De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Getuigenissen van ervaringen met het oordeel van Christus

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresultaten

Geen resultaten gevonden

Mijn leven toewijden aan devotie

Door Zhou Xuan, provincie Shandong

Op 3 april 2003 bezocht ik met een zuster een nieuwe gelovige. Deze nieuwe gelovige was onzeker over Gods werk in de laatste dagen en ze gaf ons aan. Als gevolg kwamen er vier kwaadaardige politieagenten in burger en ze dwongen ons beide op agressieve wijze hun wagen in en ze namen ons mee naar het politiebureau. Onderweg was mijn hart ontzettend nerveus, want ik had een semafoon bij me, een gedeeltelijke lijst met namen van leden van onze kerk en een notitieboekje. Ik was bang dat de kwaadaardige politie deze dingen zou ontdekken en ik was nog banger dat mijn broeders en zusters me zouden opbellen via de semafoon, en daarom bad ik onophoudelijk en dringend tot God in mijn hart: “God, wat moet ik doen? Ik vraag u om een manier om hieraan te ontsnappen en deze dingen niet in de handen van de kwaadaardige politie te laten vallen.” Daarna nam ik die voorwerpen uit mijn tas, stopte ze geruisloos onder mijn tailleband en ik zei dat mijn maag niet goed voelde en dat ik naar het toilet moest. De kwaadaardige agent vloekte en zei: “Jij zit vol stront!” Nadat ik het een tweede keer vroeg, haalden ze een vrouwelijke agent om op mij te letten terwijl ik naar het toilet ging. Toen ik mijn riem afdeed viel de semafoon en ik nam hem snel op en wierp hem in de afvoerbuis. Omdat ik toen bang was dat de vrouwelijke agent de tas bij mijn middel zou opmerken wierp, ik die niet in de buis maar stopte hem in plaats daarvan in de vuilnisbak. Ik bedacht me dat ik het toilet 's avonds opnieuw zou gebruiken en ik hem dan in het toilet zou werpen. Maar uiteindelijk ging ik nooit terug naar dat toilet. Het bleek dat de kwaadaardige politie de tas die ik in de vuilnisbak had gestopt, had gevonden.

De kwaadaardige politie sloot de zuster en mij op in een kamer en ze dwongen ons al onze kleren uit te trekken zodat ze ons konden fouilleren. Ze wreven zelfs door onze haren om te zien of we niks verborgen hielden. Nadat ze klaar waren met zoeken deden ze ons handboeien om en sloten ze ons op in een kamer. Toen de nacht viel scheidde de kwaadaardige politie ons voor intensief verhoor. Ze vroegen me: “Waar kom jij vandaan? Wat is je naam? Wanneer ben je hierheen gekomen? Wat doe je hier? Waar woon je? Waarin geloof je? Wat is de naam van de persoon die bij jou is?” Ze waren niet tevreden met mijn antwoorden en daarom zei de kwaadaardige agent woedend: “Wij zijn welwillend tegenover hen die bekennen en onbuigzaam tegenover hen die weerstand bieden. Als je de waarheid niet vertelt, kan je het enkel jezelf verwijten! Spreek! Wie is je leider? Wat doe je? Spreek en we zullen je mild behandelen.” Bij het zien van hun duivels felle blik, nam ik stilzwijgend een besluit: ik zou absoluut geen Judas zijn, ik zou mijn broeders en zusters niet verkopen en ook de belangen van Gods familie niet. Toen ze zagen dat ze niets uit mij konden krijgen, wondden ze zich op en ze begonnen me hard te slaan en te schoppen en ze zeiden: “Omdat je niks zegt zullen we je een lesje leren en je radbraken!” Dan kwam er plots een nieuwe golf van gewelddadig gestomp en geschop. Daarna beval een van hen mij op de grond te zitten en hij sloeg mijn handen in de boeien en hij wrong ze naar mijn rug zo strak hij kon. Daarna zette hij een stoel achter mij en bond met een touw mijn handen aan de achterzijde van de stoel vast. Hij gebruikte zijn handen en drukte zo hard hij kon naar beneden, druk zettend op mijn armen. Onmiddellijk voelde het alsof mijn armen zouden breken; het deed zoveel pijn dat ik scherp schreeuwde. Ze bleven dit herhalen met mijn armen en ze martelden mij enkele uren lang. Daarna kon ik het niet langer verdragen en ik stuiptrekte van kop tot teen. Toen ze dit zagen zeiden ze: “Doe nu niet alsof je gek bent, we hebben dit al vaak gezien. Denk je dat je ons bang maakt? Denk je dat we je zullen laten gaan wanneer je dit doet?” Ze zagen dat ik nog steeds schokte en een van de kwaadaardige agenten zei: “Ga naar het toilet en stop uitwerpselen in haar mond en zie of ze die eet of niet.” Ze gebruikten een stok om uitwerpselen te verzamelen en ze wreven die in mijn mond en ze dwongen me ze te eten; ik schuimbekte nog steeds en ze zagen dat ik nog steeds schokte, dus ze maakten me los van de stoel. Mijn hele lichaam deed ondraaglijk veel pijn, alsof ik van hoofd tot tenen kramp has en ik schreeuwde het uit terwijl ik verlamd op de vloer lag. Na lange tijd kon ik mijn handen en armen weer bewegen. De kwaadaardige politie was bang dat ik met mijn hoofd tegen de muur zou slaan en mezelf zou doden, dus ze zetten me een helm op. Daarna sleurden ze me terug naar de kleine ijzeren ruimte. Ik huilde en bad tot God: “O God, mijn vlees is zwak. Ik wens dat u mij beschermt. Hoezeer Satan mij ook achtervolgt, ik sterf nog liever dan dat ik u verraden zoals Judas. Ik zal mijn broeders en zusters of het belang van Gods familie niet verkopen. Ik ben bereid om getuige te zijn voor u om de oude Satan te beschamen.”

Op de derde dag nam de kwaadaardige politie het notitieboekje en de lijst met namen van kerkleden die ik in de vuilnisbak had geworpen en ze ondervroegen me. Toen ik die dingen zag voelde ik me enorm ongemakkelijk. Ik verweet het mezelf en ik was vervuld van spijt. Ik haatte mezelf dat ik zo laf en verlegen was en dat ik eerst het lef niet had gehad om de tas in de afvoerbuis te werpen, wat tot dit ernstige gevolg leidde. Ik haatte het zelfs nog meer dat ik niet geluisterd had naar de regelingen van Gods familie en deze dingen had meegenomen terwijl ik mijn plicht vervulde, wat leidde tot dit grote probleem voor de kerk. Op dat moment wilde ik alleen maar vertrouwen op God om alles wat voor me lag het hoofd te bieden. Meer nog, ik wenste op God te vertrouwen om Satan te overwinnen. Op dat moment dacht ik aan de hymne ‘Voortstappend op het pad om God lief te hebben’: “Het maakt me niet uit hoe zwaar het pad is van het geloof in God; ik voer slechts Gods wil uit als mijn roeping; het kan me nog minder schelen of ik in de toekomst zegeningen zal ontvangen of tegenslagen krijg. Nu ik vastbesloten ben om God lief te hebben, zal ik tot het einde toe trouw zijn. Ongeacht wat voor gevaren of moeilijkheden er ook achter me op de loer liggen, ongeacht wat mijn einde ook zal zijn, om Gods dag van heerlijkheid te verwelkomen zal ik Gods voetstappen nauwkeurig volgen en voortstreven” (‘Volg het Lam en zing een nieuw lied’). Ik neuriede dit lied zonder geluid en mijn hart vulde zich opnieuw met geloof en kracht. De kwaadaardige agent vroeg me: “Zijn deze dingen van jou? Wees eerlijk tegen ons, we zullen je niet oneerlijk behandelen. Je bent een slachtoffer en men heeft je belogen. De God waarin jij gelooft is zo vaag en ver weg, het is een luchtkasteel. De communistische partij is goed en je zou moeten vertrouwen op de partij en de regering. Als je problemen hebt kan je naar ons toe komen en we zullen je helpen ze op te lossen. Als je werk nodig hebt, dan kunnen wij je ook helpen. Geef gewoon alles toe over je kerk; vertel ons wat deze mensen op je lijst aan het doen zijn. Waar wonen ze? Wie is je leidinggevende?” Ik doorzag hun slimme leugentjes en zei: “Deze dingen zijn niet van mij, ik weet het niet.” Toen ze zagen dat ik niets zou onthullen werd hun ware gezicht onthuld en ze sloegen me woest tegen de grond en ze bleven me agressief slaan en sleepten mij met al hun kracht aan mijn handboeien rond. Hoe langer ze mij rondsleepten hoe strakker de handboeien werden en ze sneden in mijn vlees. Het deed zoveel pijn dat ik het uitschreeuwde en de kwaadaardige politie zei razend: “We zullen je aan het praten brengen, we zullen je beetje bij beetje uitpersen zoals tandpasta om je aan het praten te krijgen!” Uiteindelijk namen ze mijn beide handen en bonden ze naar buiten gericht aan de achterkant van de stoel en ze dwongen me op de grond te zitten. Ze sloegen me en ze oefenden kracht uit op mijn armen, die ze naar beneden duwden; ik voelde een onverdraaglijke brandende pijn alsof mijn armen zouden breken. De kwaadaardige politie martelde me en sneerde me toe: “Spreek!” Zonder te twijfelen zei ik: “Ik weet van niks!” “Als je niet spreekt, dan zullen we je vermoorden. Als je niet spreekt, verwacht dan niet dat je zal blijven leven; we zullen je tien jaar, twintig jaar, je hele leven lang gevangen houden; verwacht niet ooit nog vrij te komen!” Toen ik dit hoorde flitste er een gedachte door mijn hoofd: ik moet me voornemen dat ik voor de rest van mijn leven in de gevangenis zal zitten. Daarna dacht ik aan de hymne ‘Ik wil de dag van Gods heerlijkheid zien’: “Ik zal mijn liefde en trouw aan God geven en mijn missie voltooien om God te verheerlijken. Ik ben vastbesloten om standvastig te zijn in het getuigen van God en nooit toe te geven aan Satan. Ach, mijn hoofd mag dan misschien kapotgaan en er mag dan bloed vloeien, maar de moed van Gods volk kan niet verdwijnen. Gods vermaningen rusten op het hart. Ik neem me voor Satan de duivel te vernederen” (‘Volg het Lam en zing een nieuw lied’). God verlichtte mij, deed me kordaat en moedig zijn en gaf me het geloof en de doorzettingskracht om alles te doorstaan en getuige te zijn voor God. Daardoor kregen de plannen van de kwaadaardige politie niet de overhand; ze martelden me totdat ze moe waren, daarna stuurden ze me terug naar de ijzeren kamer

Enkele dagen later werd ik gemarteld door de kwaadaardige politie totdat ik geen kracht meer had. Ik was in een totaal afwezige trance en mijn handen en armen waren gevoelloos. Geconfronteerd met deze gruwelijke en onmenselijke marteling was ik vooral bang dat de kwaadaardige politie terug zou komen en me zou ondervragen. Wanneer ik daaraan dacht begon mijn hart onophoudelijk te beven van angst. Ik kon echt niet bedenken wat ze nog meer zouden gebruiken om mij mee te martelen, en ik wist niet wanneer de ondervraging zou stoppen. Het enige wat ik kon doen was bidden in mijn hart tot God en God vragen mijn hart te beschermen en me de wil en de kracht te geven om het lijden te doorstaan, zodat ik getuige kon zijn voor God en Satan in complete vernedering zou kunnen doen falen.

Wanneer de kwaadaardige politie merkte dat ik niet zou opbiechten sloegen ze de handen samen met de Nationale Veiligheidsbrigade en het Openbare Veiligheidsbureau om mij te ondervragen. Er waren meer dan twintig mensen daar die mij om beurten dag en nacht ondervroegen en probeerden me te dwingen op te biechten. Die dag kwamen er twee kwaadaardige agenten van de Nationale Veiligheidsbrigade die me eerder al eens ondervraagd hadden en aanvankelijk spraken ze aardig tegen mij: “Als je de waarheid toegeeft, dan laten we je gaan en waarborgen we je veiligheid. ... Enkel de communistische partij kan jou redden en God kan je niet redden …” Toen een van hen zag dat ik geen woord zei, raakte hij onthutst en hij begon tegen me roepen in vuile bewoordingen en hij dwong me op de vloer te gaan zitten. Hij schopte me zo hard hij kon tegen mijn benen met zijn leren schoenen en dat veroorzaakte een ondraaglijke pijn. Een andere kwaadaardige agent vroeg hem: “Hoe gaat het, spreekt ze?” Hij zei: “Ze is behoorlijk koppig, hoe hard je haar ook slaat, ze zegt geen woord.” De persoon zei fel: “Als ze niet praat, sla haar dan dood!” De kwaadaardige agent zei me dreigend: “Je wilt niet spreken? Dan zullen we je vermoorden!” Ik zei: “Ik heb alles gezegd wat ik moet zeggen, ik weet van niks!” Hij werd zo kwaad dat hij totaal krankzinnig leek, toen brulde hij als een wild dier en begon hij me te slaan en te schoppen. Uiteindelijk werd hij moe van mij te slaan en hij nam een touw ongeveer zo dik als een vinger dat hij een paar keer rond zijn hand wikkelde. Woest geselde hij keer op keer mijn gezicht en hij zei: “Geloof je niet in God? Je lijdt, dus waarom komt je God niet om je te redden? Waarom komt Hij niet en opent Hij je handboeien niet? Waar is je God?” Ik beet op mijn tanden en onderging de pijn. Stil bad ik in mijn hart tot God: “O God! Zelfs al slaan ze me vandaag dood, dan nog zal ik nooit zoals Judas zijn. Ik wil dat u bij mij bent en mijn hart beschermt. Ik ben bereid mijn leven te geven en getuige te zijn voor u en de oude Satan te vernederen.” Ik dacht aan de hymne ‘Ik vraag alleen dat God tevreden is’: “Ik ben volledig toegewijd aan God zonder angst voor de dood. Gods wil komt op de eerste plaats. Ik sla geen acht op mijn toekomst, op mijn gewin of verlies. Ik wil alleen dat God tevreden wordt gesteld. Ik draag overtuigende getuigenis en ik maak Satan te schande voor de glorie van God. Ik beloof dat ik tot mijn dood trouw Gods liefde zal terugbetalen. Ik prijs Hem met mijn hele hart. Mijn ogen hebben de Zon van rechtvaardigheid gezien. De waarheid regeert alles op aarde. Gods gezindheid is rechtvaardig en heilig en de lof van de mensheid waardig. Ik hou met heel mijn hart van Almachtige God. Ik hou voor altijd van Hem” (‘Volg het Lam en zing een nieuw lied’). Ik sloot mijn ogen en ik onderging Satans gestoorde marteling en klappen. Op dat moment was het alsof ik mijn pijn vergat. Ik wist niet op welk moment de marteling zou ophouden. Ik durfde daar niet aan te denken, en ik kon er zelfs niet aan denken. Het enige wat ik kon doen was onophoudelijk bidden en roepen tot God. Gods woorden gaven me ook voortdurend vertrouwen: “Wees niet bang, de Almachtige God der heerscharen zal zeker bij je zijn; Hij beschermt je en Hij is je schild” (‘Hoofdstuk 26’ van ‘Uitspraken van Christus aan het begin’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). “Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna” (Mat. 10:28). Ik dacht aan hoe de grote rode draak slechts een papieren tijger is, gedoemd om overwonnen te worden door Gods handen. Als God het niet toeliet, dan zou de dood niet over mij komen; zonder Gods toestemming zou er geen haar op mijn lijf verloren zijn. Ik dacht ook aan deze woorden van God: “Hebben jullie ooit de zegeningen aanvaard die jullie zijn gegeven? Hebben jullie ooit naar de beloften gestreefd die er vanwege jullie gedaan zijn? Onder leiding van mijn licht kunnen jullie echt de wurggreep van de duistere krachten wel doorbreken. In het donker zullen jullie zeker het licht dat jullie begeleidt niet uit het oog verliezen. Jullie zullen beslist meester van de schepping zijn. Jullie overwinnen Satan beslist. Als het koninkrijk van de grote rode draak ten onder gaat, zullen jullie ongetwijfeld opstaan tussen de talloze massa’s om mijn overwinning te bewijzen. Jullie zullen beslist resoluut en standvastig zijn in het land van Sinim. Door jullie lijden zullen jullie de zegen erven die van mij komt, en zullen jullie mijn glorie door het hele universum uitstralen” (‘Hoofdstuk 19’ van ‘Gods woorden aan het hele universum’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). De kracht van Gods woord is grenzeloos en maakte dat mijn geloof zich vermenigvuldigde; ik had de doorzettingskracht om tot het einde te vechten tegen Satan. Toen de kwaadaardige agent het beu was mij te slaan vroeg hij me opnieuw: “Zal je spreken?” Ik zei vastberaden: “Ook al sla je me dood, dan zal ik nog steeds van niks weten!” Toen de kwaadaardige agent dat hoorde kon hij niks doen. Hij wierp het touw weg en zei: “Je bent verdomd koppig, als een ezel. Je bent echt goed, je zult niks zeggen zelfs al sterf je. Waar haal je zoveel kracht en geloof vandaan? Je bent echt meer Liu Hulan dan Liu Hulan!” Toen ik hem dat hoorde zeggen was het alsof ik God zag die triomfantelijk op Zijn troon zat en toekeek naar Satan die vernederd werd. Een deel van mij huilde en het andere deel prees God: O God, door te vertrouwen op uw kracht kan ik zegevieren over Satan, de demon! In het licht van de feiten zie ik dat u oppermachtig bent en dat Satan machteloos is; Satan zal altijd overwonnen blijven onder uw beheer. Als u het niet toelaat zal Satan mij niet dood kunnen martelen. Op dat moment verlichtten Gods woorden me opnieuw: “De gezindheid van God is er een die deel uitmaakt van de Heerser van alle dingen en levende wezens […] Zijn gezindheid is het symbool van gezag […] Sterker nog, het is een symbool van Hem die niet[a] overweldigd kan worden door de duisternis en enige vijandelijke macht […]” (‘Het is heel belangrijk Gods gezindheid te begrijpen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Door de gruwelijke vervolging van de grote rode draak zag ik werkelijk Gods liefde en verlossing voor mij en ik ervoer de kracht en het gezag van Gods woord. Zonder Gods woord dat me op elke stap van het pad leidde en door enkel op mijn eigen kracht te rekenen zou het onmogelijk geweest zijn voor mij om de marteling en de klappen van de grote rode draak te doorstaan. Op dezelfde manier liet het me kwetsbare en gehavende beeld van de grote rode draak zien. Ik doorzag de demonische substantie van zijn onmenselijkheid en zijn veronachtzaming van het leven en ik walgde ervan en ik vervloekte het in mijn hart. Ik wenste alle verbindingen ermee te verbreken en Christus te volgen en Christus tot in de eeuwigheid te dienen.

De volgende dag kwam de kwaadaardige politie en ze verhoorden me opnieuw. Ze waren erg verrast en zeiden: “Wat is er aan de hand met je gezicht?” Toen ik in de spiegel keek herkende ik mezelf niet, de dag daarvoor had de kwaadaardige politie mijn gezicht gegeseld met een touw en het was zo gezwollen en bont en blauw als een pandabeer. Toen ik zag dat mijn gezicht onherkenbaar veranderd was, voelde ik een bittere haat voor de grote rode draak en ik was vastbesloten om getuige te staan. Ik kon absoluut niet toestaan dat hij zou overwinnen met zijn plan! Ze hadden mijn benen zo erg geslagen dat ik niet kon lopen en wanneer ik naar het toilet ging zag ik dat mijn benen niet langer normaal waren, alles was bont en blauw. Een van de kwaadaardige politieagenten zei: “Je hoeft dit niet te doorstaan; als je zou spreken zou je dit niet hoeven te doorstaan; je doet dit jezelf aan! Bedenk het even; beken en we zullen je naar huis laten gaan naar je man en je dochter.” Toen ik dat hoorde, haatte ik hem tot in de kern. Daarna veranderden ze hun methode en begonnen ze in ploegen te werken, zodat ik dag en nacht niet kon slapen. Wanneer ik in slaap begon te vallen schreeuwden ze en maakten ze harde geluiden om mij wakker te maken; ze probeerden mijn wil te breken door me niet te laten slapen zodat ik zou spreken in een afwezige, verwarde gemoedstoestand. Ik dankte God voor Zijn bescherming. Zelfs al hield de kwaadaardige politie me gedurende vier dagen en vier nachten wakker, toch maakte het niet uit hoe ze me verhoorden. Ik vertrouwde op God voor uithoudingsvermogen en geloof, en niet alleen was ik niet afwezig met mijn gedachten, maar juist erg alert. Terwijl de kwaadaardige politie me telkens opnieuw verhoorde begonnen ze hoe langer hoe meer moedeloos en ontmoedigd te geraken. Ze begonnen halfslachtige ondervragingen te houden; ze vloekten en mopperden, ze namen het me kwalijk dat ik hun eetlust had weggenomen, hen niet goed liet rusten en hen kwelde. Ze hadden het gevoel dat ze erg ongelukkig waren. Uiteindelijk was het enige wat ze deden mij nonchalant vragen stellen en ze hadden niet langer de wilskracht om mij te ondervragen. In deze gevechtsronde faalde Satan opnieuw.

De kwaadaardige politie liet het daar niet bij, ze probeerden me te verleiden. Een kwaadaardige agent kwam naar me toe en bracht zijn vingers onder mijn kin, hij nam mijn hand vast en zei mijn naam. Met een ‘warme’ stem zei hij: “Je bent zo mooi; het is het niet waard om hier zo veel te lijden. Welke moeilijkheden je ook hebt, ik kan je helpen ze op te lossen. Je geloof in God heeft je niks opgeleverd. Ik heb twee huizen. Op een dag zal ik je erheen brengen om wat plezier te hebben; wij samen kunnen partners worden. Als je opbiecht, dan ben je vrij. Wat je maar wilt, ik kan je helpen. Ik zal je niet oneerlijk behandelen …” Toen ik die sluwe, smerige leugens hoorde voelde ik me misselijk en ik weigerde zonder te twijfelen. Hij had geen andere keuze dan zich terug te trekken met zijn staart tussen zijn benen. Daardoor kreeg ik een erg goed begrip van die zielige en schaamteloze zogenaamde ‘politie van het volk’. Om hun doel te bereiken gebruiken ze zielige en vulgaire manieren zonder enig gevoel van schaamte; ze hebben geen waardigheid of integriteit; het zijn echt kwaadaardige smerige geesten!

De kwaadaardige politie gebruikte het ene listige plan na het andere en ze gebruikten mijn familieleden om te proberen mij te dwingen en ze zeiden: “Jij gelooft enkel in God, je denkt niet aan je man, je dochter, je ouders en andere familieleden. Je dochter zal op een dag naar school gaan en werk zoeken. Als je blijft vasthouden aan je geloof, zal dat haar toekomstperspectieven direct beïnvloeden. Wil je dat laten gebeuren met haar? Je denkt niet aan haar; heb je het hart om haar hierin te betrekken?” Daarop lieten ze mijn man, dochter en tante binnenkomen om hen te laten proberen mij te overtuigen. Toen ik mijn dochter zag die ik enkele jaren lang niet gezien had stroomden de tranen onbeheersbaar over mijn wangen. Op dat moment bad ik met al mijn kracht tot God: “O God, ik vraag u mijn hart te beschermen, want mijn vlees is te zwak. Op dit moment mag ik niet ten prooi vallen aan Satans listen en ik mag niet verleid worden door Satan om emotioneel te worden. Ik kan God niet verraden of mijn broeders en zusters verkopen; ik vraag God enkel om bij mij te zijn en mij geloof en kracht te schenken.” Mijn tante zei tegen mij: “Haast je en spreek, waarom ben je zo dom? Is je geloof in God dit lijden waard? Wie zal voor je zorgen wanneer er iets gebeurt? Je moeder en vader maken zich zorgen om je, ze maken zich elke dag zorgen, ze kunnen niet goed eten en slapen. Je moet aan ons denken en terugkomen en samenleven met ons. Geloof niet in God. Kijk naar hoe je lijdt door je geloof in God; waarom doe je dat?” Ik was zwak, maar toch werd ik beschermd door God en ik zag in dat dit een spiritueel gevecht was en ik kon Satans listen doorzien; Gods woorden deden mij er in mijn hart aan herinneren dat: “[...] moet je God tevreden stellen ondanks enige tegenzin om afstand te doen van iets waar je van houdt, of ondanks jammerlijk huilen [...]” (‘Degenen die volmaakt gemaakt moeten worden, moeten loutering ondergaan’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Op dat moment zei ik tegen haar: “Tante, probeer me niet te overhalen, ik heb hen alles gezegd wat ik moet zeggen. Ik weet niet wat ik nog meer zou moeten zeggen tegen hen. Ze kunnen me behandelen hoe ze maar willen, dat is aan hen om te beslissen. Je hoeft je geen zorgen te maken om mij. Je moet teruggaan!” Wanneer de kwaadaardige politie mijn vastberaden gedrag zag hadden ze geen andere keuze dan mijn familie te laten gaan. De intriges en plannen van de kwaadaardige politie hadden gefaald, en ze waren zo kwaad dat ze knarsetandden en zeiden: “Je bent echt harteloos! Je bent zo egoïstisch. Je beschikt echt niet over de menselijke natuur. Waar is jouw God? Als Hij zo almachtig is, waarom laat Hij je dan lijden hier? Waarom komt je God niet om je te redden? Als er echt een God is, waarom komt Hij dan niet om je handboeien te openen en je te redden? Waar is God? Laat jezelf niet inpalmen door die leugens, wees niet idioot. Het is niet te laat om wakker te worden en de waarheid te zien. Als je niet opbiecht, dan zullen we je jarenlang in de gevangenis stoppen!” De leugens van de kwaadaardige politie deden me denken aan de aanblik van de Heer Jezus gekruisigd aan het kruis. God kwam persoonlijk en Hij nam het vlees aan om de hele mensheid te verlossen. Al wat Hij deed was ten behoeve van de mens; maar Hij werd bespot, belasterd, beschuldigd, ontheiligd, beledigd en afgeslacht door de farizeeërs en door hen die macht bekleedden. God leed extreme vernedering om de mensheid te redden, en uiteindelijk werd Hij gekruisigd aan het kruis voor de mensheid. Al de pijn die God leed was voor de mensheid en de pijn die ik vandaag lijd is de pijn die ik verondersteld word te lijden. Omdat ik het vergif van de grote rode draak in mij heb, gebruikt God deze omgeving om mij enerzijds te testen en anderzijds om mij een kans te geven de kwaadaardige natuur van de grote rode draak echt te begrijpen, en om de grote rode draak te verachten en te verraden, en om God met heel mijn hart te volgen. Precies zoals het woord van God zegt: “God beoogt een deel van het werk van boze geesten te gebruiken om een deel van de mensheid te vervolmaken, zodat deze mensen de daden van demonen volledig kunnen doorzien en iedereen zijn voorouders werkelijk kan begrijpen. Pas dan kunnen mensen helemaal losbreken, en niet alleen de nakomelingen van demonen van zich afschudden, maar bovendien hun voorouders. Dit is de oorspronkelijke intentie van God om de grote rode draak volkomen te verslaan, zodat alle mensen de ware vorm van de grote rode draak zullen kennen, door zijn masker helemaal weg te rukken en zijn ware vorm te zien. Dit is wat God wil bereiken en het is Zijn einddoel op aarde waarvoor Hij zoveel werk gedaan heeft; Hij beoogt dit in alle mensen te bewerkstelligen. Dit heet het manoeuvreren van alle dingen voor Gods doeleinde” (‘Hoofdstuk 41’ van ‘Interpretaties van de mysteriën van Gods woorden aan het gehele universum’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’).

Uiteindelijk zond de kwaadaardige politie me naar het detentiecentrum en ze sloten me gedurende één maand op als een crimineel. Tijdens die maand verhoorden ze me nog één keer. Gedurende twee dagen en twee nachten lieten ze me niet slapen en ze gaven me niet genoeg te eten. Soms gaven ze me helemaal niets te eten, maar het was nog steeds tevergeefs. De grote rode draak martelt en kwelt mensen eindeloos op deze manier! Toen mijn opsluiting tot een einde kwam veroordeelden ze me tot twee jaar hervorming door arbeid voor ‘het geloof in een Xie Jiao en het verstoren van de orde van de maatschappij’ zonder enig bewijs. Voordat ik naar het werkkamp ging stuurde mijn familie me 2000 yuan voor levensonderhoud, maar het werd allemaal door hen verduisterd. Die demonen waren inderdaad Satans en kwaadaardige geesten die smachtten naar bloed en mensenlevens. Het was het pure kwaad! In het land van de grote rode draak is er geen wet; al wat weerstand biedt kan hij zomaar vermoorden en uitbuiten. Hij kan willekeurig strafrechtelijk vervolgen om mensen te controleren en te vervolgen. De grote rode draak bedriegt mensen en lokt ze in de val, hij slacht onschuldige mensen af, hij creëert iets uit het niets, en hij drukt mensen op een oneerlijke manier een stempel op. Het is een authentieke en ware sekte, het is een groep van georganiseerde criminelen en gangsters die calamiteiten en rampen brengt over de mensheid. Gedurende de twee jaar in het werkkamp zag ik de kwaadaardige politie van de Chinese overheid de arbeiders simpelweg misbruiken en bevelen als waren het slaven. Ze lieten mensen elke dag gestoomde broodjes en groentesoep eten; dag en nacht lieten ze ons overuren maken. Elke dag was ik ondraaglijk vermoeid en ik kreeg geen enkele compensatie. Wanneer ik mijn werk niet goed deed kreeg ik hun stugge kritiek en straf (verlengde gevangenisstraf, het onthouden van voedsel, gedwongen stilstaan). Tijdens die periode liet de kwaadaardige politie me nog steeds niet gaan, ze verhoorden mij in een poging mij te doen opbiechten over de omstandigheden van de kerk. Ik haatte het met bitterheid en vertrouwend op het geloof en de kracht van God, zei ik verontwaardigd: “Jullie hebben mij geslagen en mij gestraft; wat willen jullie nog meer? Ik heb alles gezegd wat ik verondersteld word te zeggen; jullie kunnen mij tien, twintig jaar lang blijven ondervragen, en nog steeds zou ik van niks weten. Jullie kunnen het vergeten!” Wanneer ze dat hoorden zeiden ze verbitterd: “Jij bent onverbeterlijk, je kan hier gewoon afwachten!” Uiteindelijk gingen de kwaadaardige agenten weg met hun staart tussen hun benen.

Na de onmenselijke marteling en de wrede behandeling door de grote rode draak en ook het onrechtvaardige verblijf van twee jaar in de gevangenis, zag ik duidelijk dat het wezen van de grote rode draak bestaat uit leugens, kwaad, arrogantie en valsheid. Het is minder dan vee. Ze gaan zo ver dat ze vlaggen hijsen met ‘vrijheid van geloof’, en vervolgens vervolgen en onderdrukken ze Gods uitverkoren volk op alle mogelijke manieren. Koortsachtig verstoren en ontmantelen ze Gods werk. Ze zijn moordenaars die doden zonder een spier te vertrekken, ze zijn plunderende bandieten onder de mantel van ‘liefdadigheid, recht, vrede en rechtvaardigheid’. Uiteindelijk zijn hun maskers volledig afgerukt door de wijsheid van Gods werk, en hun boosaardige demonische gezichten zijn blootgesteld aan het licht, zodat ik mijn blikveld kan verruimen en wakker kan worden uit mijn droom. Precies zoals het woord van God zegt: “Duizenden jaren lang is dit het land van vuil geweest, het is ondraaglijk smerig, ellende heerst alom, geesten waren overal ongebreideld rond met trucjes en misleiding, ze doen ongefundeerde beschuldigingen,[b] zijn meedogenloos en kwaadaardig, vertreden deze spookstad en laten de plaats bezaaid met dode lichamen achter; de stank van ontbinding bedekt het land en doordringt de lucht, en het wordt zwaar bewaakt.[c] Wie kan de wereld voorbij het uitspansel zien? De duivel knevelt het lichaam van de mens, neemt beide ogen weg en sluit zijn lippen stevig toe. De koning van de duivels raast al enkele duizenden jaren, tot op de dag van vandaag, en houdt nog steeds de spookstad nauwlettend in de gaten, alsof deze een ondoordringbaar paleis van demonen was; deze horde waakhonden staren inmiddels met loerende ogen, ontzettend bang dat God ze onverhoeds zal vangen en ze allemaal zal wegvagen, zonder ze een plek van vrede en geluk te gunnen. Hoe kunnen de mensen van een spookstad zoals deze God ooit hebben gezien? Hebben zij ooit de genegenheid en liefde van God genoten? Welke waardering hebben zij voor de kwesties van de mensenwereld? Wie van hen kan Gods hunkerende wil begrijpen? Het is dan ook niet verwonderlijk dat de vleesgeworden God volslagen verborgen blijft: hoe zou de koning van de duivels, die mensen in een oogwenk vermoordt, in een duistere samenleving zoals deze, waar de demonen meedogenloos en onmenselijk zijn, het bestaan van een God kunnen tolereren die liefdevol, vriendelijk en tevens heilig is? Hoe zou hij de komst van God kunnen verwelkomen en toejuichen? Deze lakeien! Zij betalen vriendelijkheid terug met haat, zij verachten God al heel lang, zij doen God kwaad, zij zijn beestachtig tot in het extreme, zij hebben geen greintje achting voor God, zij plunderen en roven, hun geweten is helemaal zoek, zij kennen geen greintje vriendelijkheid en zij verleiden de onschuldigen tot gevoelloosheid. Voorvaderen van de alouden? Geliefde leiders? Zij keren zich allemaal tegen God! Hun bemoeienis heeft alles onder de hemel in een toestand van duisternis en chaos achtergelaten! Godsdienstvrijheid? De wettelijke rechten en belangen van burgers? Die zijn allemaal trucjes om zonde te bedekken!” (‘Werk en intrede (8)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’).

Almachtige God is eeuwig wijs, oppermachtig en wonderbaarlijk, en Satan, de grote rode draak, is een eeuwig schandalig, weerzinwekkend en incompetent. Hoe wild en ongebreideld hij ook strijdt en rebelleert, hij zal altijd een middel blijven van God om Zijn gekozen mensen op te leiden. Bovendien is hij gedoemd om door God in de hel geworpen te worden als een eeuwige straf. Hij probeert de wil van mensen te breken met zijn onmenselijke vervolging zodat mensen zichzelf zullen distantiëren van God en God zullen opgeven. Maar hij zit fout! Zijn vervolging laat ons helder de substantie van de demon zien. Hij brengt ons ertoe hem totaal te verloochenen, en het geloof en de moed te hebben om God te volgen op het correcte levenspad. Ik zal altijd op de wijze en almachtige God vertrouwen. Vanaf nu, welke onbekende gevaren en moeilijkheden er ook op de weg voorwaarts liggen, zal ik God vastberaden volgen tot aan het einde en klinkend getuigenis af te leggen van Hem om de grote rode draak te vernederen.

Voetnoten:

a. De originele tekst luidt: het is een symbool van niet in staat zijn om.

b. “Ze doen ongefundeerde beschuldigingen” verwijst naar de methoden waardoor de duivel mensen schade toebrengt.

c. “Zwaar bewaakt” geeft aan dat de methoden waardoor de duivel mensen leed berokkent.

De bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap.

Vorige:De rijkdommen van het leven

Volgende:Gods liefde proeven te midden van tegenspoed

Gerelateerde media

  • Gods woorden leiden ons op onze weg

    Gods woorden zeggen: “Als God mensen ontmaskert, is het niet Zijn bedoeling hen te elimineren, maar ze te laten groeien” (‘Alleen door Gods woorden in praktijk te brengen kan er een verandering van gezindheid optreden’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’).

  • Ik leerde om met anderen te werken

    Door Liu Heng, provincie Jiangxi Door de genade van God, nam ik de taak van kerkleider op me. Ik was toen heel enthousiast, en stelde de volgende reso…

  • Jezelf echt kennen alleen door de waarheid te begrijpen

    Door Wenwen, provincie Jilin Als je het mij vraagt, dacht ik altijd dat zolang uiterlijke daden goed op anderen overkwamen en mensen er geen verdorven…

  • Na het verliezen van mijn status

    Telkens als ik hoorde over mensen die als leider werd vervangen en hoe ze zich dan terneergeslagen voelden, zwak of verongelijkt, dan keek ik op hen neer. Ik dacht dat het gewoon een kwestie was van verschillende mensen die verschillende functies binnen de kerk hadden, dat er geen onderscheid was tussen hoog of laag, dat wij allen Gods schepselen waren en dat er niets was om je neerslachtig over te voelen.