De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (12) Sectie twee

De verantwoordelijkheden van leiders en werkers met betrekking tot het bewaren van offergaven

I. Offergaven naar behoren bewaren

Vervolgens zullen we nader bekijken wat precies de verantwoordelijkheden zijn die leiders en werkers moeten vervullen als het gaat om het bewaren van offergaven. Wat offergaven betreft, moeten leiders en werkers eerst begrijpen wat offergaven zijn. Wanneer mensen een tiende van hun inkomsten offeren, is dat een offergave; wanneer ze duidelijk verklaren dat ze geld of goederen aan God offeren, zijn dat offergaven; wanneer ze duidelijk verklaren dat ze een item aan de kerk en Gods huis offeren, is dat een offergave. Zodra ze de definitie en het concept van offergaven hebben begrepen, moeten leiders en werkers een volledig overzicht hebben van de offergaven die mensen doen en deze beheren, en hierover de juiste controle uitvoeren. Ten eerste moeten ze betrouwbare mensen vinden van wie de menselijkheid aan de norm voldoet om als beheerders op te treden, om systematisch de offergaven te registreren en te bewaren. Dit is de eerste taak in het werk dat leiders en werkers moeten doen. Deze beheerders van offergaven zijn misschien van gemiddeld kaliber en niet in staat om leider of werker te zijn, maar ze zullen betrouwbaar zijn en niets verduisteren. Zolang de offergaven in hun bezit zijn, zullen ze niet zoekraken of door elkaar worden gehaald, en zullen ze naar behoren worden bewaard. Hiervoor zijn er regels in de werkregelingen. Het moet absoluut een betrouwbaar persoon zijn wiens menselijkheid aan de norm voldoet. Mensen met een povere menselijkheid begeren een mooi voorwerp zodra ze het zien en zoeken altijd naar kansen om het zich toe te eigenen. Wat er ook gebeurt, ze proberen er altijd hun voordeel mee te doen. Zulke mensen kunnen niet worden gebruikt. Een persoon wiens menselijkheid aan de norm voldoet, moet op zijn minst een eerlijk iemand zijn, iemand die mensen vertrouwen. Als ze de taak krijgen om offergaven te bewaren of de bezittingen van de kerk te beheren, zullen ze dat goed, nauwgezet, ijverig en met grote zorg doen. Ze hebben een Godvrezend hart en zullen deze dingen niet ontvreemden, uitlenen, enzovoort. Kortom, je kunt erop vertrouwen dat wanneer je de offergaven in hun handen hebt gelegd, er geen cent zal ontbreken en geen enkel voorwerp verloren zal gaan. Zo iemand moet gevonden worden. Bovendien heeft Gods huis een regel dat er niet slechts één zo iemand gevonden moet worden; twee of drie is het beste, waarbij sommigen de administratie bijhouden en anderen voor de bewaring zorgen. Zodra deze mensen zijn gevonden, moeten de offers worden gecategoriseerd en moet er systematisch worden bijgehouden wie welke categorie goederen bewaart en hoeveel ze bewaren. Als er eenmaal geschikte mensen zijn gevonden en de goederen zijn bewaard en gecategoriseerd, is dat dan het einde van het verhaal? (Nee.) Wat moet er dan vervolgens gebeuren? De boekhouding van inkomsten en uitgaven moet elke drie tot vijf maanden worden gecontroleerd om te zien of die correct is – dat wil zeggen, of de administrateur nauwkeurig te werk is gegaan bij de registraties, of er iets is weggelaten bij de registratie, of het totaalbedrag overeenkomt met de boekhouding van inkomsten en uitgaven, enzovoort. Zulk boekhoudkundig werk moet nauwgezet worden gedaan. Leiders en werkers die niet zo bedreven zijn in zulk werk, moeten iemand die er relatief bedreven in is aanstellen om het uit te voeren, en vervolgens regelmatig inspecties uitvoeren en naar zijn rapporten luisteren. Kortom, of ze nu zelf het werk van boekhouden en algehele planning begrijpen of niet, mogen ze het werk van het bewaren van offergaven niet verwaarlozen, noch mogen ze het negeren of er niet naar informeren. In plaats daarvan moeten ze regelmatig inspecties uitvoeren, vragen hoe de gecontroleerde boekhouding ervoor staat en of de cijfers kloppen, en dan steekproefsgewijs enkele uitgavenposten controleren om te zien wat de recente uitgavensituatie is, of er verspilling is geweest, in welke staat de boekhouding verkeert en of de inkomsten overeenkomen met de uitgaven. Leiders en werkers moeten een duidelijk beeld hebben van al deze omstandigheden. Dit is één taak die bij het bewaren van offergaven hoort. Zouden jullie zeggen dat deze taak gemakkelijk is? Zit er een zekere uitdaging in? Sommige leiders en werkers zeggen: “Ik houd niet van cijfers; ik krijg er hoofdpijn van.” Wel, zoek dan een geschikt iemand om je te helpen met de inspecties en het toezicht; laat diegene je helpen deze zaken te controleren. Je mag dit werk dan wel niet leuk vinden of er niet goed in zijn, maar als je weet hoe je mensen moet inzetten en dat correct doet, zul je dit werk alsnog goed kunnen doen. Gebruik geschikte mensen om het te doen, dan hoef je alleen maar naar hun rapporten te luisteren. Dat werkt ook. Houd je aan dit principe: controleer en tel regelmatig alle bewaarde bezittingen na met de persoon die voor dat werk verantwoordelijk is, en stel dan een paar vragen over belangrijke uitgaven – kun je dit bereiken? (Ja.) Waarom moeten leiders en werkers dit werk doen? Omdat het de offergaven beschermt; het is jouw verantwoordelijkheid.

De offergaven die mensen aan God schenken, zijn bedoeld voor God om van te genieten, maar gebruikt Hij ze? Kan God dit geld en deze goederen gebruiken? Zijn deze offergaven aan God niet bedoeld om gebruikt te worden voor de verspreiding van het evangeliewerk? Zijn ze niet bedoeld voor alle onkosten van het werk van Gods huis? Aangezien ze betrekking hebben op het werk van Gods huis, vallen zowel het beheer als de besteding van offergaven onder de verantwoordelijkheden van leiders en werkers. Het maakt niet uit wie dit geld offert of waar deze goederen vandaan komen, zolang ze toebehoren aan Gods huis, moet je ze goed beheren, en je moet dit werk opvolgen, inspecteren en je erom bekommeren. Als de offergaven aan God niet naar behoren kunnen worden besteed aan de verspreiding van Gods evangeliewerk, maar in plaats daarvan roekeloos worden verkwist en verspild, of zelfs door kwaadaardige mensen in beslag worden genomen of toegeëigend, is dat dan gepast? Is dat geen plichtsverzuim van de kant van leiders en werkers? (Jawel.) Het is plichtsverzuim van hun kant. Leiders en werkers moeten dit werk dus doen. Dat zijn ze verplicht. Het goed beheren van offergaven, zodat ze correct kunnen worden ingezet voor de verspreiding van het evangeliewerk en voor elk werk dat verband houdt met Gods management, is een verantwoordelijkheid van leiders en werkers die niet over het hoofd mag worden gezien. De broeders en zusters sparen met veel moeite een beetje geld om aan God te offeren. Stel dat dit geld, door nalatigheid en plichtsverzuim van leiders en werkers, in handen van kwaadaardige mensen valt – dat het allemaal roekeloos wordt verkwist en verspild door kwaadaardige mensen, of zelfs door hen wordt toegeëigend. En dat als gevolg daarvan de leiders en werkers niet genoeg geld hebben voor reiskosten of voor hun levensonderhoud, en dat er zelfs niet genoeg geld is wanneer het tijd is om boeken van Gods woorden te drukken of noodzakelijke apparaten en gereedschappen te kopen. Vertraagt dit het werk dan niet? Wanneer het geld dat door broeders en zusters is geofferd, wordt toegeëigend door kwaadaardige mensen in plaats van dat het naar behoren wordt gebruikt, en er geld moet worden uitgegeven voor het werk van Gods huis maar er niet genoeg is, wordt het werk dan niet belemmerd? Hebben de leiders en werkers dan niet nagelaten hun verantwoordelijkheid te vervullen? (Jawel.) Omdat de leiders en werkers hun verantwoordelijkheid niet hebben vervuld, de offergaven niet goed hebben beheerd, geen goede rentmeesters zijn geweest en zich niet met hart en ziel hebben ingezet voor het vervullen van hun verantwoordelijkheid met betrekking tot dit werk, hebben de offergaven schade geleden en zijn sommige kerkelijke werkzaamheden verlamd geraakt of tijdelijk tot stilstand gekomen. Dragen de leiders en werkers hier geen grote verantwoordelijkheid voor? Dit is ongerechtigheid. Je hebt je deze offergaven misschien niet toegeëigend, verkwist of verspild, en je hebt ze misschien niet in je eigen zak gestoken, maar deze situatie is ontstaan door jouw nalatigheid en plichtsverzuim. Zou je hier niet de verantwoordelijkheid voor moeten dragen? (Jawel.) Dit is een zeer grote verantwoordelijkheid om te dragen.

II. De boekhouding controleren

In hun werk moeten leiders en werkers, naast het naar behoren implementeren van diverse werkregelingen en het in staat zijn om over de waarheid te communiceren om problemen op te lossen, de offergaven goed bewaren. Ze moeten, in overeenstemming met de vereisten van Gods huis, geschikte mensen vinden om het systematische beheer van de offergaven uit te voeren, en van tijd tot tijd moeten ze de boekhouding controleren. Sommigen vragen: “Hoe kan ik die controleren als de omstandigheden het niet toelaten?” “De omstandigheden laten het niet toe” – is dat een reden om de boekhouding niet te controleren? Je kunt die zelfs controleren wanneer de omstandigheden het niet toelaten; als je niet zelf kunt gaan, moet je een betrouwbaar, geschikt iemand sturen om toezicht uit te voeren. Diegene moet nagaan of de beheerder de offergaven op een passende manier bewaart, of er discrepanties in de boekhouding zijn, of de beheerder betrouwbaar is, hoe zijn gesteldheid de laatste tijd is en of hij negatief is geweest, of hij bang was toen hij met bepaalde situaties werd geconfronteerd, en of de mogelijkheid bestaat dat hij verraad pleegt. Stel dat je hoort dat zijn gezin het financieel krap heeft – is het dan mogelijk dat hij de offergaven ontvreemdt? Door communicatie en onderzoek van de situatie kun je zien dat de beheerder betrouwbaar genoeg is, dat hij weet dat de offergaven niet mogen worden aangeraakt, en dat hij, hoe krap zijn gezin het financieel ook heeft gehad, de offergaven niet heeft aangeraakt. Door een lange periode van observatie kan dan worden bewezen dat de beheerder volledig betrouwbaar is. Verder moet worden gecontroleerd of de omgeving van het huis waar de offergaven worden bewaard gevaarlijk is, of er daar broeders en zusters door de grote rode draak zijn gearresteerd, of de beheerder van de offergaven gevaar heeft gelopen, of de offergaven op een geschikte plaats zijn opgeslagen en of ze al dan niet moeten worden verplaatst. De omgeving en omstandigheden van de huizen van beheerders moeten frequent worden geïnspecteerd, zodat er op elk moment passende acties kunnen worden ondernomen en passende plannen kunnen worden gemaakt. Terwijl je dit doet, moet je ook van tijd tot tijd navraag doen over welke teams recentelijk nieuwe apparaten hebben aangeschaft en hoe die apparaten zijn verkregen. Als ze zijn gekocht, moet je vragen of iemand de aanvragen heeft beoordeeld en ondertekend voordat ze werden aangeschaft, of ze tegen een hoge prijs of een redelijke marktprijs zijn gekocht, of er onnodig geld is uitgegeven, enzovoort. Stel dat er bij het controleren en beoordelen van de boekhouding geen problemen met de boeken worden gevonden, maar er wordt ontdekt dat sommige inkopers de offergaven frequent op een extravagante manier hebben verkwist. Hoe duur iets ook is, ze kopen het. Ook wachten ze niet en kopen een product onmiddellijk terwijl ze heel goed weten dat een product in de uitverkoop zal komen en de prijs zal dalen. En ze kopen de goede spullen, de hoogwaardige spullen, de nieuwste modellen. Deze inkopers geven geld uit zonder principes en op een extravagante manier; ze geven offergaven uit om spullen voor Gods huis te kopen alsof ze iets voor hun vijand doen. Ze kopen nooit praktische dingen in overeenstemming met de principes, maar vinden een willekeurige winkel en kopen de spullen direct, ongeacht de kosten of de kwaliteit. Zodra de spullen zijn meegebracht, gaan ze binnen een paar dagen na gebruik kapot, en deze inkopers laten ze niet repareren wanneer ze kapot zijn – ze kopen nieuwe. Hoe moet er worden gehandeld in het geval dat bij het controleren van de boekhouding en het beoordelen van de financiële uitgaven wordt vastgesteld dat sommige mensen de offergaven ernstig hebben verkwist en verspild? Moeten die mensen een disciplinaire waarschuwing krijgen, of moeten ze een schadevergoeding betalen? Beide zijn natuurlijk noodzakelijk. Als wordt vastgesteld dat ze hun hart niet op de juiste plek hebben, dat het simpelweg ongelovigen zijn, niet-gelovigen, dat het duivels zijn, dan kan de kwestie niet worden opgelost door hun alleen een disciplinaire waarschuwing te geven of hen te snoeien. Hoeveel er ook over de waarheid wordt gecommuniceerd, ze zullen die niet aanvaarden; hoe ze ook worden gesnoeid, ze zullen het niet serieus nemen. Als hun wordt gevraagd een schadevergoeding te betalen, zullen ze dat doen, maar ze zullen in de toekomst op dezelfde manier blijven handelen en niet veranderen. Ze zullen beslist niet handelen in overeenstemming met de vereisten van Gods huis; in plaats daarvan zullen ze op een eigenzinnige, roekeloze en principeloze manier handelen. Hoe moet zo iemand worden aangepakt? Kunnen ze in de toekomst nog worden ingezet? Dat zou niet moeten; als dat wel gebeurt, dan zijn de leiders en werkers grote dwazen – dan zijn ze gewoon te dwaas! Wanneer zulke niet-gelovigen worden ontdekt, moeten ze onmiddellijk van hun functie worden ontheven, geëlimineerd en weggezuiverd uit de kerk. Ze zijn niet eens gekwalificeerd om dienst te doen – ze zijn er ongeschikt voor!

Wanneer leiders en werkers de boekhouding en uitgaven controleren, vinden ze misschien niet alleen gevallen van verkwisting en verspilling of enkele onredelijke uitgaven – ze kunnen ook ontdekken dat sommige mensen die dit werk doen een slecht karakter hebben, dat ze laaghartig en egoïstisch zijn, en dat ze het kerkelijk werk schade hebben berokkend. Als jullie zo’n situatie ontdekken, hoe moeten jullie die dan aanpakken? Dat is eenvoudig aan te pakken: jullie moeten het ter plekke afhandelen en oplossen – onthef die mensen van hun functie en kies vervolgens geschikte mensen om het werk te doen. Geschikte mensen zijn degenen van wie de menselijkheid aan de norm voldoet, die geweten en verstand bezitten, en die in staat zijn om zaken af te handelen volgens de principes van Gods huis. Wanneer zij voor Gods huis inkopen doen, kopen ze voordelige dingen die ook relatief praktisch en duurzaam zijn, dingen die essentieel zijn om te kopen. Ze zijn er niet per se op uit om goedkope dingen te kopen, maar ze voelen ook niet de noodzaak om de duurste dingen te kopen; binnen een groep vergelijkbare producten zullen ze die kiezen met redelijk goede recensies en reputaties, én een passend prijskaartje, en natuurlijk is het nog beter als de garantieperiode aan de lange kant is. Dit is het soort persoon dat jullie moeten vinden om de inkopen voor Gods huis te doen. Ze moeten een oprecht hart hebben, in hun handelen rekening houden met Gods huis en de zaken goed doordenken; ze moeten ook zaken afhandelen volgens de vereisten van Gods huis, en zich op een welgemanierde, ondubbelzinnige en duidelijke wijze gedragen. Zodra jullie zo iemand hebben gevonden, laat deze persoon dan een paar dingen voor Gods huis afhandelen en observeer diegene. Als diegene relatief geschikt lijkt, kan hij worden ingezet. Maar de zaak is daarmee niet afgedaan zodra dat is geregeld – vanaf nu moeten jullie met deze persoon afspreken, communiceren en diens werk inspecteren. Sommigen vragen: “Is dat omdat diegene niet te vertrouwen is?” Het draait om meer dan alleen maar een gebrek aan vertrouwen – soms, zelfs als iemand te vertrouwen is, moeten er nog steeds inspecties worden uitgevoerd. En wat moet er worden geïnspecteerd? Ga na of er afwijkingen in diens praktijk zijn geweest in situaties waarin diegene de principes niet begreep, of dat diegene een verwrongen begrip had. Het is noodzakelijk om deze persoon te helpen door een toetsing uit te voeren. Stel bijvoorbeeld dat diegene zegt dat er een zeer populair item op de markt is, maar niet weet of Gods huis er iets aan heeft, en bang is dat als hij het nu niet koopt, het in de toekomst misschien niet meer wordt verkocht. Diegene vraagt je hoe je dit moet aanpakken. Als je het niet weet, moet je diegene naar iemand laten gaan die bij dat professionele werk betrokken is. Die professional zegt dan dat het item een nieuwigheid is die meestal niet van pas zal komen, en dat het niet nodig is om er geld aan uit te geven. Met de mening van de professional als referentie wordt besloten dat het niet nodig is om het item te kopen, dat het kopen ervan verspilling zou zijn, en dat het nu niet kopen geen verlies is. Leiders en werkers moeten hun werk tot op dit niveau doen. Hoe belangrijk of triviaal iets ook is, als ze het kunnen opmerken, erop bedacht zijn of er meer informatie over kunnen krijgen, dan moeten ze het consequent opvolgen en inspecteren, en dit doen op de voorgeschreven wijze volgens de vereisten van Gods huis. Dit is wat het betekent om je verantwoordelijkheid te vervullen.

Sommige mensen dienen vaak aanvragen in om bepaalde spullen te kopen en vragen Gods huis om deze producten aan te schaffen. Door zorgvuldige beoordeling en controle wordt echter meestal vastgesteld dat van de vijf aangevraagde dingen er slechts één gekocht hoeft te worden, en dat het niet nodig is de andere vier te kopen. Wat moet er in zulke gevallen worden gedaan? De spullen waarvoor ze een aanvraag indienen, moeten op een strikte manier worden beoordeeld en overwogen; ze mogen niet overhaast worden gekocht. Ze mogen niet worden gekocht om de simpele reden dat die mensen zeggen dat het werk ze vereist – het mag die mensen niet worden toegestaan om naar believen willekeurig aanvragen in te dienen onder het mom dat het voor hun werk is. Ongeacht hoe ze hun aanvraag inkleden en ongeacht hun urgentie, leiders en werkers of de mensen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de offergaven, moeten absoluut het hoofd koel houden. Ze moeten deze zaken gewetensvol inspecteren en controleren; er mag niet de geringste fout zijn. Dingen die absoluut gekocht moeten worden, moeten door leiders worden onderzocht en groen licht krijgen, en als het kopen ervan optioneel is, moeten ze worden afgewezen, niet goedgekeurd. Als leiders en werkers dit werk nauwgezet, concreet en diepgaand doen, zal dit het aantal gevallen van verkwisting en verspilling van offergaven verminderen, en al helemaal de onredelijke uitgaven. Dit werk doen is niet slechts een kwestie van zorgvuldig kijken naar wat de geregistreerde inkomsten en uitgaven in de boeken zijn, naar wat de cijfers zijn. Dat is van ondergeschikt belang. Het belangrijkste punt is dat je je hart op de juiste plek hebt, en dat je elke uitgave en elke post behandelt alsof het een post op je eigen bankrekening is. Dan zul je er in detail naar kijken, en zul je ze kunnen onthouden en begrijpen – en als er een foutje of een probleem is, zul je het kunnen zien. Als je ze beschouwt als de rekeningen van iemand anders of als openbare rekeningen, zul je er zeker blind van oog en geest voor zijn en geen enkel probleem kunnen ontdekken. Sommige mensen sparen een beetje geld op de bank, en elke maand lezen ze hun afschrift en kijken ze naar de rente, waarna ze de rekeningen controleren – ze controleren hoeveel ze elke maand uitgeven, hoeveel opnames ze doen en hoeveel ze storten. Elke post staat in hun geheugen gegrift, ze kennen elk getal op hun duimpje en hebben er een helder beeld van. Als er ergens een probleem ontstaat, zien ze het in één oogopslag en zien ze zelfs de kleinste fout niet over het hoofd. Mensen kunnen heel zorgvuldig zijn met hun eigen geld, maar tonen ze dezelfde zorg voor Gods offergaven? Naar Mijn mening doet 99,9% van de mensen dat niet. Dus wanneer Gods offergaven ter bewaring aan mensen worden overgedragen, zijn er vaak gevallen van verkwisting en verspilling en allerlei onredelijke uitgaven. Toch vindt niemand dat een probleem, en de mensen die verantwoordelijk zijn voor dit werk voelen ook nooit gewetenswroeging. En laten we zwijgen over een verlies van honderd yuan – zelfs als ze duizend of tienduizend yuan verliezen, voelen ze geen wroeging, schuld of aanklacht in hun hart. Waarom zijn mensen zo verward als het om deze kwestie gaat? Geeft dit niet aan dat de meeste mensen het hart niet op de juiste plek hebben? Hoe komt het dat je zo duidelijk weet hoeveel geld je op de bank hebt gespaard? Wanneer het geld van Gods huis tijdelijk op je rekening wordt gestort om het te bewaren, neem je het niet serieus en bekommer je je er niet om. Wat voor mentaliteit is dat? Je bent niet eens trouw als het gaat om het bewaren van Gods offergaven, ben je dan nog wel een gelovige in God? De houding van mensen ten opzichte van offergaven is het bewijs van hun houding ten opzichte van God – hun houding ten opzichte van offergaven is zeer veelzeggend. Mensen staan onverschillig tegenover offergaven en bekommeren zich er niet om. Het bedroeft hen niet als offergaven verloren gaan; ze nemen geen verantwoordelijkheid en het kan hun niet schelen. Hebben ze dan niet dezelfde houding ten opzichte van God? (Jawel.) Zegt er iemand: “Gods offergaven zijn van Hem. Zolang ik ze niet begeer of in beslag neem, is alles in orde. Wie ze zich toe-eigent, zal worden gestraft – dat is zijn zaak, en hij verdient het. Het heeft niets met mij te maken. Ik heb geen verplichting om me ermee bezig te houden”? Is deze uitspraak juist? Dat is ze duidelijk niet. Waar gaat het dan mis? (Hij heeft zijn hart niet op de juiste plek; hij verdedigt het werk van Gods huis niet en beschermt de offergaven niet.) Hoe is de menselijkheid van zo iemand? (Die is egoïstisch en laaghartig. Hij geeft veel om zijn eigen spullen en beschermt die zeer goed, maar hij bekommert zich niet om Gods offergaven en informeert er niet naar. De menselijkheid van zulke mensen is van een zeer laag niveau.) Het is voornamelijk egoïstisch en laaghartig. Zijn zulke mensen niet koelbloedig? Ze zijn egoïstisch en laaghartig, koelbloedig en gespeend van menselijk gevoel. Kunnen zulke mensen God liefhebben? Kunnen ze zich aan Hem onderwerpen? Kunnen ze een Godvrezend hart hebben? (Nee.) Waarvoor volgen zulke mensen God dan? (Om zegeningen te verkrijgen.) Is dit niet de reinste schaamteloosheid? Hoe iemand Gods offergaven behandelt, onthult het meest wat zijn aard is. Mensen kunnen eigenlijk niets voor God doen. Zelfs als ze in staat zijn een beetje van hun plicht te doen, is dat zeer beperkt. Als je zelfs de offergaven – die God toebehoren – niet correct kunt behandelen of goed kunt bewaren, als je zo’n zienswijze en houding koestert, ben je dan niet iemand die het het meest aan menselijkheid ontbreekt? Is het niet vals van je om te zeggen dat je God liefhebt? Is het niet bedrieglijk? Het is zo bedrieglijk! Er zit totaal geen menselijkheid in zo iemand – zou God zulk uitschot redden?

III. Allerlei uitgaven opvolgen, onderzoeken en inspecteren, en strikte controle uitoefenen

Leiders en werkers moeten goede rentmeesters van Gods huis zijn. De eerste taak die ze goed moeten uitvoeren, is het naar behoren beheren van de offergaven. Naast het naar behoren bewaren van de offergaven, behoren ze strikte controle uit te oefenen met betrekking tot de uitgaven van offergaven. Wat wordt verstaan onder het uitoefenen van strikte controle? Hoofdzakelijk betekent dit het absoluut uitbannen van onredelijke uitgaven en ernaar streven elke uitgave van offergaven redelijk en effectief te maken, in plaats van dat de offergaven worden verspild en verkwist. Als er gevallen van verspilling of verkwisting worden ontdekt, moeten leiders en werkers er niet alleen tijdig een eind aan maken, maar de verantwoordelijken ook verantwoordelijk stellen en bovendien geschikte mensen voor dit werk vinden. Leiders en werkers behoren precies te weten waar elke uitgave binnen het bereik van hun beheer naartoe gaat en waarvoor die dient – ze behoren deze zaken strikt te controleren. Als een kamer bijvoorbeeld een ventilator tekortkomt, behoren ze parameters vast te stellen voor wie deze moet kopen, hoeveel eraan mag worden besteed en welke functies het meest geschikt zouden zijn. Sommige leiders en werkers zeggen: “We hebben het druk; we kunnen geen tijd vrijmaken om mee te gaan en de ventilator te kopen.” Er wordt niet van je gevraagd om deze zelf te gaan kopen. Je moet een goed iemand, iemand met kaliber, inzetten om deze taak af te handelen. Zet geen domkop of een slecht persoon die het hart niet op de goede plek heeft in om de aankoop te doen. Mensen met normale menselijkheid weten dat ze dingen moeten kopen met geschikte functies en een passende prijs – buitensporige functies zijn nutteloos en kosten aanzienlijk meer. Genotzoekers die het hart niet op de goede plek hebben kopen daarentegen onpraktische dingen met een wirwar van allerlei functies, wat meer geld kost. Kopers moeten verstand bezitten; ze moeten de principes begrijpen. Aangeschafte artikelen moeten praktisch zijn zonder veel te kosten, en door iedereen geschikt worden bevonden. Als je een onverantwoordelijk persoon die ervan houdt willekeurig geld uit te geven en te verspillen deze aankoop laat doen, zal diegene gewoon een hoge prijs betalen voor een airconditioner van topklasse, voor tien keer de prijs van een ventilator. Diegene is van mening dat, hoewel het iets meer geld kost, de mensen onze eerste prioriteit moeten zijn – die airconditioner filtert niet alleen de lucht, maar kan ook de luchtvochtigheid en temperatuur regelen en heeft verschillende timers en instellingen. Is dat geen verspilling? Dat is verkwisting en verspilling. Die persoon is uit op genot en geeft geld uit voor de kick, om te pronken, niet om praktische dingen te kopen. Zulke mensen hebben hun hart niet op de juiste plek. Als ze voor zichzelf winkelen, vinden ze manieren om geld te besparen, zoeken ze naar afgeprijsde artikelen en proberen ze af te dingen. Ze besparen geld waar het maar kan – hoe goedkoper, hoe beter. Maar wanneer ze voor Gods huis winkelen, maakt het hun niet uit hoeveel geld ze uitgeven. Ze gunnen goedkope dingen geen blik waardig; ze willen alleen dure, hoogwaardige, hypermoderne spullen kopen. Dit betekent dat ze hun hart niet op de juiste plek hebben. Kunnen mensen die hun hart niet op de juiste plek hebben worden gebruikt? (Nee.) Wanneer mensen die het hart niet op de juiste plek hebben taken voor Gods huis uitvoeren, doen ze alleen maar absurde en waardeloze dingen. Ze geven geen geld uit aan de juiste zaken; ze verspillen en verkwisten de offergaven alleen maar, en elke uitgave van hen is onredelijk.

Anderen hebben een armoedementaliteit en geloven dat ze voor Gods huis de allergoedkoopste dingen moeten kopen, hoe goedkoper hoe beter. Ze denken dat ze zo geld besparen voor Gods huis. Ze kopen dus uitsluitend verouderde, afgeprijsde spullen. Het gevolg is dat ze de goedkoopste machines kopen die van inferieure kwaliteit zijn. Deze machines gaan kapot zodra ze worden gebruikt, zijn niet meer te repareren en onbruikbaar. Dan moeten er andere worden gekocht van voldoende kwaliteit die normaal gebruikt kunnen worden, en zo wordt er nog een bedrag uitgegeven. Is dat niet dwaas? Zulke mensen moeten gierig worden genoemd en ze bezitten een armoedementaliteit. Ze willen altijd geld besparen voor Gods huis, en wat is het resultaat van al hun beknibbelen en besparen? Het leidt tot verspilling, het leidt tot verkwisting van geld. Ze verzinnen zelfs excuses voor zichzelf: “Ik deed het niet met opzet. Ik had goede bedoelingen – ik probeerde alleen maar geld te besparen voor Gods huis – ik wilde niet willekeurig geld uitgeven.” Maakt het wat uit dat ze dat niet wilden? In feite geven ze wel willekeurig geld uit, veroorzaken ze wel verspilling, en dit kost wel geld en mankracht. Zulke mensen kunnen evenmin worden gebruikt – het zijn domkoppen, ze zijn niet slim genoeg. Kortom, mensen met het hart op de verkeerde plek mogen niet worden ingezet om voor Gods huis inkopen te doen, en domkoppen evenmin. Degenen die moeten worden ingezet, zijn slimme mensen met een zekere inkoopervaring en een zeker kaliber, die alles op een onvervormde manier bekijken. Wat er ook wordt gekocht, het moet praktisch zijn en de prijs moet redelijk zijn. Als het toch kapotgaat, moet het gemakkelijk te repareren zijn en moeten de onderdelen makkelijk verkrijgbaar zijn. Dat is redelijk. Sommige mensen zien nadat ze iets hebben gekocht, dat er een retourtermijn van een maand is en haasten zich om het uit te proberen, en binnen die maand weten ze waar ze aan toe zijn. Als het een beetje gebrekkig is en niet goed werkt, sturen ze het meteen terug en kiezen ze iets anders, waardoor verliezen worden beperkt. Deze mensen hebben een relatief goede menselijkheid. Mensen zonder menselijkheid kopen iets en gooien het vervolgens aan de kant. Ze proberen het niet uit om te zien of er iets mis mee is of dat het duurzaam is, noch kijken ze hoe lang de garantie is of hoe lang ze het kunnen retourneren – dit alles kan ze niets schelen. Wanneer ze op een dag plotseling interesse in dat artikel krijgen, pakken ze het en proberen het uit, om er dan pas achter te komen dat het kapot is. Ze controleren de bon en zien dat de retourtermijn is verstreken en het artikel niet meer kan worden geretourneerd. Dan zeggen ze: “Laten we dan maar een nieuwe kopen.” Is dat geen verspilling? ‘Laten we een nieuwe kopen’ – met die ene zin moet Gods huis weer een som geld ophoesten. Een aanvraag om een nieuwe te kopen lijkt op het eerste gezicht voor het werk van de kerk te zijn en een redelijke uitgave, terwijl het in wezen te wijten is aan hun plichtsverzuim doordat ze het artikel niet tijdig hebben gecontroleerd nadat ze het hadden gekocht. Eén som offergaven wordt verspild en een andere wordt betaald, en er is nog steeds niemand die goed genoeg is om het nieuwe artikel te bewaren. Dus ook dat wordt maar korte tijd gebruikt voordat het kapotgaat. Het is verbazingwekkend dat er niemand is om op deze zaken toe te zien, niemand om de problemen die zich voordoen aan te pakken – wat zijn de leiders en werkers aan het doen? Ze hebben hun verantwoordelijkheden met betrekking tot dit werk volledig verzaakt – ze hebben hun functie van toezicht houden, inspecteren en controle uitoefenen niet vervuld, en dus worden offergaven op deze manier verkwist en verspild. Als de inkopers verantwoordelijke mensen zijn, zullen ze een artikel dat ze hebben gekocht tijdig terugsturen wanneer ze zien dat het niet praktisch is. Dit vermindert verlies en verspilling. Als het onverantwoordelijke mensen zijn die het hart niet op de goede plek hebben, zullen ze inferieure spullen kopen en zo offergaven verspillen. Dus, aan wie moet dit geldverlies precies worden toegeschreven? Dragen de inkoper en de leiders en werkers hier niet allemaal verantwoordelijkheid voor? Als de leiders en werkers deze zaak gewetensvol, concreet en nauwgezet hadden aangepakt, zouden deze problemen dan niet zijn ontdekt? Zouden deze tekortkomingen dan niet zijn verholpen? (Jazeker.) Als leiders en werkers vaak naar de kerken op verschillende plaatsen gaan om de stand van de uitgaven van offergaven te inspecteren, zullen ze in staat zijn problemen te ontdekken en dit soort verkwisting en verspilling uit te bannen. Als leiders en werkers lui en onverantwoordelijk zijn, zullen deze gevallen van onredelijke uitgaven en van verkwisting en verspilling herhaaldelijk voorkomen – ze zullen blijven voortwoekeren. Wat veroorzaakt dit voortwoekeren? Heeft het niet te maken met het feit dat leiders en werkers geen echt werk doen, maar zich in plaats daarvan boven anderen plaatsen en zich gedragen als ineffectieve ambtenaren? (Ja.) Zulke leiders en werkers hebben geen geweten of verstand, en ze hebben geen menselijkheid. Omdat al het geld dat de kerk uitgeeft toebehoort aan Gods huis en het allemaal Gods offergaven zijn, geloven ze dat het niets met hen te maken heeft, dus bekommeren ze zich er niet om, vragen ze er niet naar en negeren ze het. De meeste mensen geloven dat het geld van Gods huis uitgegeven hoort te worden, dat het prima is om het op welke manier dan ook uit te geven, dat zolang ze het niet in eigen zak steken of verduisteren, het niet uitmaakt of het wordt verspild, en dat het verspilde geld maar moet worden gezien als leergeld om ervaring op te doen en de horizon te verbreden. Leiders en werkers knijpen gewoon een oogje toe: ‘Iedereen kan dat geld uitgeven hoe hij maar wil, en kopen wat hij maar wil. Het maakt niet uit hoeveel er wordt verspild – wie het geld verspilt, is er verantwoordelijk voor, en diegene zal in de toekomst vergelding en straf ondergaan – dit heeft niets met mij te maken. Ik ben tenslotte niet degene die het uitgeeft, en het is niet mijn geld dat wordt uitgegeven.’ Is dit niet dezelfde opvatting en houding die ongelovigen hebben ten aanzien van het uitgeven van publieke middelen? Het is net alsof ze het geld van hun vijanden uitgeven. Wanneer ongelovigen in een fabriek werken en het management laks is, zullen gemeenschappelijke spullen altijd worden gestolen en mee naar huis worden genomen of achteloos worden vernield, en als iets kapotgaat, zullen ze de fabriek vragen een nieuwe te kopen. Wanneer ze voor de fabriek inkopen doen, zullen ze uitsluitend goede, dure dingen kopen. Hoe dan ook, het geld zal willekeurig en zonder enige bovengrens worden uitgegeven. Als gelovigen in God ook zo’n mentaliteit hebben ten opzichte van offergaven, kunnen zij dan gered worden? Zal God werken op zo’n groep mensen? (Nee.) Als mensen zo’n houding hebben ten opzichte van Gods offergaven, dan behoor je zonder dat Ik het zeg te weten wat voor houding God heeft ten opzichte van die mensen.

De meest directe manier waarop iemands houding ten opzichte van God tot uiting komt, is in zijn houding ten opzichte van offergaven. Wat je houding ten opzichte van offergaven ook is, dat is je houding ten opzichte van God. Als je offergaven behandelt zoals je de posten op je eigen bankrekening behandelt – nauwgezet, zorgvuldig, voorzichtig, rigoureus, verantwoordelijk en aandachtig – dan is je houding ten opzichte van God min of meer hetzelfde. Als je houding ten opzichte van offergaven is als je houding ten opzichte van publiek eigendom, ten opzichte van groenten op de markt – waar je terloops koopt wat je nodig hebt en niet omkijkt naar de groenten die je niet lekker vindt, ze negeert ongeacht waar ze liggen opgestapeld, je je er niet om bekommert als iemand ze pakt en gebruikt, dat je doet alsof je het niet ziet wanneer ze op de grond zijn gevallen en iemand erop stapt, in de overtuiging dat dit alles niets met jou te maken heeft – dan betekent dat problemen voor je. Als dat de houding is die je hebt ten opzichte van offergaven, ben je dan een verantwoordelijk persoon? Kan een persoon zoals jij een plicht goed vervullen? Het is overduidelijk wat voor menselijkheid je hebt. Kortom, bij het werk van het beheren van offergaven is de hoofdverantwoordelijkheid van leiders en werkers, naast het goed bewaren ervan, dat ze het daaropvolgende werk opvolgen. Het allerbelangrijkste is dat ze regelmatig de boekhouding controleren, alsook allerlei uitgaven opvolgen, onderzoeken en inspecteren, en strikte controle uitoefenen. Ze moeten onredelijke uitgaven absoluut uitbannen voordat die resulteren in verkwisting en verspilling; en als de onredelijke uitgaven al tot die dingen hebben geleid, moeten ze de verantwoordelijken ter verantwoording roepen, hun een waarschuwing geven en hen een schadevergoeding laten betalen. Als je zelfs dit werk niet goed kunt doen, neem dan snel ontslag – bekleed de positie van een leider of werker niet, want je kan zowel het werk van een leider als dat van een werker niet uitvoeren. Als je zelfs niet de leiding over dit werk kunt nemen en het niet goed kunt doen, welk werk kan je dan wel doen? Zeg Mij systematisch: hoeveel taken zijn er in totaal die leiders en werkers moeten doen met betrekking tot offergaven? (De eerste is ze bewaren. De tweede is de boekhouding controleren. De derde is allerlei uitgaven opvolgen, onderzoeken en inspecteren, en strikte controle uitoefenen; onredelijke uitgaven moeten worden uitgebannen, en wie verkwisting of verspilling ook veroorzaakt, diegene moet ter verantwoording worden geroepen en een schadevergoeding betalen.) Is het gemakkelijk om volgens deze stappen te werken? (Ja.) Dit is een duidelijk omlijnde manier van werken. Als je zelfs zulk eenvoudig werk niet kan doen, wat kan je dan wel doen als leider of werker – als rentmeester van Gods huis? Er zijn te pas en te onpas gevallen van offergaven die worden verspild en verkwist, en als jij, als leider of werker, je er niet van bewust bent en je er helemaal niet slecht over voelt, is God dan wel in je hart – is er daar wel een plaats voor Hem? Dat is twijfelachtig. Je zegt dat je God liefhebbende hart groot is en dat je echt een Godvrezend hart hebt, maar wanneer Zijn offergaven op deze manier worden verkwist en verspild ben je je er op de een of andere manier niet van bewust en voel je je er helemaal niet slecht over – trekt dat je liefde en vrees voor God niet in twijfel? (Jazeker.) Zelfs je geloof is twijfelachtig, om nog maar te zwijgen over je liefde en vrees voor God. Je liefde en vrees voor God houdt geen stand – het is onhoudbaar! Het goed bewaren van offergaven is een plicht die leiders en werkers behoren te vervullen, en het is ook een verantwoordelijkheid die ze niet mogen ontwijken. Als de offergaven niet goed worden bewaard, is dat een verzaking van hun verantwoordelijkheid – er kan worden gezegd dat allen die offergaven slecht bewaren, valse leiders en valse werkers zijn.

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Neem contact op via Messenger