De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Klassieke woorden van Almachtige God, Christus van de laatste dagen

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresultaten

Geen resultaten gevonden

XI Klassieke woorden over het binnengaan van de werkelijkheid van de waarheid

(X) Woorden over God vrezen en het kwaad mijden

116. Allereerst weten we dat Gods gezindheid majesteit is, toorn is. Hij is geen schaap dat door iemand wordt afgeslacht; sterker nog, Hij is geen marionet die door de mensen wordt bestuurd zoals ze willen. Hij is ook geen lege lucht, waar mensen naar believen de baas over kunnen spelen. Als je echt gelooft dat God bestaat, zou je een hart moeten hebben dat God vreest, en zou je moeten weten dat Gods wezen niet boos mag worden gemaakt. Deze boosheid kan worden veroorzaakt door een woord; misschien een gedachte; misschien verachtelijk gedrag; misschien mild gedrag, gedrag dat redelijk is in de ogen en de moraal van de mens; of misschien wordt het veroorzaakt door een doctrine, een theorie. Echter, zodra je God kwaad maakt is je kans verkeken en zijn je dagen geteld. Dit is iets vreselijks! Als je niet begrijpt dat God niet beledigd mag worden, dan ben je misschien niet bang voor God, en misschien beledig je hem dan altijd. Als je niet weet hoe je God moet vrezen, dan ben je niet in staat om God te vrezen, en weet je niet hoe je zelf het pad moet volgen om Gods weg te bewandelen, God te vrezen en het kwaad te mijden. Als je je hier eenmaal bewust van wordt, kun je er ook van bewust zijn dat God niet beledigd kan worden, dan zul je weten wat het is om God te vrezen en het kwade te mijden.

uit ‘Hoe Gods gezindheid te kennen en het resultaat van Zijn werk’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

117. Als je het wezen van God niet kent, dan zal het voor jou onmogelijk zijn Hem eerbied te tonen en Hem te vrezen. In plaats daarvan zal er slechts sprake zijn van achteloze plichtmatigheid, dubbelzinnigheid, en bovendien, onverbeterlijke godslastering. Hoewel het begrijpen van Gods gezindheid inderdaad belangrijk is en het kennen van Gods wezen niet mag worden genegeerd, heeft niemand deze kwesties tot op de grond toe onderzocht of uitgediept. Het is duidelijk dat jullie allen de bestuurlijke ordinanties die ik heb uitgevaardigd, hebben afgewezen. Als jullie de gezindheid van God niet begrijpen, dan kunnen jullie zijn gezindheid gemakkelijk beledigen. Met zo’n overtreding roepen we in feite Gods toorn op, en de uiteindelijke vrucht van jouw handelen is de overtreding van Zijn bestuurlijke ordinanties. Nu zou je moeten beseffen dat het begrijpen van Gods gezindheid samengaat met het kennen van Zijn wezen, en dat als je met het begrip van Gods gezindheid ook de bestuurlijke ordinanties begrijpt. Zeker, veel van Gods bestuurlijke ordinanties staan in verband met Gods gezindheid, maar Zijn gezindheid komt erin nog niet volledig tot uitdrukking. Daarom moeten jullie een stap verder gaan in het ontwikkelen van meer begrip van Gods gezindheid.

uit ‘Het is heel belangrijk Gods gezindheid te begrijpen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

118. Hoewel een deel van Gods essentie liefde is, en Hij barmhartigheid verleent aan iedereen, vergeten mensen dat Zijn essentie ook waardigheid is. Dat Hij liefde heeft, betekent niet dat mensen Hem vrijelijk kunnen beledigen en dat Hij helemaal geen gevoelens of reacties heeft. Dat Hij genade heeft betekent niet dat Hij geen principes heeft in hoe Hij mensen behandelt. God leeft; Hij bestaat echt. Hij is geen ingebeelde marionet of iets anders. Aangezien Hij bestaat, moeten we te allen tijde zorgvuldig luisteren naar de stem van Zijn hart, aandacht schenken aan Zijn houding en Zijn gevoelens begrijpen. We moeten de verbeeldingskracht van de mens niet gebruiken om God te definiëren en we moeten de gedachten en wensen van de mens niet aan God opleggen, en daarmee God de stijl van de mens en zijn denken laten gebruiken in hoe Hij de mensheid behandelt. Als je dat doet, dan maak je God boos, dan lok je Gods toorn uit, en je daagt Gods waardigheid uit! Dus, nadat jullie de ernst van deze zaak hebben begrepen, dring ik er bij iedereen hier op aan om heel voorzichtig en verstandig te zijn in jullie daden. Wees heel voorzichtig en verstandig in jullie spreken. En als het gaat om hoe jullie God behandelen, hoe voorzichtiger en verstandiger jullie zijn, hoe beter! Wanneer je niet begrijpt wat Gods houding is, spreek dan niet achteloos, wees niet achteloos in je daden en plak niet achteloos etiketten. Sterker nog, trek geen willekeurige conclusies. In plaats daarvan moet je wachten en zoeken; dit is ook een manier om God te vrezen en het kwaad te mijden.

uit ‘Hoe Gods gezindheid te kennen en het resultaat van Zijn werk’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

119. Wat is ‘God vrezen’? En hoe kun je het kwaad mijden?

Met ‘God vrezen’ wordt niet een vage angst of schrik bedoeld, noch dat je God uit de weg gaat, noch dat je Hem op afstand houdt en evenmin wordt er verafgoding of bijgeloof mee bedoeld. Integendeel, ‘God vrezen’ betekent bewondering, achting, vertrouwen, begrip, zorg, gehoorzaamheid, toewijding en liefde, alsook onvoorwaardelijke aanbidding, genoegdoening en onderwerping, zonder klagen. Zonder ware kennis van God zal de mensheid geen ware bewondering, waar vertrouwen, waar begrip, ware zorg of gehoorzaamheid hebben, maar slechts bang en onzeker zijn, slechts twijfelen, verkeerd begrijpen, God uit de weg gaan en Hem vermijden. Zonder ware kennis van God zal de mensheid niet in staat zijn tot ware toewijding en genoegdoening. Zonder ware kennis van God zal de mensheid niet in staat zijn tot ware aanbidding en onderwerping, maar slechts tot blinde verafgoding en bijgeloof. Zonder ware kennis van God kan de mensheid hoe dan ook niet handelen in overeenstemming met de wil van God, of God vrezen, of het kwaad mijden. Elke activiteit en gedraging van de mens zal daarentegen vervuld zijn van opstandigheid en openlijk verzet, van lasterlijke beschuldigingen en smadelijke oordelen over Hem, en van kwaadaardig gedrag dat ingaat tegen de waarheid en de ware betekenis van Gods woorden.

Zodra de mensheid werkelijk vertrouwen heeft in God, zal zij God oprecht volgen en zich op Hem verlaten; alleen met echt vertrouwen in en met echte afhankelijkheid van God kan de mensheid tot waar begrip en inzicht komen. Als hij God echt begrijpt, zal de mens zich om Hem gaan bekommeren. Alleen wanneer de mensheid zich oprecht om God bekommert, kan zij oprecht gehoorzamen. Alleen wanneer zij God oprecht gehoorzaamt, kan de mensheid zich oprecht aan Hem toewijden. Alleen met oprechte toewijding aan God kan de mensheid Hem onvoorwaardelijk en zonder klagen genoegdoening schenken. Alleen wanneer zij in alle oprechtheid God vertrouwt en zich op Hem verlaat, Hem begrijpt en zich om Hem bekommert, Hem gehoorzaamt, zich aan Hem toewijdt en Hem genoegdoening schenkt, kan de mensheid Gods gezindheid en Zijn wezen echt leren kennen en de identiteit van de Schepper leren kennen. Alleen wanneer zij de Schepper waarlijk heeft leren kennen, kan de mensheid oprechte aanbidding en onderwerping in zichzelf laten ontstaan. Alleen vanuit oprechte aanbidding van en onderwerping aan de Schepper zal de mensheid haar slechte daden kunnen afleren, met andere woorden: het kwaad kunnen mijden.

Dit tezamen vormt het hele proces van ‘God vrezen en het kwaad mijden’ en is ook wat het in zijn geheel inhoudt om God te vrezen en het kwaad te mijden. Het is eveneens de weg die moet worden bewandeld om te komen tot het vrezen van God en het mijden van het kwaad.

uit ‘God kennen is de weg naar het vrezen van God en het mijden van het kwaad’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

120. In elk tijdperk schenkt God een aantal woorden aan de mens wanneer Hij in de wereld werkt en de mens over enkele waarheden vertelt. Deze waarheden dienen als de weg die de mens moet aanhouden, de weg die de mens moet bewandelen, de weg waarlangs de mens God kan vrezen en het kwade kan mijden, en de weg waarlangs mensen zich in hun leven, in de loop van hun levensreis in praktijk moeten brengen en aanhangen. Om deze redenen schenkt God deze woorden aan de mens. Deze woorden die van God komen, moeten door de mens worden nageleefd, om leven te ontvangen. Als een persoon zich er niet aan houdt, ze niet in praktijk brengt en Gods woorden niet naleeft in zijn leven, dan brengt deze persoon de waarheid niet in praktijk. En als ze de waarheid niet in de praktijk brengen, dan vrezen ze God niet en mijden ze het kwade niet en kunnen ze God niet tevreden stellen. Als iemand God niet tevreden kan stellen, dan kunnen ze Gods lof niet ontvangen; zo’n persoon ontvangt geen uitkomst.

uit ‘Hoe Gods gezindheid te kennen en het resultaat van Zijn werk’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

121. Wat moet je vooral begrijpen als je probeert het leven binnen te gaan? Dat in alle woorden die God heeft gesproken, ongeacht naar welk aspect zij verwijzen, je moet ontdekken wat Zijn eisen en normen voor mensen zijn, en vandaaruit een pad van beoefening moet zoeken. Die moet je gebruiken om je gedrag en je standpunt in het leven te controleren en je hele gesteldheid en alle uitdrukkingen aan te toetsen. En nog belangrijker, je moet die normen als maatstaf gebruiken om te bepalen hoe je dingen moet doen, hoe je aan Gods wil moet voldoen bij het uitvoeren van je plichten en hoe je volledig in overeenstemming met Gods vereisten kunt handelen. Wees een persoon met de werkelijkheid van de waarheid, wees niet iemand die zich alleen maar met woorden en doctrines en religieuze theorieën wapent. Simuleer geen spiritualiteit, wees geen pseudo-spiritueel mens. Concentreer je op het praktiseren en het gebruikmaken van Gods woorden om die te vergelijken met je eigen gesteldheden en daarover na te denken. Verander vervolgens het gezichtspunt en de houding waarmee je ieder soort situatie te lijf gaat. Uiteindelijk zul je in staat zijn in iedere situatie God te vereren en zul je niet meer overhaast handelen of je eigen ideeën volgen, dingen doen die door je eigen verlangens worden ingegeven, of in een verdorven gezindheid leven. In plaats daarvan zullen al je daden en woorden gebaseerd zijn op Gods uitspraken en in overeenstemming zijn met de waarheid. Als zodanig zal er geleidelijk eerbied voor God in jou ontstaan. Een godvrezend hart ontstaat door de waarheid na te streven, het komt niet voort uit terughoudendheid. Terughoudendheid veroorzaakt slechts één soort gedrag, maar dat is een soort uiterlijke bedwinging. Oprechte eerbied voor God komt – gedurende het geloof in God – van de waarheid begrijpen, praktiseren volgens de waarheid, geleidelijk je verdorven gezindheid steeds verder afbouwen en je gesteldheden stukje bij beetje verbeteren, zodat je regelmatig vóór God kunt verschijnen. Dit is het soort proces dat tot oprechte eerbied leidt. Als dat gebeurt, zul je weten wat het betekent om God te vereren en hoe dat voelt en zul je je realiseren wat voor soort houding, wat voor soort gesteldheid en wat voor soort gezindheid mensen zouden moeten hebben voordat zij echt godvrezend zijn en eerbied voor God tonen.

uit ‘Alleen zij die de waarheid in praktijk brengen hebben een godvrezend hart’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’

122. Je moet vaak vóór God komen, Zijn woorden eten, drinken en overwegen en Zijn discipline en begeleiding accepteren. Je moet in staat zijn je aan iedere omgeving, aan alle mensen, dingen en zaken die God voor jou heeft geregeld te onderwerpen, en als er dingen zijn die je niet helemaal begrijpt, moet je regelmatig bidden terwijl je op zoek bent naar de waarheid; alleen door Gods wil te begrijpen, kun je de weg vooruit vinden. Je moet vol eerbied zijn voor God en behoedzaam doen wat je moet doen. Je moet vaak in vrede zijn vóór God en niet losbandig. Je eerste reactie als je iets overkomt zou op zijn minst moeten zijn dat je jezelf kalmeert en onmiddellijk daarna moet je bidden. Door te bidden, te wachten en te zoeken zul je begrip bereiken van Gods wil. Dit is een houding die van eerbied voor God spreekt, nietwaar? Als je diep vanbinnen God vereert en je aan God onderwerpt, rustig kunt zijn vóór God en Zijn wil kunt begrijpen, dan kun je beschermd worden door op deze manier mee te werken en te praktiseren. Je zult niet in verleiding worden gebracht of God beledigen of dingen doen die Gods managementwerk onderbreken, noch ga je zover dat je Gods afkeer uitlokt. Met een Godvrezend hart ben je bang God te beledigen. Op het moment dat je in de verleiding komt, leef je vóór Hem, trillend van angst, en hoop je dat je in alle dingen in staat zult zijn je aan Hem te onderwerpen en Hem tevreden te stellen. Alleen door zo te praktiseren, regelmatig in deze gesteldheid te leven, en regelmatig in vrede vóór God te zijn, zul je in staat zijn van verleiding en kwaad afstand te nemen zonder er zelfs maar over na te hoeven denken.

uit ‘Alleen als je te allen tijde voor Gods aangezicht leeft, kun je het pad van redding bewandelen’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’

123. Gods wegen bewandelen heeft niets te maken met het in acht nemen van oppervlakkige regels. Het betekent eigenlijk dat wanneer je geconfronteerd wordt met een zaak, je dit in de eerste plaats moet zien als een omstandigheid die is geregeld door God, een verantwoordelijkheid, door Hem aan jou geschonken, door Hem aan jou toevertrouwd en dat wanneer je geconfronteerd wordt met deze zaak, je het zelfs als een beproeving van God zou moeten zien. Wanneer je deze kwestie onder ogen ziet, moet je er een norm voor hebben, je moet eraan denken dat het van God is gekomen. Je moet er over nadenken hoe je met deze zaak om moet gaan, zodat je verantwoordelijkheid kunt nemen en trouw aan God kunt zijn; hoe je het zo kunt doen dat je God niet woedend maakt of Zijn gezindheid niet beledigt. … Want wanneer we Gods wegen bewandelen, kunnen we niets verwaarlozen wat met onszelf te maken heeft, of met iets dat om ons heen gebeurt, zelfs niet de kleine dingen. Het maakt niet uit of we denken dat we er aandacht aan moeten schenken of niet, wanneer we ermee geconfronteerd worden, moeten we het niet verwaarlozen. Alles moet als Gods test voor ons worden beschouwd. Hoe is deze houding? Als je zo’n houding hebt, dan bevestigt het één feit: je hart vreest God en je hart is bereid om het kwade te mijden. Als je dit verlangen hebt om God tevreden te stellen, dan ligt wat je in praktijk brengt niet ver van de norm om God te vrezen en het kwade te mijden.

uit ‘Hoe Gods gezindheid te kennen en het resultaat van Zijn werk’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

124. God is altijd in de harten van hen die oprecht in God geloven en zij dragen altijd een hart in zich dat God vereert, een hart dat God liefheeft. Degenen die in God geloven moeten dingen doen met een behoedzaam en zorgvuldig hart en alles wat ze doen moet in overeenstemming zijn met Gods voorschriften en ze moeten in staat zijn om Gods hart te vervullen. Ze moeten niet eigengereid zijn, doen wat ze ook maar willen; dat past niet bij heilig fatsoen. Mensen kunnen niet met Gods vaandel pronken en er overal mee rondbanjeren, ermee paraderen en zwendelen; dit is het meest rebelse gedrag wat men kan doen. Gezinnen hebben hun regels en naties hebben hun wetten: is dit niet nog meer het geval in het huis van God? Zijn de normen niet nog strenger? Zijn er niet nog meer bestuurlijke decreten? Mensen zijn vrij om te doen wat ze willen, maar de heersende geboden van God kunnen niet naar believen worden gewijzigd. God is een God die niet toestaat dat mensen Hem beledigen en God is een God die mensen doodt – weten mensen dit eigenlijk niet al?

uit ‘Een waarschuwing aan degenen die de waarheid niet in praktijk brengen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

125. Jobs ontzag voor en gehoorzaamheid aan God is een voorbeeld voor de mensheid, en zijn rechtschapenheid en onberispelijkheid waren het hoogtepunt van de menselijkheid die de mens zou moeten bezitten. Al zag hij God niet, hij realiseerde zich dat God waarlijk bestond, omwille van dit besef had hij ontzag voor God en omdat hij ontzag had voor God was hij in staat God te gehoorzamen. Hij liet God de vrije keus om terug te nemen wat hij had, maar zonder klagen, en viel plat op de grond voor God en zei tegen Hem, dat zelfs als God op dit moment zijn leven nam, hij dat met vreugde zou toelaten, zonder klagen. Heel zijn gedrag werd ingegeven door zijn rechtschapen en onberispelijke menselijkheid. Dat wil zeggen, als gevolg van zijn onschuld, eerlijkheid en vriendelijkheid was Job onwrikbaar in zijn besef en ervaring van Gods bestaan, en op dit fundament stelde hij zichzelf eisen en standaardiseerde zijn denken, gedrag, en de grondbeginselen van zijn handelen voor God, in overeenstemming met Gods leiding over hem of de daden van God die hij te midden van alle dingen had gezien. Na verloop van tijd brachten zijn ervaringen een daadwerkelijk ontzag voor God teweeg en zorgden ervoor dat hij het kwaad meed. Dit was de bron van integriteit waar Job sterk aan vast hield. Job bezat een eerlijke, onschuldige en vriendelijke menselijkheid, en hij had een daadwerkelijke ervaring van ontzag voor God, gehoorzaamheid aan God, en het mijden van het kwaad. Hij bezat ook de wetenschap dat “Jehova heeft gegeven en Jehova heeft genomen.” Alleen maar vanwege deze dingen was hij in staat standvastig getuige te zijn te midden van deze kwaadaardige aanvallen van Satan, en alleen vanwege deze dingen was hij in staat God niet teleur te stellen en God een bevredigend antwoord te geven toen Gods beproevingen op hem neerdaalden.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

126. Job had Gods aangezicht niet gezien noch de woorden gehoord door God gesproken, laat staan dat hij het werk van God persoonlijk had ervaren. Maar zijn vrees voor God en zijn getuigenis tijdens zijn beproevingen worden door allen gezien, door God bemind, toegejuicht en geprezen; en mensen benijden en bewonderen hem en zingen hem lof toe. Er was niets groots of bijzonders aan zijn leven: Net als elke gewone persoon, leefde hij een onopvallend leven, ging bij zonsopgang aan het werk en keerde terug naar huis om te rusten bij zonsondergang. Het verschil is dat hij tijdens deze verschillende onopvallende decennia inzicht in de weg van God verwierf en zich de grote macht en soevereiniteit van God realiseerde en begreep, zoals niemand anders dat ooit had gedaan. Hij was niet slimmer dan een gewone mens, zijn leven was niet bijzonder standvastig, noch had hij bovendien onzichtbare speciale vaardigheden. Wat hij echter wel bezat, was een persoonlijkheid die eerlijk, goedhartig en oprecht was, een persoonlijkheid die eerlijkheid en rechtvaardigheid liefhad en die van positieve dingen hield – hetgeen de meeste gewone mensen niet bezaten. Hij maakte onderscheid tussen liefde en haat, had een gevoel van rechtvaardigheid, was onverzettelijk en volhardend en was ijverig in zijn gedachten en dus zag hij tijdens zijn onopvallende tijd op aarde alle buitengewone dingen die God had gedaan en zag hij de grootheid, heiligheid en rechtvaardigheid van God, zag hij Gods zorg, barmhartigheid en bescherming voor de mens en zag hij de eerbaarheid en het gezag van de allerhoogste God. De belangrijkste reden waarom Job in staat was om deze dingen te bereiken die verder gingen dan bij anderen, was omdat hij een zuiver hart had en zijn hart aan God toebehoorde en geleid werd door de Schepper. De tweede reden was zijn streven: zijn streven om onberispelijk en volmaakt te zijn, iemand die voldoet aan de wil van de Hemel, iemand die door God werd bemind en het kwade meed. Job bezat en streefde naar deze dingen, terwijl hij niet in staat was om God te zien of de woorden van God te horen; hoewel hij God nog nooit gezien had, had hij de middelen leren kennen waarmee God over alle dingen regeert en begreep hij de wijsheid waarmee God dat doet. Hoewel hij nooit God had horen spreken, wist Job dat de daden als het belonen van de mens en het van de mens wegnemen, allemaal van God afkomstig zijn. Hoewel de jaren van zijn leven niet anders waren dan die van een gewoon iemand, stond hij niet toe dat de onopmerkelijkheid van zijn leven invloed had op zijn kennis van Gods soevereiniteit over alle dingen, of invloed had op het volgen van zijn weg van godvrezendheid en het mijden van kwaad. In zijn ogen waren de wetten van alles vol met Gods daden en kon Gods soevereiniteit in elk deel van iemands leven worden gezien. Hij had God niet gezien, maar hij was in staat om te beseffen dat Gods daden overal zijn. Tijdens zijn onopmerkelijke tijd op aarde, in elk onderdeel van zijn leven, zag en realiseerde hij zich de bijzondere en wonderlijke daden van God en kon hij de wonderlijke regelingen van God zien. De verborgenheid en stilte van God belemmerden Jobs besef van Gods daden niet, noch beïnvloedde ze zijn kennis van Gods soevereiniteit over alles. Zijn leven was de verwezenlijking van de soevereiniteit en regelingen van God, die verborgen is in alles in zijn dagelijks leven. In zijn dagelijks leven heeft hij ook de stem van Gods hart gehoord en begrepen en de woorden van God, die in alles stil is maar toch de stem van Zijn hart en Zijn woorden uitdrukt door de wetten van alles te beheersen. Je ziet dan, dat als mensen dezelfde menselijkheid en hetzelfde streven hebben als Job, zij hetzelfde besef en dezelfde kennis kunnen krijgen als Job en hetzelfde inzicht en dezelfde kennis van Gods soevereiniteit over alle dingen. God was niet aan Job verschenen of had met hem gesproken, maar Job was in staat om onberispelijk en oprecht te zijn en God te vrezen en het kwade te mijden. Met andere woorden, zonder aan de mens verschenen te zijn of met de mens gesproken te hebben, zijn Gods daden in alles en Zijn soevereiniteit over alles, voldoende voor een mens om zich bewust te worden van Gods bestaan, macht en gezag. Gods macht en gezag zijn voldoende om deze man de weg van godvrezendheid te laten volgen en het kwaad te mijden.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

127. God vrezen en het kwaad mijden’ en God kennen zijn op talloze manieren onlosmakelijk met elkaar verbonden, en het verband tussen de twee spreekt voor zich. Als je het kwaad wilt mijden, moet je eerst ware vrees voor God hebben. Als je ware vrees voor God wilt hebben, moet je eerst ware kennis van God hebben. Als je ware kennis van God wilt hebben, moet je eerst Gods woorden ervaren, de realiteit van Gods woorden binnengaan, en Gods kastijding en discipline, Zijn tuchtiging en oordeel ervaren. Als je Gods woorden wilt ervaren, moet je eerst met Gods woorden geconfronteerd worden, oog in oog met God komen te staan, en God vragen je in de gelegenheid te stellen om Zijn woorden te ervaren in allerlei situaties, mensen, gebeurtenissen en voorwerpen. Als je oog in oog met God wilt komen te staan en met Zijn woorden geconfronteerd wilt worden, moet je eerst een eenvoudig en eerlijk hart hebben, klaar zijn om de waarheid te aanvaarden, bereid zijn om lijden te verdragen, beschikken over de vastberadenheid en de moed om het kwaad te mijden, en ernaar verlangen een waar schepsel te worden … Op die manier ga je stap voor stap vooruit en zul je steeds dichter bij God komen. Je hart zal steeds zuiverder worden, en je leven en de waarde van het feit dat je leeft, zullen net als je kennis van God steeds meer betekenis krijgen en steeds helderder stralen.

uit ‘God kennen is de weg naar het vrezen van God en het mijden van het kwaad’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Vorige:(IX) Woorden over je plicht behoorlijk vervullen

Volgende:(XI) Woorden over de relatie van de mens met God

Gerelateerde media