5. Door vervolging en lijden heb ik God zelfs nog meer lief

Door Liu Zhen, provincie Shandong

Ik heet Liu Zhen. Ik ben 78 jaar en ben slechts een gewone christen in De Kerk van Almachtige God. Ik ben Almachtige God dankbaar dat Hij mij heeft gekozen, een oude vrouw uit een plattelandsdorpje die in de ogen van de wereld onopvallend is. Nadat ik het werk van de laatste dagen van Almachtige God had aanvaard, heb ik elke dag tot God gebeden, naar voordrachten van Gods woord geluisterd, ben ik naar bijeenkomsten gegaan en heb ik met mijn broeders en zusters gecommuniceerd. Geleidelijk aan ben ik een aantal waarheden gaan begrijpen en heb ik over bepaalde dingen een duidelijk begrip verkregen. Ik voelde me vervuld van vreugde en ervoer een geluk in mijn leven dat ik daarvoor nog nooit had ervaren. Omdat ik oud ben en moeilijkheden heb met lopen, kon ik niet meer van huis weg om kerkelijke bijeenkomsten bij te wonen. Omdat mijn broeders en zusters met me begaan waren, hielden ze de bijeenkomsten bij mij thuis. Ondanks winterse kou of zomerse hitte misten ze geen enkele bijeenkomst. Wind, regen noch sneeuw weerhielden hen ervan om bij me langs te komen en voor een oude vrouw als ik te zorgen. Met name als er tijdens het lezen van Gods woord iets was wat ik niet begreep, praatten ze er altijd geduldig met me over. Het kwam nooit voor dat ze me links lieten liggen of op me neerkeken. Ik was hier diep door getroffen, want wie had er zonder Gods liefde zoveel geduld en genegenheid voor me opgebracht? Bij de omgang met mijn broeders en zusters merkte ik dat ze heel anders waren dan leken. Wat ze uitleefden, was tolerantie en liefde. Ze konden hun hart openstellen en elkaar oprecht bejegenen, zonder dat er zich afstand of hindernissen tussen hen in bevonden. Ze waren net zo hecht als familie en daardoor voelde ik me zelfs nog zekerder over het werk van Almachtige God. Naarmate ik meer waarheden ging begrijpen, realiseerde ik me dat ik mijn plicht als schepsel moest vervullen, dus zei ik tegen de kerk dat ik plichten op me wilde nemen. Maar omdat ik, vanwege mijn leeftijd, de meeste plichten niet kon uitvoeren, gaf de kerk me plichten die ik thuis als gastvrouw kon uitvoeren. Die accepteerde ik en ik was God dankbaar dat Hij me een plicht had toebedeeld die was gebaseerd op mijn vaardigheden. En op die manier ging ik heel goed met mijn broeders en zusters om en voelde ik, zowel lichamelijk als geestelijk, een aanzienlijke opluchting. Ik had aan een aantal ziektes geleden en daar ging het nu ook beter mee, dus was ik Almachtige God zelfs nog dankbaarder vanwege Zijn genade en barmhartigheid.

Maar die goede tijden waren van korte duur, want samen met mijn broeders en zusters in het dorp werden we door een boosdoener aangegeven. Mijn broeders en zusters werden allemaal door de politie gearresteerd en de partijsecretaris van het dorp had opdracht gekregen om me naar het politiebureau te brengen. Toen ik daar was aangekomen, vroeg de politie me: “Hoe ben je ertoe gekomen om in God te geloven? Waarom geloof je in God?” Ik zei: “In God geloven is een onveranderlijk principe. Doordat we iedere dag Gods woord lezen, kunnen we veel waarheden begrijpen, kunnen we goede mensen zijn naar Gods woord en in het leven het juiste pad bewandelen. Gelovigen in God slaan of vervloeken anderen niet en we houden ons altijd aan de wet. Wat is er dus mis met het geloven in God? Waarom arresteert u ons?” De agent keek me minachtend aan en vroeg met harde stem: “Wie heeft je het evangelie gepredikt? Is er nog iemand anders in je familie die gelooft?” Ik zei dat ik de enige in mijn familie was die geloofde. Ze zagen dat ze geen informatie uit me konden krijgen, dus lieten ze me dezelfde dag weer vrij. Toen ik daar wegging, vroeg ik me af waarom de politie me zo makkelijk had laten gaan. Pas toen ik weer thuis was, merkte ik dat, toen mijn familie had ontdekt dat ik naar het politiebureau was meegenomen, ze van hun netwerk gebruik hadden gemaakt en 3000 yuan aan de politie hadden betaald om me vrij te krijgen. Maar de politie zaaide nog steeds onenigheid tussen mij en mijn familie door hun te vragen mij te verhinderen om in God te geloven. Mijn schoondochter maakte hier ruzie over met mijn zoon en dreigde zichzelf van kant te maken door pesticide te drinken als ik in God bleef geloven. Op dat moment realiseerde ik me dat de CCP-politie tot op het bot verrot was. Ik had een familie die volkomen in vrede leefde en toch hadden ze de zaak zo opgestookt dat we elkaar zo ongeveer naar de keel vlogen! Ik geloofde in de ene ware God die alles in de hemel en op aarde had geschapen. En in deze tijd is Almachtige God ons komen redden door ons te vragen de waarheid te begrijpen, een menselijke gelijkenis uit te leven, te spreken en te handelen op een manier die overeenkomt met ons geweten en ons besef van wat juist is en geen dingen te doen die tegen onze menselijkheid en moraliteit ingaan. Het enige wat ik deed, was thuisblijven, Gods woord lezen, bijeenkomsten houden en mijn plicht vervullen, maar de CCP-politie probeerde me erin te luizen en beschuldigde me van “het verstoren van de openbare orde”. Op schandalige wijze verdraaiden ze de feiten, verdraaiden ze de waarheid opzettelijk en beschuldigden ze mensen naar willekeur van misdaden die ze niet hadden begaan! Satan is werkelijk verachtelijk. Het was niets minder dan schaamteloze lasterpraat en kwaadwillige smaad. De politie had van de informant vernomen dat ik thuis bijeenkomsten hield met mijn broeders en zusters, dus bleven ze me daarna lastigvallen. Kort daarop brachten ze me naar het politiebureau om me te ondervragen en bedreigden ze me met de woorden: “Geef ons de namen van je kerkelijke leiders en de mensen die je tijdens bijeenkomsten thuis ontvangt, anders sturen we je naar de gevangenis!” Sober maar oprecht antwoordde ik: “Ik weet niets. Ik heb u niets te zeggen!” De politie raakte in een onbeschrijflijke woede, maar omdat God me beschermde, durfden ze geen vinger naar me uit te steken.

Nadat de politie me weer had laten gaan, bleven ze toezicht op me houden, in de vage hoop me als aas te gebruiken om een “grotere vis” te vangen. Ik was bang om mijn broeders en zusters hierin te betrekken, dus durfde ik niet langer met hen in contact te blijven, waarna ik wegviel uit het kerkelijke leven. Zonder kerkelijk leven voelde mijn hart leeg en zonder toevlucht; geleidelijk aan raakte ik vervreemd van God. Iedere dag bracht ik door in paniek en vrees. Ik was doodsbang dat de politie me weer zou komen halen. In het verleden had ik iedere dag doorgebracht met het luisteren naar Gods woord, naar preken en communicatie, maar dat was nu onmogelijk, want als ze me zagen bidden of ik zelfs maar het woord “God” uitsprak, zou ik van mijn familie de volle laag krijgen. Mijn schoondochter sprak voortdurend koel tegen me omdat ik van de politie een boete had gekregen en mijn man en mijn zoon maakten me om de haverklap verwijten. De familie, die eens mijn geloof in Almachtige God had gesteund, verzette zich nu tegen me en viel me op allerlei manieren lastig. Daardoor voelde ik me ontzettend bedroefd, voelde mijn geest zich ontzettend verdrukt en leefde ik in een duisternis en pijn die ik nooit eerder had gevoeld. Omdat ik geen voordrachten van Gods woord had om naar te luisteren en niet met mijn broeders en zusters kon communiceren, voelde mijn geest zich ontzettend verdord. Iedere nacht lag ik in bed te woelen en kon ik niet slapen. Vaak miste ik de gelukkige tijden die ik met mijn broeders en zusters tijdens bijeenkomsten had doorgebracht. Op dergelijke momenten haatte ik de CCP-overheid. Die had al deze ellende veroorzaakt, had ervoor gezorgd dat ik de rechten van een schepsel was kwijtgeraakt om vrijelijk in God te geloven en God te aanbidden, die had ervoor gezorgd dat ik mijn kerkelijke leven was kwijtgeraakt en niet langer meer met mijn broeders en zusters kon communiceren over Gods woord en mijn plichten kon volbrengen. In mijn ellende kon ik enkel nog maar in stilte tot God bidden: “O, God! Ik leef in duisternis, ik heb het gevoel dat mijn geest verdord is geraakt en ik wil het kerkelijke leven met mijn broeders en zusters leven. O, God! Ik vraag u een pad voor me te openen!”

Ik kwam voor God en bleef op die manier tot Hem roepen en God verhoorde waarlijk mijn gebeden, want Hij regelde dat mijn broeders en zusters me kwamen opzoeken. Een van mijn zusters wist dat ik vaak naar het katoenveld ging om katoen te plukken, dus ging ze daar heimelijk heen om met me te kunnen praten. We spraken een tijd af om daar bijeenkomsten te houden. Iedere keer dat we elkaar ontmoetten, was ik al vroeg buiten op het veld katoen aan het plukken en terwijl alle anderen aan de lunch zaten, zat ik met mijn zuster in het veld gehurkt om Gods woord te lezen. Wanneer ik mijn zuster zag, was het net alsof ik een familielid zag dat ik lang geleden was kwijtgeraakt. Onwillekeurig moest ik huilen van geluk. Ik vertelde haar over het onrecht en de ellende die ik had meegemaakt en over het onbegrip dat er in de familie heerste. Ze troostte me terwijl Gods woorden me laafden, ze communiceerde met me over Gods wil en geleidelijk aan begon er verbetering te komen in mijn gesteldheid. Zo had de vervolging door de CCP-overheid ervoor gezorgd dat ik alleen nog maar gehurkt in een katoenveld bijeenkomsten kon houden. Op een dag lazen we een passage uit Gods woord: “Onder jullie is er niemand die door de wet wordt beschermd. Integendeel, jullie worden gestraft door de wet en daar komt als bemoeilijkende factor bij dat niemand jullie begrijpt, noch familieleden, noch ouders, noch vrienden, noch jullie collega’s. Niemand begrijpt jullie. Wanneer God jullie afwijst, houdt het leven op aarde voor jullie zeker op. Mensen kunnen het echter toch niet verdragen om God te verlaten. Dit is de betekenis van Gods overwinning van mensen en dit is Gods glorie. […] Zegeningen ontvang je niet in een of twee dagen. Ze moeten via veel opoffering verdiend worden. Dat wil zeggen: jullie moeten een gelouterde liefde hebben, een groot geloof en de vele waarheden, waarvan God wil dat jullie je ze toe-eigenen. Bovendien moeten jullie gericht zijn op gerechtigheid, je nooit laten ontmoedigen of zwichten en een constante en onverminderde liefde voor God hebben. Vastberadenheid wordt van jullie verlangd, evenals verandering in de gezindheid van jullie leven. Jullie moeten genezen van jullie verdorvenheid en alle orkestratie van God zonder klachten accepteren en zelfs gehoorzaam zijn tot in de dood. Dit is wat jullie zouden moeten bereiken. Dit is het uiteindelijke doel van Gods werk en de eisen die God aan deze groep mensen stelt” (‘Is het werk van God zo eenvoudig als men denkt?’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Uit Gods woord begreep ik dat waar ik nu aan leed iets was wat ik moest verdragen. China is een land dat wordt geregeerd door atheïsme, waar gelovigen in God worden vervolgd en te schande worden gebracht. Maar dit lijden was slechts tijdelijk en beperkt van aard en was zorgvuldig door God geregeld om mijn geloof in en gehoorzaamheid aan Hem te vervolmaken, zodat ik in de toekomst Gods belofte en zegeningen beter kon ontvangen. Ik had nu geen andere wensen, want het was genoeg dat ik God had. Tegelijkertijd zag ik dat de wetten die door de CCP-overheid waren opgesteld alleen maar trucs waren om mensen te misleiden. Tegen de buitenwereld wordt beweerd dat ze vrijheid van godsdienst steunen, maar in werkelijkheid hebben gelovigen in God niet eens het recht om Gods woord te lezen of bijeenkomsten te houden. Ze tolereren het bestaan van gelovigen in God gewoonweg niet en staan niet toe dat mensen God volgen of het juiste pad in het leven bewandelen. Zoals de woorden van Almachtige God zeggen: “Godsdienstvrijheid? De wettelijke rechten en belangen van burgers? Die zijn allemaal trucjes om zonde te bedekken!” (‘Werk en intrede (8)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). De hemel en de aarde die door God zijn geschapen, zijn enorm, maar in China kunnen gelovigen in God nergens terecht. Iedereen die in God gelooft, lijdt onder arrestatie en vervolging door de CCP en beperking van vrijheid. De CCP wil niets liever dan alle gelovigen in God ombrengen en China omvormen tot een goddeloze natie. De CCP is heel verdorven, slecht en reactionair. Ze is waarlijk onverenigbaar met God en is een vijand van God die Zijn bestaan niet kan dulden!

En dus bleef ik in het geheim mijn zuster in het katoenveld ontmoeten. Maar de tijd verstreek en het zou spoedig winter zijn. De bladeren van de katoenplanten verdorden al en vielen af, zodat het katoenveld ons geen dekking meer kon bieden om bijeenkomsten te houden. Zo zat ik opnieuw zonder broeders en zusters met wie ik over Gods woord kon communiceren. Aanvankelijk kon ik me aan Gods woord houden en kon ik een normale betrekking met God handhaven, maar zonder de voorziening en lafenis van Gods woord werd mijn geest hoe langer hoe verdorder en droger en duurde het niet lang voordat ik weer in duisternis viel. Ik had het gevoel alsof ik van de hemel in de hel was neergedaald en verkeerde in een dusdanige ellende dat de dood te verkiezen zou zijn. Mijn familie geloofde de leugens van de politie, dus hielden ze me iedere dag in de gaten en bedreigden ze me met slaag als ik in Almachtige God zou blijven geloven. Thuis durfde ik niet te bidden. Ik kon alleen bidden wanneer ik me ’s nachts onder de dekens verborg of wanneer er niemand anders thuis was. Op die manier ging elke dag voor me voorbij. Bovendien moest ik, behalve de verwijten van mijn familie ook de geruchten en het geroddel van de dorpelingen verduren. Nu ik met al die dingen te maken had, voelde ik me bijzonder ellendig. In geestelijk opzicht voelde ik me zwak en hulpeloos en iedere dag was ik neerslachtig. Nu ik het kerkelijke leven had verloren, Gods woord niet kon lezen en mijn broeders en zusters niet meer kon zien, voelde mijn leven ellendig en had het alle vreugde verloren. Ik dacht eraan hoe Gods woorden me vroeger altijd troost brachten wanneer ik me ellendig en zwak voelde, hoe mijn broeders en zusters me geduldig steunden en hoe ik me, nadat ik Gods wil had begrepen, direct op mijn gemak en bevrijd voelde en mijn opgewektheid weer toenam. Maar nu had ik, vanwege die vervolging en het toezicht door de politie het recht verloren om Gods woord te lezen en kon ik zelfs mijn broeders en zusters niet zien. Iedere dag was een lange, bittere worsteling en toen ik zag hoe ik leefde zonder dat ik het gevoel had te leven, alsof ik dood was, en toen ik dacht hoezeer ik vroeger van leven was vervuld toen ik in Gods aanwezigheid in de kerk leefde, voelde ik me gekweld en ellendig. En toen ik eraan dacht hoe mijn familie door de CCP was bedrogen en misleid, hoe ze me niet begrepen en hoe ze met de CCP waren meegegaan bij het beperken van mijn vrijheid, voelde ik me nog ongelukkiger. Maar juist toen ik het gevoel had dat ik geen kant meer op kon, bad ik voortdurend tot God en smeekte ik Hem een pad voor me te openen: “O, God! Nu kan ik uw woord niet lezen en kan ik het kerkelijke leven niet leven en is dit leven voor mij te veel om te dragen. O, God! Mijn familie is bedrogen door de CCP-overheid en probeert uit alle macht te voorkomen dat ik in u geloof. Help me alstublieft van uw daden te getuigen en zorg ervoor dat ze niet langer door Satan worden misleid en gebruikt. O, God! Ik wil mijn familie aan u toevertrouwen en ik vraag u me een uitweg te wijzen.”

God zij dank heeft Hij echt mijn gebeden aangehoord. Een tijdje daarna viel ik op een avond vlak voor mijn bed opeens flauw. Mijn echtgenoot schrok zich een ongeluk en wist niet wat hij moest doen, dus belde mijn zoon snel de spoedeisende hulp. Toen het eerste ziekenhuis dat reageerde, hoorde dat de patiënt een oude vrouw was die ernstig ziek was, weigerden ze me te accepteren. Toen belde mijn zoon naar de spoedeisende hulp van een ander ziekenhuis en daar zei de dokter dat ik niet veel kans meer had om weer bij bewustzijn te komen, dat het zinloos was om ook maar iets te ondernemen om me te redden en dat mijn familie zich maar op het ergste moest voorbereiden. Maar mijn zoon weigerde om op te geven en bleef net zo lang smeken tot ze wel moesten toegeven dat ik naar het ziekenhuis mocht komen. Maar zelfs nadat ik was geholpen, bleef ik toch bewusteloos. De dokters konden niets meer doen en mijn familie was er zeker van dat ik het niet zou overleven. Maar voor God is niets onmogelijk, want op dat moment gebeurde er een wonder! Nadat ik achttien uur lang diep in coma had gelegen, kwam ik langzaam weer bij bewustzijn. Alle aanwezigen waren verbijsterd. Toen ik mijn ogen open deed en de dokters zag, dacht ik dat ik naar engelen keek. Ik vroeg ze waar ik was. Een van hen vertelde me dat ik in het ziekenhuis lag en terwijl ze snel mijn vitale functies controleerden, bleven ze maar mompelen: “Het is echt een wonder …” Niet lang daarna kon ik rechtop zitten en had ik een ontzettende honger. De verpleegster gaf me te eten en toen ik klaar was met eten, voelde ik me vol energie en kracht. Ik wist dat dit een van de wonderbaarlijke daden was van Almachtige God, dat God mijn gebeden had verhoord en een weg voor me had geopend. Toen ik op bed zat, kon ik niet anders dan vol lof tot God zingen. De dokter was hoogst verbaasd en kon enkel maar vragen: “Mevrouw, wie is die God waar u in gelooft?” Toen zei ik: “ik geloof in de ene ware God die alle dingen in de hemel en op aarde heeft geschapen – Almachtige God!” Daarop keek de dokter me geschokt aan en keek mijn familie verrast en blij toen ze me zagen zingen. Nadat ik uit het ziekenhuis was gekomen, ging ik naar huis. Eén voor één kwamen mijn buren langs en zeiden: “Het is verbazingwekkend! De dokters zeiden dat er geen hoop meer voor je was, maar toch ben je weer wakker geworden. Het is een wonder!” Ik getuigde voor hen van God en zei dat dit was te danken aan Gods grote kracht, dat God me had gered, dat ik zonder God nu dood was geweest en dat het God was die me een tweede kans had gegeven om te leven. Ik vertelde ze ook dat de hele mensheid door God geschapen was, dat God ons het leven heeft gegeven, dat God ons leven beheert en daar de leiding over heeft, en dat mensen zich niet van Gods leiding kunnen afwenden, want je afwenden van God komt neer op de dood. Nadat ze dit hadden meegemaakt, verzette mijn familie zich niet langer tegen mijn geloof in God en gaf God me ook nog een onverwachte zegening –mijn man accepteerde ook Gods huidige fase van werk. Daarna ging mijn man vaak met me mee naar bijeenkomsten om te communiceren en ik voelde me ongelooflijk gelukkig, vredig en veilig. Daarna leefde ik iedere dag in vreugde omdat ik waarlijk Gods almacht en wijsheid had gezien en ik dankte en prees God vanuit het diepst van mijn hart!

Door mijn ervaring ben ik echt gaan begrijpen dat wat God iemand ook aandoet, Hij dat uit liefde doet. Hij geeft Satan weliswaar toestemming om me te vervolgen, maar daarachter liggen Gods goede bedoelingen. De CCP wilde mijn arrestatie en vervolging gebruiken om te zorgen dat ik God zou mijden en God zou verraden, maar ze hadden geen idee dat Gods wijsheid wordt uitgeoefend gebaseerd op de trucs van Satan. Niet alleen is de onderdrukking door de CCP er niet in geslaagd dat ik God ben gaan mijden of God heb verraden, maar in plaats daarvan kon ik daardoor duidelijk de kwaadaardige essentie van de CCP zien die zich verzet tegen God en optreedt tegen de Hemel. Bovendien is hierdoor mijn zekerheid versterkt dat het woord van Almachtige God de waarheid, de weg en het leven is! Ik heb ook de enorme kracht en de wonderbaarlijke daden van God kunnen zien, waardoor mijn liefde voor en trouw aan God zijn versterkt. Zoals het woord van Almachtige God zegt: “In mijn plan heeft Satan me bij elke stap op de hielen gezeten, en, als contrast van mijn wijsheid, altijd geprobeerd manieren en middelen te vinden om mijn oorspronkelijke plan te verstoren. Maar zou ik kunnen bezwijken voor zijn bedrieglijke plannen? Alles in de hemel en op aarde dient mij – zouden de bedrieglijke plannen van Satan anders kunnen zijn? Dit is precies het kruispunt van mijn wijsheid, het is precies datgene wat wonderbaarlijk is aan mijn daden en het is het principe waarmee mijn hele managementplan wordt uitgevoerd” (‘Hoofdstuk 8’ van Gods woorden aan het hele universum in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Hoe meer de CCP zich ongeremd tegen God verzet en Gods uitverkorenen vervolgt, des te beter we dit kunnen onderscheiden en verzaken, en des te beter we de waarheid kunnen begrijpen en Gods wijsheid en wonderbaarlijke daden kunnen kennen. Ook groeit ons geloof in het volgen van God en kunnen we beter klinkende getuigenis voor God geven. Door het ervaren van de vervolging door de CCP zag ik duidelijk dat Satan in het werk van God eenvoudigweg als contrast dient en een dienend voorwerp voor God is en ben ik duidelijker Gods vurige wens te weten gekomen om de mensheid te redden. Met wat voor moeilijkheden en hindernissen ik ook te maken krijg, ik wil in de toekomst, zo goed als ik kan, mijn plichten vervullen en mijn deel doen om aan Gods wil te voldoen.

Vorige: 4. Uit lijden komt het parfum van de liefde voort

Volgende: 6. Nu ik ontbering heb doorstaan, is mijn liefde voor God nog sterker

De wereld wordt in de laatste dagen bestookt met rampen. Welke waarschuwing geeft dat ons? En hoe kunnen wij beschermd worden door God te midden van rampen? Kijk samen met ons naar onze actuele preek die je de antwoorden zal geven.
Contact
Neem contact op via Messenger

Gerelateerde inhoud

Opstijgen door duistere onderdrukking heen

Het woord van God was solide, daar kon ik op vertrouwen. Het zorgde ervoor dat ik tijdens de extreme pijn en zwakte van de verlichting en de leiding van Gods woord heb mogen genieten, wat de enige manier was om door deze duistere en langdurige periode heen te komen.

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek