De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Getuigenissen van ervaringen met het oordeel van Christus

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresultaten

Geen resultaten gevonden

Ik heb geleerd hoe ik andere mensen juist moet behandelen

Door Siyuan, Frankrijk

Op een dag kwam broeder Chen van onze kerk bij mij. Hij zei dat hij in zijn vrije tijd het afleggen van een getuigenis wilde oefenen en een deel van zijn kracht aan het evangeliewerk wilde wijden. Door mijn eerdere interacties met broeder Chen wist ik dat hij een zeer arrogante gezindheid had. Ik had dus wat vooringenomen ideeën en noties over hem. Bovendien dacht ik dat degenen die getuigenis afleggen een zeker niveau van kennis van de Bijbel moeten hebben. Ze moeten de waarheid duidelijk over weten te brengen en de vragen kunnen beantwoorden van hen aan wie wij het evangelie verkondigen. Ik dacht dat hij die kwaliteiten niet had en dus ging ik niet akkoord. Toen hij dit zag, zei hij: “Vind jij op basis van mijn talenten niet dat ik het afleggen van een getuigenis kan oefenen? Verkwist ik mijn talent niet als ik geen getuigenis afleg?” Toen ik dit hoorde, baalde ik en dacht: “Denk je soms dat het eenvoudig is een getuigenis af te leggen? Als je geen echt talent hebt, denk je dan dat je deze plicht goed kunt vervullen? Je hebt een te hoge dunk van jezelf. Je hebt gewoon geen nauwkeurig beeld van jezelf!” Achteraf besprak ik de situatie van broeder Chen met een paar andere broeders en zusters om inzicht in zijn gesteldheid te krijgen. Nadat ze hadden gehoord wat ik zei, zeiden sommige van de broeders en zusters ook hoe broeder Chen arrogantie had getoond in zijn gedrag. Dit bevestigde voor mij dat mijn mening over broeder Chen inderdaad accuraat was. Ik was me er nooit van bewust dat als ik nonchalant commentaar leverde op broeder Chen zonder op zoek te gaan naar de waarheid om hem precies te begrijpen, ik hem in feite veroordeelde en met anderen samenspande.

Op een dag woonde ik een bijeenkomst met broeder Chen bij. Toen we het werkschema doorlazen over hoe we de films van Gods familie konden bekijken terwijl we een kerkelijk leven leiden, zei hij: “Ik denk dat de leiders en medewerkers de realiteit van de waarheid niet bezitten. Ze prediken slechts lettertjes en doctrines in bijeenkomsten, maar kunnen de praktische problemen waar onze broeders en zusters mee worden geconfronteerd niet oplossen. Het is geweldig dat we nu films kunnen zien in onze bijeenkomsten. Dit zal ons helpen de waarheid te begrijpen.” Hij ging door en zei: “Toen ik deze plicht in het begin vervulde had ik veel problemen, omdat ik de principes niet begreep. Nu ik echter greep heb op de principes, heb ik het gevoel dat de vervulling van deze plicht veel beter verloopt, en de resultaten die ik in mijn werk behaal zijn bijzonder goed […].” Toen ik hem dit hoorde zeggen welde de aversie en weerstand op in mijn hart. Ik dacht: Je bent wel erg goed in het grijpen van je kansen. Je maakt gebruik van de communicatie van de man die door de Heilige Geest is gebruikt om ons leiders en medewerkers te kleineren. Tegelijkertijd ben je niet vergeten van jezelf te getuigen en op te scheppen. Jij bent echt te arrogant en irrationeel … Daarna begonnen we te bespreken hoe we samen zouden werken aan de vijf vragen die bij de volgende samenkomst aan de orde zouden worden gesteld. Op dat moment bood broeder Chen aan om de leiding te nemen over drie van de vragen en hij stelde zelfs mensen voor voor de verantwoordelijkheid voor de overgebleven twee vragen. Toen ik ervoor zorgde dat bij de volgende bijeenkomst de groepsleider de leiding nam, vroeg hij snel de groepsleider op twijfelende toon: “Denk je dat je dit aankunt? Kun je dit?” Uit zijn toon leek het dat hij dacht dat alleen hij de leiding over de bijeenkomst kon hebben. Toen ik met zijn gedrag werd geconfronteerd, dacht ik: Jij staat niet in de werkelijkheid. Kun je dit maken? Jij wil alleen maar deze gelegenheid als platform gebruiken om indruk te maken op je broeders en zusters. Je wil alle aandacht, maar dat ga ik niet toestaan. Om te voorkomen dat hij zijn doel zou bereiken, deed ik mijn gezag gelden en regelde het zo dat hij de leiding niet zou hebben. Als ik het hele gedrag van broeder Chen overdacht, mocht ik hem in mijn hart helemaal niet en mijn vooroordelen over hem werden alleen maar sterker. Ik had met name een aantal keren met hem over zijn arrogante gedrag gecommuniceerd, maar hij accepteerde dat alleen in woord en ik zag geen duidelijke verandering achteraf. Daarom dacht ik dat hij een buitengewone mate van arrogantie had. Hij was buitensporig arrogant, zozeer dat ik dacht dat hij nooit zou kunnen veranderen en een hopeloos geval was. En soms dacht ik zelfs dat hij zo arrogant was dat hij in feite niet geschikt was om zijn huidige plicht te vervullen. Ik zou hem gewoon door iemand anders vervangen.

Toen ik na afloop van de bijeenkomst nadacht over de ideeën die ik tijdens de bijeenkomst had geuit, voelde mijn hart enig verwijt en groot ongemak. Ik bad tot God: “O God! Ik heb veel gedachten en vooroordelen over broeder Chen. Ik denk dat hij erg arrogant is. Iedere keer dat ik hem hoor spreken welt er nu aversie en weerstand op in mijn hart. Ik wil hem zelfs vervangen. O God! Ik weet dat ik in een verkeerde gesteldheid verkeer. Maar ik begrijp uw wil niet en ik weet niet welk aspect van de waarheid ik binnen zou moeten gaan. O God, verlicht mij en wijs mij de weg.” Toen ik klaar was met bidden, dacht ik aan een passage uit een preek: “Bestaat deze manier van denken in jullie hart? Als je aan iemand denkt, denk je eerst aan zijn zwakheden, en denk je eerst aan de manier waarop hij verdorven is. Klopt dit? Als je zo door blijft denken, lukt het je nooit normaal met anderen om te gaan. […] Maar omdat hij oprecht in God gelooft en op zoek is naar de waarheid, duurt het niet lang voordat deze verdorvenheid in hem begint te veranderen en te verdwijnen. Zo moeten we naar dit probleem kijken, en we moeten problemen bekijken vanuit een groeiperspectief. We moeten niet blijven stilstaan bij de zwakheid van een persoon, hem dan voor altijd veroordelen en zeggen dat die persoon zijn hele leven zo zal blijven, dat hij zo’n soort persoon is. Als je dit doet veroordeel en begrens je hem! Toen God de mensen redde sprak Hij niet op deze manier, zei Hij niet dat de mensheid zozeer verdorven was en dat het daarom zinloos was haar te redden en dat dit het einde betekende van het menselijk ras. Zo ziet God het helemaal niet. Dus streven we nu allemaal naar waarheid. We willen allemaal op zoek naar waarheid en we geloven dat we op zijn minst zeker wat zullen veranderen binnen een paar jaar als we onze zoektocht volhouden en dat we uiteindelijk helemaal in staat zullen zijn onze gezindheid te veranderen en door God zullen worden vervolmaakt. Dit soort vertrouwen hebben jullie allemaal, toch? Omdat jullie dit soort vertrouwen hebben, zouden jullie ook moeten geloven dat andere mensen dit soort vertrouwen ook hebben” (‘Hoe je normale intermenselijke verhoudingen kunt bewerkstelligen’ in ‘Preken en communicatie over het binnengaan in het leven I’). Deze passage uit de communicatie liet mij duidelijk mijn gesteldheid zien en ik schaamde me. Ik zag hoe arrogant en verwaand mijn aard was. Ik gedroeg me alsof ik de waarheid in pacht had en in staat was om in één oogopslag nauwkeurig over een persoon te oordelen en zijn wezen te kunnen doorgronden. Doordat ik de woorden van de preek op mezelf betrok, realiseerde ik me: door mijn interacties met broeder Chen vond ik hem jong en trots toen ik hem zijn arrogante gezindheid zag uitdrukken in de woorden die hij zei en de dingen die hij deed. Ik had het idee dat hij geen enkele zelfkennis had. Ik oordeelde zelf in mijn hart, dat hij een arrogant persoon was die geheel irrationeel was en geen hoop had op verandering. Daarom kon ik hem nooit eerlijk en onpartijdig behandelen. God redt de mensen zover maar enigszins mogelijk, maar ik begrensde broeder Chen in ieder opzicht. Nu had God mij ontmaskerd en liet mij mijn arrogantie en verwaandheid duidelijk zien. Ik had mijn eigen perspectief en overtuiging als de waarheid gezien en als de norm om mensen te beoordelen – ik was zo irrationeel. Bekeek en mat ik anderen met principes en normen? Kwam mijn methode om mensen te bekijken en te begrenzen overeen met de waarheid? Ik was nog minder dan een made. Hoe kon ik geschikt zijn om anderen te beoordelen en te veroordelen? Gods woorden zijn als volgt: “De mensen die God redt, zijn degenen die een verdorven gezindheid hebben vanwege Satans verdorvenheid. Het zijn geen perfecte mensen waar nog niet het geringste vlekje op zit, en het zijn ook geen mensen die geïsoleerd leven” (‘Het leven binnengaan is zeer belangrijk voor het geloof in God’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’). Wij zijn nog niet vervolmaakt en we zitten midden in het proces van geleidelijke verandering door onze ervaring met Gods werk. We mogen dan onze verdorven gezindheden uiten of enkele overtredingen begaan bij de uitvoering van onze taken, zolang we oprecht in God geloven en naar de waarheid streven zijn we in staat tot verandering. Ik zag anderen echter niet vanuit een perspectief van groei. Integendeel, ik begrensde anderen met mijn eigen perspectief en verdorven gezindheid. Inderdaad, ik was wel erg arrogant.

Toen las ik nog een passage van Gods woorden: “Volgens welk principe zou je de leden van Gods familie moeten behandelen? (Behandel iedere broeder en zuster eerlijk.) Hoe behandel je ze eerlijk? Iedereen heeft kleine foutjes en tekortkomingen, en bepaalde eigenaardigheden; mensen zijn allemaal zelfgenoegzaam, zwak en hebben allemaal gebieden waarin ze tekortschieten. Je zou ze met een liefdevol hart moeten helpen, tolerant en verdraagzaam zijn, en niet te hard zijn of op alle slakken zout leggen. Als je jongeren, of mensen die nog niet zo lang in God geloven, of pas onlangs zijn begonnen met hun plichten of bepaalde verzoeken hebben gewoon bij de haren grijpt en weigert los te laten, dan is dat wat bekendstaat als hard. Je negeert het kwaad dat door de valse leiders en antichristen is verricht, en toch weiger je je hulp aan broeders en zusters zodra je kleine tekortkomingen en fouten bij hen opmerkt. Liever maak je er drukte over en veroordeel je ze achter hun rug, waardoor er nog meer mensen tegen hen zijn, ze buitensluiten en uitstoten. Wat is dat voor gedrag? Zo doe je alleen maar dingen op basis van je persoonlijke voorkeuren en ben je niet in staat mensen eerlijk te behandelen. Dit geeft blijk van een verdorven satanische gezindheid! Dit is een overtreding! Als mensen iets doen, kijkt God toe. Wat je ook doet en hoe je ook denkt, Hij zit het! Als je de principes wilt begrijpen, moet je eerst de waarheid inzien. Als je de waarheid eenmaal inziet, kun je de wil van God bevatten. Als je de waarheid niet kent, zul je Gods wil zeker niet begrijpen. De waarheid laat je weten hoe je mensen moet behandelen. Als je dit eenmaal begrijpt, weet je hoe je mensen moet behandelen volgens de wil van God. Hoe je anderen moet behandelen, staat duidelijk uitgelegd in Gods woorden; de houding waarmee God de mensheid behandelt, is de houding die mensen zouden moeten aannemen in de omgang met elkaar. Hoe behandelt God ieder mens dan? Sommige mensen zijn in een onvolwassen staat, of ze zijn jong, of geloven pas een korte tijd in God. De aard en het wezen van sommige mensen is niet slecht of kwaadaardig; ze zijn gewoon nog wat onwetend, het ontbreekt hen aan kaliber, of de maatschappij heeft ze te zeer vervuild. Ze zijn de realiteit van de waarheid niet binnengegaan. Daarom is het moeilijk voor hen om geen dwaze of onwetende dingen te doen. Maar vanuit Gods perspectief doet dat er niet toe, Hij kijkt alleen in het hart van de mens. Als ze vastbesloten zijn de werkelijkheid van de waarheid binnen te gaan, ze de goede kant uit gaan en dit hun doel is, dan houdt God ze in de gaten, wacht Hij op hen en geeft Hij ze de tijd en mogelijkheden waardoor ze binnen kunnen gaan. God vloert ze echt niet met één klap of slaat ze zodra ze hun hoofd naar buiten steken. Zo heeft God de mens nooit behandeld. Desalniettemin, als mensen elkaar op die manier behandelen, toont dit dan niet hun verdorven gezindheid? Dit is nu juist hun verdorven gezindheid. Je moet kijken naar hoe God onwetende en dwaze mensen behandelt, hoe Hij de mensen in onvolwassen staat behandelt, hoe Hij met de normale uitingen van de verdorven gezindheid van de mensheid omgaat, en hoe Hij omgaat met de kwaadwilligen. God behandelt mensen op verschillende manieren, en Hij heeft ook verschillende manieren om met de ontelbare staten van die verschillende mensen om te gaan. Je moet de waarheid van deze dingen begrijpen. Als je deze waarheden eenmaal hebt ingezien, dan kun je weten hoe je ze moet ervaren” (‘Om de waarheid te bereiken, moet je leren van mensen, zaken en dingen om je heen’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’). Gods woorden beschrijven heel duidelijk volgens welke principes en welk pad je mensen moet behandelen. Ook leggen ze uit dat Gods houding ten opzichte van antichristen en slechte mensen vol haat, vervloeking en straf is. Maar God heeft ten opzichte van mensen van minieme gestalte, van laag kaliber en met allerlei verdorven gezindheden en tekortkomingen, een houding van liefde, genade en redding, zolang zij maar echt in God geloven, de waarheid willen zoeken, de waarheid kunnen aanvaarden en de waarheid in praktijk kunnen brengen. Uit Gods woorden zag ik dat God principes en normen heeft voor de behandeling van ieder persoon. God eist dat wij liefhebben wie Hij liefheeft en haten wie Hij haat. We moeten tolerant en vergevingsgezind zijn voor de broeders en zusters die echt in God geloven en we moeten ze de gelegenheid geven tot berouw en verandering. We kunnen ze niet zomaar met de grond gelijk maken als ze hun verdorven gezindheid tot uitdrukking hebben gebracht, omdat dit niet overeenkomt met de principes en methodes die God gebruikt in de behandeling van mensen, laat staan dat het Gods wil is. Ik begon na te denken over hoe broeder Chen de last van zijn taken op zich nam, hoe hij verantwoordelijkheid voelde en hoe hij in staat was enig praktisch werk te verrichten. Ik had nooit echt goed stilgestaan bij zijn sterke punten en verdiensten. In plaats daarvan bleef ik steken bij zijn verdorvenheid en kon dat niet loslaten. Ik oordeelde en veroordeelde hem. Mijn aard was echt kwaadaardig!

Toen dacht ik aan een passage van Gods woorden: “Gods houding en de wijze waarop Hij met Adam en Eva omging, lijken op hoe menselijke ouders zorg voor hun eigen kinderen tonen. Ze lijken ook op hoe menselijke ouders hun eigen zoons en dochters liefhebben en zorg en aandacht voor hen hebben – reëel, zichtbaar en tastbaar. In plaats van Zichzelf op een hoogverheven positie te plaatsen, maakte God persoonlijk kleding van dierenvellen voor de mens. Het maakt niet uit of deze bontjas werd gebruikt om hun schaamte te bedekken of hen tegen de kou te beschermen. Kort gezegd, deze kleding die werd gebruikt om het lichaam van de mens te bedekken, was eigenhandig door God gemaakt. God heeft deze niet simpelweg via een gedachte of wonderbaarlijke methodes gecreëerd zoals mensen zich voorstellen, maar Hij heeft op legitieme wijze iets gedaan waarvan de mens denkt dat God dat niet zou kunnen en moeten doen. Dit is wellicht iets eenvoudigs waarvan sommigen zelfs kunnen denken dat het niet de moeite waard is om te noemen. Hierdoor kunnen echter allen die God volgen, maar voorheen allemaal vage ideeën over Hem hadden, een inzicht in Zijn waarachtigheid en beminnelijkheid krijgen en Zijn trouwe en nederige natuur waarnemen. Het zorgt ervoor dat onuitstaanbaar arrogante mensen die denken dat ze hoog verheven zijn, hun verwaande hoofd schaamtevol buigen in het licht van Gods waarachtigheid en nederigheid” (‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf I’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Elk van deze woorden van God verwarmde mijn hart. Ik kon Gods bekommernis en empathie voor de mens voelen en ik voelde dat Zijn zorg en bezorgdheid echt waren. Toen Adam en Eva Gods bevel niet gehoorzaamden en van de vruchten van de boom der kennis van goed en kwaad aten, verborg God Zich weliswaar voor hen en verdreef Hij hen uit het Hof van Eden, maar Hij had toch medelijden met hen en maakte Zelf kleding uit huiden die ze konden dragen. God is echt liefdevol en Zijn gezindheid is waarlijk mooi en goed. Zijn houding ten opzichte van verdorven mensen en mensen die overtredingen begaan is geduldig. Door zijn barmhartigheid is Hij in staat de onwetendheid, zwakheid en onvolwassenheid van de mens te vergeven. Hij geeft de mens tijd en de gelegenheid tot berouw. Terwijl Hij wacht, verschaft Hij de mens onophoudelijk waarheden om binnen te gaan. Gods redding van de mens is zo werkelijk. God is trouw en Zijn liefde voor de mens is echt, totaal niet kunstmatig of geveinsd, maar tastbaar en waarneembaar. Toen ik hierover nadacht, welden de tranen op in mijn ogen en begonnen over mijn wangen te stromen. I begon al mijn ervaringen te overdenken. Omdat ik de principes niet was binnengegaan had ik in het werk, waarin ik leiders en medewerkers een plaats toebedeelde, dingen gedaan die het werk van de kerk verstoorde en hinderde. Maar God had mij niet geëlimineerd of gestraft. Integendeel, Hij gebruikte het verslag dat mijn broeders en zusters hadden geschreven om mij over mijzelf te laten nadenken, om mij berouw te laten hebben en te laten veranderen, zodat ik mijn plichten volgens de principes zou kunnen vervullen. Toen ik negatief en zwak was, gebruikte God Zijn woorden om mij te troosten en te ondersteunen. Ook zette Hij de broeders en zusters aan mijn zijde ertoe Zijn wil aan mij over te brengen, wat mij enorm veel sterker heeft gemaakt. Tijdens de periodes dat ik overtredingen beging of fouten maakte in mijn werk, dat ik misvattingen koesterde en op mijn hoede was voor God en ik negatief en slordig werd in mijn werk, verlichtte God mij en leidde Hij mij met Zijn woorden zodat ik Zijn wil kon begrijpen en ik zag Zijn liefde en Zijn redding. Toen was ik in staat de negativiteit en misverstanden achter me te laten … Had God dit niet al lang geleden in mij bewerkstelligd? Toen ik Gods grenzeloze liefde voor mij zag, smolt mijn eigenzinnige en gevoelloze hart door Gods oprechte liefde. Ik sprak een gebed van berouw uit voor God: “O God! Keer op keer ben ik u ongehoorzaam geweest en heb ik me tegen u verzet. Maar u behandelt mij nog steeds met liefde en verdraagzaamheid en toont begrip voor mijn zwakheden. Keer op keer gebruikte u woorden om mij te verlichten, te begeleiden, te steunen en te voeden. Stap voor stap leidde u mij tot op vandaag. Ik ben het niet waard dat u zo veel moeite en zorg besteedt aan mijn redding. O God! Uw liefde voor mij is onbeschrijfelijk. Terwijl u geduldig wacht tot ik verander, geeft u mij ook nog gelegenheden om berouw te tonen. Van nu af aan wil ik alleen nog maar dat ik volgens uw wil en vereisten praktiseer. Ik wil terug kunnen vallen op de principes van de waarheid bij mijn behandeling van iedere broeder en zuster die oprecht in u gelooft”.

Toen las ik nog een passage uit een preek, waarin stond: “Je bent bijvoorbeeld leider en je bent verantwoordelijk voor de broeders en zusters. Stel dat er een broeder of zuster is die niet naar de waarheid streeft en niet het juiste pad volgt. Wat zou je dan moeten doen? Je moet deze persoon helpen. Deze hulp omvat ook snoeien en aanpakken. Het omvat berisping en kritiek. Dit is de manier om te helpen. Dit is allemaal liefde. Is het nodig om hen met zachte hand te sturen en een raadgevende toon te gebruiken? Niet noodzakelijkerwijs. Als het noodzakelijk is hen te snoeien en aan te pakken, doe dat. Leg bloot wat er blootgelegd moet worden. Dit is omdat je leider en werker bent. Als jij niet helpt, wie dan wel? Dit is de taak die jij moet volbrengen” (‘Hoe Gods werk ervaren moet worden om redding te bereiken en vervolmaakt te worden’ in ‘Preken en communicatie over het binnengaan in het leven VI’). Van deze communicatie leerde ik dat een leider of een werker die echt de realiteit van de waarheid bezit zijn broeders en zusters principieel behandelt. Hij kent zijn verantwoordelijkheid en zijn opdracht. Hij kan op de principes van de waarheid terugvallen om mensen volgens hun natuur en wezen aan te pakken. Hij is in staat mensen praktisch te helpen op basis van hun verdorvenheden en tekortkomingen. Hij weet wanneer hij hen met een liefdevol hart moet helpen, wanneer hij hen streng aan moet pakken en snoeien en wanneer een reprimande te geven. Hij is in staat zich passend te gedragen, principes te hebben en zal de broeders en zusters die aan hun verdorvenheid uitdrukking hebben gegeven niet willekeurig als vijanden behandelen. Ik begon opnieuw na te denken over hoe ik broeder Chen had behandeld. Toen ik zag dat hij zijn arrogante gezindheid openbaarde, hielp en steunde ik hem niet op een praktische manier. Ik analyseerde zijn arrogante natuur niet om hem te helpen het wezen van zijn natuur te begrijpen of duidelijk de gevaarlijke consequenties te zien als zijn arrogante gezindheid niet zou veranderen. In plaats daarvan oordeelde ik willekeurig en sloot ik hem buiten en veroordeelde hem. Ik verspreidde mijn vooroordelen over hem zelfs achter zijn rug om. Ik liet geen enkele tolerantie of geduld zien, laat staan dat ik hem met liefhebbend hart behandelde. Op dat moment zag ik in dat er in de manier waarop ik deze broeder had behandeld geen principes van waarheid zaten en ik mijn taak en verplichtingen niet vervulde. Ik begreep de wil van God en vond het pad om te oefenen. Als gevolg ging ik op zoek naar broeder Chen. Ik wees hem op zijn problemen en bood hem mijn hulp en ondersteuning aan. Tegelijkertijd pakte ik hem aan en snoeide ik hem. Ik analyseerde zijn onjuiste perspectief op de zoektocht en het verkeerde pad dat hij nam. Ook communiceerde ik met hem over het heilige wezen van God en Zijn gezindheid die geen belediging duldt … Dank God voor Zijn begeleiding. Door mijn communicatie met hem verwierf broeder Chen enig begrip van zijn eigen arrogante natuur en de verdorvenheid die hij had uitgedrukt. Hij zei: “Ook al weet ik dat ik erg arrogant ben, toch erken ik het vaak alleen maar in woorden. Nooit heb ik mijn eigen arrogante natuur diepgaand ontleed, laat staan dat ik deze ooit echt heb gehaat. Alleen omdat jij mij vandaag op deze dingen wijst, ben ik er nu achter gekomen dat mijn eigen toestand vreselijk is en gevaarlijk. God is niet in mijn hart en ik heb voor niemand respect. Ik heb altijd het gevoel dat ik bekwaam ben. Vooral als het werk resultaat oplevert, kaap ik niet alleen Gods glorie, maar ben ik eigenlijk nog arroganter en verwaander omdat ik mezelf een fenomenaal persoon vind. Ik zit op de weg van de antichrist en ik pleeg wandaden en bied weerstand aan God. Jouw waarschuwing en hulp hebben mij nu de gelegenheid gegeven om over mezelf na te denken, berouw te hebben en te veranderen […].” Toen ik hem dit hoorde zeggen was ik echt geraakt. Ik voelde heel goed dat ik mijn taken niet goed had volbracht en dat ik geen barmhartig hart had. Ik had mijn broeder geen hulp of steun gegeven. In plaats daarvan had ik zijn verdorvenheid aangegrepen en hem veroordeeld. Het waren het oordeel en de tuchtiging van Gods woorden die mij hadden gered, waardoor ik duidelijk zag dat ik een arrogante en kwaadaardige natuur had en waardoor mijn absurde perspectief werd gecorrigeerd. Ik las in de passage uit preek van boven: “Er kan worden gezegd dat degenen die echt van de waarheid houden en de wil hebben naar vervolmaking te streven allemaal een arrogante en zelfgenoegzame gezindheid hebben. Zolang ze de waarheid kunnen accepteren, het snoeien en aangepakt worden kunnen accepteren, en in staat zijn de waarheid absoluut te gehoorzamen wat de omstandigheden ook zijn, dan kunnen dergelijke mensen redding bereiken en vervolmaakt worden. In feite zijn er geen mensen met een echt goed kaliber en een echte wil, die niet arrogant zijn. Dit is een feit. Het door God uitverkoren volk moet onderscheid kunnen maken. Ze moeten iemand niet begrenzen als geen goed mens en als iemand die niet gered en vervolmaakt kan worden, alleen omdat hij extreem arrogant en zelfgenoegzaam is. Hoe ongeremd arrogant de persoon ook is, zolang hij van een goed kaliber is en de waarheid kan zoeken is het een persoon die God wil vervolmaken, De criteria voor God om mensen te vervolmaken zijn voornamelijk dat het een goed persoon betreft, van een goed kaliber en dat hij op zoek is naar de waarheid. Als het kaliber van een persoon te laag is en deze voortdurend niet in staat is de waarheid te begrijpen, ook al is zijn gezindheid uitermate meegaand en is hij helemaal niet arrogant, dan is hij toch nergens goed voor en het niet waard om vervolmaakt te worden. Op dit punt moet men Gods wil begrijpen. Als het kaliber van een persoon goed is en hij de wil heeft en niet arrogant en zelfgenoegzaam is, dan is dat beslist een voorwendsel of een oppervlakkig schijnuiterlijk, want zo een persoon bestaat niet. Je moet weten dat de verdorven mensheid een arrogante en zelfgenoegzame aard heeft. Dit is een feit dat niet ontkend kan worden” (Communicatie van boven). Deze communicatie hielp me duidelijk te begrijpen hoe ik mensen met een arrogante gezindheid moest behandelen. Ik leerde dat diegenen die een arrogante gezindheid hebben, kunnen veranderen, en dat de sleutel is of zij al dan niet in staat zijn de waarheid na te streven en te accepteren. Als ze in staat zijn de waarheid te aanvaarden, Gods oordeel en tuchtiging te aanvaarden en het kunnen aanvaarden als zij worden aangepakt en gesnoeid, dan kunnen ze absoluut veranderen en door God worden vervolmaakt. Toen ik nogmaals naar de situatie van broeder Chen keek, realiseerde ik me dat het eigenlijk heel normaal was dat hij een arrogante en verwaande gezindheid tot uitdrukking bracht, omdat hij nog jong was, nog niet zo lang in God had geloofd en nog niet veel van Gods oordeel en tuchtiging had meegemaakt. We zijn verdorven door Satan en we worden door onze arrogante gezindheid beheerst, dus zijn we er dol op in de schijnwerpers te staan en te pronken. Dit is een veelvoorkomend kenmerk van verdorven mensen. Heb ik niet ook regelmatig arrogantie en verwaandheid laten zien? Waarom denk ik dat ikzelf kan veranderen, maar dat hij dat niet kan? Waarom zijn de eisen die ik aan mijzelf stel lager dan de eisen die ik aan hem stel? Betekent dit niet dat ik nog arroganter ben dan hij? Dit is geen eerlijke manier om hem te behandelen. Toen ik me dit realiseerde, kon ik mijn vooroordelen en vooringenomenheid die ik jegens broeder Chen had, laten gaan. Ik voelde dat de essentie van zijn natuur niet slecht was. Hij was vastbesloten de waarheid na te streven. Zijn arrogante gezindheid was alleen wat ernstiger, en ik begreep dat ik hem met een liefdevol hart moest helpen en mijn verantwoordelijkheid moest volbrengen.

Dank God voor Zijn verlichting en begeleiding. Ik leerde van deze ervaring dat zij die in hun verdorven gezindheid leven en anderen niet volgens de principes van Gods woorden behandelen en die niet in staat zijn de sterke en zwakke punten van anderen op een correcte manier te benaderen, anderen niet op een eerlijke manier kunnen behandelen. Ze brengen hun broeders en zusters niet alleen lichamelijk letsel en psychische schade toe, ze vertragen ook nog eens hun ingang in het leven. Ze kunnen het anderen zelfs moeilijk maken of hen straffen als ze het pad van de antichrist nemen. God zij dank voor het oordeels- en tuchtigingswerk dat Hij op mij heeft uitgevoerd in deze periode. Toen ik in mijn opstandige gezindheid leefde en niet in staat was mijn broeder volgens de principes van de waarheid te behandelen, voerde God onmiddellijk Zijn oordeel en tuchtiging uit om mij op tijd te redden en zorgde ervoor dat ik mijn eigen arrogantie en kwaadaardige gezindheid herkende. Toen ik weer bij God terugkwam, mezelf terzijde schoof en op zoek ging naar de waarheid, kreeg ik Gods begeleiding en leiderschap – ik begreep uit Gods woorden hoe ik principieel met mensen om moest gaan. Toen ik broeder Chen volgens Gods woorden behandelde, ervoer ik echt spirituele vrede en stabiliteit. Bovendien kon ik de sterke punten van mijn broeder ontdekken en daarvan leren, en zo mijn eigen tekortkomingen weer goedmaken. Ik proefde de zoetheid van het in praktijk brengen van Gods woorden. Door het werk en de begeleiding van God kon ik enkele waarheden begrijpen en enig begrip verwerven over mijn eigen verdorvenheid en tekortkomingen. Tegelijkertijd denk ik oprecht dat het heel belangrijk is om andere mensen volgens de principes van de waarheid te behandelen. Ik wil alleen maar Gods woorden in praktijk blijven brengen bij de vervulling van mijn plichten, en al mijn broeders en zusters volgens de waarheid van Gods woorden behandelen.

Vorige:Door Gods hart te begrijpen, kunnen misvattingen uit de weg worden geruimd

Volgende:Jezelf echt kennen alleen door de waarheid te begrijpen

Gerelateerde media

  • De hoogmoed voor de val

    Omdat het nodig was voor het werk werd ik overgeplaatst naar een ander werkgebied. Op dat moment was ik God zeer dankbaar. Ik voelde dat ik veel gebreken had, maar dankzij Gods goddelijke promotie kreeg ik de kans om mijn plicht uit te voeren in een schitterend werkgebied. Ik deed een belofte aan God in mijn hart: ik zou mijn uiterste best doen om het God terug te betalen.

  • De essentie van het misbruik van macht voor persoonlijke wraak

    Door Zhou Li, provincie Shandonge Een tijd geleden moesten er districten binnen ons gebied in kaart gebracht worden en volgens onze principes voor d…

  • De transformatie van een gevallen mens

    Ik voel diep vanbinnen dat het Almachtige God is geweest die mij en mijn vrouw heeft veranderd, die mijn huwelijk en familie heeft gered en, nog belangrijker, mij heeft behoed voor extreme verdorvenheid en me heeft veranderd van een arrogante, slechte en vunzige zoeker van roem in een mens die het licht en rechtvaardigheid zoekt, en echt doelen in het leven heeft.

  • Ik ben bereid de supervisie van allen te accepteren

    Door Xianshang, provincie Shanxi Een tijd geleden, telkens wanneer ik hoorde dat de hoogste leiders naar onze kerk zouden komen, voelde ik me ongemakk…