Gods woorden ‘Hoe kan een mens met een vastomlijnde opvatting over God de openbaring van God ontvangen?’
De bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap. www.debijbel.nl...
Wij heten alle zoekenden welkom die ernaar verlangen dat God verschijnt.
Sommige valse leiders zijn niet in staat om enig concreet werk te verrichten, maar ze houden zich bezig met wat onbeduidende, algemene zaken en denken dat dit het verrichten van concreet werk is, dat het binnen het gebied van hun verantwoordelijkheden valt. Verder behandelen ze deze zaken op een zeer serieuze manier, steken ze er echt veel moeite in, en voeren ze die op een zeer keurige manier uit. Er was bijvoorbeeld iemand in de kerk die voorheen pasteibakker was geweest. Op een dag besloot hij uit de goedheid van zijn hart dat hij per se pasteitjes voor Mij moest bakken, en hij trof voorbereidingen om dat te doen zonder Mij daarvan op de hoogte te stellen. Hij vroeg zijn leiders of het was toegestaan, en zij zeiden: “Ga je gang. Als het goed smaakt, offeren we het aan God. Zo niet, dan kunnen we het allemaal zelf opeten.” Hij had de toestemming van de leiders gekregen, waardoor dit werk rechtmatig en gepast werd, dus verzamelde hij snel de ingrediënten en bakte een partij. Hij zei: “Ik weet niet of het goed zal smaken, of het God tevreden kan stellen, of dat het naar Zijn smaak zal zijn.” De leiders antwoordden: “Dat geeft niet. We zullen wat van onze tijd en gezondheid opofferen en een klein risico nemen voor God. We proeven het eerst en controleren het voor God. Als het echt niet goed smaakt en we vragen God het te eten, zal Hij Zich ergeren en zeer teleurgesteld in ons zijn. Daarom hebben we als leiders de verantwoordelijkheid en de plicht om deze zaak te controleren. Dit is concreet werk verrichten.” Vervolgens proefde elk groepshoofd dat een beetje ‘verantwoordelijkheidsgevoel’ had van de pasteitjes. Nadat ze het hadden geproefd, gaven ze hun oordeel en zeiden: “Voor deze partij was de oven te heet, de temperatuur was te hoog, en daar kun je van binnen heet van worden – ze zijn ook een beetje bitter. Dat is niet goed! We moeten een verantwoordelijke houding aannemen, nog een partij bakken en die opnieuw proeven!” Nadat ze deze partij hadden geproefd, zeiden ze: “Deze is wel goed. Deze smaakt naar boter en ei, met een vleugje sesam. Echt een pasteibakker waardig! Aangezien het zo veel is en God dit niet allemaal alleen op kan, laten we er 10 of 20 in een potje doen en het als proefmonster aan God aanbieden. Als God het lekker vindt, kunnen we het in grotere partijen blijven bakken.” Ze gaven Mij een potje, en Ik probeerde er twee. Ik vond ze voor de afwisseling wel te doen, maar niet geschikt als maaltijd, dus Ik stopte met eten. Sommige mensen dachten zelfs dat ze zelfgemaakt waren door een lid van Gods huis, dat ze vol liefde, trouw en vrees waren en een grote betekenis hadden, hoewel ze maar net goed genoeg smaakten. Later gaf Ik het potje met pasteitjes terug. Ik heb geen belangstelling voor zulke dingen en heb er geen trek in. Bovendien, als Ik zin heb in pasteitjes, kan Ik dat in verschillende smaken en uit verschillende landen op de markt kopen zonder veel geld uit te geven. Naderhand zei Ik tegen hen: “Ik waardeer het gebaar, maar maak alsjeblieft niets meer voor Mij. Ik eet het niet, en als Ik er wat wil, koop Ik het Zelf wel. Als het nodig is, maak het dan alleen op Mijn verzoek; maar zolang Ik er niet om vraag, hoef je niets meer te bakken.” Was dit niet duidelijk genoeg te begrijpen? Als ze braaf en gehoorzaam waren, zouden ze Mijn woorden onthouden en ervan afzien het opnieuw te maken. Wanneer God spreekt, is ja ja, en nee nee, en “je hoeft niets meer te bakken” betekent “je hoeft niets meer te bakken”. Maar na enige tijd stuurden ze Me nog twee potjes met pasteitjes. Ik zei tegen hen: “Had Ik jullie niet gezegd er geen meer te maken?” Zij antwoordden: “Deze zijn anders dan de vorige keer.” Ik antwoordde: “Ook al zijn ze anders, het zijn nog steeds pasteitjes. Het is helemaal niet nodig om pasteitjes te maken. Ik zeg dit niet uit beleefdheid – als Ik er wat wil, laat Ik het jullie wel weten. Kun je dan geen mensentaal verstaan? Maak het niet meer.” Zijn deze woorden begrijpelijk? (Ja.) Maar waarom leek de persoon die ze maakte het steeds te vergeten? Als zijn leiders toezicht op hem hadden gehouden, niet actief met hem hadden samengewerkt en hem niet hadden aangemoedigd dit te doen, en hem onmiddellijk een halt hadden toegeroepen, zou de persoon die de pasteitjes maakte het dan nog durven? Hij zou het op zijn minst niet zo brutaal en gewetenloos doen. Welke rol speelden die leiders dus in deze situatie? Ze bemoeiden zich met elk detail, staken overal hun neus in en namen de verantwoordelijkheid op zich om namens Mij de controles uit te voeren. Ze waren zo ‘liefdevol’ dat het met geen pen te beschrijven is. Is dit het werk dat ze zouden moeten doen? De principes van het werk van Gods huis bevatten geen instructies om dit te doen en Ik heb hun deze taak niet toevertrouwd; het werd door mensen geïnitieerd, Ik heb er niet om gevraagd. Waarom voerden deze leiders deze taak dan zo proactief uit? Dit is een uiting van valse leiders: zich niet aan hun eigenlijke werk houden. Er waren zo veel taken in de kerk die door hen opgevolgd, geïnspecteerd en aangespoord moesten worden, en zo veel praktische problemen die door hen opgelost moesten worden door over de waarheid te communiceren, maar ze deden niets van dat werk. In plaats daarvan hadden ze niets beters te doen dan in de keuken pasteitjes voor Mij te proeven. In deze kwestie waren ze vrij serieus en staken ze er veel moeite in. Is dat niet wat valse leiders doen? Is dat niet al heel walgelijk? Ik had nooit verwacht dat deze zaak na enige tijd weer de kop zou opsteken. De persoon die de pasteitjes had gemaakt wilde ze weer voor Mij gaan maken. Ik gaf een leider een specifieke opdracht: “Jij gaat dit oplossen. Je moet het hem duidelijk uitleggen. Als hij het opnieuw doet, stel Ik jou verantwoordelijk!” Met zo veel werk te doen in de kerk, zou elke taak hen wel een tijdje bezig kunnen houden. Waarom hadden ze zo weinig te doen? Waren ze hier om vetgemest te worden of om wat doelloos te kletsen? Dit is daar de plek niet voor. Daarna heb Ik niets meer van deze zaak vernomen. Nadat Ik die opdracht had gegeven, bracht de leider geen enkel verslag uit. Hoe dan ook, niemand stuurde Mij die kleine pasteitjes meer, wat een hele opluchting was. Kunnen we, afgaande op dit voorval, zeggen dat deze leiders zich niet aan hun eigenlijke werk hielden? (Ja.) Deze zaak is niet eens zo ernstig; er zijn ernstigere zaken.
Ik bezoek vaak een aantal kerken om rond te kijken, de leiders te ontmoeten, wat werkinstructies te geven en een aantal kwesties op te lossen. Soms moet Ik lunchen in deze kerken, wat de vraag oproept wie de maaltijd zal bereiden. De leiders waren zo verantwoordelijk dat ze iemand kozen die beweerde dat hij kok was. Ik zei: “Of hij kok is, is niet belangrijk; wat ertoe doet, is dat Ik de voorkeur geef aan eenvoudig eten. Ik proef graag de oorspronkelijke smaak van de ingrediënten. Het eten mag niet te zout, te vet of te prikkelend zijn. In de winter moet Ik iets warms eten. Bovendien moet het eten goed gaar zijn, niet halfgaar, en licht verteerbaar.” Heb Ik deze principes niet duidelijk gecommuniceerd? Waren ze makkelijk te realiseren? Ze waren zowel makkelijk te onthouden als uit te voeren. Een huisvrouw die drie tot vijf jaar heeft gekookt, zou deze principes kunnen begrijpen en realiseren. Er was dus geen enkele noodzaak om erop aan te dringen een kok te vinden om Mijn maaltijd te bereiden; iemand die huiselijke kost kon maken, was voldoende geweest. Deze leiders waren echter zo ‘liefdevol’ dat ze erop stonden een ‘kok’ te vinden om een maaltijd voor te bereiden toen ze Mij als gast hadden. Voordat de kok officieel voor Mij kookte, moesten de leiders controles uitvoeren. Hoe deden ze dat? Ze lieten de kok een portie gevulde deegballetjes en een noedelgerecht met jus maken, en lieten hem een paar gerechten roerbakken. Alle leiders en hoofden van diverse groepen proefden ervan en vonden alle gerechten behoorlijk goed. Uiteindelijk vroegen ze de kok om de taak op zich te nemen om voor Mij te koken. Laten we de resultaten van de smaaktest van de leiders en de aard van de kwesties die erbij betrokken zijn even buiten beschouwing laten, en het eerst hebben over het eten dat door deze kok werd bereid. De eerste keer dat Ik er kwam, roerbakte de kok een paar gerechten, en iedereen was behoorlijk tevreden. De tweede keer maakte de kok een portie gevulde deegballetjes. Nadat Ik het eerste balletje had gegeten, voelde Ik dat er iets niet klopte – het was een beetje pikant. Anderen om Mij heen zeiden ook dat de gevulde deegballetjes een beetje pikant waren en voelden dat hun tong begon op te zwellen. Maar omdat gevulde deegballetjes het enige hoofdgerecht waren, moest Ik ze wel opeten, ook al waren ze pikant. Er was geen chilipeper zichtbaar in de vulling, dus besteedde Ik geen aandacht aan de vraag waardoor de scherpe smaak kon zijn veroorzaakt en at Ik de maaltijd op. Het gevolg was dat Mijn lichaam die avond een allergische reactie begon te vertonen. Veel plekken over Mijn hele lichaam begonnen onophoudelijk te jeuken en Ik moest blijven krabben; Ik krabde Mezelf tot bloedens toe voordat het wat beter voelde. Ik had drie dagen lang jeuk voordat het gevoel geleidelijk afnam. Na deze allergische reactie besefte Ik dat er beslist peper aan de gevulde deegballetjes was toegevoegd; anders waren ze niet zo pikant geweest. Ik had hun laten weten dat ze geen hete ingrediënten zoals peper moesten gebruiken, aangezien Ik die niet kon verdragen. Maar ze hadden er een aanzienlijke hoeveelheid van aan toegevoegd om het eten aan hun eigen smaak te laten voldoen, en dat was meer dan de normale hoeveelheid, waardoor de gevulde deegballetjes pikant smaakten. De kok kon bij het koken niet eens de juiste verhoudingen inschatten; hij voegde genoeg peper toe om iemand een allergische reactie te bezorgen. Later zei Ik tegen hem: “Voeg die hete ingrediënten nooit meer toe. Ik kan ze niet verdragen. Als je echt enige menselijkheid bezit, doe dat dan niet nog eens. Als je voor jezelf kookt, zal Ik Me niet bemoeien met wat je eet. Maar als je voor Mij kookt, voeg het dan niet toe. Volg dan de normen die Ik vereis.” Kon hij dat? Hadden de leiders dit werk niet moeten aanpakken? Helaas schonk niemand er aandacht aan en deden ze niets van het werk dat ze hadden moeten doen. Bij een gelegenheid, toen de kok weer op het punt stond te koken, pakte hij wat peper om aan het gerecht toe te voegen. Iemand in de buurt zag het en hield hem tegen. Onder diens strenge toezicht kreeg hij de kans niet om het toe te voegen. De leiders konden zo’n klein probleem niet eens oplossen – wat konden ze dan wel? Toen de kok aan het koken was, waren ze bijzonder proactief om te proeven. Meerdere mensen gingen proeven. Het was gewoon huiselijke kost; wat viel er aan te proeven? Zijn jullie allemaal culinaire experts? Begrijpen jullie opeens alles nadat jullie leiders zijn geworden? Begrijpen jullie de principes van gezondheid? Heeft Gods huis jullie de opdracht gegeven dit te doen? Wanneer heb Ik jullie de taak toevertrouwd of de opdracht gegeven om namens Mij eten te proeven? Jullie hebben te weinig verstand, jullie schamen je totaal niet! Iedereen met maar een beetje schaamte zou niet zoiets doen dat zo zonneklaar en walgelijk is en dat van zo weinig verstand getuigt. Het toont aan dat deze individuen totaal geen schaamte hebben – ze proefden eten voor Mij! Jullie volgen of vervullen geen enkel principe dat Ik jullie heb verteld. Wat jullie ook maar lekker vinden en in jullie smaak valt, dat vragen jullie de kok om te bereiden. Is dat koken voor Mij? Is dat niet koken voor jezelf? Gedragen jullie je zo als leiders? Elke kans grijpen om voordeel te behalen, hiaten uit te buiten en jezelf bij Mij in de gunst proberen te werken – als jullie jezelf bij Mij in de gunst willen werken, berokken Mij dan geen schade! Beschik je dan niet over te weinig deugd? Koester je dan geen onfatsoenlijke bedoelingen? Ze zijn schaamteloos en koesteren onfatsoenlijke bedoelingen, en toch dachten ze nog dat ze heel trouw waren! Van al die dingen die ze deden, was daar iets bij wat leiders werkelijk zouden moeten doen? (Nee.) Niets wat ze deden had enige norm. Ze wisten niet eens welk eten gezond of ongezond is, en toch dachten ze dat ze hier konden komen en de rol van gezondheids- en voedingsdeskundigen voor Mij konden spelen! Wie heeft er bepaald dat jullie controles moeten uitvoeren als het gaat om het koken voor Mij? Heeft de kerk deze bepaling? Heeft Gods huis dit zo geregeld? Er doken zo veel hiaten op in diverse onderdelen van het kerkwerk, zo veel mensen hadden misverstanden over God en begrepen de waarheid totaal niet, maar die dingen pakten jullie niet aan. In plaats daarvan staken jullie je inspanningen in zo’n kleine omgeving als de keuken, waarmee jullie je ‘verantwoordelijkheid’ vervulden. Jullie zijn door en door valse leiders, jullie zijn huichelaars! Jullie stonden vlak voor Mijn neus dingen te controleren – wat begrepen jullie ervan? Hebben jullie Mij geraadpleegd? Brachten jullie je eigen idee naar voren of het Mijne? Als jullie Mijn idee naar voren brachten en Ik jullie had gevraagd het over te brengen, dan zou wat jullie deden juist zijn. Het zou jullie verantwoordelijkheid zijn. Als jullie je eigen idee naar voren brachten en niet het Mijne, en jullie erop stonden anderen te dwingen te luisteren en het te accepteren, wat is dan de aard hiervan? Zeg Mij, zou Ik hier niet van walgen? Ik was er gewoon bij, en ze maakten er geen woorden aan vuil om Mij te vragen wat Ik eet of wat Mijn vereisten zijn – ze namen gewoon beslissingen zonder Mijn goedkeuring en gaven willekeurig bevelen achter Mijn rug om. Probeerden ze Mij te vertegenwoordigen? Dit zijn valse leiders die amok maken en slechte dingen doen; die doen alsof ze spiritueel zijn, alsof ze rekening houden met Gods last, en alsof ze de waarheid begrijpen, en alleen maar hypocriete dingen doen. Is dit niet buitensporig genoeg? Is het niet al heel walgelijk en weerzinwekkend? (Ja.) Hebben jullie enig inzicht verkregen? Hebben jullie hier enige les uit getrokken? Elk van deze zaken is walgelijker dan de vorige, en er is er nog een die zelfs nog walgelijker is.
Deze winter kocht een goedhartig persoon een ‘mooie’ donzen jas voor Mij. De schoonheid ervan lag niet in de kleur of de stijl van de jas, maar in de hoge prijs en de luxe kwaliteit; het was een waardevol item. Er is een gezegde onder ongelovigen: ‘Een ganzenveer, van duizend mijl ver gestuurd: het geschenk mag dan klein zijn, het sentiment is diep.’ Deze jas had niet alleen sentiment, maar was inderdaad erg duur. Voordat Ik de jas had gezien, had Ik al gehoord dat hij er goed uitzag, rood was, een mooi ontwerp had en stevig aanvoelde. Ik had erover gehoord, dus onvermijdelijk hadden sommige mensen het eigenlijke item al gezien – dat wil zeggen, heel wat mensen hadden het al gezien, de maat geschat en het nauwkeurig onderzocht, en zeiden dingen als: “Ik ken dit merk”, “De kleur is mooi, hij is echt prachtig!” “Nadat je ernaar hebt gekeken, breng het dan naar mij zodat ik een kijkje kan nemen”, en zo had het nieuws zich verspreid. Ik weet niet hoe lang het duurde voordat dit nieuws Mijn oren bereikte en Ik er een beetje over te weten kwam. Zien jullie het probleem hier? Zonder dat Ik de jas had gezien, was hij al door vele anderen gezien, rondgegeven en tentoongesteld. Is dat geen probleem? Kunnen mensen zomaar Mijn bezittingen bekijken, aanraken en tentoonstellen? (Nee.) Wiens bezittingen kunnen mensen zomaar aanraken en bekijken? (Niemand zou willen dat dit gebeurt, en niemand zou dit moeten doen.) Zouden die van Mij dan niet nog meer verboden terrein moeten zijn? Sommige mensen zeggen: “Waarom zouden ze verboden terrein moeten zijn? U bent een bekend persoon. Wordt het privéleven van beroemdheden en sterren niet altijd openbaar gemaakt? Waar ze sporten, waar ze schoonheidsbehandelingen krijgen, met wie ze omgaan, welke merken ze dragen – worden deze dingen niet allemaal openbaar gemaakt? Waarom zou dat van U niet openbaar gemaakt mogen worden?” Ben Ik een beroemdheid? Ik ben geen beroemdheid, en jij bent niet Mijn fan. Wie ben jij? Jij bent een gewoon mens, een schepsel en een verdorven mens. Wie ben Ik? (God.) Ik ben geen bekend persoon; Ik ben niet verplicht om alles aan jou openbaar te maken, alles aan jou te rapporteren of jou over alles te informeren. Dus, waarom raak je iets aan dat van Mij is? Is zoiets niet walgelijk? Heb Ik jou de opdracht gegeven om dit bezit van Mij te bekijken en te controleren? Nee. Toch durfden sommige mensen het op zo’n brutale wijze op te pakken en zomaar te bekijken, en zelfs door te geven. Wie gaf jou het recht om het door te geven? Is dit jouw verplichting? Als je niet in God gelooft, dan zijn we vreemden voor elkaar. Het is omdat je in God gelooft dat Ik weet wie je bent, maar Ik weet niet hoe de zaken over jouw familie, je dagelijks leven of je financiële situaties eruitzien, en het interesseert Me ook niet om dat te weten. Zijn we dik bevriend met elkaar? Ik ben niet je hartsvriendin, je maatje of je kameraad. We zijn niet vertrouwd met elkaar, en we hebben het punt nog niet bereikt waarop alles van Mij voor jou ter inzage zou moeten liggen. Zou jij Mij door al jouw bezittingen laten snuffelen en tentoonspreiden zodat iedereen ze kan zien en aanraken? Zelfs als je iets van de markt mee naar huis neemt, moet het meerdere keren gewassen worden om het te desinfecteren! Zijn dingen die andere mensen zomaar hebben aangeraakt niet walgelijk? Je hebt jezelf duidelijk niet als buitenstaander beschouwd, of wel? Wie heeft jou de opdracht gegeven om Mijn jas te inspecteren? Vertrouw Ik jou? Heb je je handen wel gewassen voordat je roekeloos Mijn jas aanraakte? Zal Ik niet van je walgen? Is dit je duidelijk? Waarom ben je zo schaamteloos? Je hebt zo weinig verstand! Je gelooft al een aantal jaren in God en hebt zo veel preken gehoord; hoe kan het dat je zelfs het kleinste beetje verstand mist? Zomaar offergaven die God toebehoren openen, zomaar Zijn kleren aanraken, dingen die van Hem zijn – wat voor probleem is dit? Als Ik zie dat de verpakking van deze items is geopend en weggegooid, hoe kan Ik dan niet boos worden? Ik walg van deze dingen en Ik verafschuw deze mensen. Ik wil ze niet opnieuw zien, en Ik wil zeker niet omgaan met deze mensen die erger zijn dan varkens en honden! Onthoud, ieder mens heeft zijn waardigheid, en Ik heb er nog meer. Bemoei je niet met dingen die Mij toebehoren; anders zal Ik een enorme hekel aan je krijgen en je verafschuwen!
Op het eerste gezicht begaan valse leiders misschien geen grote kwaadaardigheden of zijn het geen ronduit verraderlijke schurken. Het meest weerzinwekkende aan hen is echter dat ze kunnen zien dat er werkelijk werk te doen is, maar het niet doen; ze weten heel goed dat ze geen kwesties kunnen oplossen, maar ze zoeken de waarheid niet; ze zien kwaadaardige mensen verstoringen veroorzaken, maar ze pakken deze niet aan, en in plaats daarvan houden ze zich alleen bezig met de uiterlijke, algemene zaken. Ze houden bijzaken en trivialiteiten nauwlettend in de gaten en streng onder controle, maar ze doen niets van het werk dat verband houdt met de ingang in het leven van Gods uitverkorenen, of bekommeren zich niet om diverse zaken die tegen de waarheidsprincipes ingaan. In plaats daarvan doen ze alleen werk dat geen verband houdt met de waarheid. Dit zijn door en door valse leiders. Valse leiders zijn volledig onwetend over de waarheidsprincipes die betrokken zijn bij de diverse onderdelen van het kerkwerk. Indien gemeten aan de principes en normen van leiders en werkers, zijn valse leiders dwazen en idioten. Hoe ernstig de problemen die in het werk van de kerk opduiken ook zijn, valse leiders kunnen ze niet zien of oplossen, zelfs als ze recht onder hun neus gebeuren, en dan moet de Boven die problemen zelf komen oplossen. Zijn deze mensen geen valse leiders? (Ja.) Het zijn inderdaad valse leiders. Bijvoorbeeld, in het tekstuele werk van de kerk, welke boeken moeten worden proefgelezen en welke moeten worden vertaald – dit zijn cruciale taken voor de kerk. Zijn er principes met betrekking tot hoe boeken proefgelezen en vertaald moeten worden? Dit werk heeft absoluut principes, dit werk is sterk op principes gebaseerd, en het vereist echt specifieke communicatie en begeleiding; maar valse leiders kunnen dit werk niet doen. Wanneer ze de broeders en zusters druk bezig zien met hun plichten, zeggen ze op een huichelachtige manier: “Tekstueel werk en vertaalwerk zijn bijzonder belangrijk. Jullie moeten je hart erin leggen om dit werk goed te doen, en ik zal alle problemen die jullie hebben oplossen.” Wanneer iemand daadwerkelijk een kwestie aankaart, zeggen deze valse leiders: “Ik heb geen verstand van deze zaak. Ik ben een leek op het gebied van het vertalen van vreemde talen. Bid tot God en zoek bij Hem om raad.” Wanneer iemand een andere kwestie aankaart en vraagt: “We kunnen geen geschikte mensen vinden om bepaalde talen te vertalen, wat moeten we daaraan doen?” antwoorden valse leiders: “Ik ben een leek in deze materie. Handelen jullie het zelf maar af.” Lost dat het probleem op? Ze vinden een excuus en verdoezelen het feit dat ze hun werk niet doen, door te zeggen: “Ik ben een leek; ik heb geen verstand van dit vakgebied”, en zo ontlopen ze het probleem dat ze geacht worden op te lossen. Zo werken valse leiders. Wanneer iemand een vraag stelt, zeggen valse leiders: “Bid tot God en zoek bij Hem om raad; ik heb geen verstand van dit vakgebied, maar jullie wel.” Dit lijkt misschien nederig, aangezien ze toegeven dat ze onbekwaam zijn en geen verstand van het vakgebied hebben, maar in werkelijkheid kunnen ze het leiderschapswerk totaal niet uitvoeren. Natuurlijk betekent leider zijn niet noodzakelijkerwijs dat ze elk soort vakgebied moeten begrijpen, maar ze moeten duidelijk communiceren over de waarheidsprincipes die nodig zijn om problemen op te lossen, ongeacht met welk soort vakgebied die problemen verband houden. Zolang mensen de waarheidsprincipes begrijpen, kunnen problemen dienovereenkomstig worden opgelost. Valse leiders gebruiken “Ik ben hier een leek in; ik heb geen verstand van dit vakgebied” als reden om niet te hoeven communiceren over de waarheidsprincipes voor het oplossen van problemen. Dit is geen echt werk doen. Als valse leiders consequent “Ik ben hier een leek in; ik heb geen verstand van dit vakgebied” als reden gebruiken om het oplossen van problemen te vermijden, dan zijn ze niet geschikt voor het leiderschapswerk. Het beste wat ze zouden moeten doen, is ontslag nemen en iemand anders hun plaats laten innemen. Maar bezitten valse leiders dit soort verstand? Zullen ze ontslag kunnen nemen? Dat zullen ze niet. Ze denken zelfs: hoezo zeggen ze dat ik geen werk doe? Ik houd elke dag bijeenkomsten en ik heb het zo druk dat ik niet eens op tijd kan eten, en ik krijg minder slaap. Wie zegt dat problemen niet worden opgelost? Ik houd bijeenkomsten en communiceer met hen, en ik zoek passages uit Gods woorden voor hen. Stel dat je hun vraagt: “Iemand zei dat ze voor sommige talen geen geschikte vertalers kunnen vinden. Hoe heb je dit specifieke probleem opgelost?” Dan zullen ze zeggen: “Ik heb hun verteld dat ik geen verstand heb van het vakgebied en heb hun gevraagd het zelf te bespreken en af te handelen.” Vervolgens vraag je hun: “Dit probleem betreft het gebruik van offergaven en de voortgang van het kerkwerk. Ze kunnen niet zelf beslissingen nemen, ze hebben jou nodig om de knoop door te hakken en de waarheidsprincipes te vinden om het op te lossen. Heb je dit gedaan?” Dan zullen ze antwoorden: “Hoezo niet? Ik heb geen enkel werk vertraagd. Als er niemand is om die taal te vertalen, dan vertalen ze toch gewoon een andere taal!” Zie je, valse leiders kunnen geen echt werk doen en toch komen ze met een heleboel excuses. Het is werkelijk schaamteloos en walgelijk! Jouw kaliber is zo pover, je hebt geen verstand van enig vakgebied en het ontbreekt je aan begrip van de waarheidsprincipes die bij elk onderdeel van het vakwerk betrokken zijn – wat voor nut heeft het om jou als leider te hebben? Je bent gewoon een dwaas en een nietsnut! Aangezien je geen praktisch werk kunt doen, waarom dien je dan nog steeds als kerkleider? Je bent gewoon verstoken van verstand. Aangezien het je aan zelfbewustzijn ontbreekt, zou je moeten luisteren naar de feedback van Gods uitverkorenen en beoordelen of je voldoet aan de normen om een leider te zijn. En toch overwegen valse leiders deze dingen nooit. Hoeveel er van het kerkwerk is vertraagd en hoeveel verlies er is toegebracht aan de ingang in het leven van Gods uitverkorenen gedurende de vele jaren dat zij als leiders dienst deden, dat kan hun niets schelen. Dit is het lelijke gelaat van door en door valse leiders.
Denk na over hoe leiders en werkers hun werk aanpakken – komt het overeen met wat Ik jullie zojuist heb verteld? Zijn er die geen praktisch werk doen, en kun je hen onderscheiden als valse leiders? Als je hen als valse leiders onderscheidt, dan moet je hen vanaf vandaag niet langer als leiders behandelen; je moet hen als ieder ander behandelen. Dit is het accurate beoefeningsprincipe. Sommigen vragen zich misschien af: betekent dit dat we hen discrimineren, kleineren of buitensluiten omdat ze valse leiders zijn? Nee, dat betekent het niet. Ze kunnen geen echt werk doen en ze kunnen alleen wat woorden en doctrines en wat lege woorden spreken om met uitvluchten te komen en je af te schepen. Dit vertelt je één feit, namelijk dat zij niet jouw leiders zijn. Je hoeft hun instructies niet te vragen voor welk probleem of welke moeilijkheid je ook tegenkomt in je werk. Indien nodig kunnen jullie hen overslaan door het aan de Boven te rapporteren en de Boven te raadplegen over hoe het aan te pakken en op te lossen. Ik heb jullie het praktijkpad geleerd, maar hoe jullie handelen is aan jullie. Ik heb nooit gezegd dat alle leiders vooraf door God zijn bepaald, dat je naar hen moet luisteren en hen moet gehoorzamen, en dat je zelfs naar hen moet luisteren als je hen als valse leiders onderscheidt. Dat heb Ik je nooit verteld. Waar Ik nu over communiceer is hoe je valse leiders kunt onderscheiden. Wanneer je iemand als een valse leider onderscheidt, kun je accepteren en gehoorzamen wat hij zegt als het juist is en in lijn met de waarheid. Echter, als hij een probleem niet kan oplossen en met uitvluchten komt en je afscheept, waardoor de voortgang van het werk wordt beïnvloed, dan hoef je zijn leiderschap niet te accepteren. Als jullie de principes zelf kunnen vatten, dan moeten jullie daarnaar handelen. Als jullie ze niet kunnen vatten, onzeker zijn of niet zeker zijn van de principes, dan moeten jullie de waarheid zoeken en met elkaar bespreken om het probleem aan te pakken. Als jullie na het bespreken nog steeds geen beslissing kunnen nemen, rapporteer het probleem dan aan de Boven en raadpleeg hen erover. Dit zijn allemaal goede manieren om problemen aan te pakken – er zijn geen moeilijkheden die niet kunnen worden opgelost.
Laten we onze communicatie hier voor vandaag beëindigen. Tot ziens!
16 januari 2021
Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.
De bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap. www.debijbel.nl...
Aanbevolen video:...
Aanbevolen video: https://nl.kingdomsalvation.org/video-category/Almighty-God-word.html...
Aanbevolen video:...