Wat is de essentie van de incarnatie? Is de Heer Jezus de Zoon van God of is Hij God Zelf? Hoe sluit Christus van de laatste dagen het oude tijdperk af?

De profetieën over de wederkomst van de Heer zijn in beginsel vervuld. De dag van de Heer is reeds aangebroken. Zal de Heer in de laatste dagen wederkeren, nederdalend op een wolk, zodat iedereen Hem kan zien, of zal Hij incarneren in de Mensenzoon en in het geheim nederdalen?

Bijbelverzen ter referentie:

Hij komt te midden van de wolken, en dan zal iedereen hem zien, ook degenen die hem doorstoken hebben. Alle volken op aarde zullen over hem weeklagen (Openbaring 1:7).

Ik kom onverwacht als een ​dief! (Openbaring 16:15).

Want zoals de bliksem licht geeft wanneer hij van de ene naar de andere kant van de hemel flitst, zo zal de ​Mensenzoon​ verschijnen. Maar eerst moet hij veel lijden en door deze generatie verworpen worden (Lucas 17:24-25).

“De mens verlangt er al een paar duizend jaar naar om getuige te kunnen zijn van de komst van de Redder. De mens heeft verlangd naar de aanschouwing van Jezus de Redder op een witte wolk, terwijl Hij in levenden lijve afdaalt onder degenen die al een paar duizend jaar naar Hem hebben gesmacht en gehunkerd. De mens heeft verlangd naar de terugkeer van de Redder en Zijn hereniging met de mensen, naar de terugkeer van Jezus de Redder naar de mensen van wie Hij al duizenden jaren is gescheiden. En de mens hoopt dat Hij het verlossingswerk dat Hij onder de Joden heeft gedaan opnieuw zal verrichten, medelevend en liefdevol zal zijn tegenover de mens, de zonden van de mens zal vergeven, de zonden van de mens op Zich zal nemen, zelfs al de overtredingen van de mens op Zich zal nemen en de mens zal bevrijden van de zonde. De mens verlangt ernaar dat Jezus de Redder hetzelfde is als vroeger: een Redder die beminnelijk, aimabel en eerbiedwaardig is, die nooit vertoornd is tegenover de mens en de mens nooit iets verwijt. De Redder vergeeft alle zonden van de mens, neemt alle zonden van de mens op Zich en sterft zelfs nog een keer aan het kruis voor de mens. ... Iedereen in het heelal die weet van de verlossing door Jezus de Redder heeft wanhopig verlangd naar de plotselinge komst van Jezus Christus, zodat deze woorden van Jezus, wanneer Hij op aarde is, in vervulling kunnen gaan: ‘Ik zal op dezelfde manier komen als ik ben gegaan.’ De mens gelooft dat Jezus na de kruisiging en opstanding naar de hemel terugkeerde op een witte wolk en zijn plaats innam aan de rechterhand van de Allerhoogste. De mens stelt zich dat op eenzelfde manier voor: Jezus zal weer op een witte wolk (deze wolk verwijst naar de wolk waarop Jezus reed toen Hij naar de hemel terugkeerde) afdalen onder degenen die duizenden jaren wanhopig naar Hem hebben verlangd en dat Hij de gestalte zal hebben en de kleding zal dragen van de Joden. Nadat Hij onder de mensen is verschenen zal Hij hun voedsel geven en levend water voor hen laten stromen en Hij zal onder de mensen leven, vol genade en liefde, levend en echt. Enzovoorts. Toch is dit niet wat Jezus de Redder heeft gedaan; Hij heeft het tegenovergestelde gedaan van wat de mens zich heeft voorgesteld. Hij is niet afgedaald onder degenen die zozeer naar Zijn terugkeer hebben verlangd en Hij is niet rijdend op een witte wolk aan alle mensen verschenen. Hij is al aangekomen, maar de mens kent Hem niet en weet niet van Zijn komst. De mens kijkt slechts doelloos naar Hem uit, niet vermoedend dat Hij al op een witte wolk is afgedaald (de witte wolk die Zijn Geest, Zijn woorden en Zijn gezindheid in al haar aspecten en alles wat Hij is) en Hij is nu onder een groep mensen die Hij in de laatste dagen tot overwinnaars zal maken.”

“Jezus zei dat Hij zou terugkomen zoals Hij was weggegaan, maar weet je wat Zijn woorden echt betekenen? Kan het zijn dat Hij het jullie in deze groep heeft verteld? Je weet alleen dat Hij zal komen zoals Hij wegging, zwevend op een wolk, maar weet je precies hoe God Zelf Zijn werk doet? Als je echt zou kunnen zien, hoe moeten de woorden die Jezus sprak dan worden uitgelegd? Hij zei: Wanneer de Mensenzoon terugkomt in de laatste dagen zal Hij Zelf niet weten, de engelen zullen het niet weten, de boodschappers in de hemel zullen het niet weten, en de gehele mensheid zal het niet weten. Alleen de Vader zal het weten, dat wil zeggen, alleen de Geest zal het weten. Zelfs de Mensenzoon Zelf weet het niet, maar jij kunt wel zien en weten? Als jij in staat was te weten en met eigen ogen te zien, zouden deze woorden dan niet tevergeefs zijn uitgesproken? En wat heeft Jezus destijds gezegd? ‘Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken, ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het. Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn wanneer de Mensenzoon komt. … Daarom moeten ook jullie klaarstaan, want de Mensenzoon komt op een tijdstip waarop je het niet verwacht.’ Als die dag aanbreekt, zal de Mensenzoon Zelf het niet weten. De Mensenzoon verwijst naar het vleesgeworden vlees van God, een normaal en gewoon persoon. De Mensenzoon Zelf weet het niet eens, dus hoe zou jij het kunnen weten?”

Als de mens de geïncarneerde God niet herkent, zal hij niet in staat zijn de Heer te verwelkomen. Dit is hetzelfde als toen de Heer Jezus voor de eerste keer kwam om Zijn werk te verrichten en niemand Hem herkende. Wat is dus de incarnatie? Wat is de essentie van de incarnatie?

Bijbelverzen ter referentie:

“Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van ​goedheid​ en waarheid” (Johannes 1:14).

Ik ben in de Vader en de Vader is in mij (Johannes 14:10).

De Vader en ik zijn één (Johannes 10:30).

“De betekenis van incarnatie is dat God in het vlees verschijnt en dat Hij, naar het beeld van vlees, komt werken, tussen de mensen die Hij geschapen heeft. God moet dus om te incarneren eerst vlees zijn, vlees met een normale menselijkheid. Dit moet minimaal het geval zijn. De implicatie van Gods incarnatie is in feite dat God leeft en werkt in het vlees, dat God in Zijn ware essentie vlees wordt, mens wordt.”

“Incarnatie houdt in dat de Geest van God vlees wordt, dat wil zeggen dat God vlees wordt. Het werk dat Hij in het vlees doet is het werk van de Geest en het wordt in het vlees gerealiseerd, door middel van het vlees tot uitdrukking gebracht. Niemand anders dan Gods vlees kan de bediening van de vleesgeworden God vervullen, dat wil zeggen, alleen Gods geïncarneerde vlees, deze normale menselijkheid – en niemand anders – kan het goddelijke werk uitdrukken. Als God bij Zijn eerste komst niet voor Zijn negenentwintigste de normale menselijkheid had gehad, als Hij meteen vanaf Zijn geboorte wonderen had kunnen verrichten, als Hij zodra Hij leerde praten meteen de taal van de hemel had gesproken, als Hij vanaf het moment dat Hij voet op aarde zette alle wereldlijke zaken had kunnen bevatten, de gedachten en bedoelingen van ieder mens had kunnen doorzien, dan kon zo iemand geen gewoon mens worden genoemd en had zulk vlees geen menselijk vlees kunnen worden genoemd. Als dat het geval was geweest met Christus, dan was de betekenis en de essentie van de incarnatie van God verloren gegaan. Dat Hij een normale menselijkheid bezat bewijst dat Hij de geïncarneerde God in het vlees was. Het feit dat Hij een normaal menselijk groeiproces doorliep toont verder aan dat Hij van gewoon vlees was. Bovendien is Zijn werk voldoende bewijs dat Hij Gods woord en Gods Geest was dat vlees werd. Het werk eist dat God vlees wordt, met andere woorden, dit stadium van werk moet in het vlees worden gedaan, in de normale menselijkheid. Het is een eerste vereiste voor ‘het Woord dat vlees wordt’, voor ‘Het Woord dat in het vlees verschijnt’ en het is het ware verhaal achter de twee incarnaties van God.”

“Omdat Hij een mens met de essentie van God is, staat Hij boven alle geschapen mensen, boven iedere mens die het werk van God kan uitvoeren. En dus is Hij, onder allen met een menselijk omhulsel net als Hij en onder allen die menselijkheid bezitten de enige die de geïncarneerde God Zelf is – alle anderen zijn geschapen mensen. Hoewel ze allen menselijkheid bezitten zijn geschapen mensen slechts menselijk, terwijl de vleesgeworden God anders is: in Zijn vlees heeft Hij niet alleen menselijkheid, maar ook – nog belangrijker – goddelijkheid. Zijn menselijkheid kan herkend worden in de uiterlijke verschijning van Zijn vlees en in Zijn dagelijks leven, maar Zijn goddelijkheid is moeilijker waar te nemen. Omdat Zijn goddelijkheid alleen wordt uitgedrukt als Hij menselijkheid heeft, en niet zo bovennatuurlijk is als de mensen zich voorstellen, kunnen zij die slechts met de grootste moeite zien. ... Omdat God vlees is geworden is Zijn essentie een combinatie van menselijkheid en goddelijkheid. Deze combinatie wordt God Zelf genoemd, God Zelf op aarde.”

“De vleesgeworden Mensenzoon drukte door Zijn menselijkheid Gods goddelijkheid uit en bracht de wil van God over op de mensheid. En door de uitdrukking van Gods wil en gezindheid openbaarde Hij de mensen ook de God in het spirituele rijk die niet gezien of aangeraakt kan worden. Wat mensen zagen was God Zelf, tastbaar en met vlees en botten. De vleesgeworden Mensenzoon maakte dus dingen zoals Gods eigen identiteit, status, beeld, gezindheid en wat Hij heeft en is concreet en vermenselijkt. Hoewel het uiterlijk voorkomen van de Mensenzoon wat betreft het beeld van God enige beperkingen kende, waren Zijn essentie en wat Hij heeft en is geheel in staat Gods eigen identiteit en status te vertegenwoordigen – er waren slechts enkele verschillen in de uitdrukkingsvorm. Het maakt niet uit of het nu de menselijkheid of goddelijkheid van de Mensenzoon is, we kunnen niet ontkennen dat Hij Gods eigen identiteit en status vertegenwoordigde. Tijdens deze periode werkte God echter door het vlees, sprak Hij vanuit het perspectief van het vlees en stond Hij voor de mensheid met de identiteit en status van de Mensenzoon. Dit bood mensen de gelegenheid de ware woorden en het ware werk van God onder de mensheid te ontmoeten en ervaren. Het stelde mensen ook in staat inzicht te verwerven in Zijn goddelijkheid en grootheid te midden van nederigheid en een voorlopig begrip en een voorlopige definitie te vormen van de authenticiteit en de werkelijkheid van God.”

De meerderheid van de mensen die in de Heer geloven, geloven dat de Heer Jezus de Zoon van God is. Dit geloof is gebaseerd op wat geschreven staat in de Bijbel. Er zijn echter ook sommige mensen die getuigen dat Christus God Zelf is. Is dus de geïncarneerde Christus de Zoon van God? Of is Hij God Zelf?

Bijbelverzen ter referentie:

“Jezus​ zei: ‘Ik ben nu al zo lang bij jullie, en nog ken je me niet, ​Filippus? Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien? Geloof je niet dat ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Ik spreek niet namens mezelf als ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij. Geloof me: ik ben in de Vader en de Vader is in mij. Als je mij niet gelooft, geloof het dan om wat hij doet’ (Johannes 14:9-11).

De Vader en ik zijn één (Johannes 10:30).

“Toen Jezus in Zijn gebeden God in de hemel Vader noemde, deed Hij dit alleen vanuit het perspectief van een geschapen mens, alleen omdat de Geest van God Zich in gewoon en normaal vlees had gehuld en de uiterlijke bedekking van een schepsel had. Ook al had Hij de Geest van God in Zich, toch was Zijn uiterlijke verschijning die van een gewoon mens; met andere woorden, Hij was de ‘Mensenzoon’ geworden waar iedereen, inclusief Jezus Zelf, over sprak. Omdat Hij de Mensenzoon genoemd wordt, is Hij een persoon (man of vrouw, in ieder geval iemand met het uiterlijk omhulsel van een mens) die in een normaal gezin van gewone mensen wordt geboren. Daarom was hoe Jezus God in de hemel Vader noemde hetzelfde als hoe jullie Hem aanvankelijk Vader noemden; Hij deed dit vanuit het perspectief van een mens van de schepping. ... Hoe groot het gezag van Jezus op aarde ook is, vóór de kruisiging was Hij niet meer dan een door de Heilige Geest (dat wil zeggen God) beheerste Mensenzoon en een van de schepselen op aarde, want Hij moest Zijn werk nog afmaken. Dat Hij God in de hemel Vader noemde was daarom slechts Zijn nederigheid en gehoorzaamheid. Dat Hij God (dat wil zeggen de Geest in de hemel) op zo’n manier aansprak is echter nog geen bewijs dat Hij de Zoon van de Geest van God in de hemel is. Het betekent eerder gewoon dat Zijn perspectief anders is, niet dat Hij een ander persoon is. Het bestaan van afzonderlijke personen is een misvatting!”

“Er zijn er nog die zeggen: ‘Heeft God niet uitdrukkelijk gezegd dat Jezus Zijn geliefde Zoon was?’ Jezus is de geliefde Zoon van God, in wie Hij welbehagen heeft gevonden – dit is zekerlijk gezegd door God Zelf. Dat was God die van Zichzelf getuigde maar vanuit een ander perspectief, het perspectief van de Geest in de hemel die van Zijn eigen incarnatie getuigt. Jezus is Zijn incarnatie, niet Zijn Zoon in de hemel. Begrijp je? Wijzen de woorden van Jezus, ‘Ik ben in de Vader en de Vader is in mij’ er niet op dat Zij één Geest zijn? En is het niet voor de incarnatie dat Zij zijn gescheiden tussen hemel en aarde? In werkelijkheid zijn Zij nog steeds één, het is gewoon God die getuigenis geeft voor Zichzelf. Ten gevolge van de veranderende tijdperken, de vereisten van het werk en de verschillende stadia van Zijn managementplan noemt de mens Hem bij verschillende namen. Toen Hij het eerste stadium van het werk kwam uitvoeren kon Hij alleen maar Jehova worden genoemd, de herder van de Israëlieten. In het tweede stadium kon de geïncarneerde God alleen maar Heer en Christus worden genoemd. Maar toen zei de Geest in de hemel alleen maar dat Hij de geliefde Zoon van God was en vermeldde daar niet bij dat Hij de enige Zoon van God was. Dit is gewoon niet gebeurd. Hoe kan God nu maar een enig kind hebben? Zou God dan niet mens geworden zijn? Omdat Hij de incarnatie was, werd Hij de geliefde Zoon van God genoemd en hieruit ontstond de Vader-Zoon relatie. Dit kwam gewoon door de scheiding tussen hemel en aarde. Jezus bad vanuit het perspectief van het vlees. Omdat Hij het vlees van een dergelijke normale menselijkheid had aangenomen, is het vanuit het perspectief van het vlees dat Hij zei: ‘Mijn omhulsel is het omhulsel van een schepsel. Omdat ik vlees heb aangenomen om op deze aarde te komen, ben ik nu heel ver weg van de hemel.’ Daarom kon Hij alleen tot God de Vader bidden vanuit het perspectief van het vlees. Dat was Zijn plicht, dat was waarmee de geïncarneerde Geest van God moest worden uitgerust. Er kan niet gezegd worden dat Hij God niet is, alleen maar omdat Hij vanuit het perspectief van het vlees tot de Vader bidt. Hoewel Hij de geliefde Zoon van God wordt genoemd, is Hij toch God Zelf, want Hij is slechts de incarnatie van de Geest en Zijn wezen is nog steeds de Geest.”

“De vleesgeworden God heet Christus, en Christus is het vlees aangekleed door de Geest van God. Dit vlees is als van geen ander mens van vlees. Dit verschil is er, omdat Christus niet van vlees en bloed is, maar de belichaming van de Geest is. Hij bezit zowel normale menselijkheid als volledige goddelijkheid. Geen mens bezit Zijn goddelijkheid. Zijn normale menselijkheid draagt al Zijn normale lijfelijke handelingen, terwijl Zijn goddelijkheid het werk van God Zelf uitvoert. Maar zowel Zijn menselijkheid als Zijn goddelijkheid onderwerpen zich aan de wil van de Vader in de hemel. Het wezen van Christus is de Geest, dat wil zeggen de goddelijkheid. Daarom is Zijn wezen het wezen van God Zelf ... Omdat God vlees wordt, neemt Hij Zijn wezen aan in Zijn vlees ... En omdat God vlees wordt, werkt Hij in de identiteit van Zijn vlees; omdat Hij in het vlees is gekomen, voltooit Hij het werk dat Hij moet doen in het vlees. Of het nu de Geest van God is, of het is Christus, beiden zijn God Zelf, en Hij verricht het werk dat Hij moet verrichten en voert de bediening uit die Hij uit moet voeren.”

Tijdens het Tijdperk van Genade, incarneerde God en verrichtte Hij het werk van de verlossing. In de laatste dagen is God geïncarneerd en verricht Hij het werk van het oordeel. Wat is de ware betekenis van het feit dat God tweemaal is geïncarneerd?

Bijbelverzen ter referentie:

“Net zo zeker is het dat ​Christus, die eenmaal is geofferd om de ​zonden​ van velen te dragen, voor een tweede maal zal verschijnen om te redden wie hem verwachten, maar dan gaat het niet meer om de ​zonde” (Hebreeën 9:28).

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God (Johannes 1:1).

“De eerste incarnatie was bedoeld om de mens van zonde te verlossen, om hem te verlossen door het vleselijke lichaam van Jezus. Dat houdt in dat Hij de mens op het kruis heeft gered, maar de verdorven satanische gezindheid is nog steeds in de mens achtergebleven. De tweede incarnatie is niet langer om te dienen als een zondoffer maar om hen volledig te redden die van zonde waren verlost. Dit is gedaan, zodat degenen die zijn vergeven, van hun zonden kunnen worden bevrijd en volledig gereinigd kunnen worden en door het verkrijgen van een veranderde gezindheid kunnen vrijkomen van Satans duistere invloed en voor de troon van God kunnen terugkeren. Alleen op deze manier kan de mens volledig worden geheiligd. ... Het is door de incarnatie van God dat de mens volledige redding ontvangt van God en niet rechtstreeks uit de hemel in antwoord op zijn gebeden. Want in het vlees zijnde kan de mens de Geest van God niet zien, veel minder nog kan hij naderen tot Zijn Geest. De mens kan alleen maar in contact komen met het geïncarneerde vlees van God en alleen zo is de mens in staat om alle woorden en alle waarheden te bevatten en volledige redding te ontvangen. De tweede incarnatie zal voldoende zijn om de zonden van de mens uit te wissen en hem volledig te zuiveren. Daarom zal de totaliteit van Gods werk in het vlees met de tweede incarnatie tot een einde worden gebracht en zal de waarde van Gods incarnatie compleet worden gemaakt.”

“Jezus heeft een fase van het werk gedaan die alleen de kern van ‘het Woord was bij God’vervulde: de waarheid van God was bij God en de Geest van God was bij het vlees en was onafscheidelijk van Hem. Dat wil zeggen, het vlees van de geïncarneerde God was bij de Geest van God, wat een groter bewijs is dat de vleesgeworden Jezus de eerste incarnatie van God was. Deze fase van het werk vervulde de kernbetekenis van ‘het Woord wordt vlees’, gaf een diepere betekenis aan ‘het Woord was bij God en het Woord was God’ en maakt het voor je mogelijk om standvastig deze woorden te geloven: ‘In het begin was het Woord.’ Dat wil zeggen, in de tijd van de schepping was God bezeten van woorden, Zijn woorden waren bij Hem en onafscheidelijk van Hem en het laatste tijdperk maakt de macht en autoriteit van Zijn woorden nog duidelijker en stelt de mensen in staat om al Zijn woorden te zien – al Zijn woorden te horen. Dat is het werk van het laatste tijdperk. … Want dit is het werk van de tweede incarnatie – en de laatste keer dat God vlees wordt – het maakt de betekenis van de incarnatie helemaal compleet, voert Gods werk in het vlees helemaal uit en zendt het uit en brengt de tijd dat God in het vlees is tot een einde.”

“‘In het begin was het Woord, het Woord was bij God, het Woord was God en het Woord is vlees geworden.’ Dit (het werk van het verschijnen van het Woord in het vlees) is het werk dat God in de laatste dagen zal volbrengen en dit is het laatste hoofdstuk van Zijn gehele managementplan en daarom moet God op aarde komen en Zijn woorden in het vlees zichtbaar maken. Dat wat vandaag gedaan is, dat wat in de toekomst gedaan zal worden, dat wat God zal volbrengen, de eindbestemming van de mens, zij die gered zullen worden, zij die verwoest zullen worden, enzovoorts – dit werk dat uiteindelijk volbracht zal moeten worden is allemaal duidelijk aangegeven en dit alles is bedoeld om de daadwerkelijke betekenis van het verschijnen van het Woord in het vlees te vervullen. De bestuurlijke decreten en statuten die eerder werden uitgebracht, zij die verwoest zullen worden, zij die de rust zullen binnengaan – deze woorden moeten allemaal in vervulling gaan. Dit is het werk dat de vleesgeworden God in de eerste plaats volbrengt tijdens de laatste dagen. Hij helpt mensen te begrijpen waar degenen die door God voorbestemd zijn thuishoren en waar degenen die niet door God voorbestemd zijn thuishoren, hoe Zijn volkeren en zonen gerangschikt zullen worden, wat er met Israël zal gebeuren, wat er met Egypte zal gebeuren; in de toekomst zullen al deze woorden in vervulling gaan. De stappen van het werk van God versnellen. God gebruikt het woord als middel om aan de mens duidelijk te maken wat er in elk tijdperk moet gebeuren, wat de vleesgeworden God van de laatste dagen moet doen, Zijn bediening die uitgevoerd moet worden, en deze woorden zijn allen bedoeld om de daadwerkelijke betekenis van het verschijnen van het Woord in het vlees te vervullen.”

Gods twee incarnaties getuigen beide dat “Christus de waarheid, de weg en het leven is.” Hoe moeten we Christus' essentie als de waarheid, de weg en het leven herkennen?

Bijbelverzen ter referentie:

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God (Johannes 1:1-2).

Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij (Johannes 14:6).

Wat ik gezegd heb is ​geest​ en leven (Johannes 6:63).

“De uiting van God gaat verder en Hij maakt gebruikt van verschillende methoden en perspectieven om ons te vermanen wat te doen en de stem van Zijn hart tot uitdrukking te brengen. Zijn woorden dragen levenskracht en laten ons het pad zien dat we moeten lopen en laten ons begrijpen wat de waarheid is. … Niemand anders dan Hij kan al onze gedachten kennen, of onze aard en substantie snappen, of de opstandigheid en verdorvenheid van de mensheid beoordelen, of tot ons spreken en zo onder ons werken in naam van de God des hemels. Niemand behalve Hij kan het gezag, de wijsheid en de waardigheid van God bezitten; de gezindheid van God en wat Hij heeft en is, worden in hun geheel van Hem uit uitgegeven. Niemand anders dan Hij kan ons de weg wijzen en ons licht brengen. Niemand anders dan Hij kan de mysteries onthullen die God niet heeft geopenbaard vanaf de schepping tot nu toe. Niemand anders dan Hij kan ons redden van Satans slavernij …

“De uiting van God gaat verder en Hij maakt gebruikt van verschillende methoden en perspectieven om ons te vermanen wat te doen en de stem van Zijn hart tot uitdrukking te brengen. Zijn woorden dragen levenskracht en laten ons het pad zien dat we moeten lopen en laten ons begrijpen wat de waarheid is. … Niemand anders dan Hij kan al onze gedachten kennen, of onze aard en substantie snappen, of de opstandigheid en verdorvenheid van de mensheid beoordelen, of tot ons spreken en zo onder ons werken in naam van de God des hemels. Niemand behalve Hij kan het gezag …

“De weg van het leven is niet iets dat iedereen zomaar kan bezitten en het is ook niet gemakkelijk door iedereen te verkrijgen. Dat komt omdat het leven alleen van God kan komen, dat wil zeggen, alleen God Zelf bezit het wezen van het leven, er is geen weg van het leven zonder God Zelf en dus is alleen God de bron van leven en de altijd stromende bron van levend water van leven. Vanaf het moment dat Hij de wereld schiep, heeft God veel werk verricht met betrekking tot de vitaliteit van het leven, heeft Hij veel werk verricht dat leven geeft aan de mens en heeft een grote prijs betaald zodat de mens het leven kan verkrijgen, want God Zelf is het eeuwige leven en God Zelf is de weg waardoor de mens is opgestaan uit de dood. …
… alleen God de weg van het leven bezit. Omdat Zijn leven onveranderlijk is, is het dus eeuwig; aangezien alleen God de weg van het leven is, is God Zelf dus de weg van het eeuwige leven.”

De Bijbel voorspelt dat de wederkomst van de Heer in de laatste dagen het Tijdperk zal afsluiten. Hoe maakt God, die vlees wordt om het oordeelswerk te doen, een einde aan het tijdperk van het geloof van de mensheid in de vage God en het donkere tijdperk van Satans domein?

Bijbelverzen ter referentie:

“En het zal gebeuren in de laatste dagen dat de berg van Jehova’s huis zal worden gevestigd op de top van de bergen en verheven zal zijn boven de heuvels en dat alle volken ernaartoe zullen stromen. En veel mensen zullen gaan en zeggen: ‘Kom, laten wij opgaan naar de berg van Jehova, naar het huis van de God van Jakob; en Hij zal ons leren aangaande Zijn wegen en wij zullen Zijn paden bewandelen. Want vanuit Sion zal de wet uitgaan en het woord van Jehova vanuit Jeruzalem.’ En Hij zal rechtspreken onder de volken en zal veel mensen berispen; en zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal het zwaard opnemen tegen een ander volk en zij zullen ook geen oorlog meer leren. O huis van Jakob, kom en laten wij in het licht van Jehova wandelen” (Jesaja 2:2-5).

“De komst van de vleesgeworden God van de laatste dagen heeft een einde gemaakt aan het Tijdperk van Genade. Hij is voornamelijk gekomen om Zijn woorden te spreken, om woorden te gebruiken en de mens zo te vervolmaken, om de mens te illumineren en verlichten en het hart van de mens te ontdoen van de plaats van de vage God. Dit is niet de fase van het werk dat Jezus deed toen Hij kwam. Toen Jezus kwam, verrichtte Hij vele wonderen, genas Hij de zieken en wierp Hij demonen uit. Hij deed eveneens het verlossingswerk van de kruisiging. Mensen houden er daardoor het denkbeeld op na dat God zo moet zijn. Want toen Jezus kwam, deed Hij niet het werk om het hart van de mens te ontdoen van het beeld van de vage God; toen Hij kwam, werd Hij gekruisigd, genas Hij de zieken en wierp Hij demonen uit. Bovendien verspreidde Hij het evangelie van het koninkrijk van de hemel. In één opzicht ontdoet de vleeswording van God in de laatste dagen de plaats die de vage God inneemt in de opvattingen van de mens. zodat het beeld van de vage God niet langer in het hart van de mens te vinden is. Door Zijn feitelijke woorden en feitelijke werk, Zijn reizen door alle landen en het uitzonderlijk echte en normale werk dat Hij doet onder de mensen, leert Hij de mens de realiteit van God kennen en ontdoet hij het hart van de mens van de plaats van de vage God. In een ander opzicht gebruikt God de door Zijn vlees gesproken woorden om de mens compleet te maken en om alle dingen tot stand te brengen. Dit is het werk dat God tot stand zal brengen in de laatste dagen.”

“De vleesgeworden God maakt een einde aan het tijdperk waarin alleen de achterkant van Jehova aan de mens werd getoond en aan het tijdperk waarin de mensheid in een vage God geloofde. In het bijzonder, het werk van de laatste vleesgeworden God brengt de hele mensheid in een tijdperk dat realistischer, praktischer en aangenamer is. Hij beëindigt niet alleen het tijdperk van de wet en de doctrine, maar, wat meer is, Hij onthult een God aan de mensheid die echt en normaal is, rechtvaardig en heilig, die het werk van het managementplan ontsluit en de mysteries en bestemming van de mensheid laat zien, die de mensheid heeft geschapen en het managementwerk volbrengt en die duizenden jaren verborgen is gebleven. Hij maakt een definitief einde aan het tijdperk van vaagheid, Hij beëindigt het tijdperk waarin de hele mensheid Gods aangezicht wilde zoeken, maar dit niet kon, Hij beëindigt het tijdperk waarin de hele mensheid Satan diende en leidt de hele mensheid naar een geheel nieuw tijdperk. Dit is het resultaat van het werk van God in het vlees in plaats van het werk van Gods Geest.”

“Naarmate mijn woorden voltooid worden, wordt het koninkrijk langzamerhand gevormd op aarde en wordt de mens geleidelijk teruggebracht naar de normaliteit en zo zal op aarde het koninkrijk van mijn hart ontstaan. In het koninkrijk krijgen alle mensen van God het leven van de normale mens terug. De ijzige winter zal over zijn en plaatsmaken voor een wereld van steden van lente, waar het lente is het hele jaar door. Niet langer worden mensen geconfronteerd met de sombere, miserabele mensenwereld, niet langer hoeven ze de koude rillingen van de mensenwereld te doorstaan. Mensen vechten niet met elkaar, landen trekken niet ten oorlog tegen elkaar, niet langer zullen er bloedbaden zijn en het bloed dat uit bloedbaden vloeit; alle landen zijn vol van geluk en overal is er warmte tussen de mensen. Ik beweeg door de wereld heen, ik geniet vanaf van mijn troon, ik leef tussen de sterren. En de engelen bieden mij nieuwe liederen en nieuwe dansen aan. Niet langer doet hun eigen broosheid tranen lopen over hun gezichten. Niet langer hoor ik, voor mij, het geluid van huilende engelen en niet langer klaagt er wie dan ook over ellende tegen mij. Vandaag leven jullie allen voor mij; morgen zullen jullie bestaan in mijn koninkrijk. Is dat niet de grootste zegening die ik de mens kan schenken?”

Vraag: Hoe maakt God, die vlees wordt om het oordeelswerk te doen, een einde aan het tijdperk van het geloof van de mensheid in de vage God en het donkere tijdperk van Satans domein?

Antwoord:

De komst van de vleesgeworden God van de laatste dagen heeft een einde gemaakt aan het Tijdperk van Genade. Hij is voornamelijk gekomen om Zijn woorden te spreken, om woorden te gebruiken en de mens zo te vervolmaken, om de mens te illumineren en verlichten en het hart van de mens te ontdoen van de plaats van de vage God. Dit is niet de fase van het werk dat Jezus deed toen Hij kwam. Toen Jezus kwam, verrichtte Hij vele wonderen, genas Hij de zieken en wierp Hij demonen uit. Hij deed eveneens het verlossingswerk van de kruisiging. Mensen houden er daardoor het denkbeeld op na dat God zo moet zijn. Want toen Jezus kwam, deed Hij niet het werk om het hart van de mens te ontdoen van het beeld van de vage God; toen Hij kwam, werd Hij gekruisigd, genas Hij de zieken en wierp Hij demonen uit. Bovendien verspreidde Hij het evangelie van het koninkrijk van de hemel. In één opzicht ontdoet de vleeswording van God in de laatste dagen de plaats die de vage God inneemt in de opvattingen van de mens. zodat het beeld van de vage God niet langer in het hart van de mens te vinden is. Door Zijn feitelijke woorden en feitelijke werk, Zijn reizen door alle landen en het uitzonderlijk echte en normale werk dat Hij doet onder de mensen, leert Hij de mens de realiteit van God kennen en ontdoet hij het hart van de mens van de plaats van de vage God. In een ander opzicht gebruikt God de door Zijn vlees gesproken woorden om de mens compleet te maken en om alle dingen tot stand te brengen. Dit is het werk dat God tot stand zal brengen in de laatste dagen. …

De komst van de vleesgeworden God van de laatste dagen heeft een einde gemaakt aan het Tijdperk van Genade. Hij is voornamelijk gekomen om Zijn woorden te spreken, om woorden te gebruiken en de mens zo te vervolmaken, om de mens te illumineren en verlichten en het hart van de mens te ontdoen van de plaats van de vage God. Dit is niet de fase van het werk dat Jezus deed toen Hij kwam. Toen Jezus kwam, verrichtte Hij vele wonderen, genas Hij de zieken en wierp Hij demonen uit. Hij deed eveneens het verlossingswerk van de kruisiging. …