De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (8) Sectie één

Punt acht: Rapporteer direct de in het werk ondervonden verwarringen en moeilijkheden, en zoek naar manieren om deze op te lossen (deel 2)

De vorige keer hebben we gecommuniceerd over de achtste verantwoordelijkheid van leiders en werkers: ‘Rapporteer direct de in het werk ondervonden verwarring en moeilijkheden, en zoek naar manieren om deze op te lossen.’ Hoewel de achtste verantwoordelijkheid maar één zin lang is en in wezen maar één heel eenvoudige eis stelt aan leiders en werkers wat betreft hun verantwoordelijkheden, hebben we een hele bijeenkomst gewijd aan de communicatie over dit onderwerp. Over welke aspecten van dit onderwerp hebben we de vorige keer specifiek gecommuniceerd? Wat zijn de belangrijkste verantwoordelijkheden van leiders en werkers die erin aan bod komen? (Dat ze moeten samenkomen en communiceren wanneer ze verwarring en moeilijkheden ondervinden, en direct moeten zoeken hoe ze op te lossen en ze aan de Boven moeten rapporteren als ze er door communicatie geen helderheid over kunnen krijgen.) De belangrijkste verantwoordelijkheden van leiders en werkers die in dit item aan bod komen, zijn deelnemen aan het werk en zich onderdompelen in diverse praktische werkzaamheden, zodat men diverse problemen die in het werk worden ondervonden kan ontdekken en tijdig kan oplossen. Als er diverse methoden zijn geprobeerd en de problemen nog steeds niet volledig kunnen worden opgelost, en ze nog steeds bestaan en verwarring en moeilijkheden worden, dan moeten leiders en werkers die verwarring en moeilijkheden niet laten opstapelen of terzijde schuiven en negeren, maar moeten ze in plaats daarvan direct een manier bedenken om ze op te lossen. De beste manier om ze op te lossen is natuurlijk door te zoeken en te communiceren met broeders en zusters, evenals met leiders en werkers op verschillende niveaus, om tot de oplossing van deze problemen te komen. Als de problemen niet kunnen worden opgelost, dan moeten leiders en werkers niet proberen grote problemen te bagatelliseren en die kleine problemen vervolgens als onbeduidend afdoen, of ze simpelweg terzijde schuiven en negeren, maar moeten ze die in plaats daarvan direct aan de Boven rapporteren en bij de Boven naar oplossingen zoeken, zodat ze kunnen worden opgelost. Op deze manier zal het werk soepel vorderen, zonder moeilijkheden en zonder obstakels.

Leiders en werkers behoren in het werk ondervonden verwarring en moeilijkheden direct te rapporteren en op te lossen

I. De definitie van ‘direct’

De achtste verantwoordelijkheid van leiders en werkers vermeldt het direct rapporteren van in het werk ondervonden verwarring en moeilijkheden – dit is heel belangrijk. Als een probleem vandaag wordt ontdekt, maar de oplossing van dat probleem wordt acht of tien dagen, of zelfs een half jaar of een jaar uitgesteld, kan dat dan ‘direct’ worden genoemd? (Nee, dat kan niet.) Wat betekent ‘direct’ dan? (Het betekent het probleem onmiddellijk, meteen en ogenblikkelijk aanpakken.) Is dat niet een beetje streng? Als we het uitleggen met woorden die betrekking hebben op tijd, betekent ‘direct’ dat je het probleem onmiddellijk, meteen en zonder uitstel oplost. Maar als we naar de letterlijke betekenis van deze woorden kijken, is dat voor mensen niet gemakkelijk haalbaar en eigenlijk niet realistisch. Hoe moeten we het woord ‘direct’ dan definiëren om dat nauwkeurig te doen? Als het probleem niet groot is, maar toch een obstakel vormt voor het werk, en als het binnen een paar uur kan worden opgelost, dan moet het binnen een paar uur worden opgelost – kan dit als ‘direct’ worden beschouwd? (Ja.) Stel dat het probleem een beetje ingewikkeld en moeilijk is, en het binnen twee of drie dagen kan worden opgelost, maar mensen zich inspannen om de waarheid te zoeken, meer informatie op te zoeken en ernaar streven het in één dag op te lossen – zou dat niet meer bevorderlijk zijn voor het werk? Stel dat er een probleem is dat nu niet kan worden doorgrond, en dat het onderzoek vereist, wat enige tijd kost. Dit specifieke probleem zal hooguit drie dagen kosten om op te lossen. Als het langer dan drie dagen duurt, dan zal het vermoeden rijzen dat de oplossing ervan opzettelijk wordt vertraagd, en betekent dit dat er tijd wordt verspild. Het probleem moet dus binnen drie dagen worden gerapporteerd, er moet naar een oplossing worden gezocht en het moet worden opgelost. Dit is wat ‘direct’ betekent. Als het oplossen van het probleem het doorgeven en onderzoeken op elk niveau vereist, evenals het verzamelen van informatie op elk niveau, enzovoort – als de diverse processen zeer complex zijn – dan nog zou het niet een maand moeten aanslepen. Stel dat het probleem binnen een week kan worden opgelost als leiders en werkers zich haasten, sneller werken en een paar geschikte mensen selecteren en inzetten, dan betekent ‘direct’ in deze situatie dat de oplossing van het probleem tot één week wordt beperkt. Langer dan een week over de oplossing van het probleem doen is ongepast – dat is niet ‘direct’. Dit is de tijdslimiet voor het afhandelen van zulke relatief complexe zaken. Waar is dit tijdsbestek op gebaseerd? Het wordt bepaald op basis van de omvang van de zaak en de moeilijkheidsgraad ervan. De meeste dingen echter, zoals problemen met betrekking tot professionele vaardigheden of kwesties waarbij de principes voor mensen onduidelijk zijn, kunnen met een paar zinnen worden opgelost – tot welke tijdsduur moet de oplossing van deze problemen worden beperkt zodat het als ‘direct’ kan worden beschouwd? Als we ‘direct’ definiëren op basis van de omvang van een zaak en de moeilijkheidsgraad ervan, dan kunnen de meeste zaken in minder dan een halve dag worden opgelost, waarbij een minderheid ervan misschien hooguit een week nodig heeft om op te lossen; als er een nieuw probleem opkomt, dan is dat een andere zaak. Daarom, als we ‘direct’ definiëren als onmiddellijk, meteen en zonder uitstel, dan lijkt dit, afgaand op de letterlijke betekenis van deze woorden, een strenge eis om aan mensen te stellen, maar als we naar de tijdslimiet kijken, kan de meerderheid van de zaken in hooguit een halve dag of een dag worden opgelost als mensen direct rapporteren en naar oplossingen zoeken. Kan dit vanuit tijdsperspectief als moeilijk worden beschouwd? (Nee.) En aangezien het qua tijd niet moeilijk is, zou het voor leiders en werkers geen probleem moeten zijn om verwarring en moeilijkheden die ze in het werk ondervinden, direct te rapporteren en te zoeken naar oplossingen. Zulke verwarring en moeilijkheden zouden niet voortdurend mogen blijven bestaan en onopgelost blijven, laat staan zich op de lange termijn ophopen in het werk. Jullie zouden nu allemaal het tijdsbegrip ‘direct’ moeten kennen – dit heeft te maken met hoe leiders en werkers de tijdsaspecten moeten inschatten bij het omgaan met in het werk ondervonden verwarring en moeilijkheden. Kortom, de meest nauwkeurige definitie van ‘direct’ is zo snel mogelijk handelen – dat wil zeggen, als een probleem binnen een halve dag kan worden gerapporteerd, er naar een oplossing kan worden gezocht en het kan worden opgelost, dan moet dat gebeuren, en als het binnen een dag kan worden opgelost, dan moet dat gebeuren – en ernaar streven om geen vertragingen te veroorzaken en te voorkomen dat het werk wordt beïnvloed. Dit is de verantwoordelijkheid van leiders en werkers. Wanneer problemen in het werk worden ondervonden en ontdekt, moeten leiders en werkers er direct over communiceren en ze oplossen. Als ze die niet kunnen oplossen, dan moeten ze die zo snel mogelijk rapporteren en bij de Boven navragen hoe die kunnen worden opgelost, in plaats van ze terzijde te schuiven, ze te negeren en ze niet serieus te nemen. Wanneer er problemen rijzen, moeten leiders en werkers ze direct oplossen, in plaats van te treuzelen, te wachten of zich op anderen te verlaten – leiders en werkers zouden deze manifestaties niet moeten vertonen.

II. De gevolgen van het niet direct oplossen van problemen

Het belangrijkste principe voor het oplossen van problemen is dat het direct moet gebeuren. Waarom moet het direct gebeuren? Als er veel problemen rijzen die vervolgens niet direct kunnen worden opgelost, zullen mensen enerzijds in een verwarde toestand blijven steken en niet weten hoe ze moeten handelen, en anderzijds, als mensen op basis van een onjuiste methode doorgaan en later het werk dat ze hebben gedaan opnieuw moeten doen en corrigeren, wat zijn dan de gevolgen? Een grote hoeveelheid mankracht, financiële middelen en materiële middelen zal worden verspild en verbruikt – dit is een verlies. Als er problemen in het werk rijzen en leiders en werkers blind zijn en deze problemen niet direct kunnen ontdekken en oplossen, zullen veel mensen op basis van een onjuiste methode blijven doorwerken. Wanneer mensen deze problemen wel ontdekken en ze willen oplossen en corrigeren, zullen deze kwesties het kerkelijke werk al schade hebben berokkend. Zullen al die mankracht en die financiële en materiële middelen dan niet verspild zijn? Is er een verband tussen het veroorzaken van dergelijke verliezen en het feit dat leiders en werkers problemen niet direct oplossen? (Ja.) Als leiders en werkers het werk kunnen opvolgen, er toezicht op kunnen houden, het kunnen inspecteren en er instructies voor kunnen geven, dan zullen ze absoluut in staat zijn om problemen direct te ontdekken en op te lossen. Als leiders en werkers plichtmatig zijn en het werk niet opvolgen, er geen toezicht op houden, het niet inspecteren en er geen instructies voor geven, als ze in dit opzicht zeer passief zijn en wachten tot er zoveel problemen zijn dat de kwesties volledig uit de hand lopen voordat ze eraan denken ze op te lossen, voordat ze eraan denken ze aan de Boven te rapporteren en bij de Boven naar oplossingen te zoeken, hebben zulke leiders en werkers dan hun verantwoordelijkheden vervuld? (Nee.) Dit is een ernstig plichtsverzuim; niet alleen hebben zulke leiders en werkers de problemen niet opgelost, maar ze hebben in plaats daarvan de mankracht en materiële middelen van Gods huis schade berokkend, en bovendien een enorme hindernis voor het kerkelijke werk opgeworpen. Door het plichtsverzuim van de leiders en werkers, hun nalatigheid, afgestomptheid en stompzinnigheid, en omdat ze niet in staat zijn om veel problemen die in het werk rijzen direct te ontdekken en op te lossen, en ze zelfs niet direct aan de Boven kunnen rapporteren en bij de Boven naar oplossingen kunnen zoeken, moeten veel taken opnieuw worden gedaan, en nadat ze opnieuw zijn gedaan, rijzen er meer problemen door een onvermogen om de principes te vinden. Als de dingen zo doorgaan, loopt de voltooiingsdatum van het werk grote vertraging op, en een klus die een maand had moeten duren, duurt drie maanden om te voltooien, en een klus die drie maanden had moeten duren, duurt acht of negen maanden om te voltooien – dit houdt rechtstreeks verband met het feit dat leiders en werkers geen daadwerkelijk werk uitvoeren. Omdat leiders en werkers geen verantwoordelijkheid nemen voor hun werk – dat wil zeggen, ze zijn niet in staat om problemen direct te ontdekken en te corrigeren wanneer ze rijzen – blijven diverse werkzaamheden zonder resultaat en raken ze verlamd. En wie is direct verantwoordelijk voor dit probleem? (De leiders en werkers.) Daarom is het heel belangrijk dat leiders en werkers daadwerkelijk werk uitvoeren, en het is ook heel belangrijk dat ze problemen ontdekken terwijl ze daadwerkelijk werk uitvoeren. Soms zullen leiders en werkers problemen ontdekken, maar niet weten hoe ze die moeten oplossen, en toch zijn ze in staat om ze direct aan de Boven te rapporteren en bij de Boven naar oplossingen te zoeken om ze op te lossen, wat nog belangrijker is. Veel leiders en werkers denken: ‘Wij hebben onze eigen manieren van werken. De Boven hoeft ons alleen de principes te vertellen en wij zullen het resterende daadwerkelijke werk zelf doen. Als we moeilijkheden ondervinden, is het voor ons voldoende om beneden samen te communiceren en te bidden.’ Wat betreft de effectiviteit van de probleemoplossing, of hun oplossingen grondig of doeltreffend zijn, daar bekommeren ze zich stelselmatig helemaal niet om of vragen er niet naar. Dit is het soort onverantwoordelijke houding die ze aannemen wanneer ze werken, en uiteindelijk betekent dit dat alle onderdelen van het werk in de kerk niet soepel kunnen verlopen en ernstige problemen bevatten die niet worden opgelost. Dit is het gevolg van het feit dat het kaliber van leiders en werkers te pover is, of anders doordat ze geen verantwoordelijkheid nemen en geen daadwerkelijk werk uitvoeren.

Enkele soorten valse leiders ontleden op basis van de achtste verantwoordelijkheid

I. Valse leiders die schijngeestelijk zijn

De vorige keer hebben we gecommuniceerd over wat verwarring en moeilijkheden zijn, en hebben we bepaalde problemen gedefinieerd die direct moeten worden gerapporteerd en waarvoor direct oplossingen moeten worden gezocht. In wezen zijn er twee hoofdtypen problemen. Eén type zijn problemen in het werk waar mensen onzeker over zijn of die ze niet kunnen doorgronden. Als het om deze problemen gaat, vinden mensen het heel moeilijk om de principes te bevatten. Hoewel ze de principes in leerstellige termen misschien begrijpen, weten ze niet hoe ze die moeten beoefenen of toepassen. Deze problemen hebben betrekking op verwarring. Het andere type zijn daadwerkelijke moeilijkheden en problemen waarvan mensen niet weten hoe ze die moeten oplossen. Dit type is iets ernstiger in vergelijking met verwarring, en het zijn problemen die leiders en werkers ook moeten rapporteren en waarvoor ze oplossingen moeten zoeken. De vorige keer hebben we voornamelijk gecommuniceerd dat het de verantwoordelijkheid van leiders en werkers is om problemen die in het werk worden ondervonden te rapporteren en naar oplossingen te zoeken, en we hebben vanuit een positief perspectief gecommuniceerd over bepaalde dingen die leiders en werkers moeten doen en waar ze op moeten letten. Vandaag zullen we ontleden welke manifestaties valse leiders bezitten met betrekking tot de achtste verantwoordelijkheid, en of ze al dan niet het werk uitvoeren dat leiders behoren uit te voeren en de verantwoordelijkheden vervullen die leiders behoren te vervullen. Als het gaat om het oplossen van problemen die in het werk worden ondervonden, zijn valse leiders in dit opzicht zeker niet bekwaam; ze slagen er niet in om dit aspect van het werk te doen en ze slagen er niet in om deze verantwoordelijkheid te vervullen. Er is een type valse leider dat tijdens het werk een bepaalde opvatting heeft en denkt: ‘Ik doe niet aan die formaliteiten als ik werk, noch besteed ik aandacht aan zoiets als kennis, geleerdheid, vaardigheden of dogma’s. Ik zorg er gewoon voor dat ik de waarheid van Gods woorden duidelijk communiceer tijdens bijeenkomsten, en dat is genoeg. Elke week houd ik twee bijeenkomsten voor kleine groepen, elke twee weken houd ik één bijeenkomst voor leiders en werkers, en elke maand houd ik een grote bijeenkomst voor alle broeders en zusters. Het is voldoende dat ik al dit soort bijeenkomsten goed organiseer.’ Dit is hun basis en methode voor het uitvoeren van werk. Dit type leider en werker traint zich voortdurend op het houden van preken, en ze steken veel moeite in het zich toerusten met woorden en doctrines – ze bereiden overzichten, inhoud en voorbeelden voor, en waarheden om over te communiceren voor elke bijeenkomst, en ze bereiden ook enkele plannen voor om de gesteldheden en problemen van bepaalde mensen op te lossen. Ze denken dat ze als leider of werker alleen maar goed hoeven te prediken, en dan hebben ze hun verantwoordelijkheden vervuld. Ze denken dat ze zich niet met andere dingen hoeven te bemoeien, zoals de vraag of de manier waarop het evangelie wordt gepredikt gepast is of niet, hoe het kerkpersoneel wordt toegewezen, of het personeel dat diverse soorten professioneel werk verricht bekwaam is en aan de norm voldoet – ze vinden dat het volstaat om deze zaken gewoon door de supervisors te laten afhandelen. Daarom richt dit type persoon zich, waar hij ook komt, op bijeenkomsten en het houden van preken, en ongeacht wat voor soort bijeenkomst er wordt gehouden, houdt hij altijd een preek. Uiterlijk leiden ze mensen in het lezen van Gods woorden en in het leren zingen van gezangen, en af en toe praten ze over het werk. Dit type persoon weet van de problemen waarover vaak wordt gecommuniceerd, zoals welke van Gods woorden moeten worden gebruikt om te vergelijken met de problemen die door diverse soorten mensen worden ondervonden, evenals waarom mensen zich zwak voelen en welke gesteldheden bij hen zijn ontstaan en over welke waarheden van Gods woorden moet worden gecommuniceerd om deze dingen op te lossen. Kortom, hun preken en communicaties bestrijken vele aspecten van de waarheid en de beoefening ervan; sommige hebben betrekking op het snoeien, sommige op beproevingen en loutering, sommige op het biddend lezen van Gods woorden, sommige op hoe men oordeel en tuchtiging moet ervaren, enzovoort – ze kunnen een beetje communiceren over diverse aspecten van de waarheid. Wanneer ze nieuwe gelovigen ontmoeten, houden ze preken voor nieuwe gelovigen, en wanneer ze mensen ontmoeten die al vele jaren in God geloven, kunnen ze enkele preken houden over de ingang in het leven. Maar als het gaat om werk dat enige professionele vaardigheid vereist, informeren ze nooit naar het werk of bestuderen ze nooit dingen die ermee te maken hebben, laat staan dat ze enig werk opvolgen, eraan deelnemen of er zich in verdiepen om problemen op te lossen. In hun ogen doen ze werk door preken te houden, Gods woorden te lezen en gezangen te leren, en dit zijn de verantwoordelijkheden van leiders en werkers; daarnaast is al het andere werk onbelangrijk, het is de zaak van andere mensen en het heeft niets met hen te maken, en zolang ze goed preken kunnen houden, kunnen ze gerust zijn. Wat betekent ‘gerust zijn’? Het betekent dat het beëindigen van een bijeenkomst voor hen hetzelfde is als het beëindigen van hun werk, en als het tijd is om te rusten, rusten ze. Ongeacht welke problemen er in het kerkelijke werk rijzen, ze negeren die, en als mensen hen zoeken om een probleem op te lossen, zijn ze heel moeilijk te vinden. Hoe druk het werk ook wordt, ze moeten hun middagdutje doen, en ze doen zich overmatig tegoed aan comfort terwijl andere mensen lijden kunnen verdragen en een prijs kunnen betalen. Ze denken: ‘Ik heb mijn preek gehouden, de bijeenkomst is voorbij en ik heb alles gezegd wat ik tegen jullie moest zeggen. Wat willen jullie nog meer dat ik zeg? Mijn werk is gedaan. De rest is jullie werk. Ik heb jullie Gods woorden verteld, dus handel gewoon volgens de principes. Wat betreft eventuele problemen die rijzen, dat is jullie zaak en het heeft niets met mij te maken. Jullie moeten zelf voor God gaan en bidden, samenkomen en communiceren om problemen op te lossen. Kom niet bij mij.’ Als een bijeenkomst voorbij is, laten ze nooit iemand vragen stellen, willen ze nooit problemen oplossen, laat staan dat ze ooit in staat zijn om een probleem te ontdekken. Na de bijeenkomst beschouwen ze hun werk als gedaan, en slapen, eten en ontspannen ze op vaste tijden. Zijn dat geen valse leiders die helemaal geen daadwerkelijk werk uitvoeren? (Dat zijn ze.)

In sommige gevallen is een leider of werker al zes maanden in functie, en afgezien van degenen die dichter bij hem staan en hem vaak zien, krijgen de meeste broeders en zusters hem niet te zien. Ze horen hem alleen vaak online preken geven, maar als er een probleem is, lost de leider of werker het niet op. Sommige broeders en zusters ondervinden moeilijkheden in hun plichten die ze niet weten op te lossen; ze worden zo ongerust dat ze niet stil kunnen zitten, en wanneer ze hun leider gaan zoeken, kunnen ze die niet vinden. Kan dit soort leider goed werk leveren? De broeders en zusters hebben geen idee waar hun leider elke dag zo druk mee is; er is een grote achterstand aan problemen en moeilijkheden, en ze weten niet wanneer hun leider die zal komen oplossen. Iedereen kijkt reikhalzend uit naar de komst van de leider om te helpen, maar hoelang ze ook wachten, de leider komt nooit opdagen. Zulke leiders en werkers zijn zeer ongrijpbaar, en weten zich goed verborgen te houden! Ze houden uitstekende preken en, nadat ze een preek hebben gehouden, kleden ze zich keurig aan en doen verder geen werk; ze trekken zich terug op een plek om zich tegoed te doen aan comfort. En ondanks dit alles denken ze nog steeds dat ze heel goed en naar behoren werken. Ze vinden niet dat ze verslappen: ze hebben hun preken en bijeenkomsten gehouden, alles gezegd wat ze moesten zeggen en alles uitgelegd wat ze moesten uitleggen. Ze willen zich nooit echt intensief bezighouden met de broeders en zusters om het werk op te volgen en eraan deel te nemen, hen te helpen door controles uit te voeren, en hen te helpen problemen direct aan te pakken en op te lossen. Als ze op een probleem stuiten dat ze niet kunnen oplossen, weten ze ook niet dat ze het aan de Boven moeten rapporteren en bij de Boven naar een oplossing moeten zoeken. Ze denken er ook niet over na: ‘Kunnen de broeders en zusters zich aan de principes houden nadat ze die tijdens de communicatie hebben gehoord? En als ze weer moeilijkheden en verwarring in het werk ondervinden, zullen ze dan in staat zijn om aan de waarheid vast te houden en zaken volgens de principes aan te pakken? Verder, wie speelt er een positieve rol in het werk? En welke mensen spelen een negatieve rol? En zijn er mensen die hinder en verstoringen veroorzaken, of mensen die dingen verpesten, of absurde mensen die altijd met slechte ideeën komen? Hoe vordert het werk de laatste tijd?’ Ze bekommeren zich stelselmatig niet om dergelijke kwesties en informeren er niet naar. Mensen als dezen lijken aan de oppervlakte werk te doen – ze geven preken, houden bijeenkomsten, bereiden preekconcepten en overzichten voor, en schrijven zelfs werkverslagen. Sommige leiders schrijven ook vaak preken over hun levenservaringen; ze blijven drie of vijf dagen achtereen in hun kamers schrijven en hebben zelfs iemand nodig om speciaal water voor hen in te schenken en eten te brengen, en niemand anders kan hen zien. Als je zegt dat ze geen daadwerkelijk werk uitvoeren, voelen ze zich onrecht aangedaan: ‘Hoezo doe ik geen daadwerkelijk werk? Ik leef met de broeders en zusters en ik houd altijd bijeenkomsten en preken. Ik preek tot mijn mond kurkdroog is, en soms blijf ik zelfs laat op.’ Aan de buitenkant lijken ze echt druk bezig en niet stil te zitten – ze houden veel preken en steken veel moeite in spreken en schrijven, ze brengen regelmatig boodschappen en brieven over, en brengen de door de Boven vereiste principes over, en ze communiceren ook ernstig en geduldig en benadrukken inhoud tijdens bijeenkomsten – ze spreken inderdaad heel veel, maar ze nemen nooit deel aan specifiek werk, ze volgen nooit werk op en ze zien nooit samen met de broeders en zusters enig probleem onder ogen. Als je hen vraagt hoe een bepaald werk vordert of wat de resultaten van het werk zijn, weten ze het niet en moeten ze het eerst aan iemand gaan vragen. Als je hen vraagt of de problemen van de vorige keer zijn opgelost, zeggen ze dat ze een bijeenkomst hebben gehouden en over de principes hebben gecommuniceerd. Stel dat je hen dan vraagt: “Hebben de broeders en zusters het werkelijk begrepen nadat je over de waarheidsprincipes had gecommuniceerd? Kunnen ze nog steeds op een dwaalspoor raken? Wie van hen heeft een relatief beter begrip van de principes, wie is vaardiger in professioneel werk en wie heeft een beter kaliber en is het waard om gecultiveerd te worden?” Op geen van deze vragen hebben ze het antwoord; ze weten er niets van. Telkens wanneer je hen vraagt naar de status van het werk, zeggen ze: “Ik heb over de principes gecommuniceerd, ik heb net een bijeenkomst gehouden en ik heb hen net gesnoeid. Ze hebben hun toewijding uitgesproken en ze hebben de vastberadenheid om dit werk goed te doen.” Maar als het gaat om hoe het vervolgwerk vordert, hebben ze geen idee. Kunnen ze als leiders en werkers worden beschouwd als mensen die aan de norm voldoen? (Nee.) De werkwijze van dit type leider en werker is om alleen Gods woorden te lezen en enkele woorden en doctrines aan mensen te prediken, maar hij besteedt geen aandacht aan het oplossen van daadwerkelijke problemen en zijn nog banger om die aan de Boven te rapporteren en bij de Boven naar oplossingen te zoeken – ze zijn erg bang dat de Boven erachter komt wat hun werkelijke situatie is. Wat is de aard van dergelijke handelingen? Wat voor soort persoon zijn ze in hun essentie? Om precies te zijn, zijn zulke mensen typische farizeeën. De manifestaties van farizeeën zijn als volgt: ze vertonen uiterlijk waardig gedrag, ze spreken en gedragen zich op een elegante manier, ze baseren al hun woorden en handelingen op de Bijbel, en als ze mensen ontmoeten en met hen praten, reciteren ze Bijbelverzen – vaak kunnen ze er vele uit hun hoofd opzeggen. Valse leiders zijn precies hetzelfde als farizeeën – aan de buitenkant kun je geen enkele fout bij hen vinden en ze ogen bijzonder geestelijk. Op hun uiterlijke woorden, handelingen en gedrag valt niets aan te merken, maar toch zijn ze niet in staat de vele problemen in het kerkelijke werk op te lossen. Wat betekent dit ‘geestelijk’ dan? Strikt genomen is het schijngeestelijkheid. Zulke schijngeestelijke mensen zijn elke dag druk in de weer, fladderend tussen grote en kleine groepen, en verkondigen Gods woorden overal waar ze komen. Aan de buitenkant lijkt het alsof zij, meer dan wie dan ook, van Gods woorden houden, er meer moeite voor doen en er meer kennis van hebben; ze kunnen zelfs het paginanummer van elke essentiële passage van Gods woorden uit hun hoofd opzeggen. Als iemand een probleem ondervindt, geven ze hem het paginanummer van een gerelateerde passage van Gods woorden en zeggen ze dat hij die moet gaan lezen. Aan de buitenkant lijkt het alsof ze in alles Gods woorden als criterium nemen, getuigen van Gods woorden wanneer hun iets overkomt, en er geen enkel probleem met hen is. Maar als je goed kijkt naar het werk dat ze uitvoeren, zijn ze dan in staat om problemen te ontdekken en op te lossen terwijl ze deze woorden en doctrines prediken? Als ze door over de waarheid te communiceren een probleem ontdekken dat eerder in een werk nog niet was opgemerkt, en problemen oplossen die anderen niet konden oplossen, dan toont dit aan dat ze Gods woorden begrijpen en helder over de waarheid communiceren. Schijngeestelijke mensen zijn hier precies het tegenovergestelde van. Ze prenten Gods woorden in hun geheugen en prediken die overal, en hun gedachten en harten zijn vervuld van Gods woorden. Maar ongeacht of er in het werk een groot of klein probleem rijst, kunnen ze het niet zien of ontdekken. Aan het einde van bijeenkomsten vrezen ze het meest dat iemand een daadwerkelijk probleem aankaart en hen vraagt het op te lossen, en daarom vertrekken ze meteen wanneer de bijeenkomst voorbij is, denkend: ‘Als iemand me een vraag stelt en ik kan die niet beantwoorden, dan wordt dat zo ongemakkelijk en gênant!’ Dit is hun werkelijke gestalte en ware gesteldheid.

Denk na over welke leiders en werkers om jullie heen goed zijn in het communiceren over de waarheid om problemen op te lossen, en die zich onder de broeders en zusters kunnen mengen en samen met hen het werk op gang brengen bij het vervullen van hun plichten – deze leiders en werkers zijn in staat om hun verantwoordelijkheden te vervullen. Denk na over welke leiders en werkers om jullie heen goed zijn in het ontdekken en oplossen van problemen, en zich vooral richten op het uitvoeren van daadwerkelijk werk en daarbij de meeste resultaten boeken – dit zijn trouwe mensen, zeer verantwoordelijk en gewetensvol. Omgekeerd, als een leider uitblinkt in het prediken van woorden en doctrines, en op een logische en georganiseerde manier predikt, met een duidelijk kernpunt en inhoud, en op een gestructureerde wijze, en mensen enthousiast zijn over zijn preken, maar hij de broeders en zusters steeds ontwijkt, altijd bang is dat de broeders en zusters vragen zullen stellen, en bang is om problemen samen met de broeders en zusters aan te pakken en op te lossen, dan is die leider schijngeestelijk en is hij een valse leider. Wat voor soort mensen zijn de leiders en supervisors om jullie heen? Volgen ze, naast het bijwonen van bijeenkomsten en het houden van preken, doorgaans het werk op en nemen ze eraan deel, zijn ze in staat om regelmatig problemen in het werk te ontdekken en op te lossen, of verdwijnen ze gewoon na hun opwachting te hebben gemaakt op bijeenkomsten? Schijngeestelijke valse leiders zijn altijd bang dat ze niets te prediken hebben, en dat ze niets te zeggen hebben als ze de broeders en zusters ontmoeten, en dus oefenen ze in hun kamers in het onthouden van Gods woorden en hoe ze preken moeten houden. Ze menen dat prediken iets is wat je kunt aanleren en door memoriseren kunt bereiken, zoals het verwerven van kennis of het volgen van een universitaire opleiding, en dat ze de geest moeten belichamen van het studeren tot je erbij neervalt. Is dit begrip dat deze valse leiders erop nahouden niet afwijkend en absurd? (Ja, dat is het.) Zulke mensen verkondigen doctrines vanuit hun hoge positie en bemoeien zich met enkele irrelevante zaken, en dan denken ze dat ze leiderschapswerk uitvoeren. Ze gaan nooit naar de werkplek om het werk te instrueren of problemen op te lossen, maar zitten in plaats daarvan vaak in hun kamers, ‘zich afzonderend om zich op hun zelfcultivering te richten’, en rusten zich toe met Gods woorden – is dit nodig? In welke omstandigheden kunnen leiders en werkers het kerkelijke werk en de broeders en zusters tijdelijk terzijde schuiven en zich gaan toerusten met de waarheid? Wanneer het werk niet druk is, en alle problemen die moeten worden opgelost zijn opgelost, en alle zaken die aandacht vereisen en principes die moeten worden uitgelegd zijn uitgelegd, en de broeders en zusters geen vragen of moeilijkheden hebben, en niemand verstoringen en hinder veroorzaakt, en het werk soepel kan verlopen, en er geen obstakels meer zijn, dan kunnen leiders en werkers Gods woorden lezen en zich toerusten met de waarheid – alleen dit is daadwerkelijk werk uitvoeren. Valse leiders werken niet zo; ze richten zich er altijd op om in de schijnwerpers te staan, en ze doen alleen wat in het oog springend werk dat anderen kunnen zien om op te vallen. Als ze wat nieuw licht kunnen vinden bij het lezen van Gods woorden of het luisteren naar een preek, hebben ze het gevoel dat ze iets hebben verkregen, dat ze de waarheidswerkelijkheid hebben, en dan zoeken ze haastig naar een gelegenheid om een preek aan anderen te geven. Ze verkondigen doctrines op een systematische, logische en goed georganiseerde manier, met een duidelijk kernpunt en inhoud, en op een manier die krachtiger en diepgaander is dan een toespraak van een beroemdheid of een academische lezing, en ze voelen zich hier heel tevreden over. En toch denken ze bij zichzelf: ‘Wat zal ik de volgende keer prediken nadat ik deze preek heb gehouden? Ik heb niets anders.’ En dus haasten ze zich weer weg en ‘zonderen zich af om zich op hun zelfcultivering te richten’, op zoek naar diepzinnige doctrines. Ze worden nooit gezien op de plek van het kerkelijke werk, en als mensen moeilijkheden hebben en wachten tot die worden opgelost, zijn deze valse leiders nergens te vinden. Voelen valse leiders zich niet onzeker en ongemakkelijk? Ze kunnen geen daadwerkelijke problemen oplossen en toch willen ze nog steeds verheven preken houden om op te vallen. Deze mensen zijn volkomen schaamteloos.

Alle valse leiders kunnen woorden en doctrines prediken; ze zijn allemaal schijngeestelijk, kunnen geen enkel daadwerkelijk werk uitvoeren en begrijpen de waarheid niet, hoewel ze al vele jaren in God geloven – je zou kunnen zeggen dat ze geen geestelijk begrip hebben. In hun ogen volstaat het voor een kerkleider om wat woorden en doctrines te prediken, wat slogans te roepen en Gods woorden wat toe te lichten, waarna de mensen dan wel de waarheid zullen begrijpen. Ze weten niet wat het betekent om werk uit te voeren, ze weten niet wat de precieze verantwoordelijkheden van leiders en werkers zijn, en ze weten niet precies waarom Gods huis iemand als leider of werker aanstelt, of welke problemen daarmee precies opgelost moeten worden. Daarom – hoe Gods huis ook communiceert dat leiders en werkers het werk moeten opvolgen, inspecteren en er toezicht op moeten houden en dat ze problemen in het werk onmiddellijk moeten ontdekken en oplossen, enzovoort – nemen ze daarvan niets in zich op en begrijpen ze het niet. Ze kunnen niet voldoen aan de vereisten die Gods huis aan leiders en werkers stelt; problemen rond professionele vaardigheden bij het vervullen van plichten begrijpen ze niet, evenmin als het principe voor het kiezen van supervisors, enzovoort, en zelfs als ze van deze problemen afweten, kunnen ze die nog steeds niet aanpakken. Daarom blijven onder het leiderschap van zulke valse leiders allerlei problemen die in het werk van de kerk rijzen, onopgelost. Niet alleen de problemen rond professionele vaardigheden die Gods uitverkorenen ondervinden bij het vervullen van hun plichten, maar ook de moeilijkheden in de ingang in het leven van Gods uitverkorenen blijven voor lange tijd onopgelost. En wanneer sommige leiders, werkers of supervisors voor allerlei werkzaamheden geen daadwerkelijk werk kunnen uitvoeren, worden ze niet onmiddellijk ontheven of worden hun toegewezen plichten niet onmiddellijk aangepast, enzovoort. Geen van deze problemen wordt tijdig opgelost, met als gevolg dat de efficiëntie van allerlei werkzaamheden in de kerk voortdurend afneemt en de effectiviteit van het werk steeds slechter wordt. Wat het personeel betreft, worden degenen die enigszins begaafd en welbespraakt zijn leiders en werkers, terwijl degenen die de waarheid liefhebben, die zich in zwaar werk kunnen storten en onvermoeibaar en zonder klagen werken, niet worden bevorderd en gecultiveerd en als arbeiders worden behandeld. Ook wordt allerlei technisch personeel met specifieke sterke punten niet op een redelijke manier ingezet. Bovendien ontvangen sommige mensen die hun plicht oprecht vervullen, geen levensvoorziening en vervallen daardoor in negativiteit en zwakheid. Sterker nog, ongeacht hoeveel kwaad antichristen en kwaadaardige mensen doen, is het alsof valse leiders het niet hebben gezien. Als iemand een kwaadaardig persoon of een antichrist ontmaskert, zeggen valse leiders zelfs tegen hem dat hij die persoon met liefde moet behandelen en hem een kans moet geven om berouw te tonen. Door dit te doen, laten ze kwaadaardige mensen en antichristen kwaad doen en verstoringen in de kerk veroorzaken, wat ertoe leidt dat het lang duurt voordat deze kwaadaardige mensen, niet-gelovigen en antichristen worden verwijderd of verdreven, en ze kunnen doorgaan met kwaad doen in de kerk en het kerkelijke werk verstoren. Valse leiders kunnen geen van deze problemen aanpakken en oplossen; ze zijn niet in staat om mensen eerlijk te behandelen of het werk op een redelijke manier te regelen, maar handelen in plaats daarvan roekeloos en voeren alleen wat nutteloos werk uit, waardoor ze van het kerkelijke werk een puinhoop en chaos maken. Ongeacht hoe Gods huis over de waarheid communiceert of hoe het de principes benadrukt die moeten worden nageleefd bij het uitvoeren van het werk van de kerk – het inperken van degenen die ingeperkt moeten worden, het verwijderen van degenen die verwijderd moeten worden uit de verschillende soorten kwaaddoeners en niet-gelovigen, en het bevorderen en cultiveren van mensen met een goed kaliber en bevattingsvermogen, en van mensen die de waarheid nastreven die bevorderd en gecultiveerd behoren te worden – hoewel hierover talloze keren wordt gecommuniceerd, begrijpen of bevatten valse leiders dit niet, maar blijven ze gewoon vasthouden aan hun schijngeestelijke denkbeelden en ‘liefdevolle’ benaderingen. Valse leiders geloven dat, onder hun serieuze en geduldige leiding, alle soorten mensen ordelijk hun eigen rol vervullen, zonder chaos, dat iedereen behoorlijk veel geloof heeft, bereid is om zijn plichten te doen, niet bang is om naar de gevangenis te gaan en gevaar onder ogen te zien, en dat iedere persoon vastbesloten is om lijden te verduren en niet bereid is om een Judas te worden. Ze menen dat een goede sfeer in het kerkleven betekent dat ze hun werk goed hebben uitgevoerd. Of er nu in de kerk gevallen zijn van kwaadaardige mensen die verstoringen veroorzaken, of van niet-gelovigen die ketterijen en drogredenen verspreiden, ze beschouwen dit niet als problemen en voelen geen noodzaak om het op te lossen. Als het gaat om iemand aan wie ze werk hebben toevertrouwd en die roekeloos handelt naar eigen wil en het evangeliewerk verstoort, zijn valse leiders zelfs nog blinder. Ze zeggen: “Ik heb de werkprincipes uitgelegd die ik moest uitleggen en hun keer op keer gezegd wat ze moesten doen. Als er problemen rijzen, heeft dat niets met mij te maken.” Maar ze weten niet of die persoon wel een juiste persoon is, daar bekommeren ze zich niet om, en ze weten niet of wat ze hebben gezegd toen ze hem uitlegden wat hij moest doen, positieve resultaten kan opleveren, of welke gevolgen het zal hebben. Telkens wanneer valse leiders een bijeenkomst houden, spreken ze eindeloos veel woorden en doctrines, maar dan blijkt dat ze geen enkel probleem kunnen oplossen. Toch menen ze dat ze geweldig werk uitvoeren, zijn ze zelfingenomen en vinden ze zichzelf fantastisch. In feite kunnen de woorden en doctrines die ze spreken alleen die verwarde, domme en dwaze mensen afschepen, die onwetend zijn en een laag kaliber hebben. Nadat deze mensen deze woorden hebben gehoord, zijn ze verward en geloven ze dat wat de valse leiders zeiden zo juist is, dat niets van wat ze zeiden verkeerd is. Valse leiders kunnen alleen deze verwarde mensen tevredenstellen en zijn fundamenteel niet in staat om daadwerkelijke problemen op te lossen. Vanzelfsprekend zijn valse leiders nog minder in staat om problemen aan te pakken rond professionele vaardigheden en kennis – ze zijn volkomen machteloos als het hierover gaat. Neem bijvoorbeeld het tekstuele werk van Gods huis. Dit is het werk dat valse leiders de meeste hoofdpijn bezorgt. Ze kunnen niet goed onderscheiden wie geestelijk begrip en een goed kaliber heeft en geschikt is voor tekstueel werk. Ze beschouwen iedereen met een bril en een hoge opleiding als iemand met een goed kaliber en geestelijk begrip, en dus regelen ze dat die mensen het doen, en zeggen tegen hen: “Jullie zijn allemaal getalenteerd in tekstueel werk. Ik begrijp dit werk niet, dus het rust allemaal op jullie schouders. Gods huis vereist niets anders van jullie, alleen dat jullie je sterke punten benutten, niets achterhouden en alles wat jullie hebben geleerd bijdragen. Jullie behoren dankbaar te zijn en God te danken dat Hij jullie heeft verheven.” Nadat de valse leiders een reeks ineffectieve en oppervlakkige woorden hebben gesproken, hebben ze het gevoel dat het werk is geregeld en dat ze alles hebben gedaan wat ze moesten doen. Ze weten niet of de mensen die ze hebben aangesteld geschikt zijn of niet, noch weten ze wat de tekortkomingen van deze mensen zijn op het gebied van vakkennis, of hoe ze die zouden moeten aanvullen. Ze weten niet hoe ze mensen moeten bezien en onderscheiden, ze begrijpen geen vakinhoudelijke problemen en ze hebben geen verstand van kennis over schrijven – ze zijn volkomen onwetend over deze dingen. Ze zeggen dat ze deze dingen niet begrijpen of bevatten, maar in hun hart denken ze: ‘Jullie zijn toch alleen maar een beetje beter opgeleid en hebben gewoon wat meer kennis dan ik? Hoewel ik jullie niet kan begeleiden in dit werk, ben ik geestelijker dan jullie, kan ik beter prediken dan jullie en begrijp ik Gods woorden beter dan jullie. Ik ben degene die jullie leidt, ik ben jullie meerdere. Ik moet de leiding over jullie hebben, en jullie moeten doen wat ik zeg.’ Valse leiders beschouwen zichzelf als superieur, maar toch kunnen ze met geen enkele waardevolle suggestie komen voor wat voor werk dan ook dat professionele vaardigheden vereist, en zijn ze evenmin in staat om enige begeleiding te geven. Hoogstens kunnen ze het personeel goed toewijzen; het daaropvolgende werk kunnen ze niet uitvoeren. Ze proberen geen vakkennis op te doen en ze volgen het werk niet op. Alle valse leiders zijn schijngeestelijk; het enige wat ze kunnen is wat woorden en doctrines prediken, en dan denken ze dat ze de waarheid begrijpen en scheppen ze voortdurend op ten overstaan van Gods uitverkorenen. Bij elke bijeenkomst preken ze urenlang, en toch blijkt dat ze geen enkel probleem kunnen oplossen. Ze zijn volkomen onwetend als het gaat om problemen met betrekking tot vakkennis bij het vervullen van de plichten van mensen; het zijn duidelijk leken, maar toch doen ze alsof ze geestelijk zijn en geven ze leiding aan het werk van de professionals – hoe kunnen ze op deze manier het werk goed uitvoeren? Dat valse leiders niet proberen om vakkennis op te doen en geen enkel daadwerkelijk werk kunnen uitvoeren, wekt al weerzin bij de mensen op, en bovendien doen ze alsof ze geestelijke mensen zijn en pronken ze met hun geestelijke woorden, wat hun gebrek aan verstand verraadt! Dit is niet anders dan de farizeeën. Het toppunt van het gebrek aan verstand van de farizeeën was dat God van hen walgde, en toch waren ze zich daar totaal niet van bewust en vonden ze zichzelf nog steeds behoorlijk goed en zeer geestelijk. Valse leiders hebben zo'n gebrek aan zelfbewustzijn; ze kunnen duidelijk geen daadwerkelijk werk uitvoeren en toch doen ze alsof ze geestelijk zijn, en worden ze huichelachtige farizeeën. Zij zijn precies degenen die God verwerpt en elimineert.

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Neem contact op via Messenger