De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (13) Sectie twee

II. Woorden en doctrines spreken om mensen te misleiden en hun waardering te winnen

De tweede uiting van mensen, gebeurtenissen en dingen die hinder en verstoringen in het kerkleven veroorzaken, is wanneer mensen woorden en doctrines spreken om mensen te misleiden en hun waardering te winnen. Doorgaans spreken de meeste mensen wel eens woorden en doctrines. De meeste mensen hebben dit gedaan. Het gebruikelijke geval van iemand die woorden en doctrines spreekt, moeten we beschouwen als een gevolg van diens kleine gestalte en gebrek aan begrip van de waarheid. Zolang hij niet te veel tijd in beslag neemt, het niet opzettelijk doet, het gesprek niet monopoliseert, niet eist dat iedereen hem vrijelijk laat spreken, niet van iedereen eist dat ze naar hem luisteren, en anderen niet misleidt en niet probeert hun waardering te winnen, dan vormt het geen hinder of verstoring. Omdat de meeste mensen de waarheidswerkelijkheid ontberen, is het spreken van woorden en doctrines een veelvoorkomend verschijnsel. Wat ongepast spreken, dat is vergeeflijk; het kan worden vergeven en hoeft niet te serieus te worden genomen. Er is echter één uitzondering, en dat is wanneer de persoon die woorden en doctrines spreekt dit opzettelijk doet. Wat doet hij dan opzettelijk? Het is niet het spreken van woorden en doctrines dat hij opzettelijk doet, omdat het hem ook aan de waarheidswerkelijkheid ontbreekt. Zijn handelingen, zoals het spreken van woorden en doctrines, het roepen van leuzen en het praten over theorieën, zijn hetzelfde als die van ieder ander. Er is echter één verschil: wanneer hij woorden en doctrines spreekt, wil hij altijd door anderen gewaardeerd worden en zichzelf vergelijken met de leiders en werkers en met hen die de waarheid nastreven. Wat nog onredelijker is: ongeacht wat hij zegt of hoe hij het zegt, is het zijn doel om mensen naar zijn kant te trekken en de harten van mensen te misleiden, allemaal om gewaardeerd te worden. Wat is het doel van het zoeken naar waardering? Hij verlangt ernaar status en aanzien te hebben in de harten van mensen, een opvallend individu of een leider in de menigte te worden, iemand te worden die buitengewoon of onalledaags is, een speciaal figuur te worden, iemand wiens woorden gezag dragen. Deze situatie verschilt van de gebruikelijke gevallen waarin mensen woorden en doctrines spreken en vormt een hinder en verstoring. Waarin verschilt deze persoon van degenen die op de meer gebruikelijke manier woorden en doctrines spreken? Het is zijn constante drang om te spreken; hij grijpt elke gelegenheid aan om te spreken. Zolang er een bijeenkomst is of een groep mensen bijeen is – zolang hij maar toehoorders heeft – zal hij spreken, want hij heeft een bijzonder sterk verlangen om te spreken. Zijn doel met spreken is niet om zijn innerlijke gedachten, zijn winst, ervaringen, begrip of inzichten met de broeders en zusters te delen, om begrip van de waarheid of een pad voor de beoefening ervan te bevorderen. In plaats daarvan is het hun doel om de gelegenheid om doctrines te spreken te gebruiken om zichzelf te etaleren, om anderen te laten weten hoe geleerd ze zijn, om te tonen dat ze denkvermogen, kennis en geleerdheid hebben en boven de gemiddelde persoon staan. Ze willen bekendstaan als bekwame individuen, niet als gewone mensen. Ze willen dat iedereen zich voor elke kwestie tot hen wendt en hen raadpleegt. Voor elk probleem in de kerk of elke moeilijkheid die de broeders en zusters ondervinden, willen ze de eerste persoon zijn aan wie anderen denken; ze willen dat anderen niets zonder hen kunnen doen, dat ze geen enkele kwestie zonder hen durven aan te pakken, en dat iedereen op hun bevel wacht. Dit is het effect dat ze verlangen. Hun doel met het spreken van woorden en doctrines is om mensen te verstrikken en te beheersen. Voor hen is het spreken van woorden en doctrines slechts een methode, een aanpak; het is niet omdat ze de waarheid niet begrijpen dat ze woorden en doctrines spreken, maar veeleer dat ze daarmee beogen dat mensen hen vanuit hun hart bewonderen, tegen hen opzien en zelfs bang voor hen zijn, en door hen beperkt en beheerst worden. Dit soort spreken van woorden en doctrines vormt dus een hinder en verstoring. In het kerkleven moet zo'n individu ingeperkt worden, en dit gedrag van het spreken van woorden en doctrines moet ook een halt toegeroepen worden; het mag niet ongecontroleerd doorgaan. Sommigen zullen misschien zeggen: “Zo iemand moet ingeperkt worden; moet hij dan nog wel de kans krijgen om te spreken?” Uit het oogpunt van eerlijkheid kan hij de kans krijgen om te spreken, maar zodra hij terugvalt in zijn oude gewoonte om te pronken en zijn ambitie op het punt staat weer los te barsten, moet hij onmiddellijk worden afgekapt om hem helder en kalm te maken. Wat moet er gedaan worden als hij vaak op deze manier pronkt, zijn ambitie nog steeds vaak wordt onthuld en zijn verlangens moeilijk te beteugelen zijn? Hij moet ronduit ingeperkt worden en mag niet spreken. Als niemand naar hem wil luisteren wanneer hij spreekt, en zijn toon en houding, de blik in zijn ogen en zijn gebaren voor iedereen weerzinwekkend zijn om te horen en te zien, dan is het een ernstig probleem. Het bereikt het punt waarop iedereen er afkerig van is. Zou zo iemand, die in de kerk de rol van contrast speelt, dan niet het toneel moeten verlaten? Het is tijd dat zijn rol ten einde komt. Betekent dat niet dat zijn dienstdoen ten einde is? Wat moet er gedaan worden wanneer hij het laatste van zijn dienst heeft gedaan? Hij moet worden weggezuiverd. Zodra hij begint te spreken, is het zijn zelfde oude praatje, dat zelfs door inperking niet te stoppen is. Iedereen is het beu om ernaar te luisteren. Zijn afschuwelijke gezicht, dat gezicht van Satan, van een kwaadaardige duivel, wordt zichtbaar. Wat voor soort persoon is dit? Het is een antichrist. Als hij te vroeg wordt verwijderd, zullen de meeste mensen noties koesteren en in hun hart niet overtuigd zijn, en zeggen: “Het ontbreekt Gods huis aan liefde; het verwijdert iemand zonder diegene zelfs maar aan een observatieperiode te onderwerpen en geeft hem geen enkele kans op berouw. Hij heeft alleen maar een paar zinsneden van buitenstaanders geuit, een beetje verdorven gezindheid onthuld en was een beetje arrogant, maar zijn bedoelingen waren niet slecht. Het is onrechtvaardig om hem zo te behandelen.” Echter, wanneer een meerderheid de essentie een kwaadaardig persoon kan onderscheiden en doorzien, is het dan gepast om zo'n kwaadaardig persoon toe te staan zijn roekeloze wangedrag, zijn hinder en verstoringen in de kerk voort te zetten? (Nee.) Dat is onrechtvaardig ten opzichte van alle broeders en zusters. In zulke gevallen volstaat het hem te verwijderen. Zodra hij het laatste van zijn dienst heeft gedaan en een meerderheid hem onderscheidt, zullen de meeste mensen geen bezwaren hebben wanneer je hem dan verwijdert – ze zullen niet klagen of God verkeerd begrijpen. Als er nog steeds mensen zijn die het voor hem opnemen, kun je zeggen: “Die persoon heeft veel kwaad gedaan in de kerk. Hij is gekenmerkt als een antichrist en verwijderd. Toch sympathiseer je nog zo met hem; je denkt nog aan de goedheid die hij je heeft betoond en neemt het voor hem op. Je bent te sentimenteel en het ontbreekt je volledig aan principes. Wat zijn hiervan de gevolgen? Een beetje hulp van hem, en je kunt het niet vergeten; wat hij ook zegt, je gehoorzaamt het nauwgezet en wilt hem altijd terugbetalen. Hij is nu verwijderd. Wil je hem vergezellen? Als je ook verwijderd wilt worden, laat het dan zo zijn.” Is dit een gepaste manier om de situatie aan te pakken? Op dat punt is dat gepast. Als zulke mensen consequent woorden en doctrines spreken om anderen te misleiden, en mensen zo onuitstaanbaar verstoren dat ze niet meer naar bijeenkomsten willen komen, is dat dan niet omdat de leiders en werkers gevoelloos en afgestompt zijn, het hun aan onderscheidingsvermogen ontbreekt en ze niet in staat zijn deze mensen tijdig aan te pakken? Dit is een onvermogen om hun werk te doen, een plichtsverzuim.

Tegenwoordig hebben de meeste mensen een zekere mate van onderscheidingsvermogen ten aanzien van die antichristen die woorden en doctrines spreken. Tenzij ze zich koest houden, mag er zodra ze de kop opsteken, hun optreden in allerlei opzichten concreet genoeg is en hun verschillende uitingen voldoende zijn voor mensen om hen als antichristen te identificeren, geen verder uitstel of geaarzel zijn. Ze moeten onmiddellijk ingeperkt en geïsoleerd worden. Als hun dienst geen waarde meer heeft, dan moeten ze direct worden verwijderd. Het is makkelijk om zulke huichelachtige antichristen, die woorden en doctrines spreken, te onderscheiden, omdat zulke mensen overduidelijk antichristen zijn. Het is alleen zo dat dit type antichrist altijd de gelegenheid van het spreken van woorden en doctrines wil gebruiken om mensen te misleiden, om zo zijn doel van macht verwerven te bereiken. Dit is een van de manieren waarop antichristen zich uiten, en het is makkelijk te onderscheiden. Over dit onderwerp is eerder al genoeg gesproken, dus er zal hier niet verder op worden ingegaan. Kortom, leiders en werkers moeten zulke mensen nauwlettend in de gaten houden, tijdig en accuraat hun bewegingen, gedachten en zienswijzen begrijpen en doorgronden, evenals hun plannen, handelingen en de foutieve beweringen die ze verspreiden, en hen snel dienovereenkomstig aanpakken. Dit is een verantwoordelijkheid van leiders en werkers. Leiders en werkers moeten bij deze taak dus op zijn minst geestelijk scherp en mentaal zorgvuldig zijn, en niet gevoelloos en afgestompt. Als een antichrist tijdens bijeenkomsten vele mensen misleidt door woorden en doctrines te spreken, en de kerkleiders hem nog steeds niet als een antichrist herkennen en hem niet snel kunnen ontmaskeren en aanpakken, is dit plichtsverzuim. Als vele mensen al door antichristen zijn misleid en ze bijeenkomsten zinloos vinden wanneer ze daar de antichristen geen woorden en doctrines horen spreken, en dus niet meer naar bijeenkomsten willen komen, of zelfs Gods woorden niet meer willen eten en drinken of naar preken willen luisteren, en liever naar de prediking van antichristen luisteren – als kerkleiders pas de ernst van de situatie beseffen, actie ondernemen en het tij keren wanneer mensen in die mate door antichristen zijn misleid en beheerst – dan zou dit aanzienlijke vertraging veroorzaken! Het binnengaan in het leven van vele van Gods uitverkorenen zou schade lijden door de gevoelloosheid en het onbenul van zulke valse leiders. Wanneer een antichrist wordt ontleed, onderscheiden en verwijderd, kunnen sommigen misleid worden en hem volgen. Misschien zeggen sommigen zelfs: “Als je hem verwijdert, geloven wij niet meer in God. Als je hem wegstuurt, gaan wij allemaal!” Op dat punt wordt het volkomen duidelijk dat de kerkleiders totaal geen echt werk verrichten, wat een ernstig plichtsverzuim is.

In het kerkleven is het eerste wat leiders en werkers moeten doen, dat ze inzicht krijgen in de gesteldheid van verschillende individuen. Ze moeten door interactie zorgvuldig observeren en begrijpen welk pad elk individueel lid van de kerk heeft gekozen en wat zijn gezindheidsessentie is, en tijdig en accuraat ontdekken en identificeren wie de weg van een antichrist bewandelt en wie de essentie van een antichrist bezit. Vervolgens moeten ze zich op deze individuen richten, hen nauwlettend in de gaten houden, en tijdig de zienswijzen en uitspraken die ze verspreiden begrijpen en doorgronden, evenals de acties die ze op dat moment voorbereiden. Wanneer ze mensen willen misleiden, verstrikken en beheersen, moeten leiders en werkers snel opstaan om hen te stoppen, in plaats van passief af te wachten. Als je wacht tot God hen openbaart, of tot de broeders en zusters zijn misleid, of tot de broeders en zusters hen begrijpen en kunnen onderscheiden alvorens de antichristen te ontmaskeren, dan zou dat de zaak al vertragen. Daarom moeten leiders en werkers bij het waken voor antichristen het initiatief nemen om als eerste toe te slaan en zich van tevoren voorbereiden. De eerste stap is het bevorderen en cultiveren van degenen die relatief rechtschapen zijn en de waarheid kunnen nastreven; dat wil zeggen, degenen die een leidende rol spelen in verschillende werkzaamheden goed te begieten en te voorzien, en hen te cultiveren tot steunpilaren in de kerk. Alleen op deze manier kunnen de verschillende werkzaamheden van de kerk soepel en ongehinderd verlopen, en kan het evangeliewerk zich blijven verspreiden. Waar het ook om gaat, als enig werk een goede leider ontbeert, dan wordt het erg moeilijk om het uit te voeren. De belangrijkste uiting van de weerspannigheid van antichristen tegen God is het misleiden van Gods uitverkorenen om hen te volgen, om zo elke werkzaamheid in Gods huis te hinderen en te verstoren. In een kerk is het eerste wat antichristen proberen te doen, degenen met een gevoel van rechtvaardigheid en degenen die een leidende rol spelen in verschillende werkzaamheden kwaad te doen. Degenen die ze kunnen misleiden en beheersen, trekken ze naar hun kant, en degenen die ze niet kunnen misleiden of beheersen, beschuldigen ze valselijk, lokken ze in de val en halen ze onderuit, om hen uiteindelijk te verwijderen. Dit effent de weg voor antichristen om de kerk te beheersen. Ze brengen eerst de weinige sleutelfiguren die de waarheid kunnen nastreven ten val; de meerderheid van de rest waait met alle winden mee. Daarna wordt het voor hen veel makkelijker om specifiek de leiders en werkers aan te pakken. Zonder de samenwerking en hulp van degenen die de waarheid nastreven, vechten de leiders en werkers in wezen alleen, zonder hulp. Jij staat in het licht, terwijl de antichristen in het duister op de loer liggen, klaar om op elk moment vanuit een hinderlaag aan te vallen, je valselijk te beschuldigen, je in de val te lokken en je te belasteren, en je zo tegen de grond te slaan dat je niet meer kunt opstaan. Vervolgens vinden de antichristen mensen om je na te trappen, waardoor je volledig ontmoedigd en wanhopig raakt. Daarom is het erg moeilijk om het probleem van de antichristen grondig op te lossen als degenen die de waarheid nastreven niet de handen ineenslaan om hen te bestrijden. Het eerste wat leiders en werkers in het kerkleven moeten doen, is de normale orde van de kerk handhaven. Met de aanwezigheid van deze kwaadaardige mensen die de weg van de antichristen bewandelen, zullen er geen goede resultaten uit het kerkleven voortkomen, zal het niet makkelijk op het juiste spoor komen, en zullen de meeste mensen vaak verstoord en beïnvloed worden. Daarom is het ontdekken, begrijpen, doorgronden en precies aanwijzen van kwaadaardige mensen, antichristen en degenen die de weg van de antichristen bewandelen de eerste en belangrijkste taak die leiders en werkers met betrekking tot het kerkleven moeten ondernemen. Alleen door deze mensen in te perken of te verwijderen kan de normale orde van het kerkleven gehandhaafd worden. Als ze niet ingeperkt worden en men hen toestaat om moedwillig en roekeloos te handelen en verstoringen te veroorzaken, zullen de verschillende werkzaamheden van de kerk tot stilstand komen. Aangezien de meeste mensen geen onderscheidingsvermogen ten aanzien van hen hebben en hun essentie niet kunnen doorzien, en zelfs misleid en verstoord worden door hun verschillende foutieve en absurde gedachten en zienswijzen, is het voor Gods uitverkorenen moeilijk om in het kerkleven op het juiste spoor te komen en de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan. Als het kerkleven in deze periode heel normaal is, Gods uitverkorenen vooruitgang boeken en baat vinden bij het eten en drinken van Gods woorden en het communiceren over de waarheid, en ze eindelijk enige ingang in het leven hebben en een beetje van de waarheidswerkelijkheid bezitten, maar dan door de antichristen die woorden en doctrines spreken worden misleid en verstoord, dan verliezen ze niet alleen dat beetje zuiver begrip en waarachtige kennis dat ze net hadden verworven, maar nemen ze ook een heleboel schijnbaar plausibele ketterijen en drogredenen in zich op – ze raken snel weer verward; het is immers als roeien tegen de stroom in: wie niet roeit, gaat achteruit. Dat is zeer problematisch. Het is niet makkelijk voor mensen om levensgroei te realiseren; het kan jaren duren om een beetje vooruitgang te zien, die uitzonderlijk traag is. Het is moeilijk voor mensen om het beetje gestalte dat ze hebben te verwerven – dat is zwaarbevochten. Door de misleiding en de verstoring van de antichristen gaat het beetje zuiver begrip dat mensen hebben verloren. Wat nog ernstiger is, is dat mensen na de verstoring van Satan en de antichristen vervuld zijn van een heleboel van Satans filosofie, Satans intriges en listen, en het gif dat Satan in hen heeft geplant. Deze dingen stellen mensen niet alleen niet in staat om God te kennen en zich aan Hem te onderwerpen, maar ze zorgen er juist voor dat mensen noties en misverstanden over God ontwikkelen en van Hem wegdrijven, waardoor de verdorven gezindheid van mensen nog ernstiger wordt en wat hun verraad van God verder in de hand werkt. De gevolgen hiervan zijn zeer ernstig. Zeg Mij, is het, in het licht van zulke ernstige gevolgen, noodzakelijk om degenen die mensen misleiden met woorden en doctrines te stoppen en in te perken? Is dit niet een belangrijke taak die kerkleiders op zich zouden moeten nemen? (Ja.) Daarom is het inperken van kwaadaardige mensen en niet-gelovigen een belangrijke taak voor de kerk. Sommigen zeggen: “Ik heb geen onderscheidingsvermogen. Ik weet niet hoe ik dat moet doen.” In feite, zolang je de wil hebt, zorgvuldig observeert en altijd de bedoelingen en motieven van mensen onderzoekt, zul je geleidelijk onderscheidingsvermogen ontwikkelen. Deze niet-gelovigen en kwaadaardige mensen hebben, zodra ze zich laten zien, hun eigen bedoelingen en motieven, die er allemaal op gericht zijn dat mensen hen hoogachten, hen verafgoden en luisteren naar wat ze zeggen. Als je hun bedoelingen en motieven kunt doorzien, betekent dit dat je al enig onderscheidingsvermogen hebt. Als je niet zeker bent, kun je over deze kwestie communiceren met enkele mensen die de waarheid relatief goed begrijpen. Tijdens de communicatie kun je enerzijds tot een vaststelling komen op basis van de waarheid die iedereen begrijpt en de verschillende feitelijke bewijzen die men heeft. Anderzijds kun je – door Gods verlichting en begeleiding en het licht dat God tijdens de communicatie geeft – bevestiging krijgen over deze kwestie en vaststellen of de persoon in kwestie inderdaad een antichrist is en of hij inderdaad iemand is die ingeperkt zou moeten worden. Als iedereen door de communicatie bevestiging krijgt en unaniem instemt, en zegt dat deze persoon inderdaad een antichrist is die ingeperkt zou moeten worden – nadat er een consensus met de broeders en zusters is bereikt en iedereen tot een gezamenlijk standpunt is gekomen – is de volgende stap voor de leiders en werkers om deze persoon snel aan te pakken en te verwijderen volgens de waarheidsprincipes. Dit is het principe. Zodra mensen dit principe begrijpen, behoren ze echt werk te doen, wat betekent dat ze hun verantwoordelijkheid vervullen en trouw zijn. Principes begrijpen is niet bedoeld om over te prediken of om je hoofd mee te vullen, maar om ze toe te passen in het echte werk van je plicht. In echt werk stelt het begrijpen van principes je in staat om je verantwoordelijkheden en verplichtingen beter en grondiger te vervullen. Dit is dus ook een onderdeel van het werk van leiders en werkers. Om de normale orde van het kerkleven te handhaven en de broeders en zusters in staat te stellen een normaal kerkleven te leiden en alle door God vereiste waarheden binnen te gaan, moeten leiders en werkers, wanneer antichristen die woorden en doctrines spreken verschijnen, de eersten zijn die opstaan om hen te stoppen en in te perken. Voor die antichristen die woorden en doctrines spreken, geldt dat het er niet om gaat hen in te perken alleen omdat ze een paar verkeerde dingen hebben gezegd. Als langdurige observatie of de feedback van de meerderheid en hun specifieke uitingen voldoende zijn om vast te stellen dat ze inderdaad van het antichrist-type zijn, dan moeten leiders en werkers naar voren treden om hen te stoppen en in te perken, en mogen ze hen niet ongehinderd hun gang laten gaan. Hen hun gang laten gaan staat gelijk aan duivels, Satans, onreine geesten en kwaadaardige geesten amok laten maken in de kerk, wat betekent dat zulke leiders en werkers hun verantwoordelijkheden verwaarlozen en in wezen voor Satan werken. De communicatie over het tweede type kwestie met betrekking tot hinder en verstoringen in het kerkleven is nu afgesloten.

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Neem contact op via Messenger