De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Klassieke woorden van Almachtige God, Christus van de laatste dagen

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresultaten

Geen resultaten gevonden

III Klassieke woorden over de mysteriën van Gods incarnatie

1. De vleesgeworden God wordt Christus genoemd en dus wordt de Christus die de mensen de waarheid kan geven, God genoemd. Hier is niets buitensporigs aan, want Hij bezit het wezen van God en bezit Gods gezindheid en wijsheid in Zijn werk, die onbereikbaar zijn voor de mens. Degenen die zichzelf Christus noemen, maar het werk van God niet kunnen verrichten, zijn fraudeurs. De echte Christus is niet slechts de manifestatie van God op aarde, maar ook, het specifieke vlees dat door God wordt aangenomen terwijl Hij Zijn werk onder de mens uitvoert en voltooit. Dit vlees is er geen dat zomaar door iedereen kan worden vervangen, maar één wat Gods werk op aarde adequaat kan verdragen, de gezindheid van God kan uitdrukken, God in voldoende mate kan vertegenwoordigen en de mens van leven kan voorzien. Vroeg of laat zullen degenen die voordoen als Christus allemaal vallen, want hoewel ze beweren Christus te zijn, bezitten ze niets van het wezen van Christus. En dus zeg ik dat de authenticiteit van Christus niet door de mens kan worden gedefinieerd, maar wordt beantwoord en besloten door God Zelf.

uit ‘Alleen Christus van de laatste dagen kan de weg van het eeuwige leven aan de mens geven’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

2. De betekenis van incarnatie is dat God in het vlees verschijnt en dat Hij, naar het beeld van vlees, komt werken, tussen de mensen die Hij geschapen heeft. God moet dus om te incarneren eerst vlees zijn, vlees met een normale menselijkheid. Dit is het meest fundamentele vereiste. De implicatie van Gods incarnatie is in feite dat God leeft en werkt in het vlees, dat God in Zijn ware essentie vlees wordt, mens wordt.

uit ‘De essentie van het door God bewoonde vlees’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

3. De vleesgeworden God heet Christus, en Christus is het vlees aangekleed door de Geest van God. Dit vlees is als van geen ander mens van vlees. Dit verschil is er, omdat Christus niet van vlees en bloed is, maar de belichaming van de Geest is. Hij bezit zowel normale menselijkheid als volledige goddelijkheid. Geen mens bezit Zijn goddelijkheid. Zijn normale menselijkheid draagt al Zijn normale lijfelijke handelingen, terwijl Zijn goddelijkheid het werk van God Zelf uitvoert. Maar zowel Zijn menselijkheid als Zijn goddelijkheid onderwerpen zich aan de wil van de Vader in de hemel. Het wezen van Christus is de Geest, dat wil zeggen de goddelijkheid. Daarom is Zijn wezen het wezen van God Zelf; dit wezen staat Zijn eigen werk niet in de weg, en Hij zou met geen mogelijkheid ook maar iets kunnen doen dat Zijn eigen werk teniet zal doen of woorden spreken die tegen Zijn wil ingaan. Daarom zou de vleesgeworden God absoluut nooit iets doen dat Zijn eigen management in de weg staat. Dit is wat alle mensen zouden moeten begrijpen.

uit ‘Het wezen van Christus is gehoorzaamheid aan de wil van de hemelse Vader’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

4. Hij die de incarnatie van God is, zal de essentie van God hebben. Hij die de incarnatie van God is, zal de uitdrukking van God hebben. Omdat God vlees wordt, zal Hij het werk voortbrengen dat Hij moet doen. En omdat God vlees wordt, zal Hij uitdrukken wat Hij is en zal Hij in staat zijn de waarheid naar de mens te brengen, het leven te schenken en de weg te wijzen. Vlees dat niet de essentie van God bevat, is zeker niet de vleesgeworden God. Dat lijdt geen twijfel. Als de mens wil onderzoeken of dit het geïncarneerde vlees van God is, moet de mens dit vaststellen aan de hand van de gezindheid die Hij uitdrukt en de woorden die Hij spreekt. Dat betekent dat aan de hand van Zijn wezen beoordeeld moet worden of dit al dan niet het geïncarneerde vlees van God is en of dit al dan niet de ware weg is. Bij het vaststellen[a] of dit het geïncarneerde vlees van God is, is het dus het allerbelangrijkste om aandacht te schenken aan Zijn wezen (Zijn werk, Zijn woorden, Zijn gezindheid en nog veel meer dingen) in plaats van aan de uiterlijke schijn. Als de mens alleen Zijn uiterlijk ziet en aan Zijn wezen voorbijgaat, geeft dat blijk van de onwetendheid en naïviteit van de mens.

uit ‘Voorwoord’ tot ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

5. God is vlees geworden omdat het doel van Zijn werk niet de geest van Satan is, of iets anders onstoffelijks, maar de mens, die van het vlees is en verdorven door Satan. Juist omdat het vlees van de mens verdorven is, heeft God de lichamelijke mens tot doel van Zijn werk gemaakt. Omdat de mens bovendien het mikpunt van het verderf is, heeft Hij de mens tot het enige doel van Zijn werk gemaakt in alle stadia van Zijn reddingswerk. De mens is sterfelijk, hij is van vlees en bloed, en alleen God kan de mens redden. Zo moet God het vlees worden met dezelfde eigenschappen als de mens om Zijn werk te kunnen doen, zodat Zijn werk betere resultaten kan opleveren. Om Zijn werk te kunnen doen, moet God vlees worden, juist omdat de mens van vlees is en de zonde niet kan overwinnen en zich niet van het vlees kan ontdoen.

uit ‘De verdorven mensheid heeft de redding van de vleesgeworden God harder nodig’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

6. Niemand is geschikter en meer bevoegd dan God in het vlees voor het werk om over de verdorvenheid van het vlees van de mens te oordelen. Als het oordeel rechtstreeks door de Geest van God zou worden uitgevoerd, zou dit niet allesomvattend zijn. Bovendien zou dat werk moeilijk te accepteren zijn voor de mens omdat de Geest niet persoonlijk voor de mens kan verschijnen. Hierdoor zou het effect niet direct zijn, en de mens zou al helemaal niet in staat zijn de niet te beledigen gezindheid van God duidelijk te aanschouwen. Satan kan slechts geheel verslagen worden als God in het vlees de verdorvenheid van de mensheid oordeelt. Hoewel Hij hetzelfde is als een mens met een normale menselijkheid, kan God in het vlees toch rechtstreeks over de onrechtvaardigheid van de mens oordelen. Dit is het teken van Zijn natuurlijke heiligheid, en van Zijn buitengewoonheid. Alleen God is bevoegd en in de positie om over de mens te oordelen, want Hij bezit de waarheid en de rechtvaardigheid en dus is Hij in staat over de mens te oordelen. Degenen zonder de waarheid en rechtvaardigheid zijn niet geschikt om over anderen te oordelen. Als dit werk door de Geest van God zou worden gedaan, zou het geen overwinning op Satan zijn. De Geest is van nature meer verheven dan stervelingen, en de Geest van God is van nature heilig en triomfeert over het vlees. Als de Geest dit werk rechtstreeks zou doen, zou Hij niet kunnen oordelen over de ongehoorzaamheid van de mens en zou Hij niet alle onrechtvaardigheid van de mens aan de kaak kunnen stellen. Het oordeelswerk wordt immers ook door middel van de opvattingen van de mens over God uitgevoerd, en de mens heeft nooit opvattingen over de Geest gehad. Daarom kan de Geest de onrechtvaardigheid van de mens niet beter aan de kaak stellen, laat staan dat Deze die volledig kan onthullen. De vleesgeworden God is de vijand van allen die Hem niet kennen. Door over de opvattingen over en het verzet tegen God van de mens te oordelen, laat Hij de hele ongehoorzaamheid van de mensheid zien. Het effect van Zijn werk in het vlees is duidelijker dan het effect van het werk van de Geest. En zo wordt het oordelen over de hele mensheid niet rechtstreeks door de Geest uitgevoerd, maar is het het werk van de vleesgeworden God. God in het vlees kan gezien en aangeraakt worden door de mens, en God in het vlees kan de mens geheel overwinnen. In zijn relatie met God in het vlees ontwikkelt de mens zich van verzet naar gehoorzaamheid, van vervolging naar aanvaarding, van opvatting naar kennis, van afwijzing naar liefde. Dat is het effect van het werk van de vleesgeworden God. De mens wordt alleen door acceptatie van Zijn oordeel gered, hij leert Hem slechts geleidelijk aan kennen door de woorden uit Zijn mond, wordt tijdens zijn verzet tegen Hem door Hem overwonnen en ontvangt de levensbron van Hem tijdens de aanvaarding van Zijn tuchtiging. Dit hele werk is het werk van God in het vlees en niet het werk van God in Zijn identiteit van de Geest.

uit ‘De verdorven mensheid heeft de redding van de vleesgeworden God harder nodig’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

7. Dat God vlees wordt met het uitdrukkelijke doel om een nieuw tijdperk in te luiden en uiteraard sluit Hij bij het inluiden van een nieuw tijdperk het voorgaande tijdperk meteen af. God is het begin en het einde; Hij zet Zijn werk Zelf in beweging en dus moet Hij ook Zelf het voorgaande tijdperk afsluiten. Dat is het bewijs dat Hij Satan verslaat en de wereld overwint. Telkens wanneer Hij Zelf onder de mensen werkt, is dat het begin van een nieuwe strijd. Zonder het begin van nieuw werk zou het oude werk uiteraard niet ten einde lopen. En wanneer het oude werk niet wordt afgerond, is dat bewijs dat de strijd met Satan nog voleindigd moet worden. Alleen als God Zelf komt en nieuw werk onder de mensen uitvoert, kan de mens zich volledig uit de greep van Satan losrukken en een nieuw leven en nieuw begin krijgen. Anders zal de mens voor altijd in het oude tijdperk leven en voor altijd onder de oude invloed van Satan leven. Met elk tijdperk onder leiding van God wordt een deel van de mensheid verlost en zo gaat de mens voort samen met het werk van God naar het nieuwe tijdperk. De overwinning van God betekent een overwinning voor allen die Hem volgen. Als het geschapen mensenras de opdracht kreeg om het tijdperk af te sluiten, zou dit vanuit het gezichtspunt van de mens of van Satan niet meer zijn dan een daad van opstand of verraad tegen God, niet een daad van gehoorzaamheid aan God, en zou het werk van de mens een hulpmiddel worden voor Satan. Alleen als de mens God gehoorzaamt en volgt in een tijdperk dat God Zelf heeft ingeluid, kan Satan volledig overtuigd worden, want dat is de plicht van een schepsel. En dus zeg ik dat jullie alleen hoeven te volgen en te gehoorzamen, meer wordt er van jullie niet vereist. Dit betekent het dat ieder zich van zijn taak kwijt en ieder zijn respectieve functie uitoefent. God doet Zijn eigen werk en heeft geen mensen nodig om dat in Zijn plaats te doen, evenmin neemt Hij deel aan het werk van schepsels. De mens vervult zijn eigen plicht en neemt niet deel aan het werk van God. Alleen dit is gehoorzaamheid en bewijs van Satans nederlaag. Nadat God het nieuwe tijdperk Zelf heeft ingeluid, daalt Hij niet meer neer om Zelf onder de mensen te werken. Pas dan betreedt de mens het nieuwe tijdperk officieel om zijn plicht te vervullen en zijn opdracht als schepsel uit te voeren. Dit zijn de principes die het werk besturen, die niemand mag overtreden. Alleen werken op deze manier is zinvol en redelijk. Het werk van God moet door God Zelf worden gedaan. Hij zet Zijn werk in beweging en Hij voleindigt Zijn werk. Hij plant het werk en Hij bestuurt het, en bovendien brengt Hij het werk tot bloei. Zoals in de Bijbel staat: “Ik ben het Begin en het Einde; ik ben de Zaaier en de Maaier.” Alles wat met het werk van Zijn management te maken heeft, doet God Zelf. Hij heerst over het managementplan van zesduizend jaar; niemand kan Zijn werk in Zijn plaats doen en niemand kan Zijn werk voltooien, want Hij houdt alles in Zijn hand. Hij heeft de wereld geschapen en zal de hele wereld leiden om in Zijn licht te leven. Hij zal ook het hele tijdperk afsluiten en Zijn hele plan zo tot bloei brengen!

uit ‘Het mysterie van de vleeswording (1)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

8. De eerste incarnatie was bedoeld om de mens van zonde te verlossen, om hem te verlossen door het vleselijke lichaam van Jezus. Dat houdt in dat Hij de mens op het kruis heeft gered, maar de verdorven satanische gezindheid is nog steeds in de mens achtergebleven. De tweede incarnatie is niet langer om te dienen als een zondoffer maar om hen volledig te redden die van zonde waren verlost. Dit is gedaan, zodat degenen die zijn vergeven, van hun zonden kunnen worden bevrijd en volledig gereinigd kunnen worden en door het verkrijgen van een veranderde gezindheid kunnen vrijkomen van Satans duistere invloed en voor de troon van God kunnen terugkeren. Alleen op deze manier kan de mens volledig worden geheiligd. Nadat het Tijdperk van de Wet ten einde kwam en het begin van het Tijdperk van Genade aanbrak, begon God met het reddingswerk, hetgeen voortduurt tot de laatste dagen waarin Hij de mensheid vanwege zijn opstandigheid volledig zal zuiveren door het oordelen en het tuchtigen van het menselijke ras. Pas dan zal God Zijn reddingswerk afronden en de rust binnengaan. Daarom is God in de drie werkfases slechts tweemaal vleesgeworden om Zijn werk Zelf te midden van de mensheid uit te voeren. Dat komt omdat slechts één van de drie werkfases bedoeld is om richting te geven aan het leven van de mensen, terwijl de andere twee bestaan uit het reddingswerk. Alleen door de vleeswording kan God naast de mens leven, het leed van de wereld ervaren en in een gewoon vleselijk lichaam leven. Alleen op deze manier kan Hij de mens praktische woorden geven, zoals schepsels die nodig hebben. Het is door de incarnatie van God dat de mens volledige redding ontvangt van God en niet rechtstreeks uit de hemel in antwoord op zijn gebeden. Want in het vlees zijnde kan de mens de Geest van God niet zien, veel minder nog kan hij naderen tot Zijn Geest. De mens kan alleen maar in contact komen met het geïncarneerde vlees van God en alleen zo is de mens in staat om alle woorden en alle waarheden te bevatten en volledige redding te ontvangen. De tweede incarnatie zal voldoende zijn om de zonden van de mens uit te wissen en hem volledig te zuiveren. Daarom zal de totaliteit van Gods werk in het vlees met de tweede incarnatie tot een einde worden gebracht en zal de waarde van Gods incarnatie compleet worden gemaakt. Vanaf dat ogenblik zal het werk van God in het vlees geheel tot een einde zijn gebracht. Na de tweede incarnatie zal Hij niet voor een derde keer vlees worden voor Zijn werk. Want Zijn gehele management zal tot een einde gekomen zijn. De incarnatie van de laatste dagen zal Zijn uitverkoren volk volledig hebben gewonnen en de mensheid zal in de laatste dagen zijn onderverdeeld naar soort. Hij zal niet langer het reddingswerk doen, noch zal Hij terugkeren naar het vlees om enig werk te verrichten.

uit ‘Het mysterie van de vleeswording (4)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

9. Het belang van de incarnatie is dat een gewoon, normaal mens het werk van God Zelf uitvoert; dat wil zeggen dat God Zijn goddelijke werk in menselijkheid uitvoert en daarbij Satan overwint. Incarnatie houdt in dat de Geest van God vlees wordt, dat wil zeggen dat God vlees wordt. Het werk dat Hij in het vlees doet is het werk van de Geest en het wordt in het vlees gerealiseerd, door middel van het vlees tot uitdrukking gebracht. Niemand anders dan Gods vlees kan de bediening van de vleesgeworden God vervullen, dat wil zeggen, alleen Gods geïncarneerde vlees, deze normale menselijkheid – en niemand anders – kan het goddelijke werk uitdrukken. Als God bij Zijn eerste komst niet voor Zijn negenentwintigste de normale menselijkheid had gehad, als Hij meteen vanaf Zijn geboorte wonderen had kunnen verrichten, als Hij zodra Hij leerde praten meteen de taal van de hemel had gesproken, als Hij vanaf het moment dat Hij voet op aarde zette alle wereldlijke zaken had kunnen bevatten, de gedachten en bedoelingen van ieder mens had kunnen doorzien, dan kon zo iemand geen gewoon mens worden genoemd en had zulk vlees geen menselijk vlees kunnen worden genoemd. Als dat het geval was geweest met Christus, dan was de betekenis en de essentie van de incarnatie van God verloren gegaan. Dat Hij een normale menselijkheid bezat bewijst dat Hij de geïncarneerde God in het vlees was. Het feit dat Hij een normaal menselijk groeiproces doorliep toont verder aan dat Hij van gewoon vlees was. Bovendien is Zijn werk voldoende bewijs dat Hij Gods woord en Gods Geest was dat vlees werd. Het werk eist dat God vlees wordt, met andere woorden, dit stadium van werk moet in het vlees worden gedaan, in de normale menselijkheid. Het is een eerste vereiste voor ‘het Woord dat vlees wordt’, voor ‘Het Woord dat in het vlees verschijnt’ en het is het ware verhaal achter de twee incarnaties van God.

uit ‘De essentie van het door God bewoonde vlees’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

10. Omdat God vlees wordt, neemt Hij Zijn wezen aan in Zijn vlees, zodat Zijn vlees volstaat om Zijn werk te ondernemen. Daarom wordt tijdens Zijn incarnatie al het werk van Gods Geest vervangen door het werk van Christus en centraal in het werk gedurende de hele periode van de incarnatie is het werk van Christus. Het kan niet vermengd worden met werk uit welke andere tijd dan ook. En omdat God vlees wordt, werkt Hij in de identiteit van Zijn vlees; omdat Hij in het vlees is gekomen, voltooit Hij het werk dat Hij moet doen in het vlees. Of het nu de Geest van God is, of het is Christus, beiden zijn God Zelf, en Hij verricht het werk dat Hij moet verrichten en voert de bediening uit die Hij uit moet voeren.

uit ‘Het wezen van Christus is gehoorzaamheid aan de wil van de hemelse Vader’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

11. Het leven van de geïncarneerde God tijdens Zijn bediening is een leven van menselijkheid en complete goddelijkheid. Als de geïncarneerde God vanaf Zijn geboorte Zijn bediening serieus had opgepakt en bovennatuurlijke tekenen had gegeven en wonderen had verricht, dan zou Hij geen lichamelijke essentie hebben. Daarom bestaat Zijn menselijkheid in het belang van Zijn lichamelijke essentie; er kan geen vlees zijn zonder menselijkheid, een persoon zonder menselijkheid is geen menselijk wezen. Zo is de menselijkheid van Gods vlees een wezenlijke eigenschap van het geïncarneerde vlees van God. Het is blasfemie te zeggen dat “als God vlees wordt Hij helemaal goddelijk is en helemaal niet menselijk”, omdat dit een onmogelijk standpunt is, dat het grondbeginsel van de incarnatie geweld aandoet. Zelfs nadat Hij Zijn bediening begint uit te voeren bewoont Zijn goddelijkheid nog steeds het menselijke omhulsel als Hij Zijn werk doet. Zijn menselijkheid dient alleen op dat moment het enige doel om Zijn goddelijkheid het werk in het gewone vlees te laten uitvoeren. De handelende factor van het werk is dus de goddelijkheid die Zijn menselijkheid bewoont. Zijn goddelijkheid, niet Zijn menselijkheid, is aan het werk, maar deze goddelijkheid is verborgen in Zijn menselijkheid. In de kern wordt Zijn werk door Zijn complete goddelijkheid gedaan, niet door Zijn menselijkheid. Maar de uitvoerder van het werk is Zijn vlees. Je zou kunnen zeggen dat Hij mens en ook God is, want God wordt een God die in het vlees leeft, met een menselijk omhulsel en een menselijke essentie maar ook met de essentie van God. Omdat Hij een mens met de essentie van God is, staat Hij boven alle geschapen mensen, boven iedere mens die het werk van God kan uitvoeren. En dus is Hij, onder allen met een menselijk omhulsel net als Hij en onder allen die menselijkheid bezitten de enige die de geïncarneerde God Zelf is – alle anderen zijn geschapen mensen. Hoewel ze allen menselijkheid bezitten, hebben geschapen mensen alleen maar menselijkheid, terwijl de vleesgeworden God anders is: in Zijn vlees heeft Hij niet alleen menselijkheid, maar ook – nog belangrijker – goddelijkheid. Zijn menselijkheid kan herkend worden in de uiterlijke verschijning van Zijn vlees en in Zijn dagelijks leven, maar Zijn goddelijkheid is moeilijker waar te nemen. Omdat Zijn goddelijkheid alleen wordt uitgedrukt als Hij menselijkheid heeft, en niet zo bovennatuurlijk is als de mensen zich voorstellen, kunnen zij die slechts met de grootste moeite zien. Zelfs vandaag de dag vinden mensen het nog heel moeilijk de ware essentie van de vleesgeworden God te doorgronden. Ik denk in feite dat zelfs nu ik er al zolang over heb gesproken, de meesten van jullie het nog steeds een mysterie vinden. Het is eigenlijk heel eenvoudig: Omdat God vlees is geworden is Zijn essentie een combinatie van menselijkheid en goddelijkheid. Deze combinatie wordt God Zelf genoemd, God Zelf op aarde.

uit ‘De essentie van het door God bewoonde vlees’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

12. De menselijkheid van de vleesgeworden God bestaat om het gewone goddelijke werk in het vlees te behouden; Zijn gewone menselijke denken ondersteunt Zijn normale menselijkheid en al Zijn gewone lichamelijke activiteiten. Je zou kunnen zeggen dat Zijn gewone menselijke denken bestaat om al het werk van God in het vlees te steunen. Als dit vlees geen gewoon menselijk verstand had, zou God niet in het vlees kunnen werken en zou wat Hij in het vlees moet doen nooit tot stand komen. Hoewel de vleesgeworden God een gewoon menselijk verstand heeft is Zijn werk niet aangetast door menselijke gedachten. Hij onderneemt het werk in de menselijkheid met gewoon verstand waarvoor de eerste vereiste is dat Hij menselijkheid met verstand bezit, niet door gewone menselijke gedachten toe te passen. Hoe verheven de gedachten van Zijn vlees ook zijn, Zijn werk kan toch niet als logisch of als denkwerk bestempeld worden. Met andere woorden, Zijn werk is niet door het verstand van Zijn vlees bedacht, maar is een directe uitdrukking van het goddelijke werk in Zijn menselijkheid. Al Zijn werk is de bediening die Hij moet uitvoeren, en Hij heeft niets daarvan met Zijn eigen brein bedacht. Bijvoorbeeld, zieken genezen, duivels verdrijven en de kruisiging waren niet het product van Zijn menselijk verstand, een mens met een menselijk verstand zou daar niet in kunnen slagen. Het huidige overwinningswerk is evenzeer een bediening die uitgevoerd moet worden door de vleesgeworden God, maar het is niet het werk van de menselijke wil, het is het werk dat Zijn goddelijkheid moet uitvoeren, werk waar geen lichamelijk mens toe in staat is. De vleesgeworden God moet dus een gewoon menselijk verstand hebben, normale menselijkheid bezitten, omdat Hij Zijn werk in de menselijkheid met een gewoon verstand moet uitvoeren. Dat is de essentie van het werk van de vleesgeworden God, dat is de ware essentie van de vleesgeworden God.

Voordat Jezus het werk uitvoerde leefde Hij in Zijn normale menselijkheid. Niemand zag dat Hij God was, niemand kwam erachter dat Hij de vleesgeworden God was. De mensen kenden Hem gewoon als een volledig normaal mens. Zijn volslagen gewone, normale menselijkheid was het bewijs dat God in het vlees was geïncarneerd en dat het Tijdperk van Genade het tijdperk van het werk van de vleesgeworden God was, niet het tijdperk van het werk van de Geest. Het was het bewijs dat de Geest van God geheel in het vlees was gerealiseerd, dat in het tijdperk van Gods incarnatie Zijn vlees al het werk van de Geest uit zou voeren. De Christus met normale menselijkheid is vlees waarin de Geest gerealiseerd is met een normale menselijkheid, gewoon verstand en menselijke gedachten. ‘Gerealiseerd worden’ betekent dat God mens wordt, dat de Geest vlees wordt. Duidelijk gezegd, het is als God Zelf vlees bewoont met een normale menselijkheid en hierdoor Zijn goddelijk werk tot uitdrukking brengt. Dit is wat gerealiseerd of geïncarneerd betekent.

uit ‘De essentie van het door God bewoonde vlees’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

13. God is naar de aarde gekomen om Zijn werk onder de mens te doen, om Zichzelf persoonlijk te openbaren aan de mens en de mens in staat te stellen Hem te aanschouwen; is dit een kleinigheid? Het is werkelijk van groot belang! Het is niet zoals de mens het zich inbeeldt dat God is gekomen zodat de mens naar hem kijkt, zodat de mens zal begrijpen dat God echt is en niet vaag of leeg en dat God verheven is, maar ook nederig. Zou het zo simpel kunnen zijn? Het is juist omdat Satan het vlees van de mens verdorven heeft gemaakt en dat de mens degene is die God wil redden, dat God het vlees moet aannemen om strijd te voeren met Satan en om de mens persoonlijk te hoeden. Alleen dit is profijtelijk voor Zijn werk. De twee vleesgeworden vlezen van God hebben bestaan om Satan te verslaan en hebben ook bestaan om de mens beter te redden. Dat is omdat degene die de strijd voert met Satan alleen God kan zijn, of het nou de Geest van God is of de vleesgeworden God. Kortom, zij die de strijd voeren met Satan kunnen niet de engelen zijn, laat staan de mens, die verdorven is gemaakt door Satan. De engelen zijn niet bij machte om het te doen en de mens is nog onmachtiger. Zodoende, als God het leven van de mens wenst te bewerken, als Hij persoonlijk naar de aarde wenst te komen om de mens te bewerken, dan moet Hij persoonlijk vlees worden, dat wil zeggen dat Hij persoonlijk het vlees moet aannemen en met Zijn innerlijke identiteit en het werk dat Hij moet doen onder de mens moet komen en persoonlijk de mens moet redden. Was dit niet zo, als het de Geest van God of de mens was die dit werk deed, dan zou deze strijd voor eeuwig falen het gewenste effect te behalen en zou de strijd nooit eindigen. Alleen als God vlees wordt om persoonlijk de oorlog aan te gaan met Satan onder de mens heeft de mens een kans op redding. Bovendien is alleen dan Satan beschaamd en achtergelaten zonder mogelijkheden tot uitbuiting te hebben of enige plannen uit te kunnen voeren. Het werk dat door de vleesgeworden God wordt gedaan is onhaalbaar voor de Geest van God en kan al helemaal niet worden gedaan namens God door enige vleselijke mens, want het werk dat Hij doet is omwille van het leven van de mens en om de verdorven gezindheid van de mens te veranderen. Zou de mens deelnemen in deze strijd, dan zou hij enkel vluchten in betreurenswaardige verwarring en zou hij simpelweg niet in staat zijn om de verdorven gezindheid van de mens te veranderen. Hij zou niet in staat zijn de mens te redden van het kruis of de gehele opstandige mensheid kunnen overwinnen, maar hij zou enkel in staat zijn om een beetje oud werk te doen in overeenstemming met principes, of anders werk dat niet gerelateerd is aan het verslaan van Satan. Dus waarom de moeite nemen? Wat is de waarde van werk dat de mensheid niet kan winnen, laat staan Satan verslaan? Daarom kan de strijd met Satan enkel worden uitgevoerd door God Zelf en kan het simpelweg onmogelijk worden gedaan door de mens. De plicht van de mens is om te gehoorzamen en te volgen, want de mens is niet in staat het werk te doen van het openen van een nieuw tijdperk, laat staan dat hij het werk uit kan voeren van de bestrijding van Satan. De mens kan enkel de Schepper behagen onder het leiderschap van God Zelf, waardoor Satan wordt verslagen; dit is het enige dat de mens kan doen. Daarom wordt dit werk, elke keer dat een nieuwe strijd begint, ofwel elke keer dat het werk van een nieuw tijdperk begint, persoonlijk door God Zelf gedaan, waarmee Hij het gehele tijdperk leidt en een nieuw pad opent voor de gehele mensheid. De vooravond van elk nieuw tijdperk is een nieuwe start in de strijd met Satan, waardoor de mens een nieuwere, mooiere wereld binnengaat, een nieuw tijdperk dat persoonlijk door God Zelf wordt geleid.

uit ‘Het normale leven van de mens herstellen en hem meenemen naar een geweldige bestemming’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

14. In de tijdsperiode dat de Heer Jezus Zijn werk deed, konden de mensen zien dat God zich op vele menselijke manieren kon uitdrukken. Hij kon bijvoorbeeld dansen, bruiloften bijwonen, gemeenschap hebben met mensen, met hen spreken en dingen met hen bediscussiëren. Daarnaast voltooide de Heer Jezus ook veel werk dat Zijn goddelijkheid representeerde en natuurlijk was al dit werk een uitdrukking en openbaring van Gods gezindheid. Tijdens deze periode, toen Gods goddelijkheid in gewoon vlees, dat mensen konden zien en aanraken, werd gerealiseerd, hadden ze niet meer het gevoel dat Hij aan en uit flakkerde, dat zij Hem niet konden benaderen. Integendeel, ze konden proberen de wil van God te bevatten en Zijn goddelijkheid te begrijpen middels elke beweging, elk woord en elk werk van de Mensenzoon. De vleesgeworden Mensenzoon drukte door Zijn menselijkheid Gods goddelijkheid uit en bracht de wil van God over op de mensheid. En door de uitdrukking van Gods wil en gezindheid openbaarde Hij de mensen ook de God in het spirituele rijk die niet gezien of aangeraakt kan worden. Wat mensen zagen was God Zelf, tastbaar en met vlees en botten. De vleesgeworden Mensenzoon maakte dus dingen zoals Gods eigen identiteit, status, beeld, gezindheid en wat Hij heeft en is concreet en vermenselijkt. Hoewel het uiterlijk voorkomen van de Mensenzoon wat betreft het beeld van God enige beperkingen kende, waren Zijn essentie en wat Hij heeft en is geheel in staat Gods eigen identiteit en status te vertegenwoordigen – er waren slechts enkele verschillen in de uitdrukkingsvorm. Het maakt niet uit of het nu de menselijkheid of goddelijkheid van de Mensenzoon is, we kunnen niet ontkennen dat Hij Gods eigen identiteit en status vertegenwoordigde. Tijdens deze periode werkte God echter door het vlees, sprak Hij vanuit het perspectief van het vlees en stond Hij voor de mensheid met de identiteit en status van de Mensenzoon. Dit bood mensen de gelegenheid de ware woorden en het ware werk van God onder de mensheid te ontmoeten en ervaren. Het stelde mensen ook in staat inzicht te verwerven in Zijn goddelijkheid en grootheid te midden van nederigheid en een voorlopig begrip en een voorlopige definitie te vormen van de authenticiteit en de werkelijkheid van God. Hoewel het werk dat door de Heer Jezus werd voltooid, Zijn manier van werken en het perspectief van waaruit Hij sprak verschilde van Gods echte persoon in het spirituele rijk, representeerde alles aan Hem werkelijk God Zelf zoals mensen Hem nog nooit eerder hadden gezien – dit kan niet worden ontkend! Dat wil zeggen, in welke vorm God ook verschijnt, vanuit welk perspectief Hij ook spreekt of in welk beeld Hij de mensheid ook confronteert, God vertegenwoordigt altijd niets anders dan Zichzelf. Hij kan geen mens vertegenwoordigen – Hij kan geen verdorven mens vertegenwoordigen. God is God Zelf, dit kan niet worden ontkend.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

15. Het wezen van God Zelf oefent gezag uit, maar Hij kan Zich volledig onderwerpen aan het gezag dat van Hem uitgaat. Of het nu het werk van de Geest is, of het werk van het vlees, er is geen conflict. De Geest van God heeft het gezag over de hele schepping. Het vlees met het wezen van God heeft ook gezag, maar de vleesgeworden God kan al het werk verrichten dat luistert naar de wil van de Vader in de hemel. Geen mens kan dit bereiken of begrijpen. God is Zelf gezag, maar Zijn vlees kan Zich aan Zijn gezag onderwerpen. Dit is de diepere betekenis van de woorden: “Christus gehoorzaamt de wil van God de Vader.” God is een Geest en kan het reddingswerk verrichten, zoals God ook mens kan worden. Trouwens, God verricht Zijn eigen werk: Hij onderbreekt niet en grijpt niet in, laat staan dat Hij onderling tegenstrijdige werken verricht, want het wezen van het werk door de Geest en door het vlees zijn gelijk. Of het nu de Geest of het vlees is, beiden werken om één wil te vervolbrengen en om hetzelfde werk te beheren. Hoewel de Geest en het vlees twee niet te vergelijken kwaliteiten hebben, zijn zij in wezen hetzelfde: beiden bezitten het wezen van God Zelf en de identiteit van God Zelf. In God Zelf zijn er geen ongehoorzame elementen; Zijn wezen is goed. Hij is de uiting van schoonheid en goedheid, en van alle liefde. Zelfs in het vlees doet God niets wat God de Vader niet gehoorzaamt. Zelf wanneer Hij Zijn leven ervoor moet opofferen, wil Hij dit van ganser harte, en maakt geen andere keuze. In God zijn er geen elementen van zelfingenomenheid en gewichtigheid, of van ijdelheid of hoogmoed; Hij heeft geen onbetrouwbare elementen. Alles wat niet gehoorzaamt aan God komt van Satan; Satan is de bron van alles wat lelijk en kwaad is. De reden dat de mens kwaliteiten heeft zoals die van Satan, is omdat de mens door Satan is verdorven en bewerkt. Christus is niet verdorven door Satan, daarom heeft Hij alleen eigenschappen van God en geen enkele van Satan. Hoe zwaar het werk ook is, of hoe zwak het vlees, zolang God in het vlees leeft zal Hij nooit iets doen dat het werk van God Zelf in de weg staat, laat staan dat Hij in ongehoorzaamheid de wil van God de Vader verloochent. Hij lijdt liever vleselijke pijn dan dat Hij tegen de wil van God de Vader ingaat; het is precies zoals Jezus in Zijn gebed zei: “Vader, als het mogelijk is, laat deze ​beker​ dan aan mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.” De mens kiest, maar Christus niet. Hoewel Hij de identiteit van God Zelf heeft, zoekt Hij toch steeds de wil van God de Vader, en vervult Hij de taak die God de Vader aan Hem heeft toevertrouwd vanuit het perspectief van het vlees. Een mens kan dit nooit bereiken. Wat van Satan komt, kan nooit het wezen van God bezitten, het kan alleen ongehoorzaam zijn en opstandig tegen God. Het kan God niet geheel gehoorzamen, laat staan gewillig de wil van God volgen. Met uitzondering van Christus kunnen alle mensen tegen God in opstand komen, en niemand kan direct het werk op zich nemen dat door God aan hem is toevertrouwd; er is er niet één die Gods management als zijn of haar eigen plicht kan beschouwen. De onderwerping aan de wil van God de Vader is het wezen van Christus; ongehoorzaamheid aan God is het kenmerk van Satan. Deze twee eigenschappen zijn onverenigbaar, en wie de eigenschappen van Satan heeft kan geen Christus worden genoemd. De reden dat de mens het werk van God niet in Zijn plaats kan vervullen is dat de mens geen enkel deel van het wezen van God bezit. De mens werkt voor God in zijn eigen belang of in het belang van zijn of haar toekomstperspectief, maar Christus werkt om de wil van God de Vader te doen.

uit ‘Het wezen van Christus is gehoorzaamheid aan de wil van de hemelse Vader’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

16. De menselijkheid van Christus is onderworpen aan Zijn goddelijkheid. Hoewel Hij in het vlees is, is Zijn menselijkheid niet helemaal identiek aan die van een mens van vlees. Hij heeft Zijn eigen unieke karakter, en ook dat is onderworpen aan Zijn goddelijkheid. Zijn goddelijkheid kent geen zwakte; de zwakte van Christus heeft betrekking op Zijn menselijkheid. Tot op zekere hoogte beperkt deze zwakheid Zijn goddelijkheid, maar dergelijke beperkingen blijven binnen een bepaald gebied en een zekere tijd, en zijn niet onbegrensd. Als de tijd gekomen is om het werk van Zijn goddelijkheid uit te voeren, gebeurt dit ondanks Zijn menselijkheid. De menselijkheid van Christus wordt geheel aangestuurd door Zijn goddelijkheid. Behalve het normale leven van Zijn menselijkheid worden alle andere handelingen van Zijn menselijkheid beïnvloed, geraakt en aangestuurd door Zijn goddelijkheid. Hoewel Christus menselijkheid bezit, staat dit het werk van Zijn goddelijkheid niet in de weg. Dit is nu juist omdat de menselijkheid van Christus wordt aangestuurd door Zijn goddelijkheid; hoewel Zijn menselijkheid niet volgroeid is in Zijn gedrag naar anderen, heeft dit geen invloed op het normale werk van Zijn goddelijkheid. Wanneer ik zeg dat Zijn menselijkheid niet verdorven is, bedoel ik dat de menselijkheid van Christus rechtstreeks aangestuurd kan worden door Zijn goddelijkheid, en dat Hij een hoger verstand heeft dan de gewone mens. Zijn menselijkheid is het meest geschikt om door de goddelijkheid van Zijn werk aangestuurd te worden; Zijn menselijkheid kan het beste het werk van de goddelijkheid uitdrukken en zich eraan overgeven.

uit ‘Het wezen van Christus is gehoorzaamheid aan de wil van de hemelse Vader’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

17. De eerste geïncarneerde God heeft het werk van de incarnatie niet afgemaakt. Hij heeft alleen de eerste stap van het werk dat God in het vlees moest doen, afgemaakt. Om het incarnatiewerk dus af te maken is God weer in het vlees teruggekeerd en leeft Hij in alle gewoonheid en realiteit van het vlees, dat wil zeggen dat Hij het Woord van God duidelijk maakt in volkomen normaal en gewoon vlees, waarbij Hij het werk dat Hij nog niet af had nu afmaakt. In essentie is het tweede geïncarneerde vlees hetzelfde als het eerste, maar het is nog werkelijker, nog gewoner dan het eerste. Als gevolg is het lijden dat het tweede geïncarneerde vlees moet ondergaan erger dan de eerste keer, maar dit lijden is een gevolg van Zijn bediening in het vlees, wat anders is dan het lijden van de verdorven mens. Het komt ook uit de normale toestand en de werkelijkheid van Zijn vlees. Omdat Hij Zijn bediening in het volslagen normale en werkelijke vlees uitvoert, moet het vlees veel ontberingen ondergaan. Hoe normaler en reëler dit vlees is, hoe meer Hij bij de uitvoering van Zijn bediening zal lijden. Gods werk wordt tot uitdrukking gebracht in heel gewoon vlees, vlees dat helemaal niet bovennatuurlijk is. Omdat Zijn vlees gewoon is en ook het reddingswerk van de mens op de schouders moet nemen, lijdt Hij zelfs nog meer dan bovennatuurlijk vlees zou doen – al dit lijden komt van de realiteit en de normale toestand van Zijn vlees. Je kan de essentie van het geïncarneerde vlees afleiden uit het lijden dat de twee geïncarneerde vlezen hebben ondergaan terwijl ze Hun bediening uitvoerden. Hoe normaler het vlees, hoe groter de ontbering die Hij moet ondergaan als Hij Zijn werk onderneemt; hoe reëler het vlees dat het werk onderneemt, hoe wreder de opvattingen die de mensen krijgen, en hoe meer gevaar Hij loopt. En toch, hoe reëler het vlees is, en hoe meer het vlees de behoeften en het volledige gevoel van een gewoon mens kent, hoe beter Hij in staat is Gods werk in het vlees op zich te nemen. Het was het vlees van Jezus dat aan het kruis werd genageld, Zijn vlees dat Hij opgaf als zondoffer; het was door middel van vlees met een normale menselijkheid dat Hij Satan wist te verslaan en de mens helemaal redde van het kruis. En het is als volledig vlees dat de tweede geïncarneerde God het overwinningswerk uitvoert en Satan verslaat. Alleen vlees dat geheel normaal en werkelijk is kan het overwinningswerk in zijn geheel uitvoeren en een krachtige getuigenis afleggen. Dat wil zeggen, het overwinningswerk[b] van de mens wordt effectief gemaakt door de realiteit en normale toestand van God in het vlees, niet door bovennatuurlijke wonderen en openbaringen. De bediening van deze geïncarneerde God is te spreken, en daardoor de mens te overwinnen en volmaakt te maken, met andere woorden, het werk van de Geest gerealiseerd in het vlees, de taak van het vlees, is te spreken en daardoor de mens te overwinnen, te openbaren, volmaakt te maken en volledig te verdrijven. En dus is het in het overwinningswerk dat Gods werk in het vlees helemaal wordt volbracht. Het aanvankelijke verlossingswerk was slechts het begin van het incarnatiewerk. Het vlees dat het overwinningswerk uitvoert zal het gehele incarnatiewerk afmaken. Qua geslacht is de mens een man of een vrouw; hierin is de betekenis van Gods incarnatie afgerond. Het verjaagt de misvattingen van de mens over God: God kan zowel man als vrouw worden, en de vleesgeworden God is in essentie geslachtloos. Hij heeft zowel de man als de vrouw gemaakt, en Hij maakt geen verschil tussen de geslachten. In dit stadium van het werk verricht God geen tekenen en wonderen, zodat het werk resultaat op zal leveren door middel van woorden. Dat komt bovendien omdat deze keer het werk van de vleesgeworden God niet de genezing van zieken en de uitdrijving van duivels inhoudt, maar de verovering van de mens door te spreken. Dit betekent dat het aangeboren vermogen dat het geïncarneerde vlees van God bezit het spreken van woorden en de verovering van de mens is, niet de genezing van zieken en verdrijving van duivels. Zijn werk in de normale menselijkheid is niet het verrichten van wonderen, niet de genezing van zieken en de uitdrijving van duivels, maar het spreken. En zo lijkt het tweede geïncarneerde vlees voor de mensen veel gewoner dan het eerste. De mensen zien dat de incarnatie van God geen leugen is, maar deze geïncarneerde God is anders van de geïncarneerde Jezus. Hoewel beiden de geïncarneerde God zijn, zijn Zij niet helemaal hetzelfde. Jezus bezat een normale menselijkheid, een gewone menselijkheid, maar Hij werd door vele wonderen en tekenen vergezeld. In deze vleesgeworden God ziet het menselijk oog geen tekenen of wonderen, geen genezing van zieken of uitdrijving van duivels, geen lopen over het meer of veertig dagen vasten. … Hij doet niet hetzelfde werk als Jezus, niet omdat Zijn vlees in essentie anders is dan dat van Jezus, maar omdat het niet Zijn bediening is zieken te genezen en duivels uit te drijven. Hij breekt Zijn eigen werk niet af en verstoort het niet. Omdat Hij de mens met Zijn echte woorden overwint, hoeft Hij hem niet met wonderen te onderwerpen. Zo is dit stadium er om het incarnatiewerk af te ronden.

uit ‘De essentie van het door God bewoonde vlees’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

18. Ieder stadium van het werk dat God doet heeft een eigen praktische betekenis. Destijds, toen Jezus kwam, was Hij man. Maar wanneer God dit keer komt, is Hij vrouw. Hier kun je uit concluderen dat God zowel de man als de vrouw heeft geschapen ten behoeve van Zijn werk en dat Hij geen onderscheid maakt tussen de geslachten. Als Zijn Geest komt, kan Hij ieder soort vlees aannemen dat Hij wenst en dat vlees kan hem vertegenwoordigen. Of het nu mannelijk of vrouwelijk vlees is, het kan God vertegenwoordigen zo lang het maar Zijn geïncarneerde vlees is. Als Jezus bij Zijn komst als vrouw verschenen was, met andere woorden, als er van de Heilige Geest een meisje was ontvangen in plaats van een jongetje, dan zou dat stadium van het werk toch voltooid zijn. Als dat het geval was geweest, dan zou het huidige stadium van het werk in plaats daarvan door een man moeten worden voltooid, maar het werk zou toch voltooid worden. Het werk dat in beide stadia wordt gedaan is even belangrijk; geen van beide stadia van het werk wordt herhaald of is tegenstrijdig aan de ander. Toen Jezus destijds Zijn werk deed, werd Hij de enige Zoon genoemd, en “Zoon” houdt het mannelijke geslacht in. Waarom wordt de enige Zoon dan in dit stadium niet genoemd? Dat komt doordat de vereisten van het werk een verandering van geslacht, anders dan dat van Jezus, noodzakelijk hebben gemaakt. Bij God bestaat er geen onderscheid tussen de geslachten. Hij doet Zijn werk zoals Hij dat wil en is daarbij niet aan beperkingen onderhevig, maar Hij is vooral vrij. Ieder stadium van het werk heeft echter een eigen praktische betekenis.

uit ‘De twee incarnaties voltooien de betekenis van de incarnatie’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

19. Waarom zeg ik dat de bedoeling van de incarnatie niet klaar was met het werk van Jezus? Omdat het Woord niet geheel vlees werd. Wat Jezus deed was slechts een deel van het werk van God in het vlees: Hij deed alleen het verlossingswerk en niet het werk om de mens geheel voor Zich te winnen. Hierom is God nogmaals vleesgeworden in de laatste dagen. Dit stadium van het werk wordt ook in gewoon vlees gedaan, door een buitengewoon normaal mens, een van wie de menselijkheid zelfs niet een beetje transcendent is. Met andere woorden, God is een compleet menselijk wezen geworden en het is een persoon met de identiteit van God, een compleet menselijk wezen, compleet vlees, die het werk uitvoert. In de ogen van de mens is Hij slechts vlees dat in het geheel niet transcendent is, een heel gewoon persoon die de taal van de hemel spreekt, die geen wonderbaarlijke tekenen laat zien, geen wonderen verricht, laat staan in grote ontmoetingsplaatsen een religieuze waarheid onthult aan ingewijden. Het werk van het tweede geïncarneerde vlees lijkt voor de mensen in helemaal niets op dat van het eerste, zo sterk zelfs dat deze twee niets gemeen lijken te hebben, en niets van het eerste werk deze keer kan worden herkend. Hoewel het werk van het tweede geïncarneerde vlees anders is dan dat van het eerste, dat bewijst dat nog niet dat Zij niet uit dezelfde bron voortkomen. Of de bron hetzelfde is hangt af van de aard van het werk dat door beide vlezen wordt gedaan en niet van Hun omhulsel. Gedurende de drie stadia van Zijn werk is God tweemaal geïncarneerd en beide keren luidt het werk van God een nieuw tijdperk in, kondigt het nieuw werk aan; de incarnaties vullen elkaar aan. Het menselijke oog kan onmogelijk zien dat deze twee vlezen uit dezelfde bron stammen. Het hoeft geen betoog dat dit de mogelijkheden van het menselijk oog en het menselijk verstand te boven gaat. Maar in essentie zijn Zij hetzelfde, want Hun werk vindt zijn oorsprong in dezelfde Geest. Of de beide geïncarneerde vlezen voortkomen uit dezelfde bron kan niet worden vastgesteld aan de hand van het tijdperk en de plaats waar Zij geboren zijn, of andere dergelijke factoren, maar aan de hand van het goddelijke werk dat Zij tot uitdrukking hebben gebracht. Het tweede geïncarneerde vlees verricht niets van het werk dat Jezus verrichtte, want Gods werk houdt zich niet aan gewoontes maar opent steeds een nieuw pad. Het tweede geïncarneerde vlees heeft niet als doel de indruk die het eerste vlees op het verstand van de mensen maakte dieper of meer solide te maken, maar om deze aan te vullen en te vervolmaken, om de kennis van de mens over God te verdiepen, om alle regels die in het hart van de mens leven te overtreden, en de valse beelden van God in het hart van de mens weg te vagen. Je kunt zeggen dat geen enkel stadium van Gods eigen werk de mens volledige kennis van Hem kan bieden; ieder stadium biedt slechts een deel, niet het geheel. Hoewel God Zijn gezindheid helemaal duidelijk heeft gemaakt, blijft de kennis van de mens door zijn beperkte verstandelijke vermogens toch onvolledig. Met het gebruik van menselijke taal kan het geheel van Gods gezindheid onmogelijk worden overgedragen. Hoeveel moeilijker is het dan niet voor één enkel stadium van Zijn werk om God helemaal duidelijk te maken? Hij werkt in het vlees onder het mom van Zijn normale menselijkheid, en je kunt Hem alleen kennen door de uitdrukking van Zijn goddelijkheid, niet door Zijn lichamelijk omhulsel. God wordt vlees om zich door de mens te laten kennen door middel van Zijn diverse werken, en geen twee stadia van Zijn werk zijn hetzelfde. Alleen zo kan de mens volledige kennis over Gods werk in het vlees verwerven zonder tot één aspect te zijn beperkt. Hoewel het werk van de twee geïncarneerde vlezen anders is, is de essentie van de vlezen en de bron van Hun werk identiek. Ze bestaan alleen om de twee verschillende stadia van het werk uit te voeren, en ze ontstaan in twee verschillende tijdperken. Hoe dan ook, Gods geïncarneerde vlezen hebben dezelfde essentie en oorsprong - dit is een waarheid die niemand kan ontkennen.

uit ‘De essentie van het door God bewoonde vlees’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

20. Jezus heeft een fase van het werk gedaan die alleen de kern van “het Woord was bij God” vervulde: de waarheid van God was bij God en de Geest van God was bij het vlees en was onafscheidelijk van Hem. Dat wil zeggen, het vlees van de geïncarneerde God was bij de Geest van God, wat een groter bewijs is dat de vleesgeworden Jezus de eerste incarnatie van God was. Deze fase van het werk vervulde de kernbetekenis van “het Woord wordt vlees”, gaf een diepere betekenis aan “het Woord was bij God, het Woord was God” en maakt het voor je mogelijk om standvastig deze woorden te geloven: “In het begin was het Woord.” Dat wil zeggen, in de tijd van de schepping was God bezeten van woorden, Zijn woorden waren bij Hem en onafscheidelijk van Hem en het laatste tijdperk maakt de macht en het gezag van Zijn woorden nog duidelijker en stelt de mensen in staat om al Zijn woorden te zien – al Zijn woorden te horen. Dat is het werk van het laatste tijdperk. Je moet deze dingen door en door gaan begrijpen. Het is niet een kwestie van het vlees kennen, maar het vlees en het Woord kennen. Dit is waar je van moet getuigen, wat iedereen moet weten. Want dit is het werk van de tweede incarnatie – en de laatste keer dat God vlees wordt – het maakt de betekenis van de incarnatie helemaal compleet, voert Gods werk in het vlees helemaal uit en zendt het uit en brengt de tijd dat God in het vlees is tot een einde.

uit ‘Praktijk (4)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

21. Het werk en de uitdrukking van Christus bepalen Zijn wezen. Hij is in staat met een zuiver hart het aan Hem toevertrouwde te volbrengen. Hij is in staat God in de hemel te aanbidden met een zuiver hart, en met een zuiver hart de wil van God de Vader zoeken. Dit is allemaal bepaald door Zijn wezen. En zo wordt ook Zijn natuurlijke openbaring door Zijn wezen bepaald; de reden waarom Zijn natuurlijke openbaring zo wordt genoemd is dat Zijn uitdrukking geen imitatie is, of het resultaat van onderwijs door mensen, of van vele jaren van menselijke beschaving. Hij heeft het niet geleerd of Zich ermee getooid; in tegendeel, het is Hem eigen. De mens kan Zijn werk, Zijn uitdrukking, Zijn menselijkheid en het hele leven van Zijn normale menselijkheid ontkennen, maar niemand kan ontkennen dat Hij met een zuiver hart God in de hemel aanbidt; niemand kan ontkennen dat Hij gekomen is om de wil van de hemelse Vader te vervullen, en niemand kan de oprechtheid ontkennen waarmee Hij God de Vader zoekt. Hoewel Zijn beeld de zintuigen niet behaagt, Zijn woorden geen buitengewone indruk maken, en Zijn werk niet zo wereldschokkend of hemelbestormend is als de mens zich voorstelt, is Hij toch echt Christus die de wil van de hemelse Vader met een zuiver hart volbracht, Zich volledig onderwerpt aan de hemelse Vader en tot de dood gehoorzaamt. Dit komt doordat Zijn wezen het wezen van Christus is. De mens vindt het moeilijk deze waarheid te geloven, maar ze bestaat wel. Als de bediening van Christus helemaal is volbracht, zal de mens aan Zijn werk kunnen zien dat Zijn gezindheid en Zijn wezen de gezindheid en het wezen van God in de hemel vertegenwoordigt. De optelling van al Zijn werk kan op dat moment bevestigen dat Hij inderdaad het vlees, wat het Woord wordt, anders dan een mens van vlees en bloed.

uit ‘Het wezen van Christus is gehoorzaamheid aan de wil van de hemelse Vader’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

22. Hoewel het voorkomen van de vleesgeworden God exact hetzelfde is als die van een mens, Hij menselijke kennis leert, menselijke taal spreekt en Hij zelfs Zijn ideeën soms uitdrukt in de vorm van menselijke methoden en uitdrukkingen, is de manier waarop Hij mensen ziet, de essentie van de dingen, en de manier waarop verdorven mensen de mensheid en de essentie van de dingen zien, absoluut niet dezelfde. Zijn perspectief en de hoogte waarop Hij staat zijn iets onbereikbaars voor een verdorven persoon. Dit is omdat God waarheid is; het vlees dat Hij draagt bezit ook de essentie van God en Zijn gedachten en wat wordt uitgedrukt door Zijn menselijkheid zijn ook de waarheid. Voor verdorven mensen zijn wat Hij in het vlees uitdrukt voorzieningen van de waarheid, en van het leven. Deze voorzieningen zijn er niet slechts voor één mens, maar voor de hele mensheid. In het hart van een verdorven mens is er slechts plaats voor die paar mensen waarmee hij verwant is. Het zijn alleen die paar mensen waar hij om geeft, waar hij zich zorgen over maakt. Wanneer er een ramp dreigt, denkt hij eerst aan zijn eigen kinderen, partner of ouders, en een meer filantropisch aangelegd persoon denkt hoogstens aan een familielid of een goede vriend; zijn er nog meer mensen waar hij aan denkt? Nooit! Omdat mensen per slot van rekening mensen zijn en alles alleen maar vanuit het perspectief en de hoogte van een mens kunnen bekijken. De vleesgeworden God verschilt echter volledig van een verdorven mens. Hoe gewoon, hoe normaal, hoe nederig Gods geïncarneerde vlees ook is, of zelfs hoe zeer de mensen ook op Hem neerkijken, Zijn gedachten over en Zijn houding ten opzichte van de mensheid zijn dingen die geen mens kon bezitten en die geen mens kon imiteren. Hij zal de mensheid altijd waarnemen vanuit het perspectief van goddelijkheid, vanuit de hoogte van Zijn positie als de Schepper. Hij zal de mensheid altijd zien via de essentie en de mentaliteit van God. Hij kan de mensheid absoluut niet zien vanuit de hoogte van een gemiddeld mens en vanuit het perspectief van een verdorven mens. Wanneer mensen naar de mensheid kijken, kijken ze met een menselijke blik en gebruiken ze dingen zoals menselijke kennis en menselijke regels en theorieën als maatstaf. Dit valt binnen het bestek van wat mensen met hun ogen kunnen zien; het valt binnen het bestek dat verdorven mensen kunnen bereiken. Wanneer God naar de mensheid kijkt, kijkt Hij met goddelijke blik en gebruikt Hij Zijn essentie en wat Hij heeft en is als een maatstaf. Dit bestek omvat dingen die mensen niet kunnen zien, en dit is waar de vleesgeworden God en verdorven mensen totaal verschillend zijn. Dit verschil wordt bepaald door de verschillende essenties die de mens en God hebben, het zijn deze verschillende essenties die hun identiteiten en posities bepalen, alsook het perspectief en de hoogte vanuit welke ze dingen zien.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

23. Het vlees dat gedragen wordt door de Geest van God is Gods eigen vlees. De Geest van God is superieur; Hij is almachtig, heilig, en rechtvaardig. Evenzo is Zijn vlees ook superieur, almachtig, heilig en rechtvaardig. Dergelijk vlees is enkel in staat om te doen wat rechtvaardig en heilzaam is voor de mensheid, dat wat heilig is, glorieus en machtig, en is niet in staat ook maar iets te doen dat de waarheid of moraliteit en rechtvaardigheid geweld aan doet, laat staan iets dat Gods Geest verraadt. De Geest van God is heilig, en aldus kan Zijn vlees niet verdorven worden door Satan; Zijn vlees is wezenlijk anders dan het vlees van de mens. Want het is de mens, niet God, die verdorven wordt door Satan; Satan zou onmogelijk het vlees van God kunnen verderven. Aldus, ondanks het feit dat de mens en Christus samen in dezelfde ruimte verblijven, is het enkel de mens die bezet, gebruikt en verstrikt wordt door Satan. Daarbij vergeleken is Christus eeuwig ongevoelig voor de verdorvenheid van Satan, omdat Satan nooit in staat zal zijn om op te stijgen naar de allerhoogste plaats, en nooit in staat zal zijn om dicht bij God te komen.

uit ‘Een heel ernstig probleem: verraad (2)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

24. De praktische God Zelf, waarvan tegenwoordig gesproken wordt, werkt zowel in menselijkheid als in goddelijkheid. Door de verschijning van de praktische God, zijn Zijn normale menselijke werken en leven en Zijn volledig goddelijke werk bereikt. Zijn menselijkheid en goddelijkheid zijn gecombineerd in één, en het werk van beiden is[c] volbracht door woorden, of het nou in menselijkheid of goddelijkheid is, Hij spreekt de woorden uit. Wanneer God werkt in menselijkheid, spreekt Hij de woorden van de menselijkheid, zodat mensen in contact kunnen komen en het kunnen begrijpen. Zijn woorden zijn duidelijk uitgesproken en zijn eenvoudig te begrijpen, zodat ze aan alle mensen kunnen worden verstrekt. Of deze mensen nu rijk zijn aan kennis, of slecht onderwezen, ze kunnen allen Gods woorden ontvangen. Gods werk in goddelijkheid wordt eveneens uitgedragen door woorden, maar het is vol van voorziening, vol van leven, het is onaangetast door menselijke ideeën, er zijn geen menselijke voorkeuren bij betrokken, en het is zonder menselijke grenzen, het is buiten de grenzen van enig normale menselijkheid. Ook dit wordt uitgevoerd in het vlees, maar het is de directe uitdrukking van de Geest. Als mensen alleen maar Gods werk in menselijkheid accepteren, dan zullen ze zich beperken tot een bepaalde reikwijdte, en zal dus een eeuwigdurende aanpak, snoei en discipline nodig zijn om een kleine verandering in hen teweeg te brengen. Zonder het werk of de aanwezigheid van de Heilige Geest zullen ze echter altijd weer terugvallen op hun oude levenswijze; het is alleen door het werk van goddelijkheid dat deze kwalen en tekortkomingen verholpen kunnen worden, alleen dan kunnen mensen compleet worden. In plaats van gestaag handelen en snoeien, is er behoefte aan positieve voorziening, aan woorden om alle tekortkomingen te compenseren, aan woorden om elke toestand van iemand kenbaar te maken, aan woorden om richting te geven aan hun leven, hun uitspraken, al hun acties, om hun intenties en motivaties bloot te leggen; dit is het echte werk van de praktische God. En dus zou je, in je houding tegenover de praktische God, je moeten onderwerpen aan Zijn menselijkheid, Hem herkennen en erkennen, en bovendien het goddelijke werk en de woorden moeten accepteren en gehoorzamen. Gods verschijning in het vlees betekent dat al het werk en de woorden van Gods Geest gedaan zijn door Zijn normale menselijkheid, en door Zijn vleesgeworden vlees. Met andere woorden, Gods Geest leidt zowel Zijn menselijk werk en voert het goddelijk werk in het vlees uit, en in de geïncarneerde God kun je zowel Gods werk in menselijkheid als Zijn volledig goddelijk werk zien. Dit is de nog praktischer betekenis van de verschijning van God in het vlees. Als je dit duidelijk kunt doorzien, ben je in staat om alle verschillende delen van God te verbinden, en zul je ophouden Zijn werk in goddelijkheid een te hoge premie toe te kennen, en te afwijzend te staan tegenover Zijn werk in menselijkheid, en zul je niet tot het uiterste gaan, noch omwegen nemen. Over het algemeen is de betekenis van de praktische God, dat het werk van Zijn menselijkheid en van Zijn goddelijkheid, zoals geleid door de Geest, tot uitdrukking komt door Zijn vlees, zodat de mensen kunnen zien dat Hij levendig is en levensecht, en werkelijk en actueel.

uit ‘Je zou moeten weten dat de praktische God, God Zelf is’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

25. Het vlees van de mens is door Satan verdorven en stekeblind gemaakt en diep gewond. De meest fundamentele reden waarom God persoonlijk in het vlees werkt is omdat het doelwit van Zijn redding de mens is, die van het vlees is, en omdat Satan ook van het vlees van de mens gebruik maakt om het werk van God te verstoren. De strijd tegen Satan is eigenlijk het overwinningswerk van de mens en tegelijkertijd is de mens ook het doelwit van Gods redding. Op deze manier is het werk van de vleesgeworden God essentieel. Satan heeft het vlees van de mens verdorven, en de mens werd de belichaming van Satan en het doelwit dat door God verslagen moet worden. Op deze manier vindt het werk van de strijd met Satan en de redding van de mensheid plaats op aarde en moet God mens worden om de strijd met Satan aan te gaan. Dit werk is uiterst praktisch. Als God in het vlees aan het werk is, is Hij eigenlijk strijd aan het leveren met Satan in het vlees. Als Hij in het vlees werkt, werkt Hij in het spirituele rijk en maakt Hij Zijn gehele werk in het spirituele rijk reëel op aarde. Degene die overwonnen wordt, is de mens die Hem ongehoorzaam is. Degene die verslagen is, is de belichaming van Satan (en dit is natuurlijk ook de mens) die in vijandschap met Hem leeft. En degene die uiteindelijk gered wordt, is ook de mens. Zo is het voor Hem nog meer noodzakelijk mens met het omhulsel van een schepsel te worden, zodat Hij echt de strijd met Satan aan kan gaan, de mens kan overwinnen die Hem ongehoorzaam is en hetzelfde omhulsel heeft als Hij, en de mens kan redden die uit hetzelfde omhulsel bestaat als Hij en door Satan is verwond. Zijn vijand is de mens, het doelwit van Zijn overwinning is de mens, en het doelwit van Zijn redding is de mens die Hij heeft geschapen. Daarom moet Hij mens worden en zo wordt Zijn werk eenvoudiger. Hij kan Satan verslaan en de mensheid overwinnen en bovendien kan Hij de mensheid redden.

uit ‘De verdorven mensheid heeft de redding van de vleesgeworden God harder nodig’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

26. De mens is door Satan verdorven, en hij is de hoogste van alle schepselen van God. Daarom heeft de mens de redding door God nodig. De mens is het onderwerp van Gods redding, niet Satan; wat gered wordt is het vlees en de ziel van de mens, niet de duivel. Satan is het onderwerp van Gods vernietiging, de mens is het onderwerp van Gods redding. Het vlees van de mens is verdorven door Satan, dus het eerste wat gered moet worden is het vlees van de mens. Het vlees van de mens is diep verdorven. Het is iets geworden dat zich tegen God verzet, het bestrijdt en ontkent het bestaan van God zelfs openlijk. Dit verdorven vlees is gewoon te onhandelbaar. Niets is moeilijker om te behandelen of te veranderen dan de verdorven gezindheid van het vlees. Satan dringt het vlees van de mens binnen om er onrust te zaaien, en hij gebruikt het vlees van de mens om het werk van God te verstoren, om afbreuk te doen aan Gods plan. Zo is de mens Satan geworden, de vijand van God. De mens moet eerst overwonnen worden voor hij gered kan worden. Daarom gaat God de uitdaging aan en wordt Hij vlees om Zijn geplande werk te verrichten en de strijd met Satan aan te gaan. Zijn doel is de redding van de mensheid, die verdorven is, en de nederlaag en vernietiging van Satan, die tegen Hem rebelleert. Hij verslaat Satan door Zijn overwinningswerk van de mens, en tegelijkertijd redt Hij de verdorven mensheid. Zo lost God twee problemen tegelijk op. Hij werkt in het vlees, spreekt in het vlees en onderneemt al het werk in het vlees zodat Hij zich beter met de mens kan bezighouden en hem beter kan veroveren.

uit ‘De verdorven mensheid heeft de redding van de vleesgeworden God harder nodig’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

27. Gods redding van de mens gebeurt niet rechtstreeks via de methode van de Geest en de identiteit van de Geest, want Zijn Geest kan niet worden aangeraakt, noch worden gezien door de mens, noch kan de mens dichterbij komen. Als Hij zou proberen om de mens rechtstreeks te redden op de manier van de Geest, dan zou de mens niet in staat zijn om Zijn redding te ontvangen. Als God de uiterlijke vorm van een geschapen mens niet zou aannemen, dan zou de mens deze redding geenszins kunnen ontvangen. Want er is voor de mens geen manier om Hem te naderen, zoals ook niemand in de buurt van de wolk van Jehova kon komen. Alleen door een geschapen mens te worden, dat wil zeggen alleen door het leggen van Zijn woord in het lichaam van het vlees dat Hij weldra zal worden, kan Hij persoonlijk het woord overbrengen in allen die Hem volgen. Alleen dan kan de mens Zijn woord persoonlijk zien en horen, en bovendien Zijn woord eigen maken en op deze manier volledig gered worden. Indien God geen vlees was geworden, zou geen mens van vlees en bloed in staat zijn geweest om zo’n grote redding te ontvangen en zou geen enkel mens gered worden. Als de Geest van God rechtstreeks te midden van de mensen zou werken, dan zou de hele mensheid neergeslagen worden, of anders geenszins met God in aanraking kunnen komen en volledig in gevangenschap door Satan weggevoerd worden.

uit ‘Het mysterie van de vleeswording (4)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

28. Indien God geen vlees was geworden, zou Hij de Geest blijven die zowel onzichtbaar als ontastbaar is voor de mens. De mens, als schepsel van vlees, en God behoren twee verschillende werelden toe en zijn begiftigd met een verschillende natuur. De Geest van God is onverenigbaar met de mens, die van vlees is, en er is gewoon geen manier om een relatie tussen hen te leggen, om nog maar te zwijgen over de mogelijkheid voor een mens om in een geest te veranderen. Aangezien dit nu eenmaal zo is, moet de Geest van God een schepsel worden om Zijn oorspronkelijke werk te kunnen verrichten. God kan zowel opstijgen naar de hoogste plaats als Zichzelf vernederen om mens te worden en werk onder de mensen te verrichten en in hun midden te wonen. Maar de mens kan niet opstijgen naar de hoogste plaats en geest worden en nog minder kan hij afdalen naar de laagste plaats. Dit is waarom God vlees moet worden om Zijn werk uit te voeren. Evenzo kon het vlees van de geïncarneerde God de mens verlossen door Zijn kruisiging, terwijl de Geest van God geenszins zou kunnen worden gekruisigd als zondoffer voor de mens. God kon rechtstreeks vlees worden om als zondoffer te dienen voor de mens, maar de mens kon niet rechtstreeks naar de hemel opstijgen om het zondoffer aan te nemen dat God voor hem had voorbereid. Zodoende is het alleen maar mogelijk om aan God te vragen om enkele keren tussen de hemel en de aarde heen en weer te reizen. De mens kon namelijk niet opstijgen naar de hemel om deze redding aan te nemen, aangezien de mens gevallen is en de mens dus eenvoudigweg niet kon opstijgen naar de hemel, laat staan dat hij het zondoffer kon verkrijgen. Daarom was het voor Jezus nodig om naar de mens te komen en Zelf het werk te doen dat door de mens eenvoudigweg niet gerealiseerd kon worden. Elke keer dat God vlees wordt, is dat uit absolute noodzaak. Als er ook maar een fase rechtstreeks door de Geest van God kon worden uitgevoerd, zou Hij Zich niet hebben verlaagd tot een vleeswording.

uit ‘Het mysterie van de vleeswording (4)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

29. Voor hen die gered moeten worden is de gebruikswaarde van de Geest veel minder dan die van het vlees: het werk van de Geest beslaat het hele universum, alle bergen, rivieren, meren en oceanen, maar het werk van het vlees heeft meer direct en effectief betrekking op ieder persoon met wie Hij contact heeft. Bovendien kan Gods vlees in tastbare vorm beter door de mens begrepen en vertrouwd worden en kan het de kennis van de mens over God verder verdiepen en een diepe indruk achterlaten op de mens van Gods werkelijke daden. Het werk van de Geest is namelijk in mysteries gehuld. Stervelingen vinden het moeilijk te begrijpen en nog moeilijker te zien waardoor ze alleen op loze verbeelding kunnen teruggrijpen. Het werk van het vlees is daarentegen gewoon, gebaseerd op realiteit en van een grote wijsheid vervuld en kan als feit door het menselijk oog worden waargenomen; de mens kan persoonlijk de wijsheid van het werk van God ervaren en hoeft daarvoor zijn overvloedige fantasie niet te gebruiken. Dit is de nauwkeurigheid en werkelijke waarde van het werk van God in het vlees. De Geest kan alleen onzichtbare dingen doen die de mens zich moeilijk kan voorstellen, bijvoorbeeld verlichting van de Geest, beweging van de Geest en leiding van de Geest. Maar voor de mens, die verstand heeft, bieden deze dingen geen duidelijke betekenis. Die bieden slechts beweging, of een algemene betekenis maar kunnen geen instructie met woorden bieden. Het werk van God in het vlees is echter heel anders: het biedt een nauwkeurige leidraad in woorden, heeft een duidelijke wil en vereiste doelen. Zo hoeft de mens niet in het duister te tasten of zijn fantasie te gebruiken, laat staan dat hij moet gissen. Dit is de helderheid van het werk in het vlees en het grote verschil met het werk van de Geest. Het werk van de Geest is alleen geschikt voor beperkte toepassing en kan het werk van het vlees niet vervangen. Het werk van het vlees geeft de mens een veel exacter en noodzakelijker doel en veel echtere en waardevollere kennis dan het werk van de Geest. Werk is voor de verdorven mens het meest waardevol als het nauwkeurige woorden en duidelijk na te streven doelen biedt, als het zichtbaar en tastbaar is. Alleen realistisch werk en tijdige leiding vallen bij de mens in de smaak, en alleen echt werk kan de mens redden van zijn verdorven en verloederde gezindheid. Dit kan alleen door de vleesgeworden God worden bereikt; alleen de vleesgeworden God kan de mens redden van zijn verdorven en verloederde gezindheid. Al is de Geest het eigen wezen van God, dit soort werk kan alleen door Zijn vlees worden verricht. Als de Geest alleen zou werken, zou Zijn werk niet effectief kunnen zijn – dat is de naakte waarheid.

uit ‘De verdorven mensheid heeft de redding van de vleesgeworden God harder nodig’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

30. Voor iedereen die op zoek is naar de waarheid en verlangt naar het verschijnen van God kan het werk van de Geest slechts beweging of openbaring bieden, en een onverklaarbaar en onvoorstelbaar gevoel van verwondering, een gevoel dat het geweldig, allesovertreffend en bewonderenswaardig is, maar ook voor iedereen onhaalbaar en onbereikbaar. De mens en de Geest van God kunnen elkaar slechts van veraf bekijken, alsof er een grote afstand tussen hen bestaat. Ze kunnen nooit hetzelfde zijn, alsof ze door een onzichtbare afscheiding gescheiden zijn. In feite is dit een waanvoorstelling die de Geest de mens voorhoudt, die komt doordat de Geest en de mens niet tot dezelfde soort behoren. De Geest en de mens zullen nooit in dezelfde wereld naast elkaar bestaan, ook omdat de Geest niets van de mens heeft. De mens heeft de Geest dus niet nodig, want de Geest kan het werk dat de mens het hardst nodig heeft niet rechtstreeks verrichten. Het werk van het vlees biedt de mens reële doelen, duidelijke woorden en een gevoel dat Hij werkelijk en normaal is, dat Hij bescheiden en gewoon is. Ook al vreest de mens Hem, de meeste mensen herkennen zich makkelijk in Hem: de mens kan Zijn gezicht zien en Zijn stem horen en hoeft niet van een afstand naar Hem te kijken. De mens denkt dit vlees makkelijker te kunnen benaderen, er is geen afstand, het is te bevatten, zichtbaar en aanraakbaar, want dit vlees bevindt zich in dezelfde wereld als de mens.

uit ‘De verdorven mensheid heeft de redding van de vleesgeworden God harder nodig’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

31. Toen God nog geen vlees geworden was, begrepen de mensen niet veel van wat Hij zei omdat wat Hij zei voortkwam uit volledige goddelijkheid. Het perspectief en de context van wat Hij zei was onzichtbaar en onbereikbaar voor de mensheid; het werd uitgedrukt vanuit een spiritueel rijk dat de mensen niet konden zien. Mensen die in het vlees leefden, konden niet doorbreken naar dit spirituele rijk. Nadat God echter vlees geworden was, sprak Hij tot de mensheid vanuit het perspectief van menselijkheid, Hij verliet het bestek van het spirituele rijk en ging het te buiten. Hij kon Zijn goddelijke gezindheid, wil en houding uitdrukken door dingen die mensen zich konden voorstellen en door dingen die ze in hun leven zagen en tegenkwamen. Hij kon methoden gebruiken die mensen konden accepteren, taal die ze konden begrijpen en kennis die ze konden bevatten, en daarmee mensen in staat stellen God te begrijpen en te kennen en Zijn bedoeling en vereiste standaarden te verstaan binnen het bestek van hun mogelijkheden, in de mate waartoe ze daartoe in staat waren. Dit waren de methoden en het principe van Gods werk in Zijn menselijkheid. Gods manieren en Zijn principes van werken in het vlees werden meestal gerealiseerd door of middels Zijn menselijkheid, maar toch bereikte ze werkelijk resultaten die niet hadden kunnen worden bereikt wanneer Hij rechtstreeks in goddelijkheid zou hebben gewerkt.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

32. Nu ziet men in dat het werk van vleesgeworden God inderdaad buitengewoon is en veel ervan niet kan worden bereikt door de mens. Dit zijn mysteries en wonderen. Daarom hebben velen zich onderworpen. Sommigen hebben zich sinds de dag van hun geboorte nog nooit aan enig mens onderworpen, maar als ze de woorden van God nu zien, onderwerpen zij zich geheel zonder dat ze het zelf door hebben en durven ze niets anders te onderzoeken of te zeggen. De mensheid is gevallen onder het woord en ligt ter aarde geworpen onder het oordeel van het woord. Als de Geest van God rechtstreeks tot de mens sprak, dan zouden ze allemaal gehoorzamen aan Zijn stem en zonder woorden van openbaring neervallen, vergelijkbaar met de manier waarop Paulus op de grond viel bij het licht op de weg naar Damascus. Indien God op deze manier te werk zou blijven gaan, zou de mens nooit door het woord zijn eigen verdorvenheid kunnen leren kennen en zodoende redding verkrijgen. Alleen door de vleeswording kan Hij Zijn woorden persoonlijk in het oor van ieder mens uitspreken, zodat iedereen die oren heeft, Zijn woorden kan horen en Zijn werk van oordeel van het woord kan ontvangen. Alleen is dit eerder het resultaat dat door Zijn woord wordt verkregen, dan de uiting van de Geest om de mens bang te maken zodat hij zich onderwerpt. Het is alleen door middel van dit praktische en toch buitengewone werk dat de oude gezindheid van de mens, vele jaren diep verholen, volledig kan worden blootgegeven, zodat de mens deze kan herkennen en laten veranderen. Deze dingen zijn allemaal het praktische werk van vleesgeworden God, waardoor Hij, met het op een praktische manier uitspreken en vellen van een oordeel, de resultaten boekt door het woord van het oordeel over de mens. Dit is het gezag van vleesgeworden God en de waarde van Gods incarnatie. Het wordt gedaan om het gezag van vleesgeworden God bekend te maken, de geboekte resultaten door het werk van het woord bekend te maken en bekend te maken dat de Geest in het vlees is gekomen en Zijn gezag betoont door de mens met het woord te oordelen. Hoewel Zijn vlees de uiterlijke vorm is van gewone en normale menselijkheid, zijn het de resultaten die door Zijn woorden geboekt worden, die de mens laten zien dat Hij veel gezag heeft, dat Hij God Zelf is en dat Zijn woorden de uitdrukking van God Zelf zijn. Op deze manier toont Hij aan de gehele mensheid dat Hij God Zelf is, God Zelf die vlees is geworden en dat Hij door niemand beledigd mag worden. Niemand kan Zijn oordeel door het woord overtreffen en geen enkele macht van de duisternis kan zegevieren over Zijn gezag. De mens onderwerpt zich geheel aan Hem, omdat Hij het Woord is dat vlees is geworden, vanwege Zijn gezag en vanwege Zijn oordeel door het woord. Het werk dat Zijn geïncarneerde vlees voortbracht, is het gezag dat Hij bezit. De reden waarom Hij vlees is geworden, is omdat het vlees ook gezag kan hebben, en Hij is in staat om op een praktische manier werk te verrichten onder de mensheid, op zodanige wijze dat het zichtbaar en tastbaar is voor de mens. Dit werk is veel realistischer dan het werk dat rechtstreeks door de Geest van God, die alle gezag bezit, wordt gedaan, en de resultaten ervan zijn ook duidelijk. Dit is omdat Gods geïncarneerde vlees op een praktische manier kan spreken en werken. De uiterlijke vorm van Zijn vlees heeft geen gezag en kan door de mens worden benaderd. Zijn wezen draagt echter wel degelijk gezag, hoewel dit voor niemand zichtbaar is. Wanneer Hij spreekt en werkt, kan de mens het bestaan van Zijn gezag niet opmerken en dit maakt het voor Hem mogelijk om praktisch werk te verrichten. En al dit praktische werk kan resultaten boeken. Hoewel niemand beseft dat Hij gezag draagt, of dat Hij niet beledigd dient te worden, of Zijn toorn ziet, bereikt Hij toch de beoogde resultaten van Zijn woorden door Zijn bedekte gezag, Zijn verborgen toorn en de woorden die Hij openlijk spreekt. Met andere woorden: door de klank van Zijn stem, de ernst van Zijn spreken en alle wijsheid van Zijn woorden is de mens volledig overtuigd. Op deze manier is de mens gehoorzaam aan het woord van vleesgeworden God, die schijnbaar geen gezag heeft en daardoor Gods doel van het redden van de mens bereikt. Dit is een ander aspect van de betekenis van Zijn incarnatie: om realistischer te spreken en te zorgen dat de werkelijkheid van Zijn woorden invloed heeft op de mens, zodat de mens getuige kan zijn van de kracht van het woord van God. Daarom zou dit werk, als het niet via incarnatie zou worden gedaan, niet het geringste resultaat bereiken en zondaren niet volledig kunnen redden.

uit ‘Het mysterie van de vleeswording (4)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

33. Allen die in het vlees leven moeten een doel nastreven om hun gezindheid te veranderen en om God te kennen moeten zij getuigen zijn van de werkelijke daden en het ware gezicht van God. Dit kan alleen bereikt worden door het geïncarneerde vlees van God, en door het gewone en echte vlees. Daarom is de incarnatie noodzakelijk, en heeft de hele verdorven mensheid deze nodig. Omdat de mensen God moeten kennen, moeten de beeltenissen van de vage en bovennatuurlijke Goden uit hun hart worden verbannen, en omdat ze hun verdorven gezindheid af moeten werpen moeten ze eerst hun verdorven gezindheid kennen. Als de mens alleen het werk van het verjagen van de beeltenissen van vage Goden uit het hart van de mensen verricht, dan bereikt hij nog niet het juiste resultaat. De beelden van de vage Goden in het hart van de mensen kunnen niet alleen door woorden aan het licht worden gebracht, verbannen of helemaal verdreven worden. Uiteindelijk zijn ze zo diep geworteld, dat je ze hiermee nog niet uit zou kunnen roeien. Slechts de praktische God en het ware beeld van God kan deze vage en bovennatuurlijke dingen vervangen zodat de mens ze geleidelijk aan leert kennen, en slechts op deze manier kan het juiste effect worden bereikt. De mens ziet dan in dat de God waar hij in voorbije tijden naar op zoek was vaag en bovennatuurlijk is. Het rechtstreekse leiderschap van de Geest kan dit effect niet bereiken, laat staan de leer van een bepaald persoon. Dit kan alleen de vleesgeworden God. De opvattingen van de mens komen bloot te liggen wanneer de vleesgeworden God Zijn werk officieel verricht, omdat de vleesgeworden God zo gewoon en werkelijk is, dat Hij de antithese vormt van de vage en bovennatuurlijk God in de verbeelding van de mens. De oorspronkelijke opvattingen van de mens kunnen alleen onthuld worden door de tegenstelling met de vleesgeworden God. Zonder de vergelijking met de vleesgeworden God zouden de opvattingen van de mens niet onthuld kunnen worden; met andere woorden zonder de tegenstelling van de werkelijkheid zouden deze vage dingen niet aan het licht kunnen worden gebracht. Niemand kan woorden gebruiken om dit werk te doen, en niemand kan dit werk in woorden uitdrukken. Alleen God kan Zelf Zijn eigen werk doen, niemand kan dit namens Hem doen. Hoe rijk de taal van de mens ook is, hij kan nooit in woorden vatten hoe werkelijk en normaal God is. De mens kan God alleen praktisch kennen en kan Hem alleen duidelijker zien als God persoonlijk onder de mensen aan het werk is en Zijn beeld en wezen helemaal laat zien. Geen lichamelijk mens kan dit effect bereiken. Gods Geest kan dit effect natuurlijk ook niet bereiken. God kan de verdorven mens uit de invloed van Satan redden, maar dit werk kan niet rechtstreeks door de Geest van God worden volbracht. Het kan alleen door het vlees dat de Geest van God draagt worden verricht, door Gods geïncarneerde vlees. Dit vlees is zowel mens als God. Het is een mens met een normale menselijkheid en het is God met een volledige goddelijkheid. En al is dit vlees niet de Geest van God en is het heel anders dan de Geest, het is toch de vleesgeworden God Zelf die de mens redt, Hij die zowel Geest als vlees is. Hoe Hij ook wordt genoemd, uiteindelijk is het God zelf die de mensheid redt. De Geest van God is immers onafscheidelijk van het vlees en het werk van het vlees is ook het werk van de Geest van God. Dit werk wordt alleen niet gedaan met de identiteit van de Geest, maar met de identiteit van het vlees. Voor het werk dat rechtstreeks door de Geest moet worden gedaan is geen incarnatie nodig, en werk dat het vlees nodig heeft om te worden uitgevoerd, kan niet door de Geest worden verricht maar alleen door de geïncarneerde God. Dat is wat voor dit werk nodig is, en het is wat de verdorven mensheid nodig heeft. In de drie stadia van Gods werk werd er slechts één rechtstreeks door de Geest uitgevoerd. De overgebleven twee stadia worden door de vleesgeworden God uitgevoerd, niet rechtstreeks door de Geest. Voor het werk van het Tijdperk van de Wet dat de Geest heeft verricht heeft de Geest de verdorven gezindheid van de mens niet hoeven veranderen, en het had ook geen betrekking op de kennis van de mens over God. Het werk van Gods vlees in het Tijdperk van Genade en het Tijdperk van het Koninkrijk heeft met de verdorven gezindheid van de mens en zijn kennis over God te maken, en het is een belangrijk en cruciaal onderdeel van het reddingswerk. Daarom heeft de verdorven mensheid de redding van de vleesgeworden God harder nodig en heeft zij het rechtstreeks werk van de vleesgeworden God harder nodig. De mens heeft de vleesgeworden God nodig om hem te leiden, te steunen, te bewateren, voedsel te verschaffen, te oordelen en te tuchtigen en hij heeft meer genade en verlossing nodig van de vleesgeworden God. Alleen God in het vlees kan de vertrouweling van de mens zijn, de herder van de mens, de zeer aanwezige hulp voor de mens. Hierom is de incarnatie nu en in het verleden nodig.

uit ‘De verdorven mensheid heeft de redding van de vleesgeworden God harder nodig’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

34. Tijdens het Tijdperk van het Koninkrijk spreekt de vleesgeworden God woorden om allen die in Hem geloven te overwinnen. Dit is ‘het verschijnen van het Woord in het vlees.’ God is gekomen tijdens de laatste dagen om dit werk te doen, dat wil zeggen: Hij is gekomen om de werkelijke betekenis van ‘het verschijnen van het Woord in het vlees’ te vervullen. Hij spreekt enkel woorden en maar zelden komen er feiten. Dit is wat het verschijnen van het Woord in het vlees inhoudt en wanneer de vleesgeworden God Zijn woorden spreekt, is dit de verschijning van het Woord in het vlees en komt het Woord in het vlees. “In het begin was het Woord, het Woord was bij God, het Woord was God en het Woord is vlees geworden.” Dit (het werk van het verschijnen van het Woord in het vlees) is het werk dat God in de laatste dagen zal volbrengen en dit is het laatste hoofdstuk van Zijn gehele managementplan en daarom moet God op aarde komen en Zijn woorden in het vlees zichtbaar maken. Dat wat vandaag gedaan is, dat wat in de toekomst gedaan zal worden, dat wat God zal volbrengen, de eindbestemming van de mens, zij die gered zullen worden, zij die verwoest zullen worden, enzovoorts – dit werk dat uiteindelijk volbracht zal moeten worden is allemaal duidelijk aangegeven en dit alles is bedoeld om de daadwerkelijke betekenis van het verschijnen van het Woord in het vlees te vervullen. De bestuurlijke decreten en statuten die eerder werden uitgebracht, zij die verwoest zullen worden, zij die de rust zullen binnengaan – deze woorden moeten allemaal in vervulling gaan. Dit is het werk dat de vleesgeworden God in de eerste plaats volbrengt tijdens de laatste dagen. Hij helpt mensen te begrijpen waar degenen die door God voorbestemd zijn thuishoren en waar degenen die niet door God voorbestemd zijn thuishoren, hoe Zijn volkeren en zonen gerangschikt zullen worden, wat er met Israël zal gebeuren, wat er met Egypte zal gebeuren; in de toekomst zullen al deze woorden in vervulling gaan. De stappen van het werk van God versnellen. God gebruikt het woord als middel om aan de mens duidelijk te maken wat er in elk tijdperk moet gebeuren, wat de vleesgeworden God van de laatste dagen moet doen, Zijn bediening die uitgevoerd moet worden, en deze woorden zijn allen bedoeld om de daadwerkelijke betekenis van het verschijnen van het Woord in het vlees te vervullen.

uit ‘Alles wordt volbracht door het woord van God’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

35. God is voornamelijk op aarde gekomen om “het vleesgeworden Woord” te bewerkstelligen. Dat wil zeggen: Hij is gekomen zodat Zijn woorden vanuit het vlees zullen uitgaan (niet zoals in de tijd van Mozes in het Oude Testament, toen God rechtstreeks vanuit de lucht sprak). Daarna zullen al Zijn woorden vervuld worden tijdens het Tijdperk van het Duizendjarig Koninkrijk. Ze zullen voor de ogen van mensen zichtbare feiten worden, en mensen zullen ze zonder enig verschil met eigen ogen aanschouwen. Dit is de opperste betekenis van Gods vleeswording. Dat wil zeggen: het werk van de Geest wordt volbracht door het vlees en door woorden. Dit is de ware betekenis van “het vleesgeworden Woord” en “de verschijning van het Woord in het vlees”. Alleen God kan de wil van de Geest spreken en alleen God in het vlees kan namens de Geest spreken. De woorden van God worden duidelijk in de vleesgeworden God en iedereen wordt er verder door geleid. Niemand is uitgezonderd, iedereen bestaat binnen dit opzicht. Alleen uit deze woorden kunnen mensen tot kennis komen. Mensen die niet op deze manier kennis verkrijgen, zijn aan het dagdromen als ze menen dat ze woorden uit de hemel kunnen ontvangen. Zo is het gezag dat van het vlees van de vleesgeworden God uitgaat: allen tot geloof brengen. Zelfs de meest eerbiedwaardige experts en religieuze voorgangers kunnen deze woorden niet spreken. Ze moeten zich er allemaal aan onderwerpen en niemand kan opnieuw beginnen. God zal woorden gebruiken om het universum te overwinnen. Dat zal Hij niet doen door Zijn vleesgeworden vlees, maar door de uitspraken uit de mond van de vleesgeworden God te gebruiken om alle mensen in het hele universum te overwinnen. Alleen dit is het vleesgeworden Woord en alleen dit is de verschijning van het Woord in het vlees. Misschien schijnt het mensen toe dat God niet veel werk heeft gedaan – maar God hoeft slechts Zijn woorden te uiten om mensen volkomen te overtuigen en versteld te doen staan. Mensen schreeuwen en gillen als er geen feiten zijn. Met de woorden van God vallen ze stil. God zal dit feit zeker bewerkstelligen, want dit is Gods reeds lang gemaakte plan: de komst van het Woord op aarde bewerkstelligen.

uit ‘Het Duizendjarig Koninkrijk is gekomen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

36. Het beste aan Zijn werk in het vlees is dat Hij nauwkeurige woorden en vermaningen achter kan laten, en nauwkeurig Zijn wil ten aanzien van de mensheid aan Zijn volgers kan doorgeven. Zijn volgers kunnen dan achteraf Zijn hele werk in het vlees en Zijn wil ten aanzien van de hele mensheid nauwkeuriger en concreter doorgeven aan hen die deze weg aanvaarden. Alleen door het werk van God in het vlees onder de mensen wordt het feit volbracht dat God onder de mensen is en samen met hen leeft. Alleen dit werk bevredigt het verlangen van de mens om Gods gezicht te zien, getuige te zijn van het werk van God en het persoonlijke woord van God te horen. De vleesgeworden God maakt een einde aan het tijdperk waarin alleen de achterkant van Jehova aan de mens werd getoond en aan het tijdperk waarin de mensheid in een vage God geloofde. In het bijzonder, het werk van de laatste vleesgeworden God brengt de hele mensheid in een tijdperk dat realistischer, praktischer en aangenamer is. Hij beëindigt niet alleen het tijdperk van de wet en de doctrine, maar, wat meer is, Hij onthult een God aan de mensheid die echt en normaal is, rechtvaardig en heilig, die het werk van het managementplan ontsluit en de mysteries en bestemming van de mensheid laat zien, die de mensheid heeft geschapen en het managementwerk volbrengt en die duizenden jaren verborgen is gebleven. Hij maakt een definitief einde aan het tijdperk van vaagheid, Hij beëindigt het tijdperk waarin de hele mensheid Gods aangezicht wilde zoeken, maar dit niet kon, Hij beëindigt het tijdperk waarin de hele mensheid Satan diende en leidt de hele mensheid naar een geheel nieuw tijdperk. Dit is het resultaat van het werk van God in het vlees in plaats van het werk van Gods Geest. Als God in Zijn vlees werkt, zoeken en tasten Zijn volgers niet meer naar vage en onduidelijke dingen en gissen zij niet langer naar de wil van een vage God. Als God Zijn werk in het vlees verspreidt, zullen zij die Hem volgen het werk dat Hij in het vlees heeft verricht doorgeven aan alle religies en denominaties, die vervolgens al Zijn woorden zullen doorgeven ten gehore van de hele mensheid. Zij die Zijn evangelie horen zullen slechts de feiten van Zijn werk vernemen, dingen die persoonlijk door de mens gezien en gehoord zijn. Het zullen feiten zijn, en geen informatie uit tweede hand. De feiten vormen het bewijs waarmee Hij Zijn werk verspreidt, en ook zijn zij het gereedschap waarmee Hij Zijn werk verspreidt. Zonder het bestaan van feiten zou Zijn evangelie niet over alle landen en naar alle plaatsen kunnen worden verspreid. Zonder feiten maar met slechts de fantasie van de mens zou Hij het veroveringswerk van het hele universum nooit kunnen doen. De Geest is ongrijpbaar en onzichtbaar voor de mens, en het werk van de Geest kan geen verder bewijs of meer feiten leveren over Gods werk voor de mens. De mens zal het ware gezicht van God nooit aanschouwen en zal altijd geloven in een vage God die niet bestaat. De mens zal het gezicht van God nooit aanschouwen, en nooit zal de mens woorden horen die God persoonlijk heeft uitgesproken. De voorstellingen van de mens zijn uiteindelijk leeg en kunnen het ware gezicht van God niet vervangen; de eigenlijke gezindheid van God en het werk van God Zelf kan niet door een mens worden nagespeeld. De onzichtbare God in de hemel en Zijn werk kunnen alleen naar de aarde worden gebracht door de vleesgeworden God die Zijn werk persoonlijk onder de mensen verricht. Dit is de meest ideale manier waarop God aan de mens verschijnt, waarop de mens God ziet en Zijn ware gezicht leert kennen, en dit kan niet door een niet-vleesgeworden God worden bereikt.

uit ‘De verdorven mensheid heeft de redding van de vleesgeworden God harder nodig’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

37. De reden dat dit vlees het werk kan uitvoeren waartoe de mens niet in staat is, is dat Zijn innerlijke wezen anders is dan dat van de mens, en de reden dat Hij de mens kan redden is dat Zijn identiteit anders is dan die van enig mens. Het vlees is zo belangrijk voor de mensheid omdat Hij mens is en nog meer God, omdat Hij het werk kan doen dat een gewoon mens van vlees niet kan en omdat Hij de verdorven mens kan redden, die met Hem samenleeft op aarde. Hoewel Hij identiek is aan de mens, is de vleesgeworden God belangrijker voor de mensheid dan enig persoon van waarde, want Hij kan het werk doen dat niet door de Geest van God kan worden gedaan en Hij kan beter dan de Geest van God getuigen voor God Zelf en de mensheid geheel voor Zich winnen. En hoewel dit vlees normaal en gewoon is, is Hij als gevolg daarvan zeer kostbaar door Zijn bijdrage aan de mensheid en Zijn betekenis voor het bestaan van de mensheid en is de werkelijke waarde en betekenis van dit vlees van onschatbare waarde voor de mens. Hoewel dit vlees Satan niet rechtstreeks kan vernietigen, kan Hij Zijn werk gebruiken om de mensheid te overwinnen en Satan te verslaan en hem helemaal aan Zijn heerschappij te onderwerpen. Juist omdat God geïncarneerd is, kan Hij Satan verslaan en is Hij in staat de mensheid te redden. Hij vernietigt Satan niet rechtstreeks, maar Hij wordt vlees voor het overwinningswerk van de mensheid, die door Satan verdorven is. Zo kan Hij beter onder alle schepselen voor Zichzelf getuigen en kan Hij de verdorven mens beter redden. De nederlaag van Satan door de vleesgeworden God is een betere getuigenis, en meer overtuigend, dan de rechtstreekse vernietiging van Satan door de Geest van God. God in het vlees kan de mens beter de Schepper laten leren kennen en kan onder alle schepselen betere getuigenis afleggen over Zichzelf.

uit ‘De verdorven mensheid heeft de redding van de vleesgeworden God harder nodig’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

38. Deze keer komt God niet in een spiritueel lichaam werken, maar in een heel gewoon lichaam. Niet alleen is dit het lichaam van Gods tweede incarnatie, maar ook het lichaam waarin Hij terugkeert. Het is een heel gewoon vlees. Je zult aan Hem niets ontdekken dat anders is dan bij andere mensen. Wel kun je de waarheden van Hem ontvangen die je nog nooit eerder hebt gehoord. Dit onbetekenende vlees is de belichaming van alle woorden van de waarheid van God; datgene wat Gods werk gedurende de laatste dagen onderneemt. Het is de uitdrukking van heel Gods gezindheid zoals de mens deze mag leren kennen. Heb je niet vurig gewenst dat je God in de hemel mocht aanschouwen? Heb je niet vurig gewenst dat je God in de hemel mocht begrijpen? Heb je niet vurig gewenst om de bestemming van de mensheid te zien? Hij zal je al deze geheimen vertellen die niemand je ooit heeft kunnen vertellen, en Hij zal je zelfs alle waarheden vertellen die je nog niet hebt begrepen. Hij is je poort naar het koninkrijk en je gids naar het nieuwe tijdperk. Dit gewone vlees draagt talloze ondoorgrondelijke mysteries met zich mee. Misschien zullen Zijn daden voor jou ondoorgrondelijk zijn, maar het doel van al het werk dat Hij verricht, volstaat om je te laten inzien dat Hij niet een eenvoudig vlees is, zoals de mens denkt. Want Hij vertegenwoordigt Gods wil en de zorg waarmee God de mens gedurende de laatste dagen omringt. Hoewel je de woorden die Hij spreekt, die hemel en aarde lijken te laten schudden, niet kunt horen, en Zijn ogen, die vuur lijken te spuwen, niet kunt zien, en evenmin de discipline van Zijn ijzeren roede kunt voelen, kun je Gods woede in Zijn woorden horen en kun je weten dat God voor de mens barmhartig is. Dan zie je de rechtvaardige gezindheid en wijsheid van God, en word je je er bovendien van bewust dat God de hele mensheid koestert en verzorgt.

uit ‘Weet je het al? God heeft iets groots onder de mensen tot stand gebracht’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

39. Het werk dat God in de laatste dagen verricht, laat de mens zien dat de God in de hemel onder de mensen op aarde leeft. Zo wordt de mens in staat gesteld God te kennen, gehoorzamen, vereren en liefhebben. Dat is de reden dat Hij voor de tweede maal naar het vlees is wedergekeerd. Ofschoon de mens nu een God ziet die gelijk is aan de mens, een God met een neus en twee ogen, en een onopvallende God, zal God jullie uiteindelijk laten zien dat, zonder het bestaan van deze mens, hemel en aarde een enorme verandering zullen ondergaan. Zonder het bestaan van deze mens zal de hemel vervagen, heerst er op aarde chaos en valt de hele mensheid ten prooi aan honger en plagen. Hij zal jullie tonen dat God de mens, zonder de redding door de vleesgeworden God in de laatste dagen, al heel lang geleden in de hel had vernietigd. Zonder het bestaan van dit vlees zouden jullie voor eeuwig de grootste zondaars en lijken zijn. Jullie moeten weten dat zonder het bestaan van dit vlees de mensheid zou worden overvallen door een onvermijdelijke wereldramp en het moeilijk zou vinden om aan Gods strengere straf in de laatste dagen te ontkomen. Indien dit gewone vlees niet geboren was, zouden jullie allemaal in een staat verkeren die noch dood noch leven kende, ongeacht hoe jullie ernaar zouden zoeken. Zonder het bestaan van dit vlees zouden jullie nu noch de waarheid kunnen ontvangen noch voor Gods troon kunnen verschijnen. In plaats daarvan zouden jullie door God worden gestraft voor alle ernstige zonden die jullie hebben begaan. Weten jullie dat? Als God niet terug in het vlees was gekomen, zou niemand de kans hebben gehad op redding; en als God niet in dit vlees was gekomen, zou God al lang geleden een eind aan het oude tijdperk hebben gemaakt. Als zodanig, hoe kunnen jullie dan toch Gods tweede incarnatie afwijzen? Waarom zouden jullie Hem niet graag accepteren, als jullie van deze gewone mens zoveel voordeel krijgen?

uit ‘Weet je het al? God heeft iets groots onder de mensen tot stand gebracht’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

40. Uiteindelijk zal elke natie deze gewone mens vereren. Zij zullen deze onbetekenende mens dankbaar zijn en Hem gehoorzamen. Want Hij is het die de mensheid de waarheid, het leven en de weg naar redding heeft gebracht, het conflict tussen God en mens heeft verzacht en hen nader tot elkaar heeft gebracht en gedachten tussen God en de mens over heeft gebracht. Hij is ook degene die God zelfs nog grotere glorie heeft gebracht. Is zo’n gewoon mens niet jouw vertrouwen en bewondering waard? Is het niet passend zo’n gewoon vlees Christus te noemen? Kan zo’n gewoon mens niet de uitdrukking van God onder de mensen zijn? Is zo’n mens die ertoe bijdraagt dat de mens een catastrofe bespaard blijft niet waardig dat jullie Hem liefhebben en behouden? Wat zal straks jullie lot zijn, als jullie de waarheden afwijzen die door Zijn mond worden verkondigd, en ook een afkeer hebben van Zijn bestaan onder jullie?

uit ‘Weet je het al? God heeft iets groots onder de mensen tot stand gebracht’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

41. Degenen die het leven willen verkrijgen zonder te vertrouwen op de waarheid gesproken door Christus zijn de meest belachelijke mensen op aarde en zij die de weg van het leven die door Christus is gebracht niet accepteren, zijn verloren in fantasie. En dus zeg ik dat de mensen die Christus van de laatste dagen niet accepteren, voor eeuwig veracht worden door God. Christus is gedurende de laatste dagen voor de mens de poort tot het koninkrijk, die niemand mag omzeilen. Niemand zal door God worden vervolmaakt dan alleen door Christus. Je gelooft in God en dus moet je Zijn woorden accepteren en Zijn weg gehoorzamen. Je moet niet alleen denken aan het verkrijgen van zegeningen zonder de waarheid te ontvangen, of zonder de voorziening van het leven te aanvaarden. Christus komt tijdens de laatste dagen zodat iedereen die echt in Hem gelooft, van leven kan worden voorzien. Zijn werk is bedoeld om het oude tijdperk te beëindigen en het nieuwe binnen te gaan en is het pad dat moet worden gevolgd door iedereen die het nieuwe tijdperk zou binnengaan. Als je niet in staat bent Hem te erkennen en in plaats daarvan Hem veroordeelt, lastert of zelfs vervolgt, dan ben je bestemd om te branden in eeuwigheid en zul je nooit het koninkrijk van God binnengaan. Want deze Christus is Zelf de uitdrukking van de Heilige Geest, de uitdrukking van God, Degene die God Zijn werk op aarde heeft toevertrouwd. En dus zeg ik dat als je niet alles kunt accepteren wat gedaan is door Christus van de laatste dagen, je de Heilige Geest lastert. De vergelding die moet worden geleden door hen die de Heilige Geest lasteren, is voor iedereen vanzelfsprekend. Ik zeg je ook dat als je je verzet tegen Christus van de laatste dagen en Hem verloochent, er niemand is die de gevolgen voor jou kan dragen. Bovendien zul je vanaf deze dag geen nieuwe kans meer hebben om de goedkeuring van God te krijgen; zelfs als je jezelf probeert te redden, zul je nooit meer het aangezicht van God zien. Want waar je tegen bent is geen mens, wat je ontkent, is niet een nietig wezen, maar Christus. Ben je je bewust van deze consequentie? Je hebt geen kleine fout gemaakt, maar een gruwelijke misdaad begaan. En daarom adviseer ik iedereen om niet je tanden te laten zien aan de waarheid, of achteloze kritieken te uiten, want alleen de waarheid kan je het leven brengen en niets anders dan de waarheid kan je in staat stellen om herboren te worden en het aangezicht van God te aanschouwen.

uit ‘Alleen Christus van de laatste dagen kan de weg van het eeuwige leven aan de mens geven’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Voetnoot:

a. In de oorspronkelijke tekst staat ‘ten aanzien van’.

b. De oorspronkelijke tekst bevat niet de frase “het werk van.”

c. De originele tekst luidt ‘en beide zijn.’

De bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap.

Vorige:II Klassieke woorden over Gods oordeelswerk in de laatste dagen

Volgende:IV Klassieke woorden over de Bijbel

Gerelateerde media