele vaardigheden, enzovoort, allemaal onderwerpen waarover leiders en werkers met de relevante supervisors zouden moeten communiceren. Dit is implementatie. Implementatie eindigt niet bij mondelinge communicatie of bij theorie, maar omvat veeleer de daadwerkelijke voortgang van het betreffende werk, evenals bepaalde specifieke problemen en moeilijkheden die moeten worden opgelost. Dit zijn allemaal zaken die leiders en werkers in overweging moeten nemen wanneer ze de werkregeling met supervisors implementeren. Dat wil zeggen, voordat dit specifieke werk wordt uitgevoerd, behoren leiders en werkers dit soort communicatie, analyse en discussie met de supervisors te voeren – dit is implementatie. Deze implementatie is de verantwoordelijkheid van leiders en werkers, en het is wat leiders en werkers behoren te bereiken. Op deze manier praktiseren is praktisch werk verrichten. Stel dat een leider zegt: “Op dit moment weet ik ook niet hoe ik dit werk moet doen. Hoe dan ook, ik heb het aan jou overgedragen. Ik heb de werkregeling ook aan jou doorgegeven en uitgevaardigd, en ik heb je over alle gerelateerde zaken verteld. Wat betreft of je weet hoe je het moet doen of niet, hoe je het doet, of je het goed of slecht doet, en hoeveel tijd het je kost, dat is allemaal aan jou. Deze dingen hebben niets met mij te maken. Door zoveel werk te doen, heb ik mijn verantwoordelijkheid vervuld.” Is dit iets wat leiders en werkers zouden moeten zeggen? (Nee.) Als een leider dit zegt, wat voor soort persoon is hij dan? Hij is een valse leider. Telkens wanneer de Boven eisen stelt en het noodzakelijk is om werk volgens de werkregelingen uit te voeren, schuift dit soort persoon het volledig op iemand anders af en zegt: “Doe jij het maar, ik weet niet hoe. Jij begrijpt het toch allemaal. Jij bent een expert, ik ben een leek.” Dit is een ‘beroemde uitspraak’ die vaak door valse leiders wordt gebezigd; ze vinden een excuus en sluipen er dan tussenuit.

Samengevat zijn valse leiders niet verantwoordelijk in hun werk. Ongeacht of hun kaliber hoog of laag is, of dat ze het werk aankunnen, het belangrijkste is dat ze niet aandachtig zijn en hun hart er niet in leggen; ze zijn altijd plichtmatig. Dit zijn uitingen van onverantwoordelijkheid. Stel dat een leider of werker enigszins tekortschiet in kaliber en diepgang van ervaring, maar hij kan aandachtig werken en zijn hart in zijn werk leggen. Hoewel de resultaten die hij in zijn werk behaalt niet zo geweldig zijn, is hij op zijn minst een verantwoordelijk persoon, legt hij zijn hele hart in zijn werk en geeft hij alles wat hij heeft. Het is alleen omdat hij enigszins tekortschiet in kaliber en klein van gestalte is dat hij het werk niet goed doet. Als hij na enige tijd van training volledig bekwaam wordt in zijn werk, dan moet dit soort leider verder worden gecultiveerd. Als een leider geen greintje geweten of verstand heeft, en hij alleen vasthoudt aan zijn positie en zich tegoed doet aan de voordelen van status, maar helemaal geen praktisch werk verricht, dan is hij een rasechte valse leider en moet hij onmiddellijk worden ontheven, en mag hij nooit meer worden gepromoveerd of gebruikt. Een ware leider, een verantwoordelijke leider, geeft alles voor zijn werk – hij wijdt zijn geest eraan, hij vindt allerlei manieren om Gods opdracht te volbrengen, en hij levert de grootst mogelijke inspanning – op deze manier vervult hij zijn verantwoordelijkheid. Terwijl ze de werkregelingen van Gods huis implementeren, zullen verantwoordelijke leiders ook de status van de implementatie observeren en opvolgen. Wanneer zich een onverwachte situatie voordoet, zullen ze in staat zijn om tegenmaatregelen te nemen en oplossingen te zoeken in plaats van weg te sluipen en hun handen van de zaak af te trekken. Werk op deze manier implementeren, dat heet verantwoordelijk zijn. Wanneer een werkregeling wordt uitgevaardigd, behoren leiders en werkers dat werk te beschouwen als het belangrijkste van dat moment en de leiding ervan op zich te nemen; ze moeten het persoonlijk opvolgen, er van begin tot eind verantwoordelijk voor zijn, en het werk pas loslaten als het op de rails staat en de leiders van elk team weten hoe ze het moeten uitvoeren. Maar na het loslaten moeten leiders en werkers nog steeds van tijd tot tijd de status van het werk begrijpen en het inspecteren; alleen op deze manier kan worden gegarandeerd dat het werk goed wordt gedaan. Leiders en werkers die hun post niet verlaten, van begin tot eind volharden en het werk op de rails krijgen – dit heet praktisch werk verrichten. Gedurende deze tijd moeten leiders en werkers ook aandacht besteden aan en de voortgang van andere werkzaamheden nagaan. Ongeacht welke moeilijkheden of problemen er in het werk ontstaan, behoren leiders en werkers snel naar de werkplek te gaan om begeleiding en een oplossing te bieden. De hoofdleider moet vasthouden aan het meest cruciale werk, en tegelijkertijd is het ook noodzakelijk dat hij ander werk van de kerk opvolgt, begrijpt, inspecteert en er toezicht op houdt, en ervoor zorgt dat alles normaal verloopt. Als het gaat om het meest cruciale werk, moet de hoofdleider persoonlijk ter plaatse werken en de leiding over dit werk nemen, en vooral als het gaat om cruciale onderdelen van het werk, mag hij de werkplek beslist niet verlaten. Als één persoon niet genoeg is, moet er een ander worden aangesteld om met hem samen te werken en het werk te begeleiden – dit is alles in het werk stellen en met een gemeenschappelijk doel samenwerken om het cruciale werk goed te doen. Omdat Gods huis in elke fase en periode een uiterst belangrijk werk heeft, is er, als de hoofdleider het cruciale werk niet goed doet, een probleem met zijn kaliber en moet hij worden ontheven. De hoofdleider moet de leiding nemen over het meest cruciale werk, terwijl andere leiders hetzelfde doen voor het gewone werk; leiders en werkers moeten leren hoe ze werk moeten prioriteren op basis van belangrijkheid en urgentie, en hoe ze de voor- en nadelen moeten afwegen. Als leiders en werkers deze principes kunnen beheersen, dan zijn ze leiders en werkers die aan de norm voldoen.

De meeste leiders en werkers in Gods huis zijn jonge mensen. Het zijn beginners, in opleiding om werk te leren uitvoeren. Daarom is het allerbelangrijkste dat ze de principes leren beheersen. Sommigen zeggen misschien: “Zijn de eisen die Gods huis aan leiders en werkers stelt niet te hoog?” In feite helemaal niet. Waarom zou het een hoge eis zijn om van mensen te verlangen dat ze de principes beheersen? Hoe kan iemand kerkelijk werk goed doen als hij de principes niet beheerst? Hoe kan iemand een leider of werker zijn als hij zonder principes handelt? Het beheersen van de principes is een vereiste voor leiders en werkers, niet voor gewone mensen; als iemand de principes niet beheerst, zal hij het werk niet goed kunnen doen. Mensen met een te laag kaliber voldoen niet aan de principes: Gods huis zal hen niet cultiveren, en ze zijn ook niet geschikt om leider te zijn. Sommige mensen vinden het altijd moeilijk om leider te zijn, en daar zijn twee redenen voor. Enerzijds begrijpen ze de waarheid totaal niet en zijn ze niet in staat om de waarheid te gebruiken om problemen op te lossen; anderzijds schieten ze tekort aan kaliber, weten ze niet wat het betekent om werk te doen, kunnen ze de principes en het beoefeningspad voor het werk niet helder uitleggen en kunnen ze zelfs doctrines niet duidelijk verwoorden. Zulke mensen zijn niet geschikt om leider te zijn. Stel dat iemands kaliber te laag is, hij niet weet hoe hij werk moet doen en totaal niet efficiënt is in het vervullen van zijn plicht – dat wil zeggen, hij doet meerdere dagen over een taak die één dag zou moeten duren, en zes maanden over een taak die één maand zou moeten duren – zulke mensen zijn nutteloos, het zijn nietsnutten. Mensen met een te laag kaliber kunnen geen enkele plicht goed vervullen. Het is zowel billijk als redelijk dat Ik deze eisen aan mensen stel, en het zijn dingen die leiders en werkers kunnen bereiken. Sommige mensen vinden dat de eisen die Gods huis stelt te hoog zijn – dit toont aan dat hun kaliber te laag is, dat ze niet geschikt zijn om leiders en werkers te zijn en dat ze de verantwoordelijkheid op zich moeten nemen en moeten aftreden. Je kunt de verantwoordelijkheden van een leider of werker niet aan en je bent niet geschikt om er een te zijn, dus ook al ben je een leider, je bent een valse leider. Als je niet eens één taak goed kunt uitvoeren, hoe zou je je dan tegelijkertijd met ander werk kunnen bezighouden? Zijn mensen met een te laag kaliber het waard om leiders en werkers te zijn? Als ze niet eens even goed zijn als een waakhond, zijn ze het niet waard om mens genoemd te worden. Wanneer een hond een huis bewaakt, bewaakt hij niet alleen de voor- en achtertuin en de moestuin, maar kan hij zelfs de kippen, ganzen en schapen van het huis bewaken. Zodra hij een vreemde ziet naderen, slaat hij aan – hij laat niemand de tuin in en weet zijn baas te waarschuwen voor de naderende vreemdeling. Zelfs het verstand van een hond is niet eenvoudig. Als iemands kaliber te laag is en hij niet eens met een hond vergeleken kan worden, is zo iemand dan niet nutteloos? Sommige mensen zijn gemakzuchtig en werkschuw, vraatzuchtig en lui, en ze willen van Gods huis profiteren zonder zelf iets te doen – zijn dat geen parasieten? Door van leiders en werkers te eisen dat ze zaken met principes aanpakken, cultiveert en traint Gods huis hen om in staat te zijn de waarheid te beoefenen en de werkelijkheid binnen te gaan bij het vervullen van hun plichten. Sommige leiders en werkers zijn in staat om de waarheid na te streven en zich te onderwerpen aan de regelingen van Gods huis – deze mensen zijn allen door God gezegend. Degenen die van gemak houden en werk haten en die niets praktisch doen, moeten worden geëlimineerd. Al die nutteloze mensen die comfort begeren, die bang zijn voor ontbering en vermoeidheid, die altijd klagen over ontberingen en moeilijkheden en helemaal geen ontbering kunnen verdragen, moeten worden geëlimineerd – er mag er niet één overblijven! Als leiders en werkers bij aanvang van hun werk diverse moeilijkheden tegenkomen, moeten ze de oorzaak van het probleem achterhalen en vervolgens die hinderlijke en onredelijke onruststokers – die struikelblokken en obstakels – wegzuiveren. Wanneer degenen die overblijven allemaal mensen zijn die de waarheid kunnen aanvaarden, gehoorzamen en zich onderwerpen, zal het veel gemakkelijker zijn hen te leiden. Wanneer leiders en werkers werken, moeten ze eerst duidelijk over de waarheid communiceren, zodat mensen na hen te hebben gehoord een weg voorwaarts hebben. Ze moeten geen doctrines uitspreken, geen slogans roepen en nog veel minder mensen dwingen hen te gehoorzamen en te praktiseren. Als leiders en werkers duidelijk over de waarheid communiceren, dan zullen de meeste mensen bereid zijn die in praktijk te brengen. Het is zorgwekkend als leiders en werkers de dingen niet duidelijk of helder uitleggen, maar toch van de broeders en zusters eisen dat ze praktiseren, en de broeders en zusters niet weten hoe ze moeten praktiseren en het pad van de praktijk niet kunnen vinden – dit zal de resultaten van het werk beïnvloeden. Zolang leiders en werkers de waarheidsprincipes die bij elk specifiek soort werk betrokken zijn, helder kunnen uitleggen en er duidelijk over kunnen communiceren, dan zullen de meeste mensen begripvol en redelijk zijn, en zullen ze bereid zijn hun deel te doen. Iedereen is bereid naar iemand te luisteren als wat hij zegt correct is, in lijn met de waarheid, en heilzaam is voor het kerkelijke werk en voor de ingang in het leven van de broeders en zusters. Er is echter een situatie waarin sommige leiders en werkers alleen maar woorden en doctrines uitspreken, en wanneer iemand hen vraagt naar het specifieke pad van de praktijk, kunnen ze het niet uitleggen en spreken ze in plaats daarvan wat grote doctrines uit en roepen ze wat slogans, waarna ze die persoon wegsturen. Die persoon is niet overtuigd en denkt: ‘Je vraagt me dit in praktijk te brengen, maar je hebt het niet duidelijk uitgelegd – hoe kan ik het dan in praktijk brengen? Ik heb geen pad om te volgen! Ik vroeg het je omdat ik het niet begrijp, maar het blijkt dat jij het ook niet begrijpt en alleen maar doctrines kunt uitspreken en slogans kunt roepen. Je bent niet beter dan ik. Waarom zou ik jou gehoorzamen? Ik gehoorzaam de waarheid, niet jou, die doctrines uitspreekt en slogans roept!’ Dit soort situaties komt voor. Als leiders en werkers kunnen vermijden lege doctrines uit te spreken, waarachtig kunnen spreken en de principes en het pad van de praktijk duidelijk kunnen communiceren, dan zullen de meeste mensen in staat zijn om te gehoorzamen. Daarom is het werk van de kerk eigenlijk gemakkelijk te doen; zolang leiders en werkers de werkregelingen serieus kunnen implementeren, op hun post kunnen blijven en betrokken kunnen raken bij specifiek werk, dan zullen ze absoluut in staat zijn om het werk goed te doen. Wat zorgwekkend is, is als leiders, werkers en supervisors onverantwoordelijk zijn en zich superieur gedragen, alleen maar doctrines kunnen uitspreken en slogans kunnen roepen, en niet ter plaatse betrokken raken bij specifiek werk – dan zullen er zeker problemen in het werk ontstaan. Dit komt omdat degenen onder hen dit soort dingen niet kunnen doorzien; ze hebben iemand nodig om hen de weg te wijzen, ze hebben een steunpilaar nodig, ze hebben iemand nodig die hen persoonlijk leidt en vertelt wat ze moeten doen, ze hebben iemand nodig die toezicht houdt en inspecties uitvoert, anders wordt het werk niet geïmplementeerd. Als je verwacht dat je vanaf een positie van status slechts een paar doctrines hoeft uit te spreken en een paar slogans hoeft te roepen, en dat de mensen onder je dan in actie zullen komen en doen wat je zegt, droom dan maar lekker verder. De mensen onder je zijn als machines: als niemand ze activeert, komen ze niet in actie. Als degenen die als leiders en werkers dienen dit niet eens kunnen doorzien, dan hebben ze te weinig inzicht! Wanneer valse leiders werken, kunnen ze niets doorzien. Ze weten niet welk werk cruciaal is en welk werk algemene zaken betreft, noch zijn ze in staat om taken te prioriteren op basis van belangrijkheid en urgentie. Wat ze ook doen, ze hebben geen principes, ze kunnen het pad van de praktijk niet duidelijk uitleggen, en ze spreken alleen maar doctrines uit en roepen slogans, en zeggen alleen maar onpraktische dingen. Daarom zijn ze niet in staat om enig werk te doen en kunnen ze alleen maar worden geëlimineerd. Leiders en werkers moeten weten hoe ze werk moeten regelen en implementeren, hoe ze werk moeten inspecteren en begeleiden, en hoe ze persoonlijk problemen moeten oplossen die zich voordoen. Alleen zulke leiders en werkers kunnen praktisch werk verrichten en mensen volledig overtuigen. Als een leider geen werk kan begeleiden of problemen kan ontdekken en oplossen, als hij alleen maar in staat is om anderen voortdurend de les te lezen en te snoeien, en hij anderen de schuld geeft wanneer hij zelf de boel verprutst, dan is dit een incompetente leider. Zo’n leider is een nutteloos persoon, hij is een valse leider en hij moet worden geëlimineerd. Als je niet weet hoe je bepaald specifiek werk moet doen, moet je op zijn minst twee geschikte mensen vinden die als je assistenten kunnen fungeren om je te helpen dit specifieke werk goed te doen, en je moet op zijn minst eerst de hinderlijke mensen die verstoringen veroorzaken, aanpakken en verwijderen. Creëer je zo geen gunstige voorwaarden om dit werk goed te doen? Als je mensen vindt die iets praktisch kunnen doen, promoveer hen dan onmiddellijk, en als je degenen die verstoringen en hinder veroorzaken, onmiddellijk aanpakt en verwijdert, zullen er veel minder moeilijkheden zijn wanneer je dit werk voortzet. Leiders die te weinig kaliber hebben, zijn niet in staat om op deze manier te werken. Ze zijn bang om mensen te beledigen, en wanneer ze een kwaadaardige persoon voortdurend verstoringen en hinder zien veroorzaken, pakken ze hem niet aan. Ze kunnen ook niet zien wie in staat is om iets praktisch te doen, en ze weten niet wie geschikt is om te promoveren om de leiding over het werk te nemen. Zulke leiders zijn blind en niet in staat om hun werk uit te voeren. Als leiders en werkers de waarheid of professionele vaardigheden niet begrijpen, zullen ze hun werk niet goed doen, dus moeten leiders en werkers zich er regelmatig in trainen om praktisch werk te verrichten. Zolang ze de principes beheersen, weten hoe ze taken moeten prioriteren op basis van belangrijkheid en urgentie, en weten hoe ze de voor- en nadelen moeten afwegen, dan kunnen ze hun werk goed doen en leiders en werkers worden die aan de norm voldoen.

Nu Ik over deze inhoud heb gecommuniceerd, namelijk het nauwkeurig doorgeven, uitvaardigen en implementeren van werkregelingen in overeenstemming met de vereisten van Gods huis, hebben jullie, leiders en werkers, dan nu enig fundamenteel begrip van hoe jullie werkregelingen moeten benaderen en implementeren? En hebben jullie nu enig specifiek begrip van de verantwoordelijkheden en verplichtingen die jullie moeten vervullen bij het implementeren van werkregelingen? (Ja.) Nu je dit specifieke begrip hebt, moet je overwegen wat je moet doen en in hoeverre je in staat bent om het te doen, en dan zou je in staat moeten zijn om te beoordelen of je al dan niet het kaliber bezit om een leider of werker te zijn, en of je al dan niet het leiderschapswerk aankunt. Wat betreft bepaalde leiders en werkers die van pover kaliber zijn en geen praktisch werk verrichten – dat wil zeggen, degenen die we valse leiders noemen – wat moeten zij doen, nu ze de specifieke inhoud van de negende verantwoordelijkheid van leiders en werkers hebben begrepen? Sommigen zeggen: “Ik begreep de verantwoordelijkheden van leiders en werkers voorheen niet echt, en nadat ik leider werd, vertrouwde ik gewoon op mijn noties en verbeeldingen om wat werk voor de schijn te doen, en ik dacht dat ik, omdat ik enthousiast was en bereid om lijden te verdragen, waarschijnlijk wel een leider was die aan de norm voldeed. Ik sta paf nadat ik God op deze manier heb horen communiceren. Het blijkt dat ik een valse leider ben, mijn kaliber is te pover en ik kan geen praktisch werk verrichten. Ik ben niet eens in staat om één enkele specifieke werkregeling van Gods huis te implementeren. Ik dacht altijd dat het meerdere keren lezen van een werkregeling, die doorgeven aan iedereen en dan de mensen onder mij aansporen en toezicht op hen houden terwijl ze eraan werkten, betekende dat ik die werkregeling implementeerde. Na een tijdje ontdekte ik dat het werk niet goed was gedaan en dat veel specifieke taken over het hoofd waren gezien, en pas toen realiseerde ik me dat mijn kaliber echt tekortschoot en dat ik geen leidersmateriaal was.” Dus, wat moet zo iemand doen? Zou het goed zijn als hij zijn werk opgaf? (Nee.) Is er dan een manier om dit probleem op te lossen? Of is dit probleem onoplosbaar? (Nee, het is niet onoplosbaar. Die mensen moeten ernaar streven om het beter te doen in overeenstemming met Gods vereisten.) Dit is een positieve en actieve zienswijze; het is een zeer goede zienswijze. Ze moeten ernaar streven om het beter te doen in overeenstemming met Gods vereisten, geloof hebben en op God vertrouwen, en niet negatief worden of hun werk opgeven – dit is één oplossing. Is het een goede oplossing? (Ja.) Maar is het de enige oplossing? (Nee, dat is het niet. Als hun kaliber te pover is en ze echt geen praktisch werk kunnen verrichten, dan kunnen ze daarvoor verantwoording afleggen en hun functie neerleggen.) Dit is de tweede oplossing. Als ze het eerder hebben geprobeerd en het gevoel hebben dat ze geen leiderschapswerk kunnen doen – dat wil zeggen, als het erg inspannend en zwaar voor hen is, en ze er erg onrustig van worden en niet goed kunnen slapen, en elke dag het gevoel hebben alsof er een grote berg op hen drukt zodat ze hun hoofd niet kunnen optillen of adem kunnen halen, en ze zelfs het gevoel hebben dat hun benen zwaar zijn als ze lopen – en na het luisteren naar deze specifieke vereisten nog meer het gevoel hebben dat hun kaliber te pover is en dat ze het werk gewoon niet aankunnen, wat moeten ze dan doen? Er is iets wat ze kunnen doen, en dat is onmiddellijk aftreden. Als ze geen praktisch werk kunnen verrichten, dan moeten ze het werk van Gods huis niet beïnvloeden – dit is het verstand dat ze zouden moeten hebben. Ze moeten zichzelf niet blindelings overschatten, erop staan om iets te proberen wat hun capaciteiten te boven gaat, of dwaze dingen doen. Alleen degenen die zich hiervan onthouden, bezitten verstand. Mensen met verstand hebben zelfbewustzijn; ze hebben duidelijkheid over hun eigen kaliber en ze kennen hun eigen tekortkomingen. Alleen wanneer mensen hun eigen maat duidelijk kennen, kunnen ze nauwkeurig begrijpen waartoe ze in staat zijn, waartoe ze niet in staat zijn en waarvoor ze het meest geschikt zijn. Waarom moeten mensen hun eigen kaliber kennen? Dit helpt hen om de plicht vast te stellen die ze moeten vervullen, en het helpt hen ook om die plicht goed te vervullen. Als je jezelf al hebt onderzocht en hebt gezien dat je slechts dit kaliber hebt en weet dat je geen leiderschapswerk kunt doen, dan is het niet nodig om jezelf opnieuw te onderzoeken en het opnieuw te bewijzen. Je moet onmiddellijk aftreden – houd niet vast aan je positie en weiger niet af te treden; beïnvloed en vertraag andere mensen niet terwijl je niet in staat bent om specifiek werk uit te voeren. Is aftreden geen weg voorwaarts? Deze twee paden liggen voor je, en je kunt er een kiezen; je hebt geen gebrek aan een weg voorwaarts, en er is niet slechts één pad. Je kunt praktische en nauwkeurige oordelen vellen over je feitelijke situatie op basis van je begrip van jezelf, evenals op basis van de evaluaties die van jou zijn gemaakt door de broeders en zusters om je heen die jou kennen, en dan de juiste keuze maken. Gods huis zal het je niet moeilijk maken. Wat vind je hiervan? (Het is goed.) Sommige mensen zeggen: “Ik wil het opnieuw proberen en ernaar streven om het beter te doen. Ik denk dat ik het kan. Ik heb in die jaren gewoon niet veel aandacht besteed aan het nastreven van de waarheid, en nadat ik een leider werd, wist ik nog steeds niet hoe ik de waarheid moest zoeken en werkte ik op een verwarde manier. Ik dacht altijd dat het heel gemakkelijk was om kerkleider te zijn, dat het alleen maar inhield dat je mensen organiseerde om bijeenkomsten bij te wonen, het voortouw nam in het communiceren over de waarheid, problemen tijdig oploste wanneer ze zich voordeden, en onmiddellijk eventuele regelingen van de Boven implementeerde, en het daarbij liet. Ik had nooit gedacht dat ik, na een tijdje leider te zijn geweest, zou ontdekken dat er zoveel problemen waren die ik niet kon oplossen, dat ik, wanneer de Boven naar het werk vroeg, niet wist hoe ik moest antwoorden, en dat ik, wanneer sommige van Gods uitverkorenen praktische problemen aankaartten, geen antwoord kon geven. Gedurende de jaren dat de broeders en zusters in God hebben geloofd, hebben ze allemaal regelmatig Gods woorden gelezen en naar preken geluisterd. Ze begrijpen zeker allemaal enkele waarheden en bezitten enig onderscheidingsvermogen. Zonder de waarheidswerkelijkheid kan ik hen echt niet begieten of voorzien.” Nu is het duidelijk dat het niet zo eenvoudig is om enig specifiek werk in Gods huis goed uit te voeren. Enerzijds moeten mensen kaliber bezitten, terwijl ze anderzijds een last moeten dragen, en ook de waarheid moeten begrijpen – al deze dingen zijn absoluut noodzakelijk. Het is niet goed als iemand de waarheid niet nastreeft of een pover kaliber heeft, noch is het goed als iemand een gebrekkige menselijkheid heeft en geen last draagt. Specifiek werk vereist een specifieke aanpak, en dit is niet zo’n eenvoudige zaak. Sommige mensen blijven echter onovertuigd. Ze willen het nog steeds opnieuw proberen en vragen om nog een kans – moeten zulke mensen nog een kans krijgen? Als hun werkvermogen en kaliber beide gemiddeld zijn, maar ze toch wat specifiek werk kunnen verrichten, niet plichtmatig zijn, zich richten op het oplossen van problemen en zo resultaten in hun werk bereiken; als ze bovendien kunnen gehoorzamen en zich onderwerpen aan elke regeling die door de Boven wordt getroffen, en in principe werk implementeren volgens de werkregelingen en vereiste principes van Gods huis; en ook al hebben ze hun werk voorheen niet goed gedaan omdat ze jong waren, de waarheid niet begrepen en een oppervlakkige basis hadden, maar het wel de juiste mensen zijn: dan moeten ze nog een kans krijgen en doorgaan met zichzelf te trainen. Onthef hen niet blindelings. Het is niet zo gemakkelijk om een leider of werker te zijn, noch is het zo gemakkelijk om een leider of werker te kiezen. Nu hebben de meeste leiders en werkers enig begrip van hun verantwoordelijkheden, en ze zullen op zijn minst iets beter in hun werk zijn dan voorheen – dit is een feit.

Nu Ik mijn communicatie over de waarheidsprincipes met betrekking tot de negende verantwoordelijkheid van leiders en werkers heb afgerond – de verschillende werkregelingen van Gods huis nauwkeurig doorgeven, uitvaardigen en implementeren in overeenstemming met de vereisten van dat huis. Begeleiding bieden, toezicht houden en aansporen, en de status van de implementatie inspecteren en opvolgen – zijn jullie harten allemaal verlicht en hebben jullie een pad voor de praktijk. Jullie zijn nu niet alleen in staat om je plicht te vervullen en ingang in het leven te hebben, maar jullie zouden ook enige kennis of onderscheidingsvermogen van leiders en werkers moeten hebben, en op zijn minst duidelijkheid en begrip hebben verkregen van de verantwoordelijkheden die leiders en werkers moeten vervullen en het werk dat zij moeten doen. Kortom, weten of leiders en werkers praktisch werk verrichten of niet, is nuttig en heilzaam voor ieder van Gods uitverkorenen, en op deze manier zal hun begrip van de verantwoordelijkheden van leiders en werkers niet langer hol zijn, maar veeleer concreter worden.

10 april 2021

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Neem contact op via Messenger