De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Lijden en beproevingen – de zegeningen van begunstigd zijn

4

Door Wang Gang, provincie Shandong

Ik ben een boer en omdat mijn familie arm is moest ik altijd overal naar toe reizen om tijdelijke baantjes te vinden om geld te verdienen; ik dacht dat ik een goed leven voor mijzelf kon opbouwen door mijn lichamelijke arbeid. Maar in werkelijkheid zag ik dat er geen enkele waarborg was voor de wettelijke rechten van arbeidsmigranten zoals ik; mijn loon werd vaak zonder enkele reden ingehouden. Telkens weer werd ik bedrogen en uitgebuit door anderen. Na een jaar hard te hebben gewerkt, ontving ik niet wat ik had moeten ontvangen. Ik vond dat deze wereld waarlijk duister was! Mensen behandelen elkaar als dieren, waarbij de sterken azen op de zwakken; zij twisten met elkaar, gaan elkaar te lijf en ik kon op deze manier simpelweg de eindjes niet aan elkaar knopen om te leven. Toen ik in de extreme pijn en depressie van mijn geest mijn geloof in het leven had verloren, maakte een vriend mij deelgenoot aan de redding van Almachtige God. Vanaf die tijd kwam ik regelmatig samen met broeders en zusters om te bidden en te zingen; we communiceerden de waarheid en gebruikten onze sterke punten om elkaars zwakheden te compenseren. Ik voelde mij heel gelukkig en bevrijd. Ik zag dat in de Kerk van Almachtige God de broeders en zusters niet probeerden elkaar te slim af te zijn en geen sociaal onderscheid maakten; zij waren allemaal oprecht open en konden met elkaar overweg. Iedereen was daar om vol overgave naar waarheid te zoeken zodat ze hun verdorven gezindheid konden afwerpen en leven als mensen en redding verkrijgen. Dit maakte het voor mij mogelijk om geluk in het leven te ervaren en de betekenis en de waarde van het leven te begrijpen. Daarom besloot ik dat ik het evangelie zou gaan verspreiden en meer mensen die in duisternis leven de mogelijkheid geven om naar God te komen om Zijn verlossing te ontvangen en het licht weer te zien. Vandaar dat ik me aansloot bij hen die het evangelie verkondigen en van God getuigen. Maar ik werd onverwachts gearresteerd door de CCP overheid vanwege het prediken van het evangelie en ik onderging de extreme bruutheid van marteling, wrede behandeling en opsluiting in de gevangenis.

Op een middag in de winter van 2008, toen twee zusters en ik van Gods werk in de laatste dagen getuigden bij iemand die het evangelie wilde horen, werden wij gerapporteerd door kwaadaardige mensen. Zes politieagenten gebruikten de smoes dat ze onze verblijfsvergunningen moesten controleren om het huis van het deze persoon binnen te kunnen vallen. Terwijl zij de deur inkwamen, brulden zij: “Niet bewegen!” Twee van de kwaadaardige politieagenten leken volledig buiten zinnen te zijn toen ze op me sprongen; één van hen greep de kleren op mijn borst vast en de andere greep mijn armen en gebruikte al zijn kracht om ze op mijn rug vast te klemmen, en toen vroeg hij fel: “Wat ben je aan het doen? Waar kom je vandaan? Wat is je naam?” Ik antwoordde met de wedervraag: “Wat bent u aan het doen? Waarvoor arresteert u mij?” Toen zij mij dit hoorde zeggen werden ze echt kwaad en zeiden op agressieve toon: “Het maakt niet uit waarvoor, jij bent het die we zoeken en jij komt met ons mee!” Daarna nam de kwaadaardige politie mij en de twee zusters mee, duwden ons in het politievoertuig en bracht ons naar het lokale politiebureau.

Toen we bij het politiebureau waren aangekomen nam de kwaadaardige politie mij mee en sloot mij op in een kleine kamer; zij gaven mij het bevel om op de vloer te hurken en lieten vier mensen mij bewaken. Omdat ik lange tijd had gehurkt werd ik zo vermoeid dat ik het niet meer aankon. Zodra ik probeerde op te staan, stoof de kwaadaardige politie op mij af en duwde mijn hoofd naar beneden om te voorkomen dat ik opstond. Het was pas in de nacht dat zij mij kwamen fouilleren en ik mocht staan; toen zij bij hun zoektocht niets vonden gingen ze allemaal weg. Niet lang daarna hoorde ik bloedstollend geschreeuw van iemand die gemarteld werd in de kamer naast mij en op dat ogenblik werd ik zeer angstig: ik weet niet welke marteling en wrede behandeling zij hierna op mij zullen toepassen! Ik begon dringend in mijn hart tot God te bidden: “O Almachtige God, ik ben op dit ogenblik zeer bang, ik vraag u om mij geloof en kracht te geven, mij standvastig en moedig te maken zodat ik van u kan getuigen. Als ik hun marteling en wrede behandeling niet kan verdragen, als ik zelfmoord moet begaan door mijn tong af te bijten, zal ik u nooit verraden zoals Judas!” Na het bidden dacht ik aan de woorden van God, “Wees niet bang, de Almachtige God der heerscharen zal zeker bij je zijn; Hij beschermt je en Hij is je schild” (‘Hoofdstuk 26’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Ja, Almachtige God is mijn steun en Hij is met mij; waarvoor zal ik dan bang zijn? Ik moet op God vertrouwen om Satan te bestrijden. Gods woorden namen de angst weg uit mijn hart en mijn hart werd bevrijdt.

Die nacht kwamen vier duivelse politiemensen langs en één van hen wees naar mij en schreeuwde: “Wij hebben werkelijk een grote vis gevangen! Jullie, gelovigen in Almachtige God, verstoren de openbare orde en vernietigen de nationale wet […].” Hij schreeuwde terwijl hij mij de martelkamer op de tweede verdieping induwde, en gaf mij het bevel om te hurken. De martelkamer was ingericht met allerlei martelinstrumenten zoals touwen, houten stokken, wapenstokken, zwepen, geweren, enz. Ze lagen allemaal door elkaar. Met fronsende wenkbrauwen en vlammende ogen greep een kwaadaardige politieman met één hand mijn haar en met de ander een elektrische wapenstok die woeste flits- en knalgeluiden geluiden maakte en eiste op dreigende toon informatie: “Hoeveel mensen zijn er in je kerk? Waar is jullie plaats van samenkomst? Wie is de leider? Hoeveel mensen zijn het evangelie aan het prediken in de omgeving? Zeg op! Anders, zal je het krijgen ook!” Ik keek naar het dreigende gevaar van de elektrische wapenstok en naar de kamer vol martelinstrumenten; ik kon niet anders dan gespannen en bevreesd zijn. Ik wist niet of ik deze marteling zou kunnen doorstaan. Juist op dit kritieke ogenblik, dacht ik aan de woorden van Almachtige God die zeggen: “Ook jij zult moeten drinken uit de bittere drinkbeker waarvan ik gedronken heb (dit zei Hij na de herrijzenis), ook jij zult de weg moeten gaan die ik heb bewandeld […]” (‘Hoe Petrus Jezus leerde kennen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Ik besefte dat dit iets was dat God aan ons toevertrouwde en dat het de weg van leven was die God persoonlijk voor ons heeft vastgesteld. Door het pad van het geloof in God en het zoeken naar waarheid te lopen, moet men zeker door lijden en frustratie heen gaan. Dit is onvermijdelijk en uiteindelijk brengen deze ontberingen zegen van God. Slechts door het lijden kunnen mensen de weg van de waarheid gegeven door God ontvangen en deze waarheid is het eeuwige leven dat door God wordt gegeven. Ik moet in de voetstappen van God lopen en dit moedig onder ogen zien; ik zou niet angstig of bang moeten zijn. Toen ik hieraan dacht, schoot mijn hart onmiddellijk vol met een soort kracht en zei ik in een luide stem: “Ik geloof slechts in Almachtige God, ik weet niet anders!” Toen de kwaadaardige politieman dit hoorde, wond hij zich op en stompte mij hevig aan de linkerkant van mijn borst met de elektrische wapenstok. Hij gaf me een stroomstoot van bijna een minuut lang. Het voelde direct alsof het bloed in mijn lichaam werd gekookt; ik had ondraaglijke pijn van kop tot teen en rolde onophoudelijk gillend over de vloer. Hij wilde het nog steeds niet opgeven en sleurde mij plotseling naar zich toe en gebruikte een wapenstok om mij bij mijn kin op te tillen, terwijl hij schreeuwde: “Spreek! Wil je helemaal niets bekennen?” Hij schreeuwde en porde de rechterkant van mijn borst met het stroomstootwapen, ik werd zo erg geëlektrocuteerd dat ik beefde van kop tot teen. Later werd de pijn zo hevig dat ik bewusteloos raakte en bewegingloos op de vloer lag. Ik wist niet hoeveel tijd er was verstreken, maar toen ik bijkwam hoorde ik de kwaadaardige politie zeggen: “Doe je alsof je dood bent? Je doet alsof! Vooruit maar, doe maar alsof!” En weer porden ze mij in het gezicht met een wapenstok en schopten mij tegen mijn dij. Daarna sleurden zij me mee en vroegen fel: “Wil je het me vertellen!?” Ik antwoordde nog steeds niet. De kwaadaardige politieagenten sloegen mij toen genadeloos op mij gezicht met hun vuisten en een van mijn tanden werd eruit geslagen, een andere tand werd losgebeukt. Mijn lip begon onmiddellijk te bloeden. Bij het ondergaan van de krankzinnige kwelling door deze demonen, vreesde ik slechts dat ik God zou verraden doordat ik de kwelling niet zou kunnen doorstaan. Op dit ogenblik dacht ik opnieuw aan de woorden van God: “De machthebbers zien er misschien wreed uit aan de buitenkant, maar wees niet bang want dit is zo omdat jullie weinig geloof hebben. Zo lang jullie geloof groeit, zal niets te moeilijk zijn” (‘Hoofdstuk 75’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Gods woorden gaven mij opnieuw vertrouwen en kracht en ik besefte dat, hoewel de kwaadaardige politieagenten vóór mij krankzinnig en ongebreideld waren, zij door de hand van God werden beschikt. Op dat moment gebruikte God hen om mijn geloof te beproeven. Zolang ik op het geloof leunde en op God vertrouwde en niet aan hen toegaf, zouden zij onvermijdelijk in vernedering falen. Bij de gedachte hieraan riep ik alle kracht van mijn lichaam bijeen en antwoordde in een luide stem: “Waarom hebben jullie mij hier gebracht? Waarom elektrocuteren jullie mij met een stroomstootwapen? Welke misdaad heb ik begaan?” De kwaadaardige politieagent werd plotseling als een ree in de koplampen en werd bezwaard door zijn schuldig geweten. Hij begon te stotteren: “Ik…Ik… Had ik je hier niet heen moeten brengen?” Toen vertrok hij met de staart tussen de benen. Bij het zien van de schandelijke omstandigheden van Satans dilemma werd ik tot tranen toe geroerd. In deze hachelijke situatie heb ik werkelijk de macht en gezag van het woord van Almachtige God ervaren. Zolang het woord van God in praktijk wordt gebracht en gevolgd, zal God voor je zorgen en je beschermen en de kracht van God zal je begeleiden. Tezelfdertijd voelde ik mij schuldig tegenover God vanwege mijn klein geloof. Daarna kwam een lange politieagent binnen, liep naar mij toe en zei: “Je hoeft ons slechts te vertellen waar je familie woont en hoeveel mensen in je familie zijn, en wij zullen je onmiddellijk vrijlaten”. Toen hij zag dat ik niets zou zeggen wond hij zich op, greep mijn hand en forceerde mijn handafdruk op een mondelinge bekentenis die ze hadden geschreven. Ik zag dat de mondelinge bekentenis niet was wat ik hen had verteld, het was een ronduit vervalst en nep bewijsmateriaal. Ik werd vervuld met gerechtvaardigde verontwaardiging en ik greep het en scheurde het in stukken. De kwaadaardige politieagent kreeg direct een woede uitbarsting en sloeg met zijn vuist aan de linkerkant van mijn gezicht. Toen gaf hij mij twee klappen in het gezicht die zo hard waren dat ik duizelig werd. Daarna namen zij me terug naar de kleine kamer waar eerst in had gezeten.

Bij mijn terugkeer in de kleine kamer was ik gekneusd en gehavend, de pijn was ondraaglijk. Mijn hart kon niet anders dan een gevoel van droefheid en zwakheid toelaten: waarom moeten gelovigen zo lijden? Ik predikte het evangelie met de goede bedoeling om mensen de waarheid te laten zoeken en gered te worden en ik heb onverwacht geleden onder deze vervolging. Toen ik hieraan dacht voelde ik nog meer dat mij onrecht was aangedaan. In mijn pijn dacht ik aan de woorden van God: “Als menselijk wezen dien je jezelf uit te putten voor God en allerlei lijden te verduren. Je moet het beetje lijden waaraan je vandaag wordt onderworpen blijmoedig en vastberaden aanvaarden en een zinvol leven leiden, zoals Job, zoals Petrus. […] Jullie zijn mensen die het juiste pad volgen, die naar verbetering streven. Jullie zijn mensen die opgroeien in de natie van de grote rode draak, degenen die God rechtvaardig noemt. Is dat niet het meest zinvolle leven?” (‘Praktijk (2)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). De woorden van Almachtige God raakten mijn hart. Ja, God heeft mij bewaterd en voorzien met Zijn overvloedige woorden van leven, Hij heeft me doen genieten van Zijn overvloedige genade om niet, en mij de geheimen en de waarheid leren kennen die niemand sinds de generaties van weleer heeft begrepen. Dit is een speciale zegen die God mij heeft gegeven. Ik zou voor God moeten getuigen en alle pijn voor God moeten verdragen. Elke maat van pijn is het waard, omdat dit het meest kostbare en zinvolle is! Vandaag word ik vervolgd voor het prediken van het evangelie en ben niet bereid om fysieke pijn ervoor te ondervinden; ik voel mij verontwaardigd en onwillig. Heb ik hiermee niet God gegriefd? Schiet mijn geweten te kort? Hoe zou ik de genadige zegeningen en levensvoorziening van God waard zijn? Generaties heiligen hebben sterke en klinkende getuigenissen van God gebracht omdat ze Gods weg volgden; zij leefden een betekenisvol leven. Vandaag heb ik al deze woorden van God, zou ik dan niet nog méér mooie getuigenissen van God moeten geven? Bij het peinzen hierover voelde mijn lichaam minder pijnlijk, ik wist diep van binnen dat het woord van Almachtige God mij levenskracht gaf, zodat ik de zwakheid van het vlees kon overwinnen.

De volgende dag had de kwaadaardig politie geen strategie meer over om te proberen. Zij bedreigden me en zeiden: “Wil je niets zeggen? Dan zullen wij je opsluiten!” Daarna stuurden zij me naar een detentiecentrum. In het detentiecentrum bleef de kwaadaardige politie allerlei methodes van marteling op me gebruiken en hitste ze vaak de gevangenen op om mij in elkaar te slaan. In de ijzige kou van de winter droegen ze de gevangenen op om emmers koud water over me uit te gieten en dwongen me om een koude douche te nemen. Ik rilde met kou van kop tot teen. Hier waren de gevangenen als machines die geld moesten verdienen voor de overheid en geen wettelijke rechten hadden. Zij hadden geen andere keus dan te verdragen dat ze werden uitgeknepen en uitgebuit als slaven. In de gevangenis werd ik gedwongen mij om de hele dag lang papiergeld te drukken dat als brandoffers voor de doden werd gebruikt en lieten me ook ‘s nachts overwerken. Als ik ophield, om rust te nemen, dan kwam iemand langs om me af te ranselen. Eerst stelden ze de regel dat ik 2000 vellen papier per dag moest drukken, toen verhoogde zij dit naar 2800 vellen per dag, en uiteindelijk naar 3000 vellen. Deze hoeveelheid was voor een ervaren persoon al onmogelijk om te halen, laat staan een onervaren persoon als ik. In feite zorgden zij er opzettelijk voor dat ik dit niet kon halen, zodat zij een smoes hadden om mij te kwellen en te pijnigen. Zolang ik het quotum niet haalde, zou de kwaadaardige politie ketenen met een gewicht van meer dan 5 kg aan mijn benen vastmaken en mijn handen en voeten samenbinden met kettingen. Het enige dat ik kon doen was daar zitten, mijn hoofd buigen en mijn taille draaien, voor de rest kon ik mij niet bewegen. Verder gaf deze onmenselijke en ongevoelige politie niets om mijn basisbehoeften. Hoewel er een toilet in de gevangeniscel was, was ik volledig onmachtig om ernaartoe te lopen om het te gebruiken; ik kon slechts mijn celgenoten smeken om mij erheen te dragen en erop te zetten. Als zij gevangenen waren van het betere soort dan hesen ze me omhoog; als niemand wilde helpen dan had ik geen andere keus dan mij in mijn broek te ontlasten. De pijnlijkste tijd was de maaltijd omdat mijn handen en voeten aan elkaar waren vastgeketend. Ik kon slechts met al mijn kracht mijn hoofd naar beneden duwen en mijn handen en voeten opheffen. Dit was de enige manier waarop ik een broodje in mijn mond kon krijgen. Elke hap kostte mij enorm veel energie. De ketenen schuurden lang mijn handen en voeten wat immense pijn veroorzaakte. Na lange tijd hadden zich donkere en glanzende harde eeltplekken op mijn polsen en enkels ontwikkeld. Vaak kon ik niet eten als ik was geketend, en in zeldzame gevallen gaven gevangenen me twee kleine broodjes. Meestal aten zij mijn portie ook op en kreeg ik niets dan een lege maag. Ik ontving zelfs nog minder te drinken; oorspronkelijk kreeg iedereen slechts twee kommen water per dag, maar ik was geketend en kon me niet bewegen zodat ik zelden water kon drinken. De inhumane kwelling was onbeschrijfelijk. In totaal moest ik dit vier keer doormaken en elke keer werd ik minimaal drie dagen en maximaal acht dagen geketend. Telkens als de honger moeilijk te dragen was, dacht ik aan de woorden die God in het verleden sprak: “De Mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God” (Matteüs 4:4). Ik begon geleidelijk aan te beseffen dat God het feit dat “Zijn woord wordt het leven van de mens” wilde toepassen op mij door de pijnigingen van Satan. Doordat ik de wil van God begreep werd mijn hart bevrijd en bad ik in alle rust tot God en probeerde om de woorden van God te begrijpen. Onbewust voelde ik minder pijn en honger. Dit zorgde ervoor dat ik echt voelde dat Gods woord de waarheid, de weg en het leven is en werkelijk het fundament waarop ik moest vertrouwen om te overleven. Op deze manier groeide mijn geloof zonder dat ik het besefte. Ik herinner mij één keer toen de gevangenispolitie me opzettelijk vervolgde en me de handboeien omdeed. Ik dronk drie dagen en drie nachten lang geen druppel water. De gevangene die naast mij geboeid zat zei: “Er was eerder een jong iemand die op deze manier was geboeid en doodging van de honger. Ik heb gezien dat je reeds meerdere dagen niets heb gegeten en toch ben jij nog zo opgewekt.” Bij het horen van zijn woorden bedacht ik ineens dat ik ondanks dat ik drie dagen lang niets had gegeten of gedronken ik niet het ongemak van honger voelde. Ik had de diepe overtuiging dat ik werd ondersteund door de kracht van het leven in de woorden van God waardoor ik werkelijk God aan mij zag verschijnen in Zijn woorden. Mijn hart was voortdurend opgewonden; in deze omgeving vol lijden was ik werkelijk in staat om de realiteit te ervaren van de waarheid: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.” Dit is echt de meest kostbare rijkdom van het leven dat God mij heeft gegeven, en het is ook mijn unieke gave. Bovendien had ik dit nooit kunnen ontvangen in een omgeving waar ik geen zorgen had om kleding en voedsel. Nu had mijn lijden zo veel betekenis en waarde! Op dat ogenblik, kon ik niet anders dan denken aan Gods woorden: “Wat jullie deze dag hebben geërfd, overstijgt alles van eerdere apostelen en profeten en is zelfs geweldiger dan dat van Mozes en Petrus. Zegeningen ontvang je niet in een of twee dagen. Ze moeten via veel opoffering verdiend worden. Dat wil zeggen: jullie moeten een gelouterde liefde hebben, een groot geloof en de vele waarheden, waarvan God wil dat jullie je ze toe-eigenen. Bovendien moeten jullie gericht zijn op gerechtigheid, je nooit laten ontmoedigen of zwichten en een constante en onverminderde liefde voor God hebben. Vastberadenheid wordt van jullie verlangd, evenals verandering in de gezindheid van jullie leven. Jullie moeten genezen van jullie verdorvenheid en alle orkestratie van God zonder klachten accepteren en zelfs gehoorzaam zijn tot in de dood. Dit is wat jullie zouden moeten bereiken. Dit is het uiteindelijke doel van Gods werk en de eisen die God aan deze groep mensen stelt” (‘Is het werk van God zo eenvoudig als men denkt?’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Doordat ik Gods woorden probeerde te begrijpen besefte ik dat na lijden en beproeving de zegeningen van God komen, en dit zijn Gods meest praktische voorziening en bewatering van het leven voor mij. Nu moet ik, hoewel de woorden die God me heeft gegeven de generaties van heiligen te boven gaan, nog steeds geloof en volharding hebben om standvastig te zijn tijdens mijn beproevingen en ellende, om mij te onderwerpen aan de beschikking van God en Gods redding te ontvangen. Dan zal ik de werkelijkheid van het woord van God kunnen binnengaan en de prachtige daden van God kunnen zien. Zonder de prijs van deze ontberingen, zou ik niet waardig zijn om de beloften en de zegeningen van God te ontvangen. De verlichting van de woorden van God bracht me ertoe om innerlijk meer standvastig en krachtig te zijn. Ik nam het besluit om vol overgave met God samen te werken en te voldoen aan de eisen van God te midden van deze schrijnende omstandigheden, te getuigen van God zodat ik de grootste oogst kan binnenhalen.

Eén maand later klaagde de CCP politie mij aan wegens ‘verdacht zijn van het verstoren van de openbare orde en obstructie van de uitvoering van de wet’; Ik werd veroordeeld tot één jaar heropvoeding door arbeid. Toen ik het arbeidskamp inging verspreidde de kwaadaardige politie geruchten en onzin onder de gevangenen door te zeggen dat ik geloofde in Almachtige God, wat erger is dan moord of diefstal, en zij hitsten de gevangenen op om me te vervolgen. Daarom werd ik vaak in elkaar geslagen en in moeilijke situaties geplaatst door de gevangenen en dit geheel zonder reden. Dit maakte dat ik werkelijk zag dat China een levende hel is waar Satan, de demon, de teugels vast in handen heeft. Het is duister vanuit elke invalshoek, en geen licht wordt erin toegelaten; er is eenvoudig geen plaats voor gelovigen van Almachtige God om te leven. Gedurende de dag dwong de kwaadaardige politie mij om in een werkplaats te werken. Als ik mijn quotum niet haalde lieten zij de gevangenen mij slaan als ik naar mijn gevangeniscel terugkeerde terwijl ze riepen “doodt de kip om de aap af te schrikken”. Terwijl ik in de werkplaats zakken aan het tellen was, telde ik 100 zakken en bond ze bij elkaar. De gevangenen namen altijd opzettelijk één of meer zakken weg van die ik had geteld, zodat zij konden zeggen dat ik niet goed geteld had, om zo de kans te hebben mij te slaan en te schoppen. Toen de bewaarder zag dat ik in elkaar werd geslagen kwam hij langs en vroeg heel schijnheilig wat er aan de hand was en de gevangenen leverden dan vals bewijs dat ik niet genoeg tassen had geteld. Dan moest ik een lawine strenge kritiek van de bewaarder verdragen. Bovendien droegen zij mij op om de ‘regels voor gedrag’ elke ochtend uit het hoofd te leren en als ik ze niet kon onthouden werd ik geslagen; zij dwongen me ook om liederen te zingen die de communistische partij prezen. Als zij zagen dat ik niet zong of dat mijn lippen zich niet bewogen dan werd ik ‘s nachts onvermijdelijk afgeranseld. Zij straften me ook door me de vloer te laten dweilen en als ik volgens hen niet goed genoeg dweilde werd ik hevig geslagen. Eén keer begonnen enkele gevangenen mij plotseling te slaan en schoppen. Nadat ze mij hadden geslagen vroegen zij me: “Kereltje, weet je waarom je wordt geslagen? Het is omdat je niet opstond om de bewaarder te begroeten toen hij langs kwam!” Telkens nadat ik werd geslagen werd ik boos maar durfde niets te zeggen: ik kon slechts huilen en stil tot God bidden, om Hem te vertellen van de verbolgenheid in mijn hart vanwege deze wetteloze onredelijke plaats. Er was hier geen redelijkheid, er was slechts geweld. Er waren hier geen mensen, er waren slechts krankzinnige demonen en schorpioenen! Ik voelde zo veel pijn en druk nu ik moest leven in deze benarde toestand; ik was niet bereid maar één minuut langer te blijven. Telkens als ik in een toestand van zwakheid en pijn geraakte zou ik aan de woorden van Almachtige God denken: “Hebben jullie ooit de zegeningen aanvaard die jullie zijn gegeven? Hebben jullie ooit naar de beloften gestreefd die er vanwege jullie gedaan zijn? Onder leiding van mijn licht kunnen jullie echt de wurggreep van de duistere krachten wel doorbreken. In het donker zullen jullie zeker het licht dat jullie begeleidt niet uit het oog verliezen. Jullie zullen beslist meester van de schepping zijn. Jullie overwinnen Satan beslist. Als het koninkrijk van de grote rode draak ten onder gaat, zullen jullie ongetwijfeld opstaan tussen de talloze massa’s om mijn overwinning te bewijzen. Jullie zullen beslist resoluut en standvastig zijn in het land van Sinim. Door jullie lijden zullen jullie de zegen erven die van mij komt, en zullen jullie mijn glorie door het hele universum uitstralen” (‘Hoofdstuk 19’ van Gods woorden aan het hele universum in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Gods woorden bemoedigden mij. Of wat God met mij aan het doen was nu genade en zegen was, of beproeving en loutering, het was allemaal om mij te voorzien en me te redden; het bracht waarheid in me en maakte waarheid mijn leven. Vandaag liet God deze vervolging en beproeving toe in mijn leven. Al kostte het mij veel lijden, het liet mij ook echt ervaren dat God met me is; het zorgde ervoor dat ik er echt van genoot dat Gods woorden het brood van mijn leven, de lamp voor mijn voeten en licht op mijn pad werden, die me stap voor stap leidden door dit donkere hellegat. Dit is de liefde en de bescherming van God waarvan ik genoot en die ik kreeg gedurende het proces van mijn lijden. In die tijd kon ik zien dat ik zo blind en egoïstisch was en te hebzuchtig. Bij het geloven in God wist ik slechts van Gods genade en zegen te genieten en streefde tot in de verste verte niet naar de waarheid en het leven. Zodra mijn vlees aan wat ontbering leed, jammerde ik onophoudelijk; ik begreep de wil van God eenvoudigweg niet en probeerde niet het werk van God te begrijpen. Ik bezorgde God altijd zorg en pijn vanwege mij. Ik was echt zonder geweten! Bij het voelen van berouw en schuld bad ik stil tot God: “O Almachtige God, ik kan zien dat alles wat u doet is om mij te redden en verwerven. Ik haat het gewoon dat ik zo opstandig ben, blind en geen menselijkheid heb. Ik heb u altijd verkeerd begrepen en heb niet gelet op uw wil. O God, vandaag heeft uw woord mijn verdoofde hart en geest opgewekt en me om uw wil laten begrijpen. Ik ben niet langer bereid om mijn eigen wensen en verlangens te hebben; ik zal mij slechts aan uw beschikking onderwerpen. Zelfs als ik alle ontberingen moet ondergaan zal ik nog vol overgave met u samenwerken en zal ik klinkend getuigen van u gedurende de vervolgingen van Satan. Ik zal ernaar streven om los te breken van de invloed van Satan en te leven als een waarachtig mens om u tevreden te stellen.” Na het bidden begreep ik de goede bedoelingen van God en ik wist dat elke omgeving die God mij liet ervaren Gods grote liefde en redding was voor mij. Daarom zou ik er niet meer aan denken weg te duiken of God mis te verstaan. Alhoewel de situatie nog hetzelfde was, was mijn hart echt vol van vreugde en genoegen; ik voelde dat het een eer en een trots was om ontberingen en vervolgingen te lijden vanwege mijn geloof in Almachtige en het was een unieke gave voor mij, een verdorven persoon; het was de speciale zegen en genade van God voor mij.

Na een jaar van ontbering in gevangenis, zie ik dat klein ik ben van gestalte en dat ik zoveel waarheid mis. Almachtige God vulde echt mijn tekortkomingen aan door deze unieke omgeving en heeft me doen groeien. In mijn tegenslag heeft Hij me ertoe bewogen om de kostbaarste rijkdom in het leven te verkrijgen en vele waarheden te begrijpen die ik in het verleden niet begreep. Ook om duidelijk de afzichtelijke verschijning van Satan, de demon, te zien en de reactionaire aard van zijn weerstand tegen God. Ik herkende zijn afschuwelijke misdaden van het vervolgen van Almachtige God en het afslachten van christenen. Ik ervoer vurig de grote redding en de genade die Almachtige God had voor mij, de verdorven persoon, en heb ervaren dat de kracht en het leven in de woorden van Almachtige God mij licht konden geven en mijn leven konden worden, zodat ik Satan kon overwinnen om standvastig de vallei van de schaduw van de dood uit te lopen. Op dezelfde wijze besefte ik ook dat Almachtige God me op de juiste weg in het leven leidt. Het is de heldere weg om de waarheid en het leven te verkrijgen! Van nu af aan, welke vervolging, tegenspoed of gevaarlijke verleidingen ik ook mag ontmoeten, ben ik bereid om vol overgave de waarheid te zoeken en de weg naar het eeuwig leven te verwerven dat Almachtige God mij heeft gegeven.

De bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap.

Gerelateerde media

  • Mijn leven toewijden aan devotie

    Na de onmenselijke marteling en de wrede behandeling door de grote rode draak en ook het onrechtvaardige verblijf van twee jaar in de gevangenis, zag ik duidelijk dat het wezen van de grote rode draak bestaat uit leugens, kwaad, arrogantie en valsheid. Het is minder dan vee. Ze gaan zo ver dat ze vlaggen hijsen met ‘vrijheid van geloof’, en vervolgens vervolgen en onderdrukken ze Gods uitverkoren volk op alle mogelijke manieren.

  • Door beproeving werd mijn liefde voor God aangewakkerd

    Omdat ik van nature een eerlijk persoon ben, werd ik altijd door anderen gekoeioneerd. Dientengevolge heb ik de kilheid van de wereld van de mens geproefd en voelde mijn leven leeg en betekenisloos. Nadat ik begon te geloven in Almachtige God, genoot ik, als gevolg van het leven van kerkelijk leven en het lezen van Gods woorden, een vastberadenheid en vreugde in mijn hart die ik voordien nooit had gevoeld.

  • Gods woorden brachten me ertoe getuigenis af te leggen

    Door Xiao Min, provincie Shandong Ik ben geboren in een arm, achtergebleven gebied op het platteland en leidde als kind een zwaar leven in armoede. Om…

  • De jeugd zonder spijt

    “Liefde is pure emotie, zo zuiver zonder smet. Gebruik je hart, gebruik je hart, zorg, voel en heb lief. Liefde is zonder eisen, geen obstakels of afstand. […] Liefde kent geen argwaan, geen sluwheid of bedrog. Gebruik je hart, gebruik je hart, zorg, voel en heb lief. Liefde kent geen afstand en niets dat niet puur is” (‘Pure liefde is zonder smet’ in ‘Volg het Lam en zing een nieuw lied’). Dit lied van Gods woord heeft me een keer geholpen om de pijn ​​van een lang en moeitevol gevangenisleven te kunnen doorstaan, een gevangenisleven wat 7 jaar en 4 maanden heeft geduurd. Hoewel de CCP-regering me de mooiste jaren van mijn jeugd heeft afgenomen, heb ik de meest waardevolle en echte waarheid van Almachtige God verkregen en daarom klaag ik niet en heb ik geen spijt.