De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Door beproeving werd mijn liefde voor God aangewakkerd

21

Door Meng Yong, provincie Shanxi

Omdat ik van nature een eerlijk persoon ben, werd ik altijd door anderen gekoeioneerd. Dientengevolge heb ik de kilheid van de wereld van de mens geproefd en voelde mijn leven leeg en betekenisloos. Nadat ik begon te geloven in Almachtige God, genoot ik, als gevolg van het leven van kerkelijk leven en het lezen van Gods woorden, een vastberadenheid en vreugde in mijn hart die ik voordien nooit had gevoeld. Te zien hoe de broeders en zusters van de Kerk van Almachtige God elkaar liefhebben als één familie deed mij beseffen dat alleen God rechtvaardig is, en dat alleen de Kerk van Almachtige God het licht in zich heeft. Doordat ik verschillende jaren het werk van Almachtige God persoonlijk heb ervaren, ben ik echt gaan waarderen dat de woorden van Almachtige God mensen inderdaad kunnen veranderen en mensen kunnen redden. Almachtige God is liefde en Hij is redding. Om meer mensen van de liefde van God te laten genieten en de redding van God te laten ontvangen, probeerden mijn broeders en zusters en ik ons best te doen om het evangelie te verspreiden, maar wij hadden nooit kunnen denken dat wij door de Communistische Partij gevangen genomen zouden worden en zouden worden vervolgd.

Op 12 januari 2011 reden een aantal broeders en zusters en ik naar een plaats om het evangelie te verspreiden en het liep erop uit dat we werden aangegeven door boosaardige mensen. Niet lang hierna gaf de provinciale overheid opdracht aan ambtenaren van diverse afdelingen van de wetshandhaving, zoals de zedenpolitie, de strijdkrachten van de nationale veiligheid, de antidrugs eenheid, de politiestrijdkrachten, en de lokale politieafdeling, om ons te komen arresteren in meer dan tien politievoertuigen. Toen een broeder en ik op het punt stonden weg te rijden, zagen wij dat zeven of acht politieagenten bezig waren om met hun wapenstok woest in te slaan op een andere broeder. Op datzelfde moment renden vier politieagenten snel naar ons toe en sneden ons de pas af. Eén van de kwaadaardige agenten trok zonder enige verklaring de autosleutels uit de auto en gaf ons het bevel om in de auto te blijven en ons niet te bewegen. Tegen die tijd zag ik dat die broeder reeds zo erg was geslagen dat hij op de grond zat en zich niet kon bewegen. Als vanzelf werd ik vervuld van gerechtvaardigde verontwaardiging en haastte ik mij uit de auto om hun geweld te stoppen maar de kwaadaardige politie verdraaide mijn arm en schoof me terzijde. Ik probeerde een redelijk gesprek met hen te voeren: “Wat er ook is, we kunnen erover praten. Hoe kunt u zomaar op mensen los gaan slaan?” Zij schreeuwden venijnig terug: “Schiet op, terug in je auto, jij komt ook nog aan de beurt!” Later brachten ze ons naar het politiebureau en werd onze auto in beslag genomen.

Na negen uur die avond kwamen twee politieagenten om mij te ondervragen. Toen zij zagen dat zij geen nuttige informatie uit mij konden krijgen, wonden zij zich op en ergerden zij zich, ze knarsten hun tanden en vloekten: “Verdomme, wij zullen jou later onder handen nemen!” Zij sloten me toen op in de verhoorwachtkamer. ’s Nachts om 23.30 uur namen twee agenten mij naar een kamer zonder toezichtcamera’s. Ik had het gevoel dat zij geweld tegen me gingen gebruiken daarom begon ik herhaaldelijk tot God te bidden en in mijn hart God te smeken om mij te beschermen. Op dat ogenblik kwam een kwaadaardige politieagent met de achternaam Jia om mij te verhoren: “Heb je de laatste paar dagen in een Volkswagen Jetta gezeten?” Ik antwoordde nee en hij schreeuwde woedend: “Andere mensen hebben je gezien, en toch ontken je?” Na dit gezegd te hebben gaf hij me een gemene klap in het gezicht. Ik voelde alleen nog de brandende pijn op mijn wang. Hij brulde toen luid: “Laten we eens zien hoe flink je bent!” Hij pakte een brede riem op terwijl hij sprak en sloeg daarmee voortdurend op mijn gezicht, ik weet niet hoeveel keren ik afgeranseld werd en ik kon het niet laten om het elke keer uit te gillen van de pijn. Toen ze dit merkten trokken ze de riem strak om mijn mond. Een paar kwaadaardige agenten legden een deken om mijn lichaam en begonnen wild op mij in te beuken met hun wapenstokken, om alleen te stoppen als ze van vermoeidheid even op adem wilden komen. Ik was zo erg mishandeld dat mijn hoofd draaide en mijn lichaam pijn deed alsof elk bot verbrijzeld was. Op dat moment wist ik niet waarom ze mij op deze wijze behandelden, maar later ontdekte ik dat ze een deken over me hadden gedaan om geen opvallende merken op mijn huid achter te laten. Mij in een ruimte zetten zonder toezicht, mijn mond knevelen, en het toedekken met een deken – het was allemaal omdat zij bang waren dat hun boosaardige daden aan het licht zouden komen. Ik had nooit gedacht dat de waardige “politie van het volk” zo verraderlijk en wreed kon zijn! Toen ze alle vier te moe werden van het slaan veranderden ze hun martelmethode: Twee gemene agenten verdraaiden één van mijn armen en trokken die met geweld omhoog terwijl twee andere gemene agenten mijn andere arm over mijn schouder trokken en hard naar onderen trokken. Maar mijn twee handen konden hoe dan ook niet bij elkaar getrokken worden zodat ze wreed een knie in mijn arm dreven. Ik hoorde slechts een “klik” en mijn twee armen voelden alsof ze eraf waren gescheurd. Het deed zo’n pijn dat ik bijna wegviel. Zij noemden deze martelmethode ‘een zwaard op de rug dragen’, iets wat normale mensen helemaal niet konden verdragen. Het duurde niet lang voordat ik geen gevoel meer had in beide handen. Dit was voor hen nog niet genoeg om het op te geven, dus dwongen ze mij neer te knielen om nog aan mijn lijden toe te voegen. Ik had zo veel pijn, dat over mijn hele lichaam het koude zweet uitbrak, mijn hoofd zoemde en mijn bewustzijn begon wazig te worden. Ik dacht: ik heb zo vele jaren geleefd; al heb ik doorlopend ziekten gehad, ik heb nooit het gevoel gehad dat ik mijn eigen bewustzijn niet kon beheersen. Sta ik op het punt te sterven? Later kon ik er echt niet meer tegen, daarom dacht ik eraan om verlichting te zoeken in de dood. Op dat ogenblik verlichtte het woord van God mij vanbinnen: “Tegenwoordig hebben de meeste mensen die kennis niet. Ze geloven dat het lijden zonder waarde is […]. Het lijden van sommige mensen bereikt een bepaald punt en hun gedachten keren zich tot de dood. Dit is niet de ware liefde voor God. Zulke mensen zijn lafaards, ze hebben geen doorzettingsvermogen, ze zijn zwak en machteloos!” (‘Alleen door pijnlijke beproevingen te ervaren, kun je de liefelijkheid van God kennen’ in Het Woord verschijnt in het vlees). Gods woorden brachten mij bij mijn positieven en deden mij beseffen dat mijn manier van denken niet overeenstemde met de bedoeling van God en dat ik God slechts bedroefd en teleurgesteld zou maken. Want wat God temidden van alle smart en lijden wil zien is niet dat ik de dood zoek maar dat ik vernedering kan slikken en de zware last kan dragen. Dat ik kan vertrouwen op Gods leiding om tegen Satan te strijden, om van God te getuigen en Satan beschaamd en verslagen achter te laten. De dood zoeken zou betekenen dat ik meewerk aan Satans complot, dat ik namelijk géén getuigenis zou geven maar daarentegen een schandvlek zou worden. Nadat ik Gods bedoeling had begrepen, bad ik in stilte tot God: O God! De realiteit heeft aangetoond dat mijn natuur te zwak is. Ik heb niet de wil en de moed om voor u te lijden en wilde sterven vanwege alleen maar wat fysieke pijn. Nu weet ik dat ik niets mag doen om uw naam te schande te maken en dat ik uw getuige moet zijn, hoeveel lijden ik ook moet verdragen. Maar op dit ogenblik heeft mijn zwakke fysieke lichaam extreme pijn en ik weet dat het zeer moeilijk is om de mishandelingen van deze demonen alleen te overwinnen. Geef mij alstublieft meer vertrouwen en kracht zodat ik op u kan vertrouwen om Satan te verslaan. Ik zweer op mijn leven dat ik u niet zal verraden of mijn broeders en zusters zal uitleveren. Terwijl ik herhaaldelijk tot God bad werd mijn hart langzaam rustig. De boosaardige politie zag dat ik nauwelijks ademende en werd bang dat zij verantwoordelijk zouden worden gesteld voor mijn dood dus maakten ze mijn boeien vrij. Maar mijn armen waren reeds stijf geworden en de boeien zaten zo strak dat ze moeilijk los waren te krijgen. Als zij meer kracht hadden gebruikt waren mijn armen gebroken. De vier wrede politieagenten hadden enkele minuten nodig om de boeien los te krijgen voordat ze mij terugsleepten naar de verhoorwachtkamer.

De volgende middag schoof de politie mij een willekeurig ‘strafbaar feit’ in de schoenen en bracht mij naar mijn huis terug om een inval te plegen en stuurde mij toen naar een detentiecentrum. Zodra ik het detentiecentrum inging, namen vier bewakers mijn katoenen jasje, broeken, laarzen, en horloge in beslag evenals 1300 yuan in contant geld dat ik bij me had. Zij lieten mij hun standaard gevangenisuniform aantrekken en dwongen me om 200 yuan te besteden om een deken van ze te kopen. Daarna sloten de cipiers mij op samen met overvallers, moordenaars, verkrachters en drugssmokkelaars. Toen ik mijn cel inging, zag ik twaalf kale gevangenen die mij vijandig aankeken. De sfeer was somber en angstaanjagend en ik voelde mijn hart plotseling in mijn keel. Twee van de leiders van de cel liepen op mij af en vroegen: “Waarvoor ben jij hier?” Ik zei: “Voor het verspreiden van het evangelie”. Zonder nog een woord eraan vuil te maken sloeg een van hen mij tweemaal in mijn gezicht, en zei: “Je bent een ‘Bisschop’, toch?” De andere gevangenen begonnen allemaal vals te lachen en bespotten me door te vragen: “Waarom laat je jouw God je hier niet uit redden?” Te midden van het gejoel en het gespot sloeg de celleider mij nog een paar keer in het gezicht. Van toen aan gaven zij me de bijnaam “Bisschop” en vernederden en bespotten me. De andere celleider zag de sloffen die ik aanhad en schreeuwde arrogant: “Je kent je eigen plaats helemaal niet. Ben je waardig deze schoenen te dragen? Trek ze uit!” Terwijl hij het zei dwong hij me om ze uit te doen en een paar van hun versleten sloffen aan te trekken. Zij gaven ook mijn deken weg aan de andere gevangenen om die te delen. Die gevangenen vochten om mijn deken en uiteindelijk lieten ze mij achter met een oude deken die dun, gescheurd, vies en stinkend was. Aangespoord door de cipiers, onderwierpen deze gevangenen mij aan alle soorten ontberingen en kwellingen. ’s Nachts was het licht altijd aan in de cel maar een celleider zei met een kwade grijns tegen mij: “Doe dat licht voor mij uit”. Aangezien ik dat niet kon (er was zelfs geen schakelaar), begonnen ze me weer uit te lachen en opnieuw te bespotten. De volgende dag, dwongen een paar jeugdgevangenen mij om in een hoek te staan en de gevangenisregels uit mijn hoofd te leren, dreigend met: “Je gaat ervan lusten als je die niet in twee dagen uit je hoofd kent”. Ik kon niet voorkomen dat ik doodsbang was en hoe meer ik dacht aan wat ik de laatste dagen had meegemaakt hoe angstiger ik werd. Het enige wat ik kon doen was om steeds naar God uit te roepen en te smeken om mij te beschermen zodat ik dit het hoofd kon bieden. Op dat ogenblik werd ik verlicht door een hymne van het woord van God: “[…] of je nu gebukt gaat onder gevangenschap, ziekte, bespotting of laster door anderen, of als het lijkt of er geen uitweg is, je kunt nog steeds God liefhebben. Dat betekent dat je hart zich tot God heeft gewend” (‘Heeft je hart zich tot God gewend?’ in ‘Volg het Lam en zing een nieuw lied’). Gods woord gaf mij kracht en wees een weg die ik kon beoefenen – het streven om God lief te hebben en mijn hart naar Hem te keren! Op dat ogenblik werd het plotseling glashelder in mijn hart: dat God dit lijden bij mij toeliet was niet om mij te kwellen of opzettelijk te doen lijden, maar om mij te trainen om mijn hart naar Hem te keren in zo’n omgeving, zodat ik de controle van de duistere invloeden van Satan kon weerstaan en zodat mijn hart nog steeds dicht bij God kon zijn en Hem lief kon hebben, zonder te klagen en altijd gehoorzaam kon zijn aan Gods orkestratie en beschikking. Met dit in mijn gedachten was ik niet langer bang. Hoe Satan mij ook zal behandelen, wat mij alleen nog bezig zal houden is dat ik mijzelf aan God geef en dat ik alles doe om ernaar te streven om van God te houden, Hem tevreden te stellen en nooit mijn hoofd te buigen voor Satan.

Het leven in de gevangenis is zo ongeveer de hel op aarde. De gevangenbewaarders verzonnen steeds weer manieren om mensen te martelen: ik werd tussen verschillende andere gevangenen in geperst wanneer ik ’s nachts ging slapen. Zelfs het omdraaien in bed was moeilijk. Aangezien ik de laatste was die was binnengekomen moest ik zelfs naast het toilet slapen. Nadat ik gevangen was genomen heb ik meerdere dagen niet geslapen en ik werd zo slaperig dat ik het niet meer aankon en soms wegdoezelde. De gevangenen die dienst hadden om te bewaken vielen mij dan lastig, door opzettelijk tegen mijn hoofd te tikken en gingen pas weg wanneer ik wakker werd. Op een keer, rond drie uur in de ochtend, maakte een gevangene mij opzettelijk wakker omdat hij de maat van mijn lange onderbroek wilde controleren om te zien of die hem zou passen. Hij bracht een vuile en gescheurde lange onderbroek om te ruilen met die van mij. Het waren de koudste dagen van het jaar, maar deze gevangenen wilden mijn enige lange onderbroek die ik had nog van mij afnemen. De mensen daar binnen waren barbaars als beesten. Zij hadden wrede gezindheid en duistere harten, zonder ook maar een greintje menselijkheid, zoals demonen die er plezier in hebben mensen te martelen in de hel. Bovendien was het voedsel daar nog slechter dan wat aan honden en varkens werd gevoerd. De eerste keer ontving ik een halve kom rijstepap, en zag dat er vele zwarte vlekken in zaten. Ik wist niet wat het was en de kleur van de rijstepap was ook zwartachtig. Het was zeer moeilijk door te slikken. Ik wilde toen echt vasten maar Gods woorden verlichtten mij: “[…] jullie moeten tijdens deze laatste dagen een getuigenis aan God afleggen. Ongeacht hoe groot jullie lijden is, moeten jullie tot het uiterste einde toe doorgaan en zelfs bij jullie laatste ademhaling, moeten jullie nog steeds trouw zijn aan God en aan de genade van God; alleen dit is God echt liefhebben en alleen dit is de sterke en klinkende getuigenis” (‘Alleen door pijnlijke beproevingen te ervaren, kun je de liefelijkheid van God kennen’ in Het Woord verschijnt in het vlees). Gods woorden waren vol liefde en genegenheid, zoals de troost van een moeder, en gaven mij moed om het lijden onder ogen te zien. God wil dat ik blijf leven maar ik was te zwak en zocht voortdurend verlichting door de dood. Ik koester mijzelf zelfs niet; het is altijd nog God die het meeste van me houdt. Warmte golfde plotseling mijn hart binnen en maakte me zo emotioneel dat de tranen uit mijn ogen stroomden en in mijn rijstepap drupten. Doordat ik wederom door Gods liefde was aangeraakt kreeg ik nieuwe energie. Ik moet deze maaltijd eten, ongeacht hoe het smaakte. Ik at de rijstepap in één keer op. Na het ontbijt dwong de celleider me de vloeren te schrobben. Dit waren de koudste dagen van het jaar en er was geen heet water, zodat ik alleen koud water kon gebruiken voor de schoonmaakdoek. De celleider liet me ook elke dag op deze manier schrobben. Toen lieten verscheidene roofovervallers mij de gevangenisregels uit het hoofd leren. Als ik ze niet zou kunnen onthouden zouden zij me slaan en schoppen; klappen in het gezicht krijgen was zelfs nog meer gebruikelijk. Geconfronteerd met zo’n omgeving vroeg ik mij vaak af wat ik moest doen om God tevreden te stellen. ‘s Nachts trok ik mijn deken over mijn hoofd en bad ik in stilte: O God, u hebt toegestaan dat deze omgeving de mijne wordt, dus uw goede bedoelingen moeten hierin zitten. Openbaart u alstublieft uw bedoeling met mij. Op dat ogenblik werd ik verlicht door Gods woorden: “Ik bewonder de lelies die in de heuvels bloeien. De bloemen en het gras strekken zich uit over de hellingen, maar de lelies voegen glans toe aan mijn glorie op aarde voor de komst van de lente. Kan de mens zoiets bewerkstelligen? Zou hij een getuigenis over mij kunnen geven voordat ik terugkeer? Zou hij een offer kunnen brengen omwille van mijn naam in het land van de grote rode draak?” (‘Hoofdstuk 34’ van Gods woorden aan het gehele universum in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Ja, de bloemen en het gras en ik zijn allemaal door God geschapen. God schiep ons om Hem te manifesteren, om Hem te eren. Voordat de lente komt kunnen de leliën luister geven aan Gods glorie op aarde, wat inhoudt dat zij hun taak hebben volbracht als schepsel van God. Mijn taak vandaag is om de orkestratie van God te gehoorzamen en te getuigen van God vóór het aangezicht van Satan, om iedereen te laten zien dat Satan een levende demon is die de mens schade berokkent en verslindt, terwijl God de éne ware God is die van de mens houdt en de mens redt. Dat ik nu al dit lijden en al deze vernederingen moet dragen is niet omdat ik mij schuldig heb gemaakt aan belediging maar is omwille van Gods naam. Verdragen van dit lijden is glorieus. Hoe meer Satan mij vernedert, hoe meer ik aan Gods kant moet gaan staan en Hem liefhebben. Op die manier kan God glorie verwerven en zal ik de taak hebben vervuld die ik moest vervullen. Zolang God gelukkig en tevreden is, zal mijn hart ook troost ontvangen. Ik ben bereid om het laatste lijden te verdragen om God tevreden te stellen en alles te laten orkestreren door God. Toen ik op deze manier begon te denken, voelde ik mij met name bewogen in mijn hart en kon ik nogmaals mijn tranen niet bedwingen. “O God, hoe aanbiddelijk bent u! Ik heb u zo vele jaren gevolgd maar nooit heb ik uw tedere genegenheid gevoeld zoals vandaag, heb ik mij zo nabij u gevoeld als vandaag.” Ik vergat volledig mijn eigen lijden en werd lange tijd ondergedompeld in dit gevoel van bewogenheid …

Op mijn derde dag in het detentiecentrum nam een cipier mij mee naar hun kantoor. Toen ik aankwam zag ik meer dan een dozijn mensen die me vreemd aanstaarden. Eén van hen hield links van mij een videocamera vóór mij terwijl een andere op me toeliep met een microfoon en vroeg: “Waarom gelooft u in Almachtige God?” Toen besefte ik pas dat dit een media interview was dus antwoordde ik met fiere nederigheid: “Vanaf mijn kinderjaren ben ik vaak onderworpen aan pesterij en werd ik genegeerd en ik heb mensen elkaar zien bedriegen en misbruiken. Ik vond deze maatschappij te duister en te bedreigend; mensen leiden lege en hulpeloze levens met niets om naar uit te kijken en zonder enig levensdoel. Toen iemand later het evangelie van Almachtige God voor mij predikte begon ik daarin te geloven. Nadat ik in Almachtige God ben gaan geloven, heb ik gemerkt dat andere gelovigen mij behandelden als familie. De mensen in De Kerk van Almachtige God spanden niet tegen mij samen. Iedereen is vol begrip en zorgzaam ten opzichte van elkaar. Zij zorgen voor elkaar en zijn niet bang om zich uit te spreken. In het woord van Almachtige God heb ik het doel en de betekenis van het leven gevonden. Ik vind het geloven in God een heel goed ding.” De verslaggever vroeg toen: “Weet u waarom u hier bent?” Ik antwoordde: “Sinds ik in Almachtige God ben gaan geloven ben ik veel minder gaan geven om reputatie en baten die ik uit deze wereld krijg en heb ik het gevoel dat die dingen leeg en betekenisloos zijn. Alleen als ik een goed mens kan zijn en het juiste pad kies, kan ik oprecht leven. Mijn hart keert zich meer en meer naar vriendelijkheid en ik ben meer en meer bereid een goed mens te zijn. Toen ik zag hoe het woord van Almachtige God mensen werkelijk kan veranderen in goede mensen en hen op het goede pad kan brengen, dacht ik dat als de hele mensheid in God zou geloven ons land ook veel ordelijker zou zijn en de misdaadcijfers zouden dalen. Daarom besloot ik om dit goede nieuws aan anderen te gaan vertellen maar ik heb nooit geweten dat zo’n goede daad in China verboden zou zijn. En dus werd ik gearresteerd en hierheen gebracht.” De verslaggever zag dat mijn reacties niet in hun voordeel waren dus staakte hij direct het interview, draaide hij zich om en ging hij weg. Op dat moment was het vervangend hoofd van de Brigade van de Nationale Veiligheid zo woedend dat hij steeds met zijn voeten stond te stampen. Hij staarde mij gemeen aan, zijn tanden knarsend en fluisterend: “Wacht jij maar af!” Maar ik was helemaal niet bang voor zijn bedreigingen of intimidatie. Integendeel, ik voelde mij diep geëerd dat ik op zo’n gelegenheid van God had kunnen getuigen en bovendien gaf ik God de glorie voor het verheffen van Zijn naam en het verslaan van Satan.

De temperaturen waren zeer laag op de dag van 17 januari. Aangezien de wrede politie mijn katoenen jas in beslag had genomen, droeg ik slechts een lange onderbroek en liep ik uiteindelijk een verkoudheid op. Ik werd geveld door hoge koorts en hoestte onophoudelijk. Ik wikkelde mij ’s nachts in een versleten deken en verdroeg de kwelling van ziekte terwijl ik dacht aan de niet aflatende mishandeling en misbruik door de gevangenen. Ik voelde mij zeer troosteloos en hulpeloos. Net toen mijn ellende een bepaalde omvang bereikte weergalmde een hymne van het woord van God in mijn oor: “Als u mij ziekte geeft en mijn vrijheid neemt, kan ik blijven leven, maar als uw tuchtiging en uw oordeel mij zouden verlaten, zou ik nooit meer kunnen leven. Als ik zonder uw tuchtiging en oordeel zou zijn, zou ik uw liefde verloren hebben, een liefde die te diep voor mij is om onder woorden te brengen. Zonder uw liefde zou ik onder het domein van Satan leven […]” (‘De ervaringen van Petrus: zijn kennis van tuchtiging en oordeel’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Dit was Petrus’ echte en oprechte gebed vóór God. Petrus werd nooit gedreven door het vlees. Wat hij innig liefhad en waardeerde was Gods tuchtiging en oordeel. Zolang Gods tuchtiging en oordeel hem niet verlieten ontving zijn hart de grootste troost. Ik zou nu ook het voorbeeld moeten volgen van het streven en begrip van Petrus. Het vlees is bedorven en zal onvermijdelijk gaan rotten. Zelfs als ik ziekte ontmoet en mijn vrijheid verlies, is zoiets leed dat ik zal moeten dragen. Maar als ik Gods tuchtiging en oordeel verlies is dat gelijk aan het verliezen van Gods aanwezigheid en liefde en betekent het ook verlies op de kans om gereinigd te worden. Dat is het meest pijnlijke. Onder de verlichting van God ervoer ik nogmaals de liefde van God. Ik haatte ook mijn eigen zwakheid en waardeloosheid en zag dat mijn natuur te egoïstisch is en nooit rekening hield met Gods gevoelens van droefheid. De volgende dag werden verschillende andere gevangenen in dezelfde cel ziek maar mijn hoge koorts nam wonderbaarlijk af. Ik voelde de zorg en de bescherming van God voor mij en zag ook de wonderen van Gods werk. In stilte prees en dankte ik God in mijn hart. Op een nacht kwam een verkoper aan het raam en kocht de celleider een heleboel ham, hondenvlees, kippendijen en zo verder. Uiteindelijk gaf hij mij opdracht om te betalen. Ik zei dat ik het geld niet had dus zei hij gemeen: “Als je het geld niet hebt zal ik je langzaam kwellen!” De volgende dag liet hij mij de lakens wassen en de kleren en sokken. De cipiers in het detentiecentrum dwongen mij ook hun sokken te wassen. In het detentiecentrum moest ik bijna elke dag hun afranselingen verdragen. Telkens als ik het bijna niet meer kon verdragen werd ik van binnen geleid door Gods woorden: “Je moet je laatste plicht voor God doen tijdens je aardse leven. In het verleden werd Petrus ondersteboven voor God gekruisigd; je behoort God uiteindelijk te behagen en al je energie voor God in te zetten. Wat kan een schepsel voor God doen? Dus moet je jezelf vroeg of laat aan de barmhartigheid van God overgeven. Zolang God blij en tevreden is, laat Hem dan maar doen wat Hij wil. Welk recht hebben mensen dan om te klagen?” (‘Hoofdstuk 41’ van Interpretaties van de mysteriën van Gods woorden aan het gehele universum in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). De woorden van God gaven me oneindige kracht. Zelfs al werd ik van tijd tot tijd nog steeds aan aanvallen, vernedering, veroordeling en afranseling door gevangenen onderworpen, mijn ziel kon troost en vreugde vinden. Als een krachtige warme stroom stuwde de liefde van God mij voort om door te gaan zodat ik werkelijk kon voelen dat de liefde van God groter is dan alles.

Op een ochtend leverde een cipier een bepaalde pagina van een krant af. De gevangenen grijnsden afgrijselijk terwijl ze op spottende toon woorden uit de krant begonnen voor te lezen die Almachtige God bespotten en belasterden. Ik was zo woedend van binnen dat ik mijn tanden begon te knarsen. De gevangenen kwamen naar mij toe om te vragen wat dit te betekenen had en ik zei luid: “Dit is een verdachtmaking door de Communistische Partij!” Terwijl ik luisterde naar hoe deze gevangenen allemaal gewoon de massa volgden, de waarheid besmeurden en God lasterden door dezelfde taal als de duivel te spreken, zag ik blijkbaar hun einde naderen. Aangezien de zonde van het belasteren van God nooit vergeven zal worden, zal iedereen die de gezindheid van God beledigt de zwaarste straf en vergelding ontvangen! Door dit te doen brengt de Communistische Partij alle inwoners van China naar hun uiteindelijk ondergang en openbaart zij haar ware gezicht als een ziel-etende demon! Later verhoorde de politieagent die mijn zaak behartigde mij nogmaals. Dit keer gebruikte hij geen marteling om een bekentenis af te dwingen, maar veranderde naar het opzetten van een ‘vriendelijk’ gezicht om mij vragen te stellen: “Wie is jullie leider? Ik zal je nog een kans geven. Als je het ons vertelt, zal je niets gebeuren. Ik zal je enorme clementie betonen. Je was in eerste instantie onschuldig maar anderen hebben je erbij gelapt. Dus waarom zou je het voor hen opnemen? Je lijkt me een fatsoenlijk mens. Waarom geef je je leven voor hen? Als je het ons vertelt kun je naar huis. Waarom hier blijven en lijden?” Deze schijnheilige hypocrieten zagen dat de harde benadering niet werkte, zodat ze besloten om de zachte benadering te proberen. Zij zitten werkelijk vol sluwe trucs en zijn oude meesters in intriges en manoeuvres! Toen ik dat hypocriete gezicht van hem zag werd mijn hart vervuld van haat voor deze groep demonen. Ik zei tegen hem: “Ik heb u alles verteld wat ik weet. Ik weet verder niets meer.” Toen hij mijn resolute houding zag, wist hij dat hij niets uit mij zou krijgen, zodat hij terneergeslagen wegliep.

Nadat ik een halve maand was vastgehouden in het detentiecentrum werd ik pas vrijgelaten nadat de politie mijn gezin had gevraagd om 8.000 yuan te betalen. Wel kreeg ik de waarschuwing om nergens heen te gaan en dat ik thuis moest blijven en ik moest garanderen dat ik bereikbaar zou blijven. Op de dag dat ik werd vrijgelaten gaven de cipiers mij expres geen eten terwijl de gevangenen zeiden: “Jouw God is wonderbaarlijk. Wij waren geen zieke mensen, maar wij zijn hier allemaal ziek geworden. Jij kwam hier vol ziektes maar nu ga je weg zonder enige ziekte. Goed van jou!” Op dat ogenblik werd mijn hart nog dankbaarder en vol lof voor God! Mijn oom is gevangenbewaarder en hij heeft altijd het vermoeden gekoesterd dat ik vrij werd gelaten omdat mijn vader speciale connecties had met een machtig iemand, want anders had ik onmogelijk binnen een halve maand kunnen worden vrijgelaten uit zo’n streng beveiligde gevangenis – het had op zijn minst drie maanden moeten zijn. Mijn hele familie wist zeer goed dat dit door Gods alvermogen was bepaald en dat het God was die Zijn wonderlijke werk aan mij openbaarde. Ik heb duidelijk gezien dat dit de strijd tussen God en Satan was. Hoe barbaars en wreed Satan ook is, hij zal altijd verslagen worden door God. Van toen af aan werd ik overtuigd dat alles wat op mijn pad kwam deel was van Gods beschikking. Eind mei 2011, onder tenlastelegging van ‘verstoring van de openbare orde’, kreeg de Communistische politie het voor elkaar mij te veroordelen tot één jaar heropvoeding door arbeid, welke ik diende te volbrengen buiten de gevangenis onder toezicht, waarvan twee jaar voorwaardelijk.

Nadat ik deze vervolging en beproeving had ervaren, kreeg ik begrip en kon ik de kwade essentie van de atheïstische Communistische Partij van China onderscheiden, en ontwikkelde ik daar dan ook een diepe haat tegen. Deze partij doet niets anders dan gebruik maken van gewelddadige methodes om haar regelgevende status te handhaven, door alle rechtvaardige zaken te bestrijden en te onderdrukken en de waarheid tot het uiterste te verafschuwen. Zij is Gods grootste vijand. Zo kan ze haar doel om mensen permanent te overheersen bereiken en gaat ze niets uit de weg om Gods werk te verhinderen en te vernietigen en onderdrukt en vervolgt ze venijnig alle gelovigen. Daarbij gebruikt ze zowel de stok als de wortel om anderen zo ver te krijgen dat ze alles voor haar doen. Ze zegt één ding terwijl ze het andere doet, en bij elke gelegenheid zorgt ze dat ze haar bedrog en sluwe complotten verbergt. Door het contrast dat hierdoor geboden wordt kan ik zelfs nog beter zien dat slechts het woord van God mensen leven kan brengen gedurende het lijden. Wanneer mensen het meest wanhopig zijn of op de rand van de dood verkeren, is Gods woord als het levenswater dat de droge harten van de mensen voedt. Het is ook als een wonderlijk elixir dat de wonden van de zielen van mensen kan genezen, hen redt uit gevaar, hun leven voedt met vertrouwen en moed en hun onbeperkte energie geeft, zodat ze van de zoetheid van Gods woord genieten te midden van hun lijden, dat hun zielen kan vertroosten en ze laat voelen dat de vitaliteit van Gods woord onuitputtelijk en eeuwigdurend is. Gedurende dit gevangenisleven van een halve maand had ik op geen enkele manier zulk lijden kunnen verdragen, als God niet met me was geweest met Zijn woorden om mij te herinneren, verlichten en te bemoedigen. Zonder de zorg van God voor mij en zonder Zijn bescherming, had mijn zwak en kwetsbaar lichaam nooit de marteling en mishandeling van de boosaardige politie kunnen weerstaan die, al hadden ze mij niet tot de dood gemarteld, mijn lichaam ziek en gewond zouden hebben achtergelaten. Maar God beschermde me wonderbaarlijk door die donkerste meest moeilijke dagen en genas zelfs mijn oorspronkelijke ziekte. God is werkelijk zo almachtig! Zijn liefde voor mij is werkelijk te diep, te groot! Ik weet echt niet hoe ik mijn dankbaarheid aan God uit moet drukken en kan slechts uit de grond van mijn hart zeggen: O God, ik hoop om steeds meer van u te houden! Hoe ruw en hobbelig de weg voor mij ook is en hoeveel lijden ik moet verdragen, ik zal uw orkestratie gehoorzamen en ben vastbesloten om u te volgen tot het einde!

Hoewel mijn fysiek lichaam wat heeft geleden door deze ervaring, zijn de voordelen die ik ervan heb gekregen waardevol. Dit is zowel iets waardevols op mijn weg van geloof in God als een nieuw uitgangspunt op mijn geloofsweg. Ik ben er diep van overtuigd dat in de tien jaar waarin ik in God heb geloofd ik nooit zo’n diep besef heb gehad van de liefde van God als vandaag en nu echt het gevoel heb gekregen dat de waarde en betekenis van het geloven in God, het volgen van God en aanbidden van God iets enorms is; en bovendien ben ik nog nooit zozeer bereid geweest om ernaar te streven God te beminnen en de rest van mijn leven op te offeren om Gods liefde terug te betalen als vandaag. Ik zou deze gelegenheid willen gebruiken om mijn hartelijke waardering en lof aan te bieden. Alle glorie en lof aan Almachtige God!

Gerelateerde media

  • Een diepere ervaring van Gods liefde door een hol van demonen te betreden

    Door Fenyong, provincie Shanxi Ik ben weliswaar van kinds af aan opgegroeid met de liefde en aandacht van mijn ouders, maar in mijn hart voelde ik me …

  • Gods liefde proeven te midden van tegenspoed

    Ik ben geboren in de jaren tachtig, in een dorp – we waren al generaties lang een boerenfamilie. Ik stortte mij op mijn studies zodat ik de toelatingstest voor de hogeschool kon halen en zo kon ontsnappen aan de armoede en onderontwikkeldheid van het dorpsleven. Toen ik naar de hogeschool ging kwam ik in contact met het boek ‘De geschiedenis van de Westerse kunst’ en pas toen ik zulke prachtige schilderijen zag als ‘Genesis’, ‘De hof van Eden’ en ‘Het laatste avondmaal’, realiseerde ik mij dat er een God was in het universum die alle dingen had geschapen.

  • Lijden en beproevingen – de zegeningen van begunstigd zijn

    Door Wang Gang, provincie Shandong Ik ben een boer en omdat mijn familie arm is moest ik altijd overal naar toe reizen om tijdelijke baantjes te vinde…

  • De rijkdommen van het leven

    Door Wang Jun, provincie Shandong De jaren die volgden op het moment dat mijn vrouw en ik het werk van Almachtige God in de laatste dagen, accepteerd…