Bijbelverzen ter referentie:

Bekijk meer

Relevante woorden van God

Meer geweldige rubrieken

Meer speciale onderwerpen

Wie gelooft en ​gedoopt​ is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld” (Marcus 16:16).

“Want zonder heiliging zal niemand de Heer zien” (Hebreeën 12:14).

Niet iedereen die tegen mij zei, Heer, Heer, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan; maar hij die de wil doet van mijn Vader, die in de hemelen is” (Matteüs 7:21).

Jullie moeten dus heilig zijn, want ik ben heilig” (Leviticus 11:45).

Zij volgen het lam waarheen het maar gaat. Ze zijn uit de mensheid vrijgekocht om als de eerste opbrengst te worden aangeboden aan God en aan het lam. Geen leugen komt over hun lippen, er valt niets op hen aan te merken” (Openbaring 14:4-5).

Jezus’ werk was in die tijd de verlossing van de hele mensheid. De zonden van allen die in Hem geloofden, werden vergeven; Hij zou je verlossen zolang je maar in Hem geloofde. Als je in Hem geloofde, was je geen zondaar meer, dan zou je van je zonden worden verlost. Dit was de betekenis van gered zijn en dat je door geloof gerechtvaardigd was. Toch bleef er in de gelovigen datgene achter wat opstandig was en zich tegen God verzette en nog steeds beetje bij beetje weggenomen moest worden ... (‘De visie van Gods werk (2)’)

Vanaf dat moment hoefde de mens alleen maar de Heer Jezus als de Heiland aan te nemen voor de vergeving van zijn zonden. De zonden van de mens waren zogezegd geen belemmering meer om het heil te verkrijgen en tot God te komen. Satan kon ze ook niet meer ter beschuldiging tegen de mens inbrengen. God had namelijk Zelf het echte werk gedaan. Hij was in de gedaante van het zondige vlees gekomen en God was Zelf het zondoffer. Op die manier kwam de mens van het kruis af, verlost en gered dankzij het vlees van God, de gelijkenis van dit zondige vlees.

Want in het Tijdperk van Genade werden demonen uitgedreven door gebed en oplegging van handen, maar de verdorven gezindheid binnenin de mens bleef aanwezig. De mens werd genezen van ziekte en zijn zonden werden hem vergeven, maar het werk moest nog worden verricht om de mens vrij te maken van de verdorven satanische gezindheid binnenin hem. Alleen vanwege zijn geloof werd de mens gered en werden zijn zonden hem vergeven, maar de zondige natuur van de mens was niet weggevaagd en bleef nog steeds in hem. De zonden van de mens werden vergeven door bemiddeling van de vleesgeworden God, maar dit wil niet zeggen dat de mens geen zonde meer in zich heeft. De zonden van de mens konden door het zondoffer worden vergeven, maar voor het probleem hoe de mens dan niet meer tot zonde kan worden gebracht, en hoe zijn zondige natuur volledig kan worden weggevaagd en getransformeerd, voor dat probleem heeft hij geen oplossing. De zonden van de mens werden vergeven en dit is het gevolg van het werk van Gods kruisiging, maar de mens bleef leven in de verdorven satanische gezindheid van weleer. Dit is de reden dat de mens volledig moet worden gered van zijn verdorven satanische gezindheid, zodat zijn zondige natuur volledig kan worden weggevaagd en niet meer zal opkomen, waardoor de gezindheid van de mens kan worden getransformeerd.

Het vlees van de mens is van Satan, het zit vol opstandige gezindheden, het is betreurenswaardig vuil en het is iets onreins. Mensen begeren te veel de genieting van het vlees en er zijn te veel manifestaties van het vlees; dit is waarom God het vlees van de mens tot op zekere hoogte veracht. Wanneer mensen de vuile, verdorven dingen van Satan afwerpen, winnen ze Gods redding. Maar als ze zich nog altijd niet ontdoen van vuil en verdorvenheid, leven ze nog steeds onder het domein van Satan. Het samenzweren, de bedrieglijkheid en de valsheid van mensen zijn allemaal dingen van Satan. Door gered te worden, ben je in staat deze dingen te ontsnappen. Gods werk kan niet verkeerd zijn; het wordt allemaal gedaan om mensen van de duisternis te redden. Wanneer je tot een bepaald punt hebt geloofd, jezelf kunt ontdoen van de verdorvenheid van het vlees en niet langer geketend bent door deze verdorvenheid, zul je dan niet gered zijn?

Uiteindelijk moeten de dingen in de mensen die van Satan en van hun eigen natuur zijn veranderen en verenigbaar worden met de vereisten van de waarheid. Alleen op deze manier kan iemand waarlijk redding ontvangen. Als je, zoals je gewend was toen je nog deel uitmaakte van de religie, slechts wat woorden of doctrines uit of wat slogans roept, en wat goede daden doet, wat meer goed gedrag vertoont en je nalaat om wat zonden te begaan, wat overduidelijke zonden, dan betekent dit nog niet dat je voet hebt gezet op het juiste pad van geloof in God. Wijst het feit dat je je aan de regels kunt houden erop dat je het juiste pad bewandelt? Betekent het dat je de juiste keuze hebt gemaakt? Als de dingen in je natuur niet zijn veranderd en je je uiteindelijk toch nog tegen God verzet en Hem beledigt, dan is dit je allergrootste probleem. Als je, bij je geloof in God, dit probleem niet oplost, kun je dan worden beschouwd als gered?

Als iemand bij het volbrengen van zijn plicht God kan behagen, principieel is in zijn woorden en daden en de werkelijkheid binnen kan gaan van alle aspecten van waarheid, dan zal hij een mens zijn die door God is vervolmaakt. Er kan worden gesteld dat het werk en de woorden van God voor deze mens volledig effectief zijn, dat Gods woorden zijn leven worden, hij de waarheid ontvangt en hij kan leven overeenkomstig Gods woorden. Hierop zal de natuur van zijn vlees, dat wil zeggen, de basis van zijn oorspronkelijke bestaan, beven en instorten. Nadat iemand de woorden van God als zijn leven heeft ontvangen wordt hij een nieuw mens. De woorden van God worden zijn leven. De visie van Gods werk, Zijn eisen aan de mens, Zijn openbaring van de mens, en de standaarden voor een waar leven waarvan God eist dat de mens ze bereikt, worden zijn leven – hij leeft volgens deze woorden en deze waarheden en deze mens wordt vervolmaakt door de woorden van God. Hij ondervindt een wedergeboorte door Zijn woorden en wordt door Zijn woorden een nieuw mens.

De betekenis van geloof in God is te worden gered, dus wat betekent het om gered te worden? “Gered worden”, “loskomen van de duistere invloed van Satan” – mensen spreken vaak over deze onderwerpen, ze weten echter niet wat gered worden betekent. Betekent gered worden dat je loskomt van verdorven gezindheden? Betekent gered worden dat je geen leugens vertelt? Betekent gered worden dat je een oprecht mens bent en niet tegen God in opstand komt? Hoe ziet de mens er exact uit wanneer hij is gered? Dit heeft te maken met Gods wil. In alledaagse taal gezegd betekent gered worden dat je door kunt gaan met leven en dat je door God weer tot leven wordt gewekt. Je kunt voor dit plaatsvindt spreken en ademen, hoe kan je dan dood zijn? (De geest is dood.) Waarom wordt gezegd dat mensen dood zijn wanneer hun geest dood is? Waar is deze uitspraak op gebaseerd? Voordat mensen worden gered, leven ze onder Satans invloed, en ze leven volgens hun satanische natuur en ze zijn vol van een verdorven satanische gezindheid. Vanuit Gods perspectief is het gehele wezen van de mensen dood, inclusief het vlees en alle andere aspecten zoals hun ziel en hun gedachten.

Los van wat God doet of de manier waarop Hij dat doet, ondanks de kosten of Zijn doelstelling, het doel van Zijn handelen verandert niet. Zijn doel is Gods woorden in de mens te bewerkstelligen, Gods vereisten en Gods wil voor de mens. Met andere woorden, het is bedoeld om datgene, waarvan God gelooft dat het positief is en in overeenstemming met Zijn stappen, in de mens te bewerkstelligen. Hierdoor kan de mens Gods hart begrijpen en Gods essentie bevatten, en kan hij Gods soevereiniteit en bepalingen gehoorzamen, en zo God vrezen en het kwaad mijden − wat allemaal een aspect is van Gods doel in alles wat Hij doet. Het andere aspect is dat, omdat Satan als contrast en gebruiksvoorwerp dient in Gods werk, de mens vaak aan Satan wordt gegeven; God gebruikt deze manier om mensen de kwaadaardigheid, lelijkheid en verachtelijkheid van Satan te laten zien, te midden van Satans verleidingen en aanvallen, om zo mensen Satan te laten haten en te weten te komen en te erkennen wat negatief is. Dit proces stelt ze in staat om zich langzamerhand te bevrijden uit Satans grip, Satans beschuldigingen, inmenging en aanvallen − totdat zij, dankzij Gods woorden, hun kennis van en gehoorzaamheid aan God en hun geloof in God en vrees voor Hem, triomferen over Satans aanvallen en triomferen over de beschuldigingen van Satan. Alleen dan zullen ze volledig bevrijd zijn uit het domein van Satan. De bevrijding van mensen betekent dat Satan verslagen is. Het betekent dat ze niet langer voedsel voor Satan zijn − dat in plaats van ze op te slokken, Satan ze heeft losgelaten. Dit komt omdat deze mensen oprecht zijn, omdat ze geloof, gehoorzaamheid en vrees voor God hebben, en omdat ze volledig breken met Satan.

In de Bijbel staat: “Als uw hart gelooft, zult u rechtvaardig worden verklaard; als uw mond belijdt, zult u worden gered” (Rom. 10:10). Wij geloven dat de Heer Jezus onze zonden heeft vergeven en ons rechtvaardig heeft gemaakt door geloof. Bovendien geloven wij dat als iemand eenmaal gered is, hij voor altijd gered is; en wanneer de Heer terugkeert, zullen wij onmiddellijk worden opgenomen en het koninkrijk van de hemel binnengaan.

Jezus​ antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: iedereen die zondigt is een ​slaaf​ van de ​zonde. Nu blijft een ​slaaf​ niet voor eeuwig in huis, maar de Zoon blijft wel voor eeuwig” (Johnners 8:34-35).

Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nog niet verdragen. De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid” (Johannes 16:12-13).

Als iemand mijn woorden hoort maar ze niet bewaart, zal ik niet over hem oordelen. Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden. Wie mij afwijst en mijn woorden niet aanneemt heeft al een rechter: alles wat ik gezegd heb zal op de laatste dag over hem oordelen” (Johnners 12:47-48).

Want de tijd is gekomen dat het oordeel begint bij het huis van God” (1 Petrus 4:17).

Jezus deed veel werk onder de mens, maar voltooide alleen de verlossing van alle mensen en werd het zondoffer van de mens. Hij ontdeed de mens niet van heel zijn verdorven gezindheid. Om de mens volledig van de invloed van Satan te redden, was het niet alleen vereist dat Jezus de zonden van de mensheid als zondoffer op Zich nam, maar ook dat God nog belangrijker werk uitvoerde om de mens volledig te ontdoen van zijn gezindheid die door Satan was verdorven. Daarom keerde God nadat de zonden van de mensen waren vergeven terug in het vlees om de mens naar een nieuw tijdperk te leiden. Hij begon het werk van tuchtiging en oordeel, waardoor de mens in een hogere sfeer terechtkwam. Iedereen die zich aan Zijn heerschappij onderwerpt, zal een hogere waarheid genieten en een rijkere zegen ontvangen. Ze zullen echt in het licht leven en de waarheid, de weg en het leven verkrijgen. ( ‘Alleen hij die het werk van God ervaart, gelooft echt in God’)

De eerste incarnatie was bedoeld om de mens van zonde te verlossen, om hem te verlossen door het vleselijke lichaam van Jezus. Dat houdt in dat Hij de mens op het kruis heeft gered, maar de verdorven satanische gezindheid is nog steeds in de mens achtergebleven. De tweede incarnatie is niet langer om te dienen als een zondoffer maar om hen volledig te redden die van zonde waren verlost. Dit is gedaan, zodat degenen die zijn vergeven, van hun zonden kunnen worden bevrijd en volledig gereinigd kunnen worden en door het verkrijgen van een veranderde gezindheid kunnen vrijkomen van Satans duistere invloed en voor de troon van God kunnen terugkeren. Alleen op deze manier kan de mens volledig worden geheiligd. Nadat het Tijdperk van de Wet ten einde kwam en het begin van het Tijdperk van Genade aanbrak, begon God met het reddingswerk, hetgeen voortduurt tot de laatste dagen waarin Hij de mensheid vanwege zijn opstandigheid volledig zal zuiveren door het oordelen en het tuchtigen van het menselijke ras. Pas dan zal God Zijn reddingswerk afronden en de rust binnengaan.

Kan een zondaar zoals jullie, die net is verlost en niet is veranderd of vervolmaakt door God, naar Gods hart zijn? Voor jou geldt dat jij, die nog steeds je oude zelf bent, inderdaad gered bent door Jezus en dat je niet beschouwd wordt als een zondaar vanwege de redding door God, maar dat bewijst niet dat je niet zondig bent en niet onzuiver bent. Hoe kun je heilig zijn als je niet veranderd bent? Van binnen ben je overladen met onzuiverheid, zelfzuchtig en verachtelijk, maar toch wil je nederdalen met Jezus – dan zou je wel boffen! Je hebt een stap overgeslagen in je geloof in God: je bent alleen nog maar verlost, maar je bent nog niet veranderd. Om naar Gods hart te zijn, moet God persoonlijk het werk verrichten, dat inhoudt dat Hij je verandert en zuivert. Anders zul jij, die alleen verlost is, geen heiligheid kunnen verkrijgen. Op die manier ben je niet gekwalificeerd om te delen in de goede zegeningen van God omdat je een stap mist in Gods werk van het managen van de mens, en wel de cruciale stap van verandering en vervolmaken. Daarom ben jij, een zondaar die net is verlost, niet in staat om rechtstreeks de erfenis van God te erven.

Het werk van de laatste dagen is het spreken van woorden. Woorden kunnen grote veranderingen teweegbrengen in de mens. De veranderingen die in deze mensen plaatsvinden na het aanvaarden van deze woorden, zijn veel groter dan de veranderingen die plaatsvinden na het aanvaarden van de wonderen en tekenen in het Tijdperk van Genade. Want in het Tijdperk van Genade werden demonen uitgedreven door gebed en oplegging van handen, maar de verdorven gezindheid binnenin de mens bleef aanwezig. De mens werd genezen van ziekte en zijn zonden werden hem vergeven, maar het werk moest nog worden verricht om de mens vrij te maken van de verdorven satanische gezindheid binnenin hem. Alleen vanwege zijn geloof werd de mens gered en werden zijn zonden hem vergeven, maar de zondige natuur van de mens was niet weggevaagd en bleef nog steeds in hem. De zonden van de mens werden vergeven door bemiddeling van de vleesgeworden God, maar dit wil niet zeggen dat de mens geen zonde meer in zich heeft. De zonden van de mens konden door het zondoffer worden vergeven, maar voor het probleem hoe de mens dan niet meer tot zonde kan worden gebracht, en hoe zijn zondige natuur volledig kan worden weggevaagd en getransformeerd, voor dat probleem heeft hij geen oplossing. De zonden van de mens werden vergeven en dit is het gevolg van het werk van Gods kruisiging, maar de mens bleef leven in de verdorven satanische gezindheid van weleer.

Tijdens het werk van de laatste dagen is het woord machtiger dan de manifestatie van wonderen en tekenen en het gezag van het woord overtreft dat van wonderen en tekenen. Het woord brengt de verdorven gezindheid die diep begraven ligt in het hart van de mens helemaal aan het licht. Je kunt haar absoluut niet vanuit jezelf herkennen. Wanneer zij door het woord voor je wordt blootgelegd, zul je haar als vanzelfsprekend ontdekken. Je zal haar niet kunnen ontkennen en je zal rotsvast overtuigd zijn. Is dit niet het gezag van het woord? Dit is het resultaat dat tegenwoordig door het werk van het woord bereikt wordt. Daarom is het dus niet door de genezing van ziekte en het uitdrijven van demonen dat de mens volledig kan worden gered van zijn zonden. Evenmin kan hij compleet gemaakt worden door de manifestatie van wonderen en tekenen. Het gezag om ziekte te genezen en demonen uit te drijven levert de mens alleen maar genade op, maar het vlees van de mens behoort nog steeds tot Satan en de verdorven satanische gezindheid is nog steeds in de mens achtergebleven. Met andere woorden: dat wat nog niet gereinigd is, behoort nog steeds tot zonde en vuiligheid. Pas nadat hij met behulp van het woord is gereinigd, kan hij worden gewonnen door God en een geheiligd mens worden. Toen de demonen uit de mens waren verdreven en hij was verlost, betekende dit alleen dat hij uit de handen van Satan was gerukt en terug bij God was gekomen.

In de laatste dagen gebruikt Christus een verscheidenheid aan waarheden om de mens te onderwijzen, het wezen van de mens te ontmaskeren, en zijn woorden en daden te ontleden. Deze woorden omvatten verscheidene waarheden, zoals de plicht van de mens, hoe de mens God moet gehoorzamen, hoe de mens trouw moet zijn aan God, hoe de mens een normale menselijkheid moet naleven, alsook de wijsheid en de gezindheid van God, enzovoort. Deze woorden doelen allemaal op het wezen van de mens en zijn verdorven gezindheid. In het bijzonder die woorden die aan de kaak stellen hoe de mens God versmaadt, worden gesproken in verband met hoe de mens een belichaming van Satan is en een vijandelijke macht tegen God. Door het ondernemen van Zijn werk van oordeel, maakt God niet zonder meer de natuur van de mens duidelijk met slechts een paar woorden; over een langer tijdsbestek houdt Hij Zich bezig met ontmaskeren, behandelen en snoeien. Deze methoden van ontmaskering, behandelen en snoeien kunnen niet vervangen worden door gewone woorden, maar met de waarheid die de mens in het geheel niet bezit.

Waardoor is Gods vervolmaking van de mens bereikt? Door Zijn rechtvaardige gezindheid. Gods gezindheid bestaat in de eerste plaats uit rechtvaardigheid, toorn, majesteit, oordeel en vloek en Zijn vervolmaking van de mens komt voornamelijk door oordeel. Sommige mensen begrijpen het niet en vragen waarom het is dat God alleen in staat is om de mens volmaakt te maken door oordeel en vloek. Ze zeggen: “Als God er was om de mens te vervloeken, zou de mens dan niet sterven? Als God de mens zou oordelen, zou de mens dan niet veroordeeld worden? Hoe kan hij dan nog steeds volmaakt worden gemaakt?” Dat zijn de woorden van mensen die het werk van God niet kennen. Wat God vervloekt is de ongehoorzaamheid van de mens en wat Hij oordeelt zijn de zonden van de mens.

God verricht het werk van oordeel en tuchtiging zodat de mens kennis van Hem kan verkrijgen, en omwille van Zijn getuigenis. Zonder Zijn oordeel over de verdorven gezindheid van de mens, zou de mens Zijn rechtvaardige gezindheid die geen belediging duldt, onmogelijk kunnen kennen en zijn oude kennis van God niet in een nieuwe kunnen veranderen. Omwille van Zijn getuigenis, en omwille van Zijn management, maakt Hij Zijn totaliteit openbaar, en door Zijn publieke verschijning stelt Hij de mens in staat kennis van God te bereiken, veranderd te worden in zijn gezindheid, en een klinkend getuigenis van God af te leggen.

Je zegt dat degenen die in God geloven Gods oordeelswerk in de laatste dagen moeten aanvaarden en dat alleen dan hun verdorven gezindheid kan worden gezuiverd en zij zelf door God kunnen worden gered. Maar wij beoefenen in overeenstemming met de vereisten van de Heer ootmoed en geduld, wij hebben onze vijanden lief, dragen ons kruis, verzaken wereldse aangelegenheden, werken, verspreiden het evangelie voor de Heer enzovoort. Zijn dat dan niet allemaal onze veranderingen? Wij zijn altijd op deze manier op zoek geweest, dus kunnen wij dan niet ook zuivering bereiken en opgenomen worden in het koninkrijk van de hemel?

Jullie moeten dus heilig zijn, want ik ben heilig” (Leviticus 11:45).

U zegt dat u rijk bent, dat u alles hebt wat u wilt en niets meer nodig hebt. U beseft niet hoe ongelukkig u bent, hoe armzalig, berooid, ​blind​ en naakt. Daarom raad ik u aan: koop van mij goud dat in het vuur gelouterd is, en u zult rijk zijn; witte ​kleren​ om u te kleden en uw naaktheid te bedekken, zodat u zich niet meer hoeft te schamen; ​zalf​ voor uw ogen, zodat u weer kunt zien. Iedereen die ik liefheb wijs ik terecht en bestraf ik. Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu leidt” (Openbaring 3:17-19).

Want de bruiloft van het lam is gekomen en zijn bruid staat klaar. Zij mag zich kleden in zuiver, stralend ​linnen.’ Want dit ​linnen​ staat voor al het goede dat gedaan is door de ​heiligen. ... Gelukkig zijn zij die voor het bruiloftsmaal van het lam zijn uitgenodigd” (Openbaring 19:7-9).

Omdat je in God gelooft, moet je van Zijn woord eten en drinken, Zijn woord ervaren en uit Zijn woord leven. Alleen dit kan geloof in God worden genoemd! Als je met je mond zegt dat je in God gelooft, maar toch geen van Zijn woorden in de praktijk kunt brengen of enige werkelijkheid voort kunt brengen, wordt dit geen geloven in God genoemd. Dit is eerder “brood zoeken om honger te stillen.” Alleen maar praten over triviale getuigenissen, nutteloze dingen en oppervlakkige zaken, zonder ook maar het minste beetje werkelijkheid te bezitten: deze dingen vormen geen geloof in God en je hebt eenvoudig het juiste pad om in God te geloven niet gevonden. Waarom moet je zo veel mogelijk van Gods woorden eten en drinken? Als je niet van Zijn woorden eet en drinkt, maar er alleen naar streeft naar de hemel op te stijgen, is dat dan geloven in God? Wat is de eerste stap die iemand die in God gelooft moet zetten? Via welk pad vervolmaakt God de mens? Kan je worden vervolmaakt zonder het woord van God te eten en te drinken? Kun je worden beschouwd als iemand van het koninkrijk zonder dat het woord van God als je werkelijkheid dient? Wat betekent geloof in God precies? Gelovigen in God moeten, op z’n minst, aan de buitenkant goed gedrag tonen; het belangrijkste is het woord van God te bezitten. Je kunt je in geen geval ooit van Zijn woord afkeren. God kennen en Zijn wil vervullen, worden beide bereikt door Zijn woord. In de toekomst zal elke natie, denominatie, religie en sector worden overwonnen door het woord. God zal rechtstreeks spreken en alle mensen zullen het woord van God in hun handen houden. Op deze manier zal de mensheid worden vervolmaakt. Van binnen en buiten, het woord van God doordringt alles: De mensheid zal Gods woord spreken met hun monden, in overeenstemming met Gods woord beoefenen, het woord van God in zich bewaren en van binnen en buiten doordrenkt blijven van Gods woord. Aldus zal de mensheid worden vervolmaakt. Degenen die de wil van God vervullen en van Hem kunnen getuigen, dat zijn de mensen die het woord van God als hun werkelijkheid bezitten.

De waarheid die de mens in bezit moet hebben, is in het woord van God te vinden. Die waarheid is nuttiger dan wat ook en komt de mensheid het meest ten goede. Jullie lichaam heeft dat medicijn en die voeding nodig. De mens krijgt door die waarheid zijn normale menselijkheid terug. Iedereen zou er vol van moeten zitten. Hoe meer jullie Gods woord in praktijk brengen, hoe sneller jullie leven zal opbloeien. Hoe meer jullie Gods woord in praktijk brengen, hoe duidelijker de waarheid wordt. Naarmate jullie gestalte groeit, zullen jullie de dingen van de geestelijke wereld duidelijker zien. Jullie zullen dan sterker staan om Satan te overwinnen. Veel van de waarheid die jullie niet begrijpen, zal duidelijk worden wanneer jullie het woord van God in praktijk brengen. De meeste mensen vinden het genoeg als ze de tekst van Gods woord begrijpen. Ze richten hun aandacht op kennis van leerstellingen in plaats dat ze in de praktijk hun ervaring verdiepen; maar is dat niet de wijze van de farizeeën? Hoe kan de zinsnede ‘Het woord van God is leven’ dan voor hen opgaan? Alleen wanneer de mens het woord van God in praktijk brengt, kan zijn leven werkelijk tot bloei komen. Het komt niet tot wasdom door simpelweg Zijn woord te lezen. Als je meent dat puur en alleen begrip van Gods woord volstaat om leven te hebben, om tot wasdom te komen, dan begrijp je het verkeerd. Je begrijpt Gods woord pas echt wanneer je de waarheid in praktijk brengt. Je moet ook beseffen dat je ‘de waarheid alleen kunt begrijpen door ernaar te handelen’.

Samenvattend betekent het nemen van Petrus’ pad in iemands geloof het volgen van het pad van het nastreven van de waarheid, wat ook het pad van ware zelfkennis en het veranderen van de eigen gezindheid is. Alleen door het pad van Petrus te volgen, zal iemand het pad volgen van het worden vervolmaakt door God. Het moet iemand duidelijk zijn hoe het pad van Petrus precies moet worden gevolgd en hoe het in de praktijk moet worden gebracht. Allereerst moet iemand zijn eigen bedoelingen, ongepaste bezigheden en zelfs zijn familie en alle dingen van zijn eigen vlees opzijzetten. Hij moet met zijn hele hart zijn toegewijd, dat wil zeggen dat hij zich geheel moet wijden aan het woord van God, zich moet focussen op het eten en drinken van Gods woorden, zich moet concentreren op het zoeken naar de waarheid en het zoeken naar Gods bedoelingen in Zijn woorden en moet proberen Gods wil in alles te begrijpen. Dit is de fundamenteelste en essentieelste methode van beoefening. Dit was wat Petrus deed nadat hij Jezus had gezien, en het is uitsluitend door deze manier van beoefening dat iemand de beste resultaten behaalt. Toewijding met het hele hart aan de woorden van God omvat hoofdzakelijk zoeken naar de waarheid, zoeken naar Gods bedoelingen in Zijn woorden, focussen op het begrijpen van de wil van God en meer waarheid begrijpen en verkrijgen uit Gods woorden. Toen Petrus Zijn woorden las, was hij niet gefocust op het begrijpen van doctrines en nog minder op het verwerven van theologische kennis. In plaats daarvan concentreerde hij zich op het begrijpen van de waarheid, het vatten van Gods wil en het verwerven van begrip over Zijn gezindheid en Zijn beminnelijkheid. Petrus probeerde ook uit Gods woorden de verschillende verdorven gesteldheden van de mens en de verdorven natuur en werkelijke tekortkomingen van de mens te begrijpen, waarmee hij voldeed aan alle aspecten van de eisen die God aan de mens stelt om Hem tevreden te stellen. Petrus had zo veel correcte praktiseringen die trouw bleven aan de woorden van God. Dit kwam het meest overeen met Gods wil en was de beste manier waarop iemand kon samenwerken terwijl hij Gods werk ervoer.

We willen allemaal Gods oordeel aanvaarden, maar vertel ons hoe we Zijn oordeel moeten ervaren, zodat we de waarheid en het leven kunnen ontvangen en ons kunnen bevrijden van onze zondige natuur en redding kunnen verkrijgen?

Ziet, het tabernakel van God is onder de mensen, Hij zal bij hen wonen. Zij zullen Zijn volk zijn. God Zelf zal bij hen zijn, en Hij zal hun God zijn. God zal alle tranen uit hun ogen vegen, er zal geen dood, of verdriet of pijn zijn, er zal niet meer gehuild worden, want alle dingen van vroeger zijn voorbij” (Openbaring 21:3-4).

Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de ​gemeenten​ zegt. Wie overwint zal ik laten eten van de levensboom die in Gods ​paradijs​ staat” (Openbaring 2:7).

Dat zijn degenen die uit de grote verschrikkingen gekomen zijn. Ze hebben hun kleren witgewassen met het bloed van het lam. Daarom staan ze voor Gods troon en zijn ze dag en nacht in zijn ​tempel​ om hem te vereren. En hij die op de troon zit zal bij hen wonen. Dan zullen ze geen honger meer lijden en geen dorst, de zon zal hen niet meer steken, de hitte hen niet bevangen. Want het lam midden voor de troon zal hen hoeden, hen naar de ​waterbronnen​ van het leven brengen. En God zal alle tranen uit hun ogen wissen” (Openbaring 7:14-17).

Naarmate mijn woorden voltooid worden, wordt het koninkrijk langzamerhand gevormd op aarde en wordt de mens geleidelijk teruggebracht naar de normaliteit en zo zal op aarde het koninkrijk van mijn hart ontstaan. In het koninkrijk krijgen alle mensen van God het leven van de normale mens terug. De ijzige winter zal over zijn en plaatsmaken voor een wereld van steden van lente, waar het lente is het hele jaar door. Niet langer worden mensen geconfronteerd met de sombere, miserabele mensenwereld, niet langer hoeven ze de koude rillingen van de mensenwereld te doorstaan. Mensen vechten niet met elkaar, landen trekken niet ten oorlog tegen elkaar, niet langer zullen er bloedbaden zijn en het bloed dat uit bloedbaden vloeit; alle landen zijn vol van geluk en overal is er warmte tussen de mensen. Ik beweeg door de wereld heen, ik geniet vanaf mijn troon, ik leef tussen de sterren. En de engelen bieden mij nieuwe liederen en nieuwe dansen aan. Niet langer doet hun eigen broosheid tranen lopen over hun gezichten. Niet langer hoor ik, voor mij, het geluid van huilende engelen en niet langer klaagt er wie dan ook over ellende tegen mij. Vandaag leven jullie allen voor mij; morgen zullen jullie bestaan in mijn koninkrijk. Is dat niet de grootste zegening die ik de mens kan schenken?

De vruchten van mijn wijsheid zijn onder alle dingen te vinden en de meesterwerken van mijn wijsheid zijn overvloedig onder alle mensen aanwezig. Alles is als alle dingen in mijn koninkrijk en alle mensen wonen vredig onder mijn hemelen zoals de schapen in mijn weiden. Ik beweeg mij boven alle mensen en waak overal. Niets ziet er ooit oud uit en niemand is zoals hij vroeger was. Ik rust op de troon, in het hele universum leun ik makkelijk achterover en ik ben volkomen tevreden, want alle dingen hebben hun heiligheid herwonnen. Ik kan weer vredig in Sion verblijven en de mensen op aarde kunnen onder mijn leiding sereen en tevreden leven. Alle mensen beheren alles in mijn hand, alle mensen hebben hun eerdere intelligentie en oorspronkelijke verschijning teruggekregen. Ze zijn niet meer met stof bedekt, maar zijn in mijn koninkrijk zo zuiver als jade, ieder met het gezicht als dat van de heilige in het hart van de mens, want mijn koninkrijk is onder de mens gevestigd.

In mijn licht zien mensen het licht weer. In mijn woord vinden mensen dingen om van te genieten. Ik kom uit het oosten en uit het oosten stam ik ook. Als mijn glorie straalt, worden alle volkeren beschenen en alles verlicht, er is niets dat achterblijft in het duister. In het koninkrijk is het leven van Gods volk met God gelukkig zonder weerga. De wateren dansen voor het gelukkige leven van de mensen, de bergen genieten samen met de mensen van mijn weelde. Alle mensen streven, werken hard en tonen hun loyaliteit in mijn koninkrijk. In het koninkrijk is er geen ontrouw meer of verzet; de hemelen en de aarde zijn van elkaar afhankelijk, de mensen en ik staan dicht bij elkaar en voelen diep door de gelukzaligheid van het leven, leunend tegen elkaar […]. Op dat moment begint officieel mijn leven in de hemel. De verstoringen van Satan zijn er niet meer en de mensen treden de vrede binnen. In het hele heelal leven mijn uitverkorenen in mijn glorie, gezegend zonder weerga. Ze leven niet als mens onder de mensen, maar als een volk met God. Iedereen heeft Satans verdorvenheid ervaren, het zoet en het zuur van het wereldse leven geproefd. Hoe kunnen jullie je niet verblijden nu jullie in mijn licht leven? Hoe kunnen jullie dit heerlijke moment zomaar laten schieten en het voorbij laten gaan? Mensen! Zing nu het lied in jullie hart en dans voor mij! Neem nu jullie oprechte hart en geef het mij! Sla nu de vreugdetrommels en speel voor mij! In het hele heelal laat ik mijn vreugde stralen! Onder alle mensen toon ik mijn glorierijke gezicht! Ik zal mijn stem laten weergalmen! Ik zal het heelal ontstijgen! Ik ben de koning onder de mensen geworden! Ik word verheven onder de mensen! Ik zwerf door de azuurblauwe lucht en de mensen reizen met mij mee, ik wandel onder de mensen en mijn volk omringt me!

“Ik beweeg mij boven alle mensen en waak overal. Niets ziet er ooit oud uit en niemand is zoals hij vroeger was. Ik zit op de troon, ik rust in het hele universum. […]” Dit is het resultaat van Gods huidige werk. Alle door God uitverkoren mensen keren terug tot hun oorspronkelijke vorm. Daardoor worden de engelen, die zoveel jaar hebben geleden, vrijgelaten, precies zoals God het zegt “met het gezicht als van de heilige in het hart van de mens.” Omdat de engelen werken op aarde en God dienen op aarde, en Gods heerlijkheid zich over de wereld verspreidt, wordt de hemel op aarde gebracht en de aarde naar de hemel opgetild. Daarom is de mens de link die hemel en aarde verbindt. Hemel en aarde zijn niet langer apart, niet langer gescheiden, maar verenigd als één. Over de hele wereld bestaan alleen God en de mens. Er is geen stof of slijk en alle dingen worden vernieuwd, zoals een lammetje liggend in een groene weide onder de hemel, genietend van Gods volle genade. Door de komst van dit jonge groen straalt de levensadem voort, want God komt voor alle eeuwigheid op de wereld wonen naast de mens. Uit Gods mond klonk immers al: “Ik kan weer vredig in Sion verblijven.” Dit is het symbool van Satans nederlaag en het is de dag van Gods rust. Deze dag zal door alle mensen worden bejubeld en verkondigd en door alle mensen worden herdacht. Wanneer God rust op de troon is ook wanneer God Zijn werk op aarde afrondt. Op dat moment worden alle mysteries van God aan de mens getoond. God en de mens zullen dan voor altijd in harmonie zijn, nooit apart − dit zijn de prachtige taferelen van het koninkrijk!

Het leven in rust is er één zonder oorlog, zonder vuil, zonder aanhoudende ongerechtigheid. Dit wil zeggen dat het Satans pesterijen (hier verwijst ‘Satan’ naar vijandige machten), Satans verdorvenheid, mist, evenals de schending van welke macht dan ook die tegen God is. Alles volgt zijn eigen soort en aanbidt de Heer van de schepping. Hemel en aarde zijn volkomen rustig. Dit is het vredige leven van de mensheid. Wanneer God de rust ingaat, zal er geen onrechtvaardigheid meer bestaan op aarde en zal er geen invasie van vijandige machten meer plaatsvinden. De mensheid zal ook een nieuw koninkrijk binnengaan; er zal niet langer sprake zijn van een mensheid die verdorven is door Satan, maar eerder van een mensheid die gered is, nadat ze verdorven is door Satan. De rustdag van de mensheid is ook Gods rustdag. God verloor Zijn rust als gevolg van het onvermogen van de mensheid om de rust in te gaan; het was niet zo dat Hij van oorsprong niet in staat was om te rusten. De rust ingaan betekent niet dat alle dingen ophouden te bewegen of dat alle dingen ophouden zich te ontwikkelen, noch betekent het dat God ophoudt te werken of dat de mens ophoudt te leven. Het teken van de rust ingaan is als volgt: Satan is vernietigd; die slechte mensen die zich bij Satan voegen in zijn kwaadwillendheid, zijn gestraft en uitgeroeid; alle machten die vijandig tegenover God staan, houden op te bestaan.

Dat ‘tarwe geen onkruid kan worden en onkruid geen tarwe kan worden’, staat vast. Allen die God werkelijk liefhebben, zullen uiteindelijk in het koninkrijk blijven en God zal niemand verkeerd behandelen die Hem waarlijk liefheeft. De overwinnaars in het koninkrijk zullen op basis van hun verschillende functies en getuigenissen dienen als priester of als volgeling en allen die te midden van verdrukking zegevieren, zullen samen het lichaam van priesters worden in het koninkrijk. Het lichaam van priesters zal worden gevormd wanneer het werk van het evangelie in het hele universum voleindigd is. Wanneer die tijd komt, zal wat de mens behoort te doen de vervulling van zijn plicht in het koninkrijk van God zijn en samenleven met God in het koninkrijk. In het lichaam van priesters zullen er hogepriesters en priesters zijn en de overigen zullen de zonen en het volk van God zijn. Dit wordt allemaal bepaald door hun getuigenis van God tijdens hun verdrukking; het gaat niet om titels die willekeurig worden verleend. Zodra de status van de mens is vastgesteld, zal het werk van God ophouden, want ieder wordt naar zijn soort ingedeeld en keert terug naar zijn oorspronkelijke positie. Dit markeert de voleinding van Gods werk, dit is het eindresultaat van het werk van God en de praktijk van de mens, de kristallisatie van de visies van Gods werk en de medewerking van de mens. De mens zal uiteindelijk rust vinden in het koninkrijk van God en ook God zal terugkeren naar Zijn woonplaats om te rusten. Dit is het eindresultaat van 6000 jaar samenwerking tussen God en de mens.

Wanneer de mens de eeuwige bestemming binnengaat, zal de mens de Schepper aanbidden en, omdat de mens redding heeft verkregen en de eeuwigheid binnen is gegaan, zal de mens geen doelen meer najagen, laat staan dat hij zich zorgen zou hoeven maken dat hij wordt belaagd door Satan. Tegen die tijd zal de mens zijn plaats kennen en zal hij zijn plicht uitvoeren en, zelfs als zij niet worden getuchtigd of geoordeeld, zal iedere persoon zijn plicht uitvoeren. In die tijd zal de mens een schepsel zijn van zowel identiteit als status. Het onderscheid tussen hoog en laag zal er niet meer zijn; elk persoon zal simpelweg een andere functie uitvoeren. Doch zal de mens nog steeds leven in een geordende, geschikte bestemming van de mensheid, de mens zal zijn plicht uitvoeren omwille van de aanbidding van de Schepper en een mensheid als zodanig zal de mensheid van de eeuwigheid zijn.

Degenen die vervolmaakt zullen worden door God zijn zij die Gods zegeningen en Zijn erfenis zullen ontvangen. Dat wil zeggen, ze nemen in wat God heeft en is, zodat het wordt wat ze innerlijk hebben; ze hebben alle woorden van God in hen gesmeed; wat het wezen van God ook is, jullie zijn in staat om alles op te nemen zoals het is en daardoor naar de waarheid te leven. Dit is het soort mens dat door God vervolmaakt en gewonnen is. Alleen zo’n persoon komt in aanmerking voor het erven van deze zegeningen die door God zijn geschonken:

Ken je het verschil tussen gered worden en volledige redding bereiken?