De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (6) Sectie twee

Wat betreft degenen die net niet over voldoende intelligentie beschikken: zij hebben ook de wil om hun plicht goed te doen en willen de belangen van Gods huis verdedigen, maar het ontbreekt hen aan wijsheid, ze weten niet hoe ze volgens de principes moeten handelen en kunnen geen enkele zaak doorzien. Op een gegeven moment komen ze verzoeking tegen en vallen erin, en als gevolg daarvan verraden ze de belangen van de kerk, verraden ze de broeders en zusters en brengen ze schade toe aan het werk van Gods huis. Hoe moeten we met dit soort mensen omgaan en hen behandelen – deze domkoppen met een ontoereikende intelligentie? Als het gaat om zulke domkoppen die geen geestelijk begrip hebben en een ontoereikende intelligentie hebben, moeten ze allemaal van hun plicht worden ontheven en moet hun toegewezen plicht worden aangepast; geen van hen kan worden ingezet. Als zulke mensen worden ingezet, kunnen ze op elk moment problemen veroorzaken voor het werk van Gods huis – er zijn talloze lessen als deze. Tegenwoordig zijn er veel mensen die uiterlijk een menselijke gelijkenis hebben, maar ze kunnen over geen enkele waarheidswerkelijkheid communiceren. Ze geloven al vele jaren in God en toch blijven ze in deze toestand. De wortel van dit probleem moet duidelijk worden gezien; dit is een probleem van een buitengewoon pover kaliber en een gebrek aan geestelijk begrip. Zulke mensen zullen niet veranderen, hoeveel jaren ze ook in God geloven, en hebben geen significante vooruitgang geboekt ondanks alle preken die ze hebben gehoord. Ze kunnen alleen maar aan de kant worden gezet, om op welke schamele manier dan ook dienst te doen. Is dit een goede manier om met hen om te gaan of niet? (Het is goed.) Sommige mensen met een ontoereikende intelligentie en zonder sterke punten kunnen Gods woorden totaal niet begrijpen, zelfs niet na ze jarenlang te hebben gelezen, en slagen er niet in preken te begrijpen ondanks dat ze er jarenlang naar hebben geluisterd. Is het nog nuttig om boeken met Gods woorden aan zulke mensen uit te reiken? (Nee, dat is het niet.) Boeken met Gods woorden zouden niet moeten worden uitgereikt aan mensen met een ontoereikende intelligentie, omdat dit zinloos is en neerkomt op verspilling, en alle boeken die aan hen zijn uitgereikt, moeten onmiddellijk worden teruggehaald. Dit is niet om hen het recht te ontnemen Gods woorden te lezen, maar omdat hun intelligentie tekortschiet. Zelfs als zulke mensen het kerkelijke leven leiden, kunnen ze de waarheid niet begrijpen, laat staan een plicht vervullen. Zulke mensen zijn toch afval? Jullie zouden moeten weten hoe je met afval omgaat. Sommige mensen lijken uiterlijk vrij argeloos, maar hun intelligentie is zo erbarmelijk dat ze zelfs geen fysieke klusjes naar behoren kunnen doen, en ze maken van alles wat ze doen een potje. Als hen wordt gevraagd een klusje te doen, zullen ze zeker iets beschadigen, dus zulke mensen kunnen niet worden gebruikt. Als je hen vraagt een emmer water te halen, zullen ze een fles olie omstoten. Als je hen vraagt een kom af te wassen, zullen ze een bord breken. Als je hen vraagt te koken, zullen ze ofwel te veel ofwel te weinig koken, of het zal te zout of te flauw zijn. Ze leggen er wel hun hart in, maar hoe ze ook proberen, ze kunnen het niet goed doen, en ze doen zelfs geen goed werk bij het verrichten van lichamelijke arbeid. Kunnen zulke mensen worden gebruikt? (Nee.) Dus als ze niet kunnen worden gebruikt, wat moet hen dan worden gevraagd te doen? Betekent het dat ze niet in God mogen geloven en dat Gods huis hen niet wil? Nee, dat betekent het niet. Laat hen gewoon geen plicht vervullen. Als ze dingen die binnen het bereik van het normale menselijke leven vallen – inclusief alledaagse, vanzelfsprekende dingen en routinematige zaken van het dagelijks leven – niet naar behoren doen, of niet in staat zijn om deze dingen te doen, dan zijn ze niet geschikt om een plicht in Gods huis te vervullen.

Hoewel sommige mensen geen goede menselijkheid of speciale talenten bezitten, laat staan dat ze tot leiders kunnen worden gecultiveerd, kunnen ze toch wat fysieke klusjes doen. Bijvoorbeeld, kippen en eenden voeren, varkens voeren en schapen hoeden zijn taken die ze goed kunnen doen. Als je hen een eenvoudige taak geeft, kunnen ze die goed doen zolang ze er hun hart in leggen, en zulke mensen kunnen dus een plicht in Gods huis vervullen. Hoewel het een enkele, eenvoudige klus is, kunnen ze er hun hart in leggen en een verantwoordelijkheid vervullen, en ze kunnen ook eisen aan zichzelf stellen volgens Gods woorden en de waarheidsprincipes. Ongeacht of de klus groot of klein is, of het werk belangrijk of onbelangrijk is, per slot van rekening kunnen ze de enkele taak die hun is toegewezen goed doen. Ze kunnen niet alleen de kippen goed voeren zodat ze normaal eieren leggen, maar ze kunnen de kippen ook beschermen, zodat ze niet door wolven worden meegenomen. Als ze een wolf horen huilen, zullen ze onmiddellijk hun supervisor inlichten en ernaar streven om ongelukken te voorkomen bij de uitvoering van de taak en opdracht die hun door Gods huis is toevertrouwd. Als ze zo werken, zijn ze relatief toegewijd, en dat telt als in staat zijn om hun verantwoordelijkheid te vervullen en een taak goed te doen. Wat de rest betreft – hun persoonlijke leven en hoe ze zich gedragen en met dingen omgaan – schieten ze enigszins tekort; ze weten bijvoorbeeld niet hoe ze met anderen moeten omgaan en praten, of hoe ze over hun gesteldheid met anderen moeten communiceren, en zijn soms nukkig. Wordt dit als een probleem beschouwd? Is het goed om hen vanwege deze problemen niet te gebruiken? (Nee, dat is het niet.) Sommige mensen hebben een slechte persoonlijke hygiëne; ze wassen hun haar minstens tien dagen niet en ze ruiken over het algemeen vies. Anderen maken veel lawaai bij het eten en drinken terwijl degenen om hen heen rusten, en zijn ook op andere momenten luidruchtig, zoals bij het lopen, het sluiten van deuren en het praten – ze zijn onopgevoed en hebben geen manieren. Hoe moeten zulke mensen worden behandeld? Iedereen moet begripvol zijn, hen met een liefdevol hart helpen en ondersteunen, met hen communiceren over wat normale menselijkheid is en hen toestaan beetje bij beetje te veranderen. Aangezien jullie allemaal samen zijn, moeten jullie leren met elkaar op te schieten. Zulke mensen kunnen worden gebruikt zolang ze in staat zijn hun werk naar behoren te doen en de taak op zich te nemen, en niets te doen wat hinder en verstoringen veroorzaakt. Sommige mensen zijn slim, hebben een goed kaliber en werken ijverig, en ze kunnen hun verantwoordelijkheden vervullen en het goed doen in de taken die hun zijn toegewezen, dus kunnen ze worden gecultiveerd en ingezet. Maar sommige mensen zijn van zo’n buitengewoon pover kaliber dat ze zelfs niet één enkele taak goed kunnen doen; ze kunnen ternauwernood kippen voeren, maar als ze ook eenden en ganzen moeten voeren, raken ze overweldigd en weten ze niet hoe ze het moeten doen. Het is niet dat ze het niet goed willen doen, maar hun kaliber is te pover. Hun brein heeft zijn beperkingen, ze weten alleen hoe ze één taak moeten doen, en als ze er nog een bij krijgen, dan gaat het hun pet te boven. Ze weten niet hoe ze moeten plannen, dus maken ze er gewoon een potje van. Zulke mensen zijn alleen geschikt om één taak tegelijk te doen. Geef hen niet meerdere taken, want ze zullen niet in staat zijn om die op zich te nemen. Denk niet dat als ze één klus goed kunnen doen, ze er zeker twee of drie kunnen doen; dit is niet noodzakelijkerwijs het geval, en het hangt af van hun kaliber. Laat hen eerst twee klussen proberen. Als ze een goed kaliber hebben en het aankunnen, dan kun je het zo voor hen regelen. Als ze niet tegelijkertijd twee klussen goed kunnen doen en er een potje van maken, betekent dit dat het hun kaliber te boven gaat, dus moet je hun tweede klus onmiddellijk wegnemen. Dit komt omdat je door observatie en na een proeftijd hebt ontdekt dat ze alleen geschikt zijn om één taak tegelijk te doen, in plaats van meerdere complexe taken, en dat ze hier het kaliber niet voor hebben. Sommige mensen zijn relatief slim en van een relatief goed kaliber, en als je hen verschillende taken geeft, kunnen ze die goed doen. Als je hen bijvoorbeeld vraagt maaltijden te koken, de kuikens te voeren en de moestuin te beheren, zijn ze in staat om elke dag op tijd de maaltijden te bereiden, terwijl ze in hun vrije tijd de moestuin beheren, de tuin tijdig water geven en wieden, en de kuikens op tijd voeren. Sommige mensen zeggen misschien: “Aangezien ze dit kaliber hebben, laat hen dan ook het werk van de kerk overnemen en een kerkleider zijn.” Zou dat wel gepast zijn? Hoewel ze in staat zijn om wat lichamelijke taken en alledaagse klusjes op zich te nemen, vereist het kerkleider zijn een afzonderlijke beoordeling; het is niet iets dat kan worden gemeten op basis van het doen van deze eenvoudige, huishoudelijke klusjes. Dat komt omdat kerkleider zijn geen lichamelijke klus is; het moet worden gemeten aan de hand van de principes van leiderschap. Echter, als deze persoon het kaliber en talent bezit om een kerkleider te zijn, en zijn menselijkheid redelijk goed is, zou het ongepast zijn als je hem huishoudelijke klusjes laat doen; dat wordt het onjuist inzetten van mensen genoemd. Kerkleiders kunnen hooguit nog één deeltijdse klus doen die te maken heeft met het dagelijks leven, en zich er wat meer mee bezighouden wanneer ze het niet druk hebben – dit zal hen niet uitputten. Als het gaat om triviale, routinematige zaken en deze lichamelijke taken, kunnen mensen er zoveel doen als ze aankunnen. Is er iemand die ze allemaal op zich kan nemen? Is er iemand met zo’n kaliber? (Nee.) Het kan zijn dat hun kaliber en bekwaamheid voldoende zijn, maar er is één ding waar ze niet genoeg van zullen hebben, en dat is energie. Mensen zijn sterfelijk, hun energie is beperkt, en het aantal taken dat ze kunnen ondernemen is ook beperkt. Mensen met veel energie kunnen misschien tot twaalf uur per dag werken, terwijl mensen met gemiddelde energie normaal gesproken acht uur kunnen werken, en mensen met weinig energie slechts vier of vijf uur. Daarom moet je, of je nu iemand inzet om lichamelijke klusjes te doen, voor leiderschapswerk in de kerk, of voor werk dat professionele vaardigheden vereist, overwegen waar hij het meest geschikt voor is. Maar als hij, nadat je hem het meest geschikte werk hebt toegewezen, dat niet aankan, wijs hem dan iets anders toe. Als je hem geen werk toewijst op basis van waar hij het meest geschikt voor is, is dit een fout in de manier waarop je mensen inzet. Voor degenen die niet met voorrang kunnen worden gepromoveerd, gecultiveerd en ingezet, geldt dat zelfs als hun wordt gevraagd lichamelijke klusjes te doen, ze aan deze klusjes moeten worden toegewezen op basis van hun kaliber en bekwaamheden. Als ze, naast het goed doen van hun ene toegewezen taak, nog in staat zijn om andere taken te doen, dan kan hen worden gevraagd om daarnaast een paar andere lichamelijke klusjes te doen, zolang het hun hoofdtaak niet beïnvloedt. Sommige mensen zijn fysiek sterk en kunnen drie klussen achter elkaar doen; na het afronden van één klus hebben ze nog energie over en zijn ze het grootste deel van de tijd vrij. Maar valse leiders zijn blind en weten niet hoe ze werk moeten indelen, en hebben niet ingezien dat dit een probleem is, dus wijzen ze die mensen slechts één klus toe, wat een fout is.

Ik sprak zojuist over mensen met een ontoereikende intelligentie die geen speciale vaardigheden hebben en alleen in staat zijn tot lichamelijke inspanning. Er zijn ook mensen die een aandoening hebben en zelfs niet in staat zijn tot lichamelijke inspanning, en die hoofdpijn, buikpijn of rugpijn krijgen wanneer ze ook maar het geringste lichamelijke werk doen. Hoe moeten plichten worden toegewezen aan dit soort mensen, als ze geschikt zijn om een plicht te vervullen? Men moet naar verschillende aspecten kijken, zoals hun gezondheidstoestand en ook hun menselijkheid en kaliber, om vast te stellen voor welke plichten ze geschikt zijn in Gods huis. Als hun gezondheid zo slecht is dat ze geen enkel klusje kunnen doen en ze na een tijdje werken een pauze moeten nemen, en ook iemand nodig hebben om voor hen te zorgen, als ze zelf geen plicht naar behoren kunnen vervullen en er iemand moet worden toegewezen om voor hen te zorgen, dan is dat de moeite helemaal niet waard. Zulke mensen zijn niet geschikt om een plicht te vervullen, dus laat hen naar huis gaan om te herstellen. Gebruik in geen geval iemand die zo ernstig ziek is dat een windvlaag hem waarschijnlijk omver zal blazen. Als hun gezondheid niet al te slecht is en het alleen zo is dat ze buikpijn krijgen als ze iets verkeerds eten, of hoofdpijn krijgen als ze hun hersenen te veel gebruiken, waardoor ze slechts drie of vier uur minder kunnen werken dan een normaal persoon, of slechts de helft van het werk van een normaal persoon kunnen doen, dan kunnen zulke mensen nog steeds worden ingezet zolang ze aan de andere criteria voldoen. Tenzij ze het zelf ter sprake brengen en zeggen: “Mijn gezondheid is te slecht om deze ontbering te doorstaan. Ik wil naar huis om te herstellen. Als ik hersteld ben, kom ik terug om mijn plicht te doen.” Stem daar dan onmiddellijk mee in en probeer niet hen te adviseren over hun manier van denken; het zal geen enkel effect hebben, zelfs als je het doet. Er is een gezegde dat luidt: ‘Wat je forceert, pakt zelden goed uit’; ieders geloof, vastberadenheid en streven zijn anders. Sommige mensen zeggen misschien: “Gaat het er niet gewoon om dat ze zich soms een beetje onwel voelen en wat weinig energie hebben? Mensen kunnen zich onwel voelen als ze iets verkeerds eten, maar na een paar dagen zijn ze weer in orde; is het dan nodig dat ze naar huis gaan om te herstellen? Zullen hun hoofdpijn en duizeligheid niet verdwijnen na een goede nachtrust? Kunnen ze dan niet normaal werken? Is het zo’n groot probleem?” Voor jou is het misschien geen groot probleem, maar de mate waarin mensen hun vlees koesteren, verschilt, en sommigen hebben inderdaad gezondheidsproblemen. In zulke gevallen, als ze een verzoek indienen om naar huis terug te keren om te rusten en te herstellen, moet de kerk snel instemmen, geen eisen aan hen stellen, het hen niet moeilijk maken en vooral niet proberen hen te adviseren over hun manier van denken. Sommige valse leiders blijven maar op zulke mensen inpraten en zeggen: “Kijk eens hoe ver Gods werk inmiddels is gevorderd. De rampen worden steeds groter, de vier bloedmanen zijn verschenen en nu is de pandemie zo wijdverspreid dat ongelovigen geen enkele overlevingskans hebben! Je bent in Gods huis, je vervult je plichten en geniet van Gods genade – je wordt niet blootgesteld aan gevaar en je kunt ook de waarheid en het leven verkrijgen – wat een grote zegen is dat! Dit kleine probleem dat je hebt, stelt niets voor. Je moet het overwinnen en tot God bidden. God zal je beslist genezen. Lees gewoon Gods woorden, leer nog een paar lofzangen en je kwaal zal vanzelf beter worden als je er niet aan denkt. Zeggen Gods woorden niet: ‘Wie in ziekte leeft is ziek’? Je leeft nu in ziekte. Als je blijft denken aan ziek zijn, dan zal de ziekte ernstig worden. Als je er niet aan denkt, dan zal je kwaal verdwijnen, nietwaar? Op die manier zul je in geloof groeien en zul je niet naar huis willen om te rusten. Dat je naar huis gaat om te rusten, wordt het begeren van de gemakken van het vlees genoemd.” Probeer niet hen te adviseren over hun manier van denken, het is dwaas om dat te doen. Ze kunnen zelfs een beetje tijdelijk ongemak niet doorstaan en willen alleen maar naar huis om te rusten, en kunnen zelfs een kleine moeilijkheid niet overwinnen, wat bewijst dat ze hun plicht niet oprecht vervullen. In werkelijkheid zijn dergelijke mensen niet van plan hun plicht op de lange termijn te vervullen, ze doen het niet met enige oprechtheid, zijn niet bereid een prijs te betalen, en nu hebben ze eindelijk een kans en een excuus gevonden om er helemaal tussenuit te knijpen. In hun hart verheugen ze zich dat ze zo slim zijn en dat deze ziekte precies op het juiste moment is gekomen. Dus wat je ook doet, dring er niet bij hen op aan te blijven. Ze zullen iedereen haten die probeert hen over te halen te blijven, en ze zullen iedereen vervloeken die probeert hen te adviseren over hun manier van denken. Begrijp je dat niet? Natuurlijk zijn sommige mensen echt ziek, en dat al lange tijd, en zijn ze bang dat als ze langer volharden, hun leven in gevaar komt. Ze willen Gods huis geen problemen bezorgen of de plichtsvervulling van andere mensen beïnvloeden. Ze hebben het gevoel dat als hun gezondheid hen eenmaal in de steek laat, ze op de broeders en zusters moeten vertrouwen om voor hen te zorgen, en ze voelen zich er slecht over dat Gods huis voor hen moet zorgen, dus nemen ze wijselijk het initiatief om verlof te vragen. Hoe moet met deze situatie worden omgegaan? Evenzo, door hen zonder verder uitstel naar huis te laten gaan om te rusten. Gods huis is niet bang voor problemen, het wil alleen mensen niets tegen hun wil opleggen. Bovendien hebben mensen allemaal enkele persoonlijke en werkelijke moeilijkheden. Mensen die in het vlees leven, worden allemaal ziek, en ziekten van het vlees zijn een probleem dat in werkelijkheid bestaat – we respecteren de feiten. Sommige mensen zijn werkelijk niet in staat om hun plichten te vervullen vanwege een ernstig slechte gezondheid, en als ze Gods huis nodig hebben om in hun behoeften te voorzien, of als ze de broeders en zusters nodig hebben om remedies te bieden of enkele behandelingssuggesties te doen, zal Gods huis deze dingen graag verstrekken. Als ze Gods huis niet tot last willen zijn en ze het geld, de middelen en de mogelijkheden hebben om hun ziekte te laten behandelen, is dat ook prima. Samengevat, als het is omdat hun gezondheid het hen niet toestaat om hun plichten in Gods huis te blijven vervullen of door Gods huis te worden gecultiveerd, dan kunnen ze met recht een verzoek indienen, en Gods huis zal er onmiddellijk mee instemmen. Niemand zou hen moeten adviseren over hun manier van denken of eisen moeten opleggen, want dat zou ongepast en verstoken van rationaliteit zijn. Dit zijn de regelingen die voor dit soort mensen worden getroffen.

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Neem contact op via Messenger