Relevante Bijbelverzen

Bekijk meer

Relevante woorden van God

Meer geweldige rubrieken

Meer speciale onderwerpen

Wie gelooft en ​gedoopt​ is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld” (Marcus 16:16).

“Want zonder heiliging zal niemand de Heer zien” (Hebreeën 12:14).

Niet iedereen die tegen mij zei, Heer, Heer, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan; maar hij die de wil doet van mijn Vader, die in de hemelen is” (Matteüs 7:21).

Jullie moeten dus heilig zijn, want ik ben heilig” (Leviticus 11:45).

Zij volgen het lam waarheen het maar gaat. Ze zijn uit de mensheid vrijgekocht om als de eerste opbrengst te worden aangeboden aan God en aan het lam. Geen leugen komt over hun lippen, er valt niets op hen aan te merken” (Openbaring 14:4-5).

Jezus’ werk was in die tijd de verlossing van de hele mensheid. De zonden van allen die in Hem geloofden, werden vergeven; Hij zou je verlossen zolang je maar in Hem geloofde. Als je in Hem geloofde, was je geen zondaar meer, dan zou je van je zonden worden verlost. Dit was de betekenis van gered zijn en dat je door geloof gerechtvaardigd was. Toch bleef er in de gelovigen datgene achter wat opstandig was en zich tegen God verzette ... (‘De visie van Gods werk (2)’)

Kan een zondaar zoals jullie, die net is verlost en niet is veranderd of vervolmaakt door God, naar Gods hart zijn? Voor jou geldt dat jij, die nog steeds je oude zelf bent, inderdaad gered bent door Jezus en dat je niet beschouwd wordt als een zondaar vanwege de ...

Ondanks alles waarvan de mens wellicht verlost is en waarvan zijn zonden hem vergeven zijn, kan dit alleen worden opgevat in de zin dat God Zich de overtredingen van de mens niet herinnert en hem niet overeenkomstig behandelt. Wanneer de mens, die leeft in een lichaam van vlees, echter niet van zonde is vrijgemaakt, kan hij alleen maar blijven zondigen en eindeloos zijn verdorven satanische gezindheid blijven openbaren. Dit is het leven dat de mens leidt: een eindeloze cyclus van zondigen en vergeven worden. De meeste mensen zondigen overdag en belijden dit ’s avonds weer. Zelfs als het zondoffer voor de mens voor altijd van kracht blijft, zal het de mens op deze manier niet redden van de zonde. Slechts de helft van het reddingswerk is afgerond, want de gezindheid van de mens is nog steeds verdorven. … Dit is de verdorvenheid van de mens. Deze gaat dieper dan de zonde. Ze is aangebracht door Satan en zit diepgeworteld in de mens. Het is niet gemakkelijk voor de mens om zich van zijn zonden bewust te worden. Hij kan zijn eigen diepgewortelde natuur niet herkennen en moet vertrouwen op het oordeel van het woord om dit te bereiken. Alleen zo kan de mens geleidelijk vanaf dit punt veranderen.uit ‘Het mysterie van de vleeswording (4)’

Want in het Tijdperk van Genade werden demonen uitgedreven door gebed en oplegging van handen, maar de verdorven gezindheid binnenin de mens bleef aanwezig. De mens werd genezen van ziekte en zijn zonden werden hem vergeven, maar het werk moest nog worden verricht om de mens vrij te maken van de verdorven satanische gezindheid binnenin hem. Alleen vanwege zijn geloof werd de mens gered en werden zijn zonden hem vergeven, maar de zondige natuur van de mens was niet weggevaagd en bleef nog steeds in hem.

Het vlees van de mens is van Satan, het is vol ongehoorzame gezindheden, het is betreurenswaardig vuil, het is iets onreins. Mensen begeren te veel de geneugten van het vlees, er zijn te veel manifestaties van het vlees, en dus God verafschuwt het vlees tot een bepaald punt. Wanneer mensen de vuile, verdorven dingen van Satan achter zich laten, verkrijgen ze Gods heil. Maar als ze incapabel blijven om zich van vuil en verdorvenheid te ontdoen, zullen ze nog steeds onder de heerschappij van Satan zijn. Het intrigeren, het bedrog en de valsheid van mensen zijn dingen van Satan. Door je te redden, haalt God deze dingen bij je weg en Gods werk kan niet verkeerd zijn, en dient allemaal om mensen van duisternis te redden. Wanneer je tot een bepaald punt hebt geloofd, jezelf kunt ontdoen van de verdorvenheid van het vlees en niet langer wordt geketend door deze verdorvenheid, ben je dan niet gered? Wanneer je onder Satans domein leeft, ben je niet in staat om God te manifesteren, ben je iets vuils en zul je Gods nalatenschap niet ontvangen. Ben je eenmaal gereinigd en vervolmaakt geworden, dan zul je heilig zijn en zul je normaal zijn, en zul je ook worden gezegend door God en aangenaam zijn voor God.

Uiteindelijk moeten de dingen in de mensen die van Satan en van hun eigen natuur zijn veranderen en verenigbaar worden met de vereisten van de waarheid. Alleen dit is werkelijk redding ontvangen. Als je, zoals je gewend was toen je nog deel uitmaakte van de religie, slechts wat woorden of doctrines uit of wat slogans roept, en wat goede daden doet, wat goed gedrag vertoont en geen overduidelijke zonden begaat, dan betekent dit nog niet dat je het juiste pad van geloof in God hebt betreden. Betekent het enkele feit dat je je aan de regels houdt dat je het juiste pad bewandelt? Betekent dit dat je de juiste keuze hebt gemaakt? Als de dingen in je natuur niet zijn veranderd en je je uiteindelijk toch nog tegen God verzet en God beledigt, dan is dit het grootste probleem van allen. Als je in God gelooft, maar dit probleem niet oplost, kun je dan worden beschouwd als gered?

Als iemand bij het volbrengen van zijn plicht God kan behagen, principieel is in zijn woorden en daden en de werkelijkheid binnen kan gaan van alle aspecten van waarheid, dan zal hij een mens zijn die door God is vervolmaakt. Er kan worden gesteld dat het werk en de woorden van God voor deze mens volledig effectief zijn, dat Gods woorden zijn leven worden, hij de waarheid ontvangt en hij kan leven overeenkomstig Gods woorden. Hierop zal de natuur van zijn vlees, dat wil zeggen, de basis van zijn oorspronkelijke bestaan, beven en instorten. Nadat iemand de woorden van God als zijn leven heeft ontvangen wordt hij een nieuw mens. De woorden van God worden zijn leven. De visie van Gods werk, Zijn eisen aan de mens, Zijn openbaring van de mens, en de standaarden voor een waar leven waarvan God eist dat de mens ze bereikt, worden zijn leven – hij leeft volgens deze woorden en deze waarheden en deze mens wordt vervolmaakt door de woorden van God. Hij ondervindt een wedergeboorte door Zijn woorden en wordt door Zijn woorden een nieuw mens.

De strijd met Satan is in feite omwille van de redding van de mensheid en omdat het werk van de redding van de mensheid niet iets is dat met succes kan worden voltooid in een enkele fase, is de strijd met Satan ook onderverdeeld in fasen en periodes en wordt oorlog tegen Satan gevoerd in overeenstemming met de behoeftes van de mens en de mate van Satans verdorvenheid in hem. […] Doch, de innerlijke waarheid van het gehele werk van de strijd met Satan is dat de effecten daarvan worden behaald door het schenken van genade aan de mens en een zondoffer te worden voor de mens, de zonden van de mens te vergeven, de mens te overwinnen en de mens volmaakt te maken. In werkelijkheid is de strijd met Satan niet het ter hand nemen van wapens tegen Satan, maar de redding van de mens, het bewerken van het leven van de mens en het veranderen van de gezindheid van de mens, zodat hij getuigenis mag geven voor God. Dit is hoe Satan wordt verslagen. Satan wordt verslagen door het veranderen van de verdorven gezindheid van de mens. Wanneer Satan is verslagen, namelijk wanneer de mens volledig is gered, dan zal de beschaamde Satan compleet gebonden zijn en op deze manier zal de mens volledig zijn gered. Dus de substantie van de redding van de mens is de strijd met Satan en de oorlog met Satan is voornamelijk weerspiegeld in de redding van de mens. De fase van de laatste dagen, waarin de mens moet worden overwonnen, is de laatste fase in de strijd met Satan en is ook het werk van de complete redding van de mens van het domein van Satan. De innerlijke betekenis van de overwinning van de mens is de terugkeer van de belichaming van Satan, de mens die door Satan verdorven is gemaakt, naar de Schepper volgend op zijn overwinning, waardoor hij Satan zal verlaten en compleet naar God terug zal keren. Op deze manier zal de mens volledig worden gered.

De Bijbel is heel duidelijk over “redding” en “het binnengaan van het hemelse koninkrijk.” “Als uw hart gelooft, zult u rechtvaardig worden verklaard; als uw mond belijdt, zult u worden gered” (Romeinen 10:10). We zijn al gered door ons geloof in Jezus. En wie eenmaal is gered, is eeuwig gered. Als de Heer komt, zullen we absoluut het hemelse koninkrijk binnen mogen gaan.

Jezus​ antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: iedereen die zondigt is een ​slaaf​ van de ​zonde. Nu blijft een ​slaaf​ niet voor eeuwig in huis, maar de Zoon blijft wel voor eeuwig” (Johnners 8:34-35).

Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nog niet verdragen. De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid” (Johannes 16:12-13).

Als iemand mijn woorden hoort maar ze niet bewaart, zal ik niet over hem oordelen. Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden. Wie mij afwijst en mijn woorden niet aanneemt heeft al een rechter: alles wat ik gezegd heb zal op de laatste dag over hem oordelen” (Johnners 12:47-48).

Want de tijd is gekomen dat het oordeel begint bij het huis van God” (1 Petrus 4:17).

Jezus deed veel werk onder de mens, maar voltooide alleen de verlossing van alle mensen en werd het zondoffer van de mens. Hij ontdeed de mens niet van heel zijn verdorven gezindheid. Om de mens volledig van de invloed van Satan te redden, was het niet alleen vereist dat Jezus de zonden van de mensheid als zondoffer op Zich nam, maar ook dat God nog belangrijker werk uitvoerde om de mens volledig te ontdoen van zijn gezindheid die door Satan was verdorven. Daarom keerde God nadat de zonden van de mensen waren vergeven terug in het vlees om de mens naar een nieuw tijdperk te leiden. Hij begon het werk van tuchtiging en oordeel, waardoor de mens in een hogere sfeer terechtkwam. Iedereen die zich aan Zijn heerschappij onderwerpt, zal een hogere waarheid genieten en een rijkere zegen ontvangen. Ze zullen echt in het licht leven en de waarheid, de weg en het leven verkrijgen. (‘Alleen hij die het werk van God ervaart, gelooft echt in God’)

Destijds, in het Tijdperk van Genade, sprak Jezus alleen tot Zijn apostelen in een reeks preken waarin Hij besprak hoe je moet praktiseren, hoe je je moet verzamelen, hoe je in gebed kunt verzoeken, hoe je anderen moet bejegenen, enzovoorts. Het werk dat Hij uitvoerde was het werk van het Tijdperk van Genade, en Hij zette alleen uiteen hoe Zijn discipelen en volgelingen moesten praktiseren. Hij deed alleen het werk van het Tijdperk van Genade en geen enkel werk van de laatste dagen. Toen Jehova de wet van het Oude Testament vastlegde in het Tijdperk van de Wet, waarom voerde Hij toen het werk van het Tijdperk van Genade niet uit? Waarom maakte Hij het werk van het Tijdperk van Genade niet vooraf duidelijk? Zou dit de acceptatie door de mens niet ten goede zijn gekomen? Hij profeteerde slechts dat er een mannelijk kind zou worden geboren dat aan de macht zou komen, maar Hij voerde niet alvast het werk van het Tijdperk van Genade uit. In ieder tijdperk heeft het werk van God duidelijke grenzen. Hij voert alleen het werk van het lopende tijdperk uit, en nooit voert Hij het volgende stadium van het werk alvast uit. Alleen zo kan Zijn werk dat representatief is voor ieder tijdperk naar voren treden. Jezus had alleen over de tekenen van de laatste dagen gesproken, over hoe je geduld moet hebben en hoe je gered kunt worden, hoe je berouw moet tonen en moet biechten, en hoe je het kruis moet dragen en het lijden volhouden. Hij heeft nooit gesproken over hoe de mens in de laatste dagen binnen moet gaan of hoe hij ernaar moet streven om aan Gods wil te voldoen.

Toen Jezus kwam en die fase van het werk uitvoerde, vertegenwoordigde Hij God niet in volle omvang. Hij deed enkele tekenen en wonderen, sprak enige woorden, werd uiteindelijk gekruisigd en vertegenwoordigde één aspect van God. Hij kon niet alles van God vertegenwoordigen, maar vertegenwoordigde God door één aspect van Gods werk te doen. Dat komt omdat God zo groot en zo wonderbaar is, en onvoorstelbaar is. Ook doet God maar één aspect van Zijn werk in elk tijdperk. Het werk dat God doet in dit tijdperk is voornamelijk het voorzien in de woorden voor het leven van de mens, de onthulling van het wezen van de aard van de mens en de verdorven gezindheid van de mens, de eliminatie van godsdienstige opvattingen, feodale denkpatronen, achterhaalde denkpatronen, alsmede de kennis en cultuur van de mens. Dit moet allemaal worden blootgelegd en weggezuiverd door Gods woorden. In de laatste dagen gebruikt God woorden en geen tekenen en wonderen, om de mens te vervolmaken. Hij gebruikt Zijn woorden om de mens te ontmaskeren, de mens te oordelen en te tuchtigen en de mens te vervolmaken, zodat de mens in Gods woorden de wijsheid en liefde van God gaat zien en Gods gezindheid gaat begrijpen, zodat de mens door Gods woorden de daden van God aanschouwt.

De zonden van de mens konden door het zondoffer worden vergeven, maar voor het probleem hoe de mens dan niet meer tot zonde kan worden gebracht, en hoe zijn zondige natuur volledig kan worden weggevaagd en getransformeerd, voor dat probleem heeft hij geen oplossing. De zonden van de mens werden vergeven en dit is het gevolg van het werk van Gods kruisiging, maar de mens bleef leven in de verdorven satanische gezindheid van weleer. Dit is de reden dat de mens volledig moet worden gered van zijn verdorven satanische gezindheid, zodat zijn zondige natuur volledig kan worden weggevaagd en niet meer zal opkomen, waardoor de gezindheid van de mens kan worden getransformeerd. Hiertoe moet de mens het pad naar groei in het leven, de weg van leven en de weg naar verandering van gezindheid begrijpen. Bovendien moet de mens handelen in overeenstemming met dit pad, zodat zijn gezindheid geleidelijk kan veranderen en hij kan leven in het schijnende licht, zodat al wat hij doet in overeenstemming is met de wil van God, zodat hij zijn verdorven satanische gezindheid kan uitbannen en hij kan losbreken van Satans duistere invloed en volledig van de zonde zal loskomen. Alleen dan zal de mens volledige redding ontvangen.

Daarom is het dus niet door de genezing van ziekte en het uitdrijven van demonen dat de mens volledig kan worden gered van zijn zonden. Evenmin kan hij compleet gemaakt worden door de manifestatie van wonderen en tekenen. Het gezag om ziekte te genezen en demonen uit te drijven levert de mens alleen maar genade op, maar het vlees van de mens behoort nog steeds tot Satan en de verdorven satanische gezindheid is nog steeds in de mens achtergebleven. Met andere woorden: dat wat nog niet gereinigd is, behoort nog steeds tot zonde en vuiligheid. Pas nadat hij met behulp van het woord is gereinigd, kan hij worden gewonnen door God en een geheiligd mens worden. Toen de demonen uit de mens waren verdreven en hij was verlost, betekende dit alleen dat hij uit de handen van Satan was gerukt en terug bij God was gekomen. Zonder reiniging of verandering door God blijft hij echter een verdorven mens. Er is nog steeds vuil, verzet en ongehoorzaamheid in de mens. De mens is alleen teruggekeerd tot God door Zijn verlossing, maar hij heeft niet de geringste kennis van God en is nog steeds weerspannig tegen Hem en ongehoorzaam. Voordat de mens werd verlost, waren al heel wat soorten vergif van Satan bij hem ingebracht en na duizenden jaren door Satan verdorven te zijn, is er bij hem een natuur ontstaan die zich tegen God verzet. Dat betekent dat toen de mens was verlost, dat niets meer dan een zaak van verlossing was, waarbij de mens tegen een hoge prijs gekocht was, maar waarbij de giftige natuur binnenin hem niet was geëlimineerd. De mens die zo bezoedeld is, moet een verandering ondergaan voordat hij het waard is om God te dienen. Door middel van dit werk van oordeel en tuchtiging zal de mens volledig de vuile en verdorven essentie van zichzelf leren kennen en hij zal volledig kunnen veranderen en gezuiverd kunnen worden. Alleen op deze manier kan de mens waardig worden om voor de troon van God terug te keren. Al het werk dat op deze dag wordt gedaan, is dusdanig dat de mens gezuiverd en veranderd kan worden. Door het oordeel en de tuchtiging door het woord en door de loutering kan de mens zijn verdorvenheid uitdelgen en rein worden gemaakt. Beter nog dan deze werkfase als een fase van redding te beschouwen, zou het treffender zijn om te zeggen dat deze het werk is van zuivering. Waarachtig, deze fase is een fase van overwinning, en ook de tweede fase in het reddingswerk. Het is door het oordeel en de tuchtiging van het woord dat de mens kan worden gewonnen door God en het is door het gebruik van het woord om te louteren, te oordelen en te onthullen, zodat alle onzuiverheden, opvattingen, motieven en persoonlijke aspiraties in het hart van de mens volledig bekend worden.

In de laatste dagen gebruikt Christus een verscheidenheid aan waarheden om de mens te onderwijzen, het wezen van de mens te ontmaskeren, en zijn woorden en daden te ontleden. Deze woorden omvatten verscheidene waarheden, zoals de plicht van de mens, hoe de mens God moet gehoorzamen, hoe de mens trouw moet zijn aan God, hoe de mens een normale menselijkheid moet naleven, alsook de wijsheid en de gezindheid van God, enzovoort. Deze woorden doelen allemaal op het wezen van de mens en zijn verdorven gezindheid. In het bijzonder die woorden die aan de kaak stellen hoe de mens God versmaadt, worden gesproken in verband met hoe de mens een belichaming van Satan is en een vijandelijke macht tegen God. Door het ondernemen van Zijn werk van oordeel, maakt God niet zonder meer de natuur van de mens duidelijk met slechts een paar woorden; over een langer tijdsbestek houdt Hij Zich bezig met ontmaskeren, behandelen en snoeien. Deze methoden van ontmaskering, behandelen en snoeien kunnen niet vervangen worden door gewone woorden, maar met de waarheid die de mens in het geheel niet bezit. Alleen dit soort methoden wordt beschouwd als oordeel; alleen door middel van dit soort oordeel kan de mens onderworpen worden en grondig overtuigd worden om zich aan God te onderwerpen, en daarenboven ware kennis van God te vergaren. Wat het werk van oordeel teweegbrengt is het begrip van de mens van het ware gezicht van God en de waarheid over zijn eigen opstandigheid. Door het werk van oordeel vergaart de mens veel begrip over de wil van God, over het doel van Gods werk, en over de mysteriën die onbegrijpelijk voor hem zijn. Het laat de mens ook zijn verdorven essentie herkennen en kennen en de wortels van zijn verdorvenheid, alsmede de afstotelijkheid van de mens ontdekken. Deze resultaten worden allemaal verkregen door het werk van oordeel, want de essentie van dit werk is eigenlijk het werk van het openleggen van de waarheid, de weg en het leven van God voor al degenen die geloof in Hem hebben.

Waardoor is Gods vervolmaking van de mens bereikt? Door Zijn rechtvaardige gezindheid. Gods gezindheid bestaat in de eerste plaats uit rechtvaardigheid, toorn, majesteit, oordeel en vloek en Zijn vervolmaking van de mens komt voornamelijk door oordeel. Sommige mensen begrijpen het niet en vragen waarom het is dat God alleen in staat is om de mens volmaakt te maken door oordeel en vloek. Ze zeggen: “Als God er was om de mens te vervloeken, zou de mens dan niet sterven? Als God de mens zou oordelen, zou de mens dan niet veroordeeld worden? Hoe kan hij dan nog steeds volmaakt worden gemaakt?” Dat zijn de woorden van mensen die het werk van God niet kennen. Wat God vervloekt is de ongehoorzaamheid van de mens en wat Hij oordeelt zijn de zonden van de mens. Hoewel Hij hard en zonder enige gevoeligheid spreekt, openbaart Hij alles wat zich in de mens bevindt en door deze strenge woorden openbaart Hij dat wat wezenlijk is in de mens, maar door een dergelijk oordeel geeft Hij de mens een diepgaande kennis van het wezenlijke van het vlees en aldus onderwerpt de mens zich aan gehoorzaamheid aan God. Het vlees van de mens is zondig en van Satan, het is ongehoorzaam en het onderwerp van Gods tuchtiging en dus, om de mens zichzelf te laten kennen, moeten de woorden van Gods oordeel hem overkomen en moet er elke vorm van loutering worden toegepast; alleen dan kan Gods werk effectief zijn.

God verricht het werk van oordeel en tuchtiging zodat de mens kennis van Hem kan verkrijgen, en omwille van Zijn getuigenis. Zonder Zijn oordeel over de verdorven gezindheid van de mens, zou de mens Zijn rechtvaardige gezindheid die geen belediging duldt, onmogelijk kunnen kennen en zijn oude kennis van God niet in een nieuwe kunnen veranderen. Omwille van Zijn getuigenis, en omwille van Zijn management, maakt Hij Zijn totaliteit openbaar, en door Zijn publieke verschijning stelt Hij de mens in staat kennis van God te bereiken, veranderd te worden in zijn gezindheid, en een klinkend getuigenis van God af te leggen. De verandering van de gezindheid van de mens wordt bereikt door verschillende soorten van Gods werk; zonder zulke veranderingen in zijn gezindheid zou de mens niet in staat zijn om een getuigenis van God af te leggen en zou hij niet iemand naar Gods hart kunnen zijn. Veranderingen in de menselijke gezindheid betekenen dat de mens zich heeft bevrijd van de slavernij van Satan en van de invloed van duisternis en werkelijk een model en voorbeeld van Gods werk is geworden, een getuige van God en iemand naar Gods hart.

Wij volgen het voorbeeld van Paulus en werken hard voor de Heer om het evangelie te verspreiden, van de Heer te getuigen en over de gemeenten van de Heer te waken, net zoals Paulus dat deed: “Maar ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden” (2 Tim. 4:7). Is dit niet het volgen van de wil van God? Deze werkwijze zou moeten inhouden dat we in aanmerking komen om te worden opgenomen en het koninkrijk van de hemel binnen te gaan, waarom moeten we dan Gods oordeelswerk en zuivering in de laatste dagen aanvaarden voordat we in het koninkrijk van de hemel gebracht kunnen worden?

Jullie moeten dus heilig zijn, want ik ben heilig” (Leviticus 11:45).

U zegt dat u rijk bent, dat u alles hebt wat u wilt en niets meer nodig hebt. U beseft niet hoe ongelukkig u bent, hoe armzalig, berooid, ​blind​ en naakt. Daarom raad ik u aan: koop van mij goud dat in het vuur gelouterd is, en u zult rijk zijn; witte ​kleren​ om u te kleden en uw naaktheid te bedekken, zodat u zich niet meer hoeft te schamen; ​zalf​ voor uw ogen, zodat u weer kunt zien. Iedereen die ik liefheb wijs ik terecht en bestraf ik. Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu leidt” (Openbaring 3:17-19).

Want de bruiloft van het lam is gekomen en zijn bruid staat klaar. Zij mag zich kleden in zuiver, stralend ​linnen.’ Want dit ​linnen​ staat voor al het goede dat gedaan is door de ​heiligen. ... Gelukkig zijn zij die voor het bruiloftsmaal van het lam zijn uitgenodigd” (Openbaring 19:7-9).

Oprecht geloof in God houdt in dat je het woord en werk van God ervaart op basis van een overtuiging dat God in alle dingen soeverein is. Daardoor word je bevrijd van je verdorven gezindheid, voldoe je aan de wens van God en leer je God kennen. Alleen door zo’n traject kan er worden gezegd dat je in God gelooft.

In het Tijdperk van het Koninkrijk gebruikt God het woord om een nieuw tijdperk in te luiden, om Zijn werkmethode te veranderen en om het werk voor het gehele tijdperk uit te voeren. Dit is het beginsel op grond waarvan God werkt in het Tijdperk van het Woord. Hij werd vlees om vanuit verschillende perspectieven te spreken en stelde de mens in staat God werkelijk te zien, God die het Woord is dat verschijnt in het vlees, en Zijn wijsheid en wonderbaarlijkheid te aanschouwen. Zulk werk wordt uitgevoerd om de doelen het overwinnen van de mens, het vervolmaken van de mens en de eliminatie van de mens beter te verwezenlijken. Dit is de werkelijke betekenis van het gebruik van het woord voor het werk in het Tijdperk van het Woord. Door het woord leert de mens het werk van God, de gezindheid van God, de essentie van de mens en waar de mens binnen moet gaan kennen. Door het woord komt het werk dat God in het Tijdperk van het Woord wenst te doen volledig tot bloei. Door het woord wordt de mens ontmaskerd, geëlimineerd en beproefd. De mens heeft het woord gezien, het woord gehoord en is zich bewust geworden van het bestaan van het woord. Als gevolg hiervan gelooft hij in het bestaan van God, in de almacht en wijsheid van God, alsook in Gods liefde voor de mens en Zijn verlangen de mens te redden. Hoewel het woord 'woord' eenvoudig en alledaags is, schudt het woord uit de mond van de vleesgeworden God het gehele universum op. Het transformeert het hart, de opvattingen en de oude gezindheid van de mens, en verandert de manier waarop de hele wereld er tot dan toe uitzag. Door de eeuwen heen is het alleen de God van dit moment die op deze manier werkt, en alleen Hij spreekt aldus en komt om de mens aldus te redden. Vanaf deze tijd leeft de mens onder de leiding van het woord en wordt geweid en onderhouden door het woord. De hele mensheid is in de wereld van het woord komen te leven, binnen de vervloekingen en zegeningen van Gods woord, en er zijn nu zelfs nog meer mensen die onder het oordeel en de tuchtiging van het woord zijn komen te leven. Deze woorden en dit werk zijn er alle ten behoeve van de redding van de mens, ten behoeve van het vervullen van Gods wil en ten behoeve van het veranderen van het oorspronkelijke uiterlijk van de wereld van de oude schepping. God schiep de wereld met het woord, leidt mensen uit het gehele universum met Zijn woord, en overwint en redt hen opnieuw met het woord. Tenslotte zal Hij het woord gebruiken om een einde te maken aan de gehele oude wereld. Alleen dan is het managementplan geheel voltooid.

Woorden zijn het middel voor de definitieve overwinning van de mensheid, en allen die deze overwinning aanvaarden, zullen ook de hardheid en het oordeel van deze woorden moeten aanvaarden. Het huidige proces van spreken is een overwinningsproces. Hoe moeten mensen dan precies samenwerken? Door al deze woorden ook echt te eten en te drinken en te begrijpen. Mensen kunnen zichzelf niet overwinnen. Je moet je verdorvenheid en onreinheid, je opstandigheid en ongerechtigheid, leren inzien door het eten en drinken van deze woorden, en je neerwerpen voor God. Als je Gods wil kunt begrijpen en het vervolgens in de praktijk brengt, en daarnaast ook de visie hebt, als je deze woorden volledig weet te gehoorzamen en je eigen keuzes nalaat, dan ben je overwonnen. En dan zullen het deze woorden zijn die je hebben overwonnen.

We willen allemaal Gods oordeel aanvaarden, maar vertel ons hoe we Zijn oordeel moeten ervaren, zodat we de waarheid en het leven kunnen ontvangen en ons kunnen bevrijden van onze zondige natuur en redding kunnen verkrijgen?

Ziet, het tabernakel van God is onder de mensen, Hij zal bij hen wonen. Zij zullen Zijn volk zijn. God Zelf zal bij hen zijn, en Hij zal hun God zijn. God zal alle tranen uit hun ogen vegen, er zal geen dood, of verdriet of pijn zijn, er zal niet meer gehuild worden, want alle dingen van vroeger zijn voorbij” (Openbaring 21:3-4).

Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de ​gemeenten​ zegt. Wie overwint zal ik laten eten van de levensboom die in Gods ​paradijs​ staat” (Openbaring 2:7).

Dat zijn degenen die uit de grote verschrikkingen gekomen zijn. Ze hebben hun kleren witgewassen met het bloed van het lam. Daarom staan ze voor Gods troon en zijn ze dag en nacht in zijn ​tempel​ om hem te vereren. En hij die op de troon zit zal bij hen wonen. Dan zullen ze geen honger meer lijden en geen dorst, de zon zal hen niet meer steken, de hitte hen niet bevangen. Want het lam midden voor de troon zal hen hoeden, hen naar de ​waterbronnen​ van het leven brengen. En God zal alle tranen uit hun ogen wissen” (Openbaring 7:14-17).

Adam en Eva waren oorspronkelijk geschapen zodat de mens voor alles op aarde kon zorgen; de mens was oorspronkelijk de meester van alle dingen. Jehova's bedoeling om de mens te scheppen, was om de mens op de aarde te laten bestaan en ook voor alle dingen erop te zorgen, want de mens was oorspronkelijk niet verdorven en was ook niet in staat om kwaad te doen. Echter, nadat de mens verdorven was, was hij niet langer de beheerder van alle dingen. En het doel van Gods redding is om deze functie van de mens te herstellen, om het oorspronkelijke verstand van de mens en zijn oorspronkelijke gehoorzaamheid te herstellen; de mensheid in rust zal precies de beeltenis zijn van het resultaat dat Zijn werk van redding hoopt te bereiken. Hoewel het niet langer een leven zal zijn zoals dat in de hof van Eden, zal zijn essentie hetzelfde zijn; de mensheid zal niet langer enkel het vroegere, onverdorven zelf zijn, maar eerder een mensheid die verdorven was en vervolgens redding ontving. […] Hoewel de mens een fysiek bestaan leidt, zijn er significante verschillen tussen het wezen van zijn leven en het wezen van het leven van de verdorven mensheid. De betekenis van zijn bestaan en de betekenis van het bestaan van de verdorven mensheid zijn ook verschillend. Hoewel dit niet het leven is van een nieuw type mens, kan worden gezegd dat het het leven is van een mensheid die redding heeft ontvangen, met herwonnen menselijkheid en verstand. Het gaat hier om mensen die eens ongehoorzaam waren aan God en die ooit door God werden overwonnen en vervolgens door Hem werden gered, en mensen die God eerst vernederden en later van Hem getuigden. Hun bestaan, na het ondergaan en doorstaan van Zijn beproevingen, is het meest betekenisvolle bestaan dat er is; zij zijn mensen die van God getuigden tegenover Satan; het zijn mensen die geschikt zijn om te leven.

Wanneer het werk van overwinning is voltooid, zal de mens in een prachtige wereld worden gebracht. Dit leven zal natuurlijk op aarde plaatsvinden, maar het zal totaal anders zijn dan het menselijke leven van vandaag de dag. Het is het leven dat de mensheid zal hebben nadat de gehele mensheid is overwonnen. Het zal een nieuw begin zijn voor de mens op aarde en het hebben van een dergelijk leven zal bewijzen dat de mensheid een nieuw en prachtig koninkrijk is binnengegaan. Het zal het begin zijn van het leven van de mens met God op aarde. Het uitgangspunt van een dergelijk prachtig leven moet zijn dat, nadat de mens is gezuiverd en overwonnen, hij zich onderwerpt aan de Schepper. Daarom is het werk van overwinning de laatste fase in Gods werk, voordat de mens de geweldige bestemming binnengaat. Een dergelijk leven is het toekomstige leven van de mens op aarde, het is het meest prachtige leven op aarde, het soort leven waar de mens naar verlangt, het soort dat de mens nooit heeft bereikt in de geschiedenis van de wereld. Het is de uiteindelijke uitkomst van het 6000-jarig werk van beheer, het is waar de mensheid het meest naar verlangt en het is tevens Gods belofte aan de mens.

Alle dingen zijn weer zoals ze in mijn gedachten waren en ze zijn niet langer ongehoorzaam. Het land is binnen de kortste keren gevuld met gelach, overal op aarde is er een lovende sfeer en overal is mijn heerlijkheid te vinden. Mijn wijsheid is overal op aarde en in het hele universum. De vruchten van mijn wijsheid zijn onder alle dingen te vinden en de meesterwerken van mijn wijsheid zijn overvloedig onder alle mensen aanwezig. Alles is als alle dingen in mijn koninkrijk en alle mensen wonen vredig onder mijn hemelen zoals de schapen in mijn weiden. Ik beweeg mij boven alle mensen en waak overal. Niets ziet er ooit oud uit en niemand is zoals hij vroeger was. Ik rust op de troon, in het hele universum leun ik makkelijk achterover en ik ben volkomen tevreden, want alle dingen hebben hun heiligheid herwonnen. Ik kan weer vredig in Sion verblijven en de mensen op aarde kunnen onder mijn leiding sereen en tevreden leven. Alle mensen beheren alles in mijn hand, alle mensen hebben hun eerdere intelligentie en oorspronkelijke verschijning teruggekregen. Ze zijn niet meer met stof bedekt, maar zijn in mijn koninkrijk zo zuiver als jade, ieder met het gezicht als dat van de heilige in het hart van de mens, want mijn koninkrijk is onder de mens gevestigd.

Als God de rust ingaat, betekent dat dat Hij niet langer Zijn werk van redding van de mensheid zal verrichten. Als de mensheid de rust ingaat, betekent dat dat de gehele mensheid in Gods licht en onder Zijn zegeningen zal leven; er zal niets van Satans verdorvenheid zijn en er zullen geen onrechtvaardige dingen gebeuren. De mensheid zal normaal op aarde leven en zij zullen leven onder Gods zorg. Wanneer God en de mensheid samen de rust ingaan, betekent dit dat de mensheid is gered en dat Satan is vernietigd, dat Gods werk onder de mens volledig is volbracht. God zal niet langer blijven werken onder de mensen en de mens zal niet langer leven onder het domein van Satan. Dientengevolge zal God niet langer druk zijn en zal de mens niet langer rondrennen; God en de mens zullen gelijktijdig de rust ingaan. God zal terugkeren naar Zijn oorspronkelijke positie en elke persoon zal terugkeren naar zijn of haar respectievelijke plaats. Dit zijn de bestemmingen waar God en de mens respectievelijk zullen verblijven na het volbrengen van Gods volledige management. God heeft Gods bestemming en de mens heeft de bestemming van de mens. Terwijl Hij rust, zal God de hele mensheid tijdens hun leven op aarde blijven leiden. In het licht van God zal de mens de ene ware God in de hemel aanbidden. God zal niet langer onder de mensheid leven en de mens zal ook niet in staat zijn om met God in Gods bestemming te leven. God en de mens kunnen niet binnen hetzelfde rijk leven; veeleer hebben beide hun eigen respectievelijke wijzen van leven. God is Degene die de hele mensheid leidt, terwijl de hele mensheid de kristallisatie is van Gods managementwerk. Het is de mensheid die wordt geleid; wat de essentie betreft is de mensheid niet vergelijkbaar met God. Rusten betekent terugkeren naar de eigen oorspronkelijke plaats. Daarom betekent dit, dat wanneer God de rust ingaat, God terugkeert naar Zijn oorspronkelijke plaats. God zal niet langer op aarde leven of delen in de vreugde en het lijden van de mensheid zoals toen Hij onder de mensen was. Wanneer de mensheid de rust ingaat, betekent dit dat de mens een ware schepping is geworden; de mensheid zal God vanaf de aarde aanbidden en een normaal menselijk leven leiden. Mensen zullen niet langer ongehoorzaam zijn aan God of zich tegen God verzetten; zij zullen terugkeren naar het oorspronkelijke leven van Adam en Eva. Dit zijn de respectievelijke levens en bestemmingen van God en de mensheid nadat zij de rust zijn ingegaan.

Dat ‘tarwe geen onkruid kan worden en onkruid geen tarwe kan worden’, staat vast. Allen die God werkelijk liefhebben, zullen uiteindelijk in het koninkrijk blijven en God zal niemand verkeerd behandelen die Hem waarlijk liefheeft. De overwinnaars in het koninkrijk zullen op basis van hun verschillende functies en getuigenissen dienen als priester of als volgeling en allen die te midden van verdrukking zegevieren, zullen samen het lichaam van priesters worden in het koninkrijk. Het lichaam van priesters zal worden gevormd wanneer het werk van het evangelie in het hele universum voleindigd is. Wanneer die tijd komt, zal wat de mens behoort te doen de vervulling van zijn plicht in het koninkrijk van God zijn en samenleven met God in het koninkrijk. In het lichaam van priesters zullen er hogepriesters en priesters zijn en de overigen zullen de zonen en het volk van God zijn. Dit wordt allemaal bepaald door hun getuigenis van God tijdens hun verdrukking; het gaat niet om titels die willekeurig worden verleend. Zodra de status van de mens is vastgesteld, zal het werk van God ophouden, want ieder wordt naar zijn soort ingedeeld en keert terug naar zijn oorspronkelijke positie. Dit markeert de voleinding van Gods werk, dit is het eindresultaat van het werk van God en de praktijk van de mens, de kristallisatie van de visies van Gods werk en de medewerking van de mens. De mens zal uiteindelijk rust vinden in het koninkrijk van God en ook God zal terugkeren naar Zijn woonplaats om te rusten. Dit is het eindresultaat van 6000 jaar samenwerking tussen God en de mens.

Wanneer de mens de eeuwige bestemming binnengaat, zal de mens de Schepper aanbidden en, omdat de mens redding heeft verkregen en de eeuwigheid binnen is gegaan, zal de mens geen doelen meer najagen, laat staan dat hij zich zorgen zou hoeven maken dat hij wordt belaagd door Satan. Tegen die tijd zal de mens zijn plaats kennen en zal hij zijn plicht uitvoeren en, zelfs als zij niet worden getuchtigd of geoordeeld, zal iedere persoon zijn plicht uitvoeren. In die tijd zal de mens een schepsel zijn van zowel identiteit als status. Het onderscheid tussen hoog en laag zal er niet meer zijn; elk persoon zal simpelweg een andere functie uitvoeren. Doch zal de mens nog steeds leven in een geordende, geschikte bestemming van de mensheid, de mens zal zijn plicht uitvoeren omwille van de aanbidding van de Schepper en een mensheid als zodanig zal de mensheid van de eeuwigheid zijn. In die tijd zal de mens een leven dat geïllumineerd wordt door God hebben verkregen, een leven onder de zorg en bescherming van God, een leven samen met God. De mensheid zal een normaal leven op aarde leiden en de gehele mensheid zal in het juiste spoor binnengaan.

Degenen die vervolmaakt zullen worden door God zijn zij die Gods zegeningen en Zijn erfenis zullen ontvangen. Dat wil zeggen, ze nemen in wat God heeft en is, zodat het wordt wat ze innerlijk hebben; ze hebben alle woorden van God in hen gesmeed; wat het wezen van God ook is, jullie zijn in staat om alles op te nemen zoals het is en daardoor naar de waarheid te leven. Dit is het soort mens dat door God vervolmaakt en gewonnen is. Alleen zo’n persoon komt in aanmerking voor het erven van deze zegeningen die door God zijn geschonken