De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Klassieke woorden van Almachtige God, Christus van de laatste dagen

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresultaten

Geen resultaten gevonden

VI Klassieke woorden over de gezindheid van God en over wat Hij heeft en is

1. De vreugde van God is te danken aan het bestaan en de opkomst van gerechtigheid en licht, als gevolg van de vernietiging van duisternis en kwaad. Hij schept behagen in het licht en het goede leven dat Hij aan de mensheid heeft gegeven. Zijn vreugde is een rechtvaardige vreugde, een symbool van het bestaan van alles wat positief is, en meer nog, een symbool van voorspoed. De toorn van God is te wijten aan het bestaan van onrecht en de onrust die dat teweegbrengt, waardoor Zijn mensheid schade wordt toegebracht; aan het bestaan van kwaad en duisternis, het bestaan van dingen die de waarheid verdrijven, en sterker nog, aan het bestaan van dingen die zich verzetten tegen wat goed en mooi is. Zijn toorn is een symbool dat alle negatieve dingen niet meer bestaan, en sterker nog, een symbool van Zijn heiligheid. Gods verdriet is te wijten aan de mensheid, voor wie Hij hoop koestert maar die in duisternis is vervallen, omdat het werk dat Hij doet aan de mens niet tot de verwachte resultaten leidt, en omdat de mensheid die Hij liefheeft niet volledig in het licht kan leven. Hij ervaart verdriet voor de onschuldige mensheid, voor de eerlijke maar onwetende mens, voor de mens die goed is maar die het ontbreekt aan eigen inzicht. Zijn verdriet is een symbool van zijn goedheid en van Zijn genade, een symbool van schoonheid en zachtmoedigheid. Gods geluk vloeit uiteraard voort uit het verslaan van Zijn vijanden en het verwerven van het vertrouwen van de mens. Meer nog, het vloeit voort uit de verdrijving en vernietiging van alle vijandelijke machten en omdat de mensheid een goed en vredig leven ontvangt. Het geluk van God is niet zoals de vreugde van de mens; het is veeleer een gevoel van goede vruchten verzamelen, een gevoel dat zelfs vreugde overstijgt. Zijn geluk is een symbool van het feit dat de mensheid zich van nu af aan losmaakt van het lijden, en een symbool van het feit dat de mensheid een wereld van licht binnengaat. De emoties van de mens daarentegen, komen allemaal op voor zijn eigen belangen, niet voor gerechtigheid, licht of schoonheid, en nog minder voor de genade die de hemel schenkt. De emoties van de mensheid zijn egoïstisch en behoren tot de wereld van de duisternis. Ze bestaan niet omwille van Gods wil, nog minder omwille van Gods plan, en dus kunnen we nooit in één adem spreken over de mens en over God. God is voor eeuwig hoogst verheven en eervol, terwijl de mens voor altijd laag is en waardeloos. Dit komt omdat God altijd offers brengt en Zich toewijdt aan de mensheid, terwijl de mens altijd maar neemt en streeft ter wille van zichzelf. God doet altijd maar moeite voor de overleving van de mensheid, maar de mens zelf levert nooit een bijdrage aan het licht of de gerechtigheid. Zelfs als de mens zich een tijdlang inspant, is dat zo zwak dat hij geen enkele slag kan weerstaan, want de inspanning van de mens is altijd gericht op zijn eigen bestwil en niet op die van anderen. De mens is altijd zelfzuchtig, terwijl God voor eeuwig onbaatzuchtig is. God is de bron van alles wat rechtvaardig, goed en mooi is, terwijl de mens er juist in slaagt te doen en te laten zien wat lelijk is en slecht. God zal nooit zijn wezen van gerechtigheid en schoonheid veranderen, maar de mens is goed in staat om op elk moment en in elke situatie, verraad te plegen aan de gerechtigheid en ver van God af te dwalen.

uit ‘Het is heel belangrijk Gods gezindheid te begrijpen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

2. De almachtige God manifesteert Zich in een spiritueel lichaam, zonder ook maar het kleinste beetje vlees of bloed van top tot teen. Hij overstijgt de universum-wereld, zittend op de glorieuze troon in de derde hemel waarvandaan Hij alle dingen beheert! Alle dingen in het universum liggen in mijn handen. Als ik spreek, zal het zijn. Als ik het beveel, zal het zo zijn. Satan ligt onder mijn voeten, hij is in de put van de afgrond! Wanneer mijn stem weerklinkt zullen hemel en aarde voorbijgaan en tot niets worden! Alle dingen zullen worden vernieuwd, dit is een onveranderlijke waarheid die maar al te waar is. Ik heb de wereld overwonnen, alle boosaardigen overwonnen. Ik zit hier en spreek met jullie. Allen die oren hebben moeten luisteren en allen die leven moeten het accepteren.

uit ‘Hoofdstuk 15’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

3. Almachtige God is de almachtige, alles bereikende en volledig ware God! Niet alleen draagt Hij de zeven sterren, draagt Hij de zeven Geesten, heeft Hij zeven ogen, opent Hij de zeven zegels en opent Hij de boekrol, maar belangrijker nog is dat Hij de zeven plagen en de zeven offerschalen toedient en de zeven bliksemschichten opent; lang geleden blies Hij op de zeven bazuinen! Alles wat door Hem is geschapen en volledig gemaakt, zou Hem moeten prijzen en loven en Zijn troon moeten verheerlijken. O, Almachtige God! U bent alles, u hebt alles bereikt, en met u is alles volledig, alles stralend, alles vrijgemaakt, alles vrij, alles sterk en machtig! Niets is verborgen of bedekt, met u worden alle mysteries onthuld. Bovendien oordeelt u over de massa’s van uw vijanden, u toont uw majesteit, toont uw verterende vuur, toont uw toorn, en wat nog meer is, u toont uw weergaloze, eeuwigdurende, totaal oneindige glorie!

uit ‘Hoofdstuk 34’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

4. Sion, heil! Sion, zing! Ik ben teruggekomen in triomf, ik ben teruggekomen als overwinnaar! Alle volken moeten zich haasten om zich in rijen op te stellen! Alle dingen moeten volledig tot stilstand komen, want mijn persoon staat tegenover het ganse universum en verschijnt in het oosten van de wereld! Wie waagt het om niet te knielen in aanbidding? Wie waagt het om niet over de ware God te spreken? Wie waagt het om niet in eerbied op te zien? Wie waagt het om niet te prijzen? Wie waagt het om niet te juichen? Mijn volk zal mijn stem horen, mijn zonen zullen overleven in mijn koninkrijk! Bergen, rivieren en alle dingen zullen onophoudelijk juichen en springen zonder rust. Op dit moment durft niemand zich terug te trekken, durft niemand op te staan om in verzet te komen. Dit is mijn wonderbaarlijke handelen en des te meer mijn grote kracht! Ik zal alles in hun hart mij laten vereren, ja, ik zal alle dingen mij laten loven. Dit is het uiteindelijke doel van mijn managementsplan dat zich uitstrekt over zesduizend jaar − ja, ik heb het bepaald. Geen mens, geen ding of welke materie dan ook, durft op te staan om zich tegen mij te verzetten, of waagt het om mij te weerstaan. Heel mijn volk zal naar mijn berg stromen (dat is een aanduiding van de wereld die ik later zal scheppen) en zij zullen zich aan mij onderwerpen omdat ik majesteit bezit en oordeel en gezag uitstraal. (Dit verwijst naar de momenten waarop ik in het lichaam ben. Ik heb ook gezag in het vlees, maar omdat in het vlees de beperkingen van tijd en ruimte niet kunnen worden overwonnen, kan niet worden gezegd dat ik de volledige eer heb verkregen. Hoewel ik de eerstgeboren zonen in het vlees verkregen heb, kan nog altijd niet worden gezegd dat ik glorie heb verkregen. Pas als ik naar Sion terugkeer en van uiterlijk verander, kan worden gesteld dat ik gezag heb, dat wil zeggen dat ik glorie heb verkregen.) Niets zal moeilijk voor me zijn. Alle dingen zullen vernietigd worden door de woorden uit mijn mond. En het is door de woorden uit mijn mond dat ze zullen ontstaan en compleet zullen worden gemaakt. Dat is mijn grote kracht en dat is mijn gezag. Omdat ik vol van kracht en vol van gezag ben, is er niemand die me durft te stoppen. Ik heb alles al overwonnen en alle zonen van de rebellie verslagen.

uit ‘Hoofdstuk 120’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

5. Ik gaf mijn glorie aan Israël en nam het toen weg, en daarna bracht ik de Israëlieten naar het oosten en ook de hele mensheid naar het oosten. Ik heb ze allemaal naar het licht gebracht, zodat ze ermee kunnen worden herenigd en er mee verbonden zijn, en er niet langer naar hoeven te zoeken. Ik zal iedereen die zoekt het licht opnieuw laten zien en de glorie laten zien die ik in Israël had; ik zal hen laten zien dat ik lang geleden op een witte wolk te midden van de mensheid ben afgedaald, laat hen de ontelbare witte wolken zien en vruchten in hun overvloedige trossen, en bovendien, laat hen Jehova de God van Israël zien. Ik zal hen de Meester van de Joden laten zien, de verlangde Messias en de volledige verschijning van mij, die door koningen door de eeuwen heen vervolgd zijn. Ik zal aan het hele universum werken en ik zal groot werk verrichten en in de laatste dagen al mijn glorie en al mijn daden onthullen aan de mens. Ik zal mijn glorieuze gelaat in al zijn volheid tonen aan hen die vele jaren op mij hebben gewacht, aan hen die verlangd hebben dat ik op een witte wolk kom, en aan Israël dat verlangd heeft om mij opnieuw te zien verschijnen, en aan de hele mensheid die mij vervolgt, zodat allen zullen weten dat ik lang geleden mijn glorie heb weggenomen en naar het oosten heb gebracht, zodat deze niet langer in Judea is. Want de laatste dagen zijn al gekomen!

uit ‘De zeven donderslagen – een profetie dat het evangelie van het Koninkrijk door heel het universum zal worden verspreid’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

6. Door het hele universum heen ben ik mijn werk aan het verrichten, en in het oosten klinken donderslagen eindeloos voort waardoor alle landen en denominaties schudden. Het is mijn stem die alle mensen naar het heden heeft geleid. Ik zal ervoor zorgen dat alle mensen door mijn stem worden overwonnen, in deze stroom geraken en zich aan mij onderwerpen, want ik heb sinds lange tijd mijn glorie van de hele aarde teruggevorderd en deze opnieuw in het oosten tevoorschijn laten komen. Wie verlangt er niet naar mijn glorie te zien? Wie kijkt niet reikhalzend uit naar mijn terugkeer? Wie dorst er niet naar dat ik opnieuw verschijn? Wie smacht niet naar mijn liefelijkheid? Wie zou niet naar het licht komen? Wie zou de rijkdom van Kanaän niet aanschouwen? Wie verlangt niet naar de terugkeer van de Verlosser? Wie aanbidt de grote Almachtige niet? Mijn stem zal zich over de aarde verspreiden; ik wens, als ik mijn uitverkoren volk tegemoet treed meer woorden tegen hen te spreken. Als machtige donderslagen die bergen en rivieren doen schudden, spreek ik mijn woorden tot het hele universum en tot de mensheid. Daarom zijn de woorden in mijn mond de schat van de mens geworden en alle mensen koesteren mijn woorden. De bliksem flitst vanuit het oosten helemaal naar het westen. Mijn woorden zijn zodanig dat de mens ze niet op wil geven en ze tegelijkertijd onpeilbaar vindt, maar zich er des te meer in verheugt. Net als een pasgeboren baby zijn alle mensen blij en vrolijk en vieren ze mijn komst. Door mijn stem zal ik alle mensen voor mijn aangezicht brengen. Voortaan zal ik formeel het mensenras ingaan zodat de mensen mij zullen aanbidden. Met de glorie die ik uitstraal en de woorden in mijn mond, zal ik er voor zorgen dat alle mensen voor mijn aangezicht zullen komen en zullen zien dat de bliksem flitst vanuit het oosten en dat ik ook ben afgedaald naar de ‘Olijfberg’ van het oosten. Ze zullen zien dat ik al lang op aarde ben, niet meer als de Zoon van de Joden maar als de Bliksem uit het oosten. Want ik ben lang geleden opgestaan en ben uit het midden van de mensheid vertrokken en ben toen wederom met glorie onder de mensen verschenen. Ik ben Hem, die ontelbare eeuwen tevoren werd aanbeden, en ik ben ook het kind dat door de Israëlieten talloze eeuwen geleden in de steek is gelaten. Bovendien ben ik de al-glorieuze Almachtige God van het huidige tijdperk! Laat allen voor mijn troon komen en mijn glorieuze gezicht zien, naar mijn stem luisteren en naar mijn daden zien. Dit is mijn totale wil; het is het einde en het hoogtepunt van mijn plan, evenals het doel van mijn management. Laat elke natie mij aanbidden, elke tong mij erkennen, elk mens zijn geloof in mij berusten, en alle mensen onderworpen zijn aan mij!

uit ‘De zeven donderslagen – een profetie dat het evangelie van het Koninkrijk door heel het universum zal worden verspreid’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

7. Terwijl mijn stem intenser wordt, kijk ik ook goed naar de toestand van het universum. Door mijn woorden worden de talloze schepselen vernieuwd. De hemel verandert, en ook de aarde verandert. De originele vorm van de mens komt aan het licht en langzamerhand vindt de mens, ieder naar zijn eigen soort, onbewust zijn weg terug naar de boezem van zijn familie. Ik zal daarover zeer verheugd zijn. Ik ken geen ontwrichting, en mijn grote werk wordt geheel onbewust voltooid, de talloze schepselen worden geheel onbewust veranderd. Toen ik de wereld schiep, heb ik alles naar zijn soort gevormd en heb ik al het zichtbare met zijn soort bijeengebracht. Nu het einde van mijn managementplan naderbij komt, herstel ik de schepping in de oude staat, breng ik alles terug naar hoe het oorspronkelijk was, en verander ik alles grondig, zodat alles in de boezem van mijn plan weerkeert. De tijd is aangebroken! De laatste fase van mijn plan wordt aanstonds volbracht! O, onzuivere, oude wereld! Jij wordt zeker door mijn woorden geveld! Jij zult zeker tot niets worden teruggebracht door mijn plan! O, de talloze schepselen! Jullie vinden allemaal nieuw leven in mijn woorden, nu hebben jullie een Vorst! O, zuivere en smetteloze nieuwe wereld! Jij zult zeker in mijn glorie herleven! O, Berg Sion! Zwijg niet langer. Ik ben triomfantelijk teruggekeerd. Te midden van de Schepping, bekijk ik de hele aarde nauwkeurig. Op aarde is de mensheid een nieuw leven begonnen. De mens heeft nieuwe hoop. O, mijn volk! Hoe kun je in mijn licht niet weer tot leven komen? Hoe kun je onder mijn leiding niet springen van vreugde? Landen juichen in vervoering, de wateren brengen een kakafonie van vrolijk gelach ten gehore! O, het herrezen Israël! Hoe kun je over mijn voorbeschikking geen trots voelen? Wie heeft er gehuild? Wie heeft er geweeklaagd? Het oude Israël bestaat niet meer, het huidige Israël is in de wereld verrezen en staat rechtop en hoog overeind, en is in de harten van de hele mensheid opgestaan. Door mijn volk zal het huidige Israël zeker de bron van bestaan verwerven! O, gehaat Egypte! Je verzet je toch niet meer tegen mij? Hoe kun je mijn barmhartigheid misbruiken en proberen te ontkomen aan mijn tuchtiging? Hoe kun je niet bestaan binnen mijn tuchtiging? Allen die ik liefheb zullen zeker het eeuwige leven hebben, en allen die tegen mij zijn zullen zeker voor eeuwig door mij worden getuchtigd. Ik ben een na-ijverige God, ik spaar de mensen niet gemakkelijk na alles wat zij gedaan hebben. Ik zal over de hele wereld waken, in het oosten van de wereld verschijnen in rechtvaardigheid, majesteit, toorn en tuchtiging, en mij dan aan de talrijke mensenscharen openbaren!

uit ‘Hoofdstuk 26’ van Gods woorden aan het hele universum in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

8. Ik ben de unieke God Zelf, sterker nog, ik ben de enige, echte persoon van God, en als geheel van het vlees ben ik nog meer de volledige manifestatie van God. Wie het wagen mij niet te vrezen, wie het wagen een tartende blik in de ogen te hebben, wie het wagen woorden te uiten die spreken van opstandigheid jegens mij, zullen zeker sterven door mijn vervloekingen en mijn toorn (er zullen vervloekingen zijn vanwege mijn toorn). En wie het waagt niet trouw en als een kind jegens mij te zijn, wie het waagt mij te misleiden, zal zeker sterven door mijn haat. Mijn rechtvaardigheid, majesteit en oordeel zullen voorgoed blijven bestaan. Aanvankelijk was ik liefhebbend en genadig, maar dat is niet de gezindheid van mijn volledige goddelijkheid; rechtvaardigheid, majesteit en oordeel vormen juist de gezindheid van mij, de volledige God Zelf. Tijdens het Tijdperk van de Genade was ik liefhebbend en genadig. Vanwege het werk dat ik moest voltooien was ik barmhartig en genadig, maar achteraf was er geen noodzaak meer voor die barmhartigheid en genade (en die is er ook nooit meer geweest). Het is een en al rechtvaardigheid, majesteit en oordeel, en dit is de volledige gezindheid van mijn normale menselijkheid gekoppeld aan mijn volledige goddelijkheid.

uit ‘Hoofdstuk 79’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

9. Zeven donderslagen komen er van de troon, doen het universum schudden, werpen hemel en aarde omver, en weerklinken door het uitspansel! Het geluid is zo doordringend, dat mensen er niet aan kunnen ontsnappen of zich ervoor kunnen verstoppen. Bliksemflitsen en donderslagen worden uitgestuurd, waardoor hemel en aarde in een ogenblik op hun kop worden gezet en mensen op de rand van de dood staan. Dan komt er bliksemsnel een hevige regenstorm uit de lucht vallen en veegt de hele kosmos aan! Hij stroomt als een stortbui naar ieder hoekje en gaatje en in de verste hoeken van de aarde blijft er geen enkele smet meer over en omdat alles en iedereen er van top tot teen door wordt gewassen, blijft niets ervoor verborgen en kan helemaal niemand ervoor schuilen. Zowel de donderslagen als de kille schittering van bliksemflitsen laten mannen rillen van angst! Het scherpe tweesnijdende zwaard slaat neer op de zonen der rebellie en de vijand wordt geconfronteerd met rampen zonder dat hij ook maar ergens kan schuilen. Hun hoofden tollen in het stormgeweld en, bewusteloos geslagen, vallen ze onmiddellijk dood in het stromende water om weggespoeld te worden. Ze sterven simpelweg, zonder dat ze ook maar op enige manier hun leven kunnen redden. De zeven donderslagen komen van mij en laten mijn intentie zien, die is om de oudste zonen van Egypte neer te slaan, de zondaars te straffen en mijn kerken te reinigen, zodat allen dicht aan elkaar verbonden zullen zijn, ze op dezelfde manier zullen denken en zich zullen gedragen en ze één van hart met mij zijn en zodat alle kerken in het universum samengevoegd kunnen worden tot één. Dit is mijn doel.

Wanneer de donder klinkt, zullen er golven van geklaag losbreken. Sommigen worden gewekt uit hun sluimering en zeer verontrust, zoeken ze diep in hun ziel en haasten zich terug voor de troon. Ze houden op met misleiden en bedriegen en misdaden begaan en het is voor zulke mensen niet te laat om gewekt te worden. Ik kijk toe vanaf de troon. Ik kijk diep in de harten van de mensen. Ik red hen die oprecht en vurig naar mij verlangen en ik heb medelijden met hen. Ik zal hen die, meer dan al het andere, mij in hun hart liefhebben, die mijn wil begrijpen en die mij volgen tot aan het einde van de weg, in de eeuwigheid redden. Mijn hand zal hen veilig vasthouden, zodat ze niet geconfronteerd worden met deze gebeurtenis en hun niets zal overkomen. Sommigen krijgen bij het zien van dit beeld van bliksemschichten, ellende in hun hart die zij maar moeilijk kunnen verwoorden en hun berouw is te laat gekomen. Als zij blijven volharden in dit gedrag, is het voor hen te laat. Oh, alles, alles! Het zal allemaal gedaan worden. Dit is een van de manieren waarop ik red. Ik red degenen die mij liefhebben en sla de zondaars neer. Zo zal mijn koninkrijk gestadig en stabiel zijn op aarde en zullen alle naties en volken, en mensen aan de uiteinden van het universum weten dat ik majesteit ben, dat ik laaiend vuur ben, dat ik de God ben die het diepst van ieder mensenhart zoekt. Van nu af aan wordt het oordeel van de grote witte troon geopenbaard aan de menigten en aan alle mensen wordt aangekondigd dat het oordeel is begonnen!

uit ‘Hoofdstuk 35’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

10. Er klinkt een donderende stem die het gehele universum doet beven en mensen verdooft, waardoor ze te laat zijn om uit de weg te gaan en sommige worden gedood, sommige worden vernietigd en sommige worden geoordeeld. Het is echt een spektakel zoals nog nooit eerder is gezien. Luister aandachtig, de donderslagen worden vergezeld door het geluid van wenen en het geluid komt uit het dodenrijk, dit geluid komt uit de hel. Dit is het bittere geluid van die zonen van de rebellie die door mij zijn geoordeeld. Degenen die niet luisteren naar wat ik zeg en mijn woorden niet in de praktijk brengen, worden streng geoordeeld en ontvangen de vloek van mijn toorn. Mijn stem is oordeel en toorn, ik zie bij niemand iets door de vingers en toon niemand genade, want ik ben de rechtvaardige God Zelf, en ik ben toornig, ik verbrand, ik reinig en ik vernietig. In mij is niets dat verborgen is, niets dat emotioneel is, alles is veeleer open, rechtvaardig en onpartijdig. Omdat mijn eerstgeboren zonen reeds met mij op de troon zitten, regerend over alle naties en alle volken, vangt het oordeel over de onrechtvaardige en zondige dingen en mensen aan. Ik zal ze een voor een onderzoeken, niets missen, hen volkomen onthullen. Want mijn oordeel is volledige geopenbaard en is volledig openbaar geweest, er is niets achtergehouden. Ik werp alles dat niet overeenstemt met mijn wil uit en laat het eeuwig vergaan in de put van de afgrond. Ik zal het voor eeuwig laten branden in de put van de afgrond. Dit is mijn rechtvaardigheid, dit is mijn oprechtheid. Niemand kan dit veranderen en het moet op mijn bevel worden gerealiseerd.

uit ‘Hoofdstuk 103’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

11. Ik ben rechtvaardig en trouw, ik ben de God die het menselijk hart tot in zijn binnenste onderzoekt! Ik zal in een oogwenk openbaren wie oprecht is en wie bedrieglijk. Het is niet nodig om in paniek te raken, want alle dingen gebeuren op mijn tijd. Wie oprecht naar mij verlangt en wie niet oprecht naar mij verlangt – dat zal ik jullie vertellen. Je moet gewoon goed eten, goed drinken, voor mij verschijnen en nader tot mij komen: dan zal ik mijn werk zelf uitvoeren. Wees niet te zeer gespitst op snelle resultaten, want mijn werk is niet iets wat in een oogwenk kan worden gedaan. Binnen mijn werk is er sprake van mijn stappen en van mijn wijsheid; daardoor kan mijn wijsheid worden geopenbaard. Ik zal jullie laten zien wat het is dat door mijn handen wordt gedaan – de bestraffing van het kwaad en de beloning van het goede. Ik trek beslist niemand voor. Ik heb jou, die mij oprecht liefheeft, oprecht lief; mijn toorn zal altijd met hen zijn die mij niet oprecht liefhebben, zodat ze zich altijd mogen herinneren dat ik de ware God ben, de God die het menselijk hart tot in zijn binnenste onderzoekt.

uit ‘Hoofdstuk 44’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

12. Ik houd van al diegenen die zich oprecht voor mij inzetten en zich aan mij toewijden. En ik haat al diegenen die uit mij geboren zijn, maar mij niet kennen of mij zelfs weerstaan. Ik zal niemand die oprecht voor mij kiest, in de steek laten, maar zijn zegeningen verdubbelen. Maar degenen die ondankbaar zijn, zullen dubbel worden gestraft en zal ik niet lichtvaardig sparen. In mijn koninkrijk is geen zwendel of bedrog, geen wereldlijkheid, dat wil zeggen, er is geen geur van de dood, maar alles is rechtschapenheid, rechtvaardigheid, alles is zuiver en open, zonder verborgenheid, zonder verhulling; alles is fris, er is alleen maar genieten, het is alles opbouwend. Als iemand de geur van dood behoudt, kan hij zeker niet in mijn koninkrijk blijven. Zoiemand zal worden geregeerd door mijn ijzeren staf.

uit ‘Hoofdstuk 70’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

13. Degenen die als ware koningen heersen, zijn afhankelijk van mijn voorbestemming en verkiezing. Dat heeft niets te maken met menselijke wil. Als iemand zich daaraan waagt, zal hij de slag van mijn hand ervaren en het voorwerp zijn van mijn toornend vuur. Dat is de andere kant van mijn rechtvaardigheid en majesteit. Ik heb gezegd dat ik heers over alle dingen. Ik ben de wijze God die volledig gezag uitoefent. Ik ben voor niemand mild, ik ben meedogenloos en zonder persoonlijke gevoelens. Ik behandel hen (hoe goed het ook is wat zoiemand zegt, ik zal hem niet buiten schot laten) vanuit mijn rechtvaardigheid, rechtschapenheid en majesteit. En ondertussen stel ik elk mens in staat om het wonder van mijn daden te ervaren – en te zien wat mijn daden betekenen. Ik bestraf allerlei soorten daden van boze geesten, één voor één. Ik werp ze stuk voor stuk in de put van de afgrond. Dit werk beeindigde ik al voordat de tijd begon, waardoor ze geen positie meer bezaten en geen plaats meer hadden om hun werk te doen. Al mijn uitverkorenen, alle mensen die door mij werden voorbestemd en uitverkoren, kunnen nooit en te nimmer door hen worden bezeten, want ze zijn altijd heilig. Maar degenen die ik niet heb voorbestemd en uitverkoren, draag ik over aan Satan en laat ze niet langer bestaan.

uit ‘Hoofdstuk 70’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

14. Je moet weten naar wat voor een soort mens ik verlang: de onreinen worden het koninkrijk niet binnengelaten, de onreinen mogen de heilige grond niet besmeuren. Al heb je misschien jarenlang veel werk verricht, als je uiteindelijk nog betreurenswaardig vies bent verdraagt de wet van de hemel jouw wens om binnen te komen in mijn koninkrijk niet! Vanaf de stichting van de wereld tot op heden heb ik nog nooit gemakkelijk toegang verschaft aan hen die bij mij in de gunst proberen te komen. Dit is een regel van de hemel, niemand kan deze regel overtreden!

uit ‘Succes of mislukking zijn afhankelijk van het pad dat de mens bewandelt’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

15. Als alles op orde is, zal de dag aanbreken dat ik naar Sion zal terugkeren, en deze dag zal door alle volkeren worden gevierd. Wanneer ik naar Sion terugkeer, zullen alle dingen op aarde stil worden en alle dingen op aarde zullen in vrede zijn. Wanneer ik zal zijn teruggekeerd naar Sion, zullen ze allen hun oorspronkelijk uiterlijk herkrijgen. In die tijd zal ik mijn werk in Sion beginnen. Ik zal de goddelozen straffen en de goeden belonen. Ik zal mijn rechtvaardigheid ten uitvoer brengen en ik zal mijn oordeel uitvoeren. Ik zal mijn woorden gebruiken om alles te volbrengen, ja, alles en iedereen mijn hand laten voelen die tuchtigt. Ik zal alle mensen mijn volle glorie laten zien, mijn volle wijsheid, mijn grote mildheid. Niemand zal durven opstaan om een oordeel te vellen, omdat alles met mij is voltooid. Iedereen zal hierbij mijn eer volledig erkennen en allen zullen mijn overwinning volledig ervaren, als alles met mij tot manifestatie komt. Dan is men in staat om mijn grote kracht te zien en mijn gezag te erkennen. Niemand zal mij durven beledigen, niemand zal het wagen om mij te belemmeren. Alles zal openbaar worden gemaakt voor mij. Wie zou het durven om iets te verbergen? Ik zal hem zeker geen genade tonen! Dat soort ellendelingen moet een strenge straf ontvangen. Dat uitschot moet uit mijn zicht worden verwijderd. Ik zal hen regeren met een ijzeren staf en ik zal mijn gezag gebruiken om hen te oordelen, zonder enige genade en zonder hun gevoelens te sparen, want ik ben God Zelf. Ik heb geen emotie en ben majestueus en mag niet beledigd worden. Dit moet iedereen begrijpen en moet door iedereen worden gezien, anders wordt hij ‘zonder oorzaak of reden’ door mij neergehaald en door mij vernietigd als de tijd komt, want mijn staf zal allen neerslaan die mij beledigen. Het maakt me niet uit of ze mijn bestuurlijke decreten kennen of niet. Dat is voor mij niet van belang, aangezien mijn persoon niemands belediging kan tolereren. Dat is de reden dat er wordt gezegd dat ik een leeuw ben. Wie ik ook aanraak, ik zal je neerslaan. Daarom wordt er gezegd dat mensen die nu beweren dat ik een God van mededogen en goedertierenheid ben, mij lasteren. Ik ben in wezen geen lam, maar een leeuw. Niemand durft mij te beledigen en wie mij beledigt, zal ik onmiddellijk straffen met de dood, zonder ook maar enig gevoel!

uit ‘Hoofdstuk 120’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

16. Ik ben een verterend vuur en ik tolereer geen aanstoot. Omdat alle mensen door mij geschapen zijn, moeten mensen gehoorzamen en mogen ze niet rebelleren, wat ik ook zeg en doe. Mensen hebben het recht niet om zich te bemoeien met mijn werk en ze zijn al helemaal niet gekwalificeerd om te analyseren wat goed of fout is in mijn werk en mijn woorden. Ik ben de Heer der schepping, en de schepselen moeten alles bereiken wat ik vereist met een hart vol eerbied voor mij; ze mogen niet met mij discussiëren en ze mogen zich al helemaal niet tegen mij verzetten. Ik gebruik mijn autoriteit om te heersen over mijn volk en al wie deel uitmaken van mijn schepping moeten mijn gezag gehoorzamen. Hoewel jullie je nu brutaal en aanmatigend opstellen tegenover mij, ongehoorzaam zijn aan de woorden waarmee ik jullie onderwijs, en geen angst voelen, treed ik jullie opstandigheid alleen tegemoet met tolerantie. Ik zou mijn geduld niet verliezen en mijn werk niet ondermijnen omdat de onooglijke maden het vuil in de mesthoop omwoelden. Ik verdraag het voortbestaan van alles wat ik verafschuw en haat in het belang van mijn Vaders wil totdat mijn uitspraken compleet zijn, tot aan mijn allerlaatste moment.

uit ‘Wanneer de vallende bladeren terugkeren naar hun wortels zullen jullie spijt krijgen van al het kwaad dat jullie hebben gedaan’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

17. Mijn genade uit zich over degenen die mij liefhebben en zichzelf verloochenen. En de straf waarmee de goddelozen bezocht worden is juist het bewijs van mijn rechtvaardige gezindheid, en meer nog, getuige van mijn toorn. Als rampspoed aanbreekt, zal honger en pest uitgegoten worden over allen die zich tegen mij verzetten en zij zullen huilen. Zij die allerlei vormen van kwaad hebben bedreven, maar mij vele jaren hebben gevolgd, zullen niet ontsnappen aan het boeten voor hun zonden. Ook hun zal rampspoed overkomen, zoals maar zelden is gezien in miljoenen jaren, en zij zullen in een constante staat van paniek en angst leven. En mijn volgers die alleen aan mij trouw zijn gebleven, zullen juichen en mijn macht bejubelen. Zij zullen een onuitsprekelijke voldoening ervaren en leven in een vreugde die ik de mensheid nog nooit eerder heb toebedeeld. Want ik koester de goede daden van de mens en verafschuw hun kwade daden. Sinds ik de mensheid ben gaan leiden, hoopte ik van harte een groep mensen te winnen die eensgezind waren met mij. Ik ben degenen die niet eensgezind met mij waren niet vergeten. Ik heb hen met afkeer op mijn hart gedragen en wacht alleen maar op de gelegenheid dat ik mij op hen kan vergelden, hetgeen ik met genoegen zal aanschouwen. Uiteindelijk is vandaag mijn dag gekomen en ik hoef niet langer te wachten!

uit ‘Bereid voldoende goede daden voor voor je bestemming’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

18. Omdat je je vastbeslotenheid hebt uitgesproken om mij te dienen, zal ik je niet loslaten. Ik ben een God die het kwade haat en ik ben een God die jaloers is op de mens. Omdat je je woorden al op het altaar hebt gelegd, zal ik niet tolereren dat je voor mijn ogen wegrent en ik zal niet toestaan dat je twee meesters dient. Dacht je dat je nog een andere liefde kon hebben nadat je je woorden op mijn altaar had gelegd, nadat je ze voor mijn ogen had geplaatst? Hoe zou ik kunnen toestaan dat mensen me op die manier voor gek zetten? Dacht je dat je terloops aan mij geloftes kon doen, met je tong eden kon afleggen? Hoe kon je een eed afleggen aan de troon van mij, de Allerhoogste? Dacht je dat je eden reeds voorbij gegaan waren? Ik zeg jullie, zelfs als jullie lichaam sterft, sterven jullie eden niet. Aan het einde zal ik jullie veroordelen op basis van jullie eden. Toch denken jullie dat jullie je woorden voor mij kunnen plaatsen om mij het hoofd te kunnen bieden en dat jullie hart onreine geesten en boze geesten kan dienen. Hoe zou mijn woede die hondachtige, varkensachtige mensen kunnen tolereren die me bedriegen? Ik moet mijn bestuurlijk vonnis uitvoeren en ik moet me onttrekken aan de handen van onreine geesten, al die vervelende, ‘vromen’ die in mij geloven, ‘wachtend’ op mij op ordelijke wijze, om mijn os te zijn, om mijn paard te zijn en overgeleverd te zijn aan mijn slachting. Ik zal ervoor zorgen dat je je eerdere vastberadenheid opneemt en dat je mij opnieuw zal dienen. Ik zal niet tolereren dat iemand van de schepping mij bedriegt. Dacht je dat je zomaar ongebreideld verzoeken kon indienen en ongebreideld in mijn gezicht kon liegen? Dacht je dat ik je woorden en daden niet had gehoord of gezien? Hoe zouden je woorden en daden niet in mijn gezichtsveld kunnen zijn? Hoe zou ik kunnen toestaan dat mensen mij op die manier bedriegen?

uit ‘Je karakter is zo laag-bij-de-gronds!’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

19. Als de engelen muziek maken om mij te eren, wakkert dit alleen maar mijn medelijden voor de mens aan. Mijn hart vult zich meteen met verdriet, en ik kan dit pijnlijke gevoel niet kwijtraken. In het geluk en verdriet dat ik van de mens ben gescheiden en daarna weer ben herenigd met hem, kunnen we deze gevoelens niet uitwisselen. Gescheiden in de hemel hierboven en op de aarde hierbeneden kunnen de mens en ik elkaar niet regelmatig ontmoeten. Wie kan zich van het heimwee naar eerdere gevoelens losmaken? Wie kan stoppen met herinneringen ophalen? Wie zou niet hopen dat de gevoelens uit het verleden voortduren? Wie verlangt niet naar mijn terugkeer? Wie verlangt niet naar mijn hereniging met de mens? Mijn hart is diep ongerust en de geest van de mens maakt zich ernstig zorgen. Al lijken onze geesten op elkaar, we kunnen niet vaak samenzijn en we kunnen elkaar niet vaak zien. Zo is het leven van de mens vol verdriet en ontbreekt het aan levenskracht, want de mens heeft altijd naar mij verlangd. Het lijkt wel of mensen voorwerpen zijn die uit de hemel zijn gestoten. Ze roepen mijn naam op aarde en richten hun blik vanaf de grond omhoog naar mij. Maar hoe kunnen ze aan de kaken van de gulzige wolf ontsnappen? Hoe kunnen ze zich van zijn dreigementen en verleidingen bevrijden? Hoe kunnen mensen zich niet opofferen als zij de regels van mijn plan gehoorzamen? Als zij mij luid smeken, wend ik mijn gezicht af. Ik kan het niet langer aanzien. Maar hoe kan ik hun huilende kreten niet horen? Ik zal het onrecht in de wereld van de mens rechttrekken. Ik doe mijn werk met mijn eigen handen over de hele wereld en verbied Satan mijn volk ooit nog kwaad te doen. Ik verbied de vijanden ooit nog te doen wat ze willen. Ik word Koning op aarde en verplaats mijn troon naar daar. Ik laat al mijn vijanden op de grond knielen en hun misdaden aan mij opbiechten. Mijn verdriet is vermengd met boosheid; ik vertrap het hele universum en spaar niemand. Ik jaag mijn vijanden de schrik op het lijf. De wereld zal in puin liggen en mijn vijanden worden geruïneerd zodat ze vanaf dat moment de mensheid niet meer kunnen bederven. Mijn plan staat vast en niemand, wie het ook zij, kan dit veranderen. Terwijl ik in majesteitelijke pracht boven het universum dwaal wordt de mensheid vernieuwd en komt alles weer tot leven. De mens huilt niet meer en roept niet meer om mijn hulp. Mijn hart verheugt zich en de mensen keren zich met hun vieringen weer tot mij. Het hele universum van boven tot beneden kolkt van het gejubel …

uit ‘Hoofdstuk 27’ van Gods woorden aan het hele universum in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

20. In de omvangrijke wereld hebben steeds weer ontelbaar veel veranderingen plaatsgevonden. Niemand is in staat om deze mensheid te leiden en begeleiden, behalve Hij die regeert over alle dingen in het universum. Er is geen machtige die voor de mensheid werkt of voorbereidingen maakt, laat staan iemand die in staat is om deze mensheid te leiden naar de bestemming van het licht en de bevrijding van aardse ongerechtigheden. God treurt om de toekomst en de val van de mensheid. Hij is verdrietig over de trage mars van de mensheid richting verval en het pad waarvan hij niet kan terugkeren. De mensheid heeft Gods hart gebroken en Hem verloochend om de duivel te zoeken. Heeft iemand ooit weleens nagedacht over de richting waarin een dergelijke mensheid zal gaan? Juist daarom voelt niemand de toorn van God. Niemand zoekt een weg om God te behagen of probeert dichter bij God te komen. Bovendien wil niemand het verdriet en de pijn van God begrijpen. Zelfs na het horen van Gods stem, gaat de mens door op zijn weg die van God weg leidt en ontloopt zo de genade en de zorg van God en mijdt Gods waarheid. De mens zou zichzelf liever aan Satan verkopen, Gods vijand. En wie heeft er ooit nagedacht – mocht de mens koppig blijven – over hoe God de mensheid zal behandelen die Hem zonder achterom te kijken heeft verworpen? Niemand weet dat God de mens herhaaldelijk herinnert en aanspoort omdat Hij een ongekende catastrofe in Zijn handen houdt, die Hij heeft voorbereid. Een catastrofe die ondraaglijk zal zijn voor het vlees en de ziel van de mens. Deze catastrofe is niet alleen een straf voor het vlees, maar ook voor de ziel. Je moet dit weten: wanneer Gods plan niet wordt uitgevoerd en wanneer Zijn herinneringen en aansporingen geen reactie krijgen, in wat voor soort woede zal Hij dan ontsteken? Dit zal nog nooit eerder zijn meegemaakt of gehoord door een schepping. Daarom zeg ik: deze catastrofe is ongekend en zal nooit worden herhaald. Dit is omdat binnen Gods plan maar één schepping en één verlossing past. Dit is de eerste keer en het zal ook de laatste keer zijn. Daarom kan niemand de goede bedoeling en de vurige verwachting van God voor de verlossing van de mensheid ooit bevatten.

uit ‘God is de bron van het leven van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

21. Ik heb het eerder gezegd: ik ben een wijze God. Ik gebruik mijn gewone menselijkheid om alle mensen en het duivelse gedrag te onthullen, degenen met verkeerde bedoelingen te ontmaskeren, degenen die op een manier handelen vóór anderen en op een andere manier achter hun rug, degenen die mij weerstaan, degenen die ontrouw aan mij zijn, degenen die hunkeren naar geld, degenen die geen rekening houden met mijn last, degenen die hun broeders en zusters benaderen met bedrog en achterbaksheid, degenen die met zilveren tong spreken om mensen zich te laten verheugen en degenen die niet eensgezind in hart en geest kunnen samenwerken met hun broeders en zusters. Vanwege mijn gewone menselijkheid weerstaan zo veel mensen mij heimelijk en houden zich bezig met bedrog en achterbaksheid, aannemend dat mijn gewone menselijkheid het niet weet. En zo veel mensen besteden speciale aandacht aan mijn gewone menselijkheid, geven me goede dingen te eten en te drinken, dienen me als dienaars en zeggen me wat er in hun hart is, terwijl ze ondertussen totaal anders doen achter mijn rug. Blinde mensen! Jullie kennen mij gewoon niet – de God die diep in het hart van de mens kijkt. Je kent me zelfs nu nog niet; je denkt nog steeds dat ik niet weet wat je van plan bent. Denk erover na: hoeveel mensen hebben zichzelf in het verderf gestort vanwege mijn normale menselijkheid? Word wakker! Bedrieg me niet langer. Je moet elke handelwijze en elk gedrag van jou vóór mij leggen, ieder woord en elke daad, en ze door mij laten inspecteren.

uit ‘Hoofdstuk 76’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

22. In mijn plan heeft Satan me bij elke stap op de hielen gezeten, en, als contrast van mijn wijsheid, altijd geprobeerd manieren en middelen te vinden om mijn oorspronkelijke plan te verstoren. Maar zou ik kunnen bezwijken voor zijn bedrieglijke plannen? Alles in de hemel en op aarde dient mij – zouden de bedrieglijke plannen van Satan anders kunnen zijn? Dit is precies het kruispunt van mijn wijsheid, het is precies datgene wat wonderbaarlijk is aan mijn daden en het is het principe waarmee mijn hele managementplan wordt uitgevoerd. Gedurende de tijd van de opbouw van het koninkrijk, ontwijk ik nog steeds niet de bedrieglijke plannen van Satan, maar blijf ik het werk doen dat ik moet doen. Van alle dingen in het universum heb ik de daden van Satan als mijn contrast gekozen. Is dit niet mijn wijsheid? Is dit niet nou juist datgene wat wonderbaarlijk is aan mijn werk?

uit ‘Hoofdstuk 8’ van Gods woorden aan het hele universum in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

23. Wanneer ik officieel met mijn werk begin, bewegen alle mensen zoals ik beweeg, zodat alle mensen in het gehele universum bezig zijn in gelijke tred met mij, er is ‘gejuich’ over het hele universum, en de mens wordt door mij aangespoord. Als gevolg daarvan wordt de grote rode draak zelf door mij opgezweept tot een staat van razernij en ontsteltenis, en dient hij mijn werk en, ondanks het feit dat hij er niet toe bereid is, is het onmogelijk voor hem zijn eigen wensen te volgen, waardoor hij geen andere keus heeft dan zich te onderwerpen aan mijn leiding. In al mijn plannen fungeert de grote rode draak als mijn contrast, als mijn vijand, en ook als mijn dienaar; derhalve heb ik mijn ‘eisen’ aan hem nooit laten verslappen. Daarom wordt het laatste stadium van het werk van mijn incarnatie voltooid in zijn huishouding. Op deze manier is de grote rode draak beter in staat mij naar behoren diensten te verlenen, waardoor ik hem zal overwinnen en mijn plan zal voltooien.

uit ‘Hoofdstuk 29’ van Gods woorden aan het hele universum in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

24. Ik ben het begin, en ik ben het einde. Ik ben de opgestane en volmaakte enig ware God. Ik spreek mijn woorden voor jullie, en jullie moeten vast geloven wat ik zeg. Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar er zal geen letter of pennenstreek van wat ik zeg, verloren gaan. Onthoud dit! Onthoud dit! Van wat ik eenmaal gesproken heb, is nog nooit een woord teruggenomen en ieder woord zal vervuld worden.

uit ‘Hoofdstuk 53’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

25. Wat ik heb gezegd, geldt nog steeds; en wat nog geldt, moet worden voltooid en dit kan door niemand worden veranderd. Dat moge duidelijk zijn. Of ik het nu in het verleden heb gezegd, of dat ik het in de toekomst zeggen zal, alles zal geschieden, en de hele mensheid zal daar getuige van zijn. Dat is het beginsel achter het werk van mijn woorden. … Er gebeurt niets in het heelal waar ik niet het laatste woord over heb. Wat bestaat er dat zich niet in mijn handen bevindt? Alles wat ik zeg, gebeurt. En is er iemand onder de mensen die mij van gedachten kan veranderen? Kan het het verbond zijn dat ik op aarde heb gesloten? Niets kan mijn plan belemmeren. Ik ben alom vertegenwoordigd in mijn werk en in mijn bestuursplan. Welke mens kan tussenbeide komen? Heb ik niet zelf deze regelingen getroffen? Als ik vandaag naar deze situatie kijk, wijkt die nog steeds niet af van mijn plan of van wat ik heb voorzien. Ik heb alles al lang geleden bepaald. Wie van jullie kan mijn plan voor deze stap doorgronden? Mijn volk zal naar mijn stem luisteren, en een ieder die mij echt liefheeft, zal naar mijn troon terugkeren.

uit ‘Hoofdstuk 1’ van Gods woorden aan het hele universum in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

26. Wij vertrouwen dat geen enkel land en geen enkele macht in de weg kan staan van wat God wil bereiken. Zij die Gods werk dwarsbomen, zich tegen het woord van God verzetten, het plan van God verstoren of bemoeilijken zullen uiteindelijk door God worden gestraft. Wie het werk van God tart zal naar de hel worden gestuurd; elk land dat het werk van God tart zal worden vernietigd; elke natie die opstaat om zich tegen het werk van God te keren zal van de aardbodem worden weggevaagd, en zal niet meer bestaan.

uit ‘God beschikt over het lot van de gehele mensheid’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

27. Alles zal door mijn woorden volbracht worden; geen mens mag deelnemen en geen mens kan het werk doen dat ik zal uitvoeren. Ik zal de luchten van alle landen schoonvegen en ieder spoor van de demonen op aarde uitroeien. Ik ben al begonnen en de eerste stap van mijn tuchtigingswerk zal ik zetten in het nest van de grote rode draak. Zo wordt het duidelijk dat het hele universum aan mijn tuchtiging is onderworpen, en dat de grote rode draak en allerlei soorten onzuivere geesten niet bij machte zullen zijn om aan mijn tuchtiging te ontkomen, want ik observeer alle landen. Als mijn werk op aarde klaar is, dat wil zeggen: als het tijdperk van het oordeel teneinde is gekomen, zal ik de grote rode draak formeel tuchtigen. Mijn volk zal mijn rechtvaardige tuchtiging van de grote rode draak zien, de lof over mijn rechtvaardigheid zal stromen en mijn heilige naam zal voor eeuwig hoog geprezen worden vanwege mijn rechtvaardigheid. Vanaf dat moment zullen jullie je plicht formeel vervullen, mij formeel prijzen in alle landen, voor eeuwig en altijd!

uit ‘Hoofdstuk 28’ van Gods woorden aan het hele universum in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

28. Als het saluut voor het koninkrijk luidt – wat ook het moment is dat de zeven donderslagen klinken – brengt dit geluid hemel en aarde in beroering, laat het hele firmament schudden en raakt het bij alle mensen de gevoelige snaar. Een volkslied van het koninkrijk wordt ceremonieel aangeheven in het land van de grote rode draak, wat bewijst dat ik het land van de grote rode draak heb vernietigd en mijn koninkrijk heb gevestigd. En, belangrijker nog, dat mijn koninkrijk op aarde is gevestigd. Op dit moment begin ik mijn engelen naar iedere natie in de wereld uit te zenden om mijn zonen, mijn volk te hoeden. Dit doe ik ook omdat het nodig is voor de volgende stap van mijn werk. Maar ik ga zelf naar de plek waar de grote rode draak opgekruld ligt om de strijd met hem aan te gaan. En als de hele mensheid mij vanuit het vlees leert kennen en mijn daden vanuit het vlees kan zien, zal het hol van de grote rode draak tot as vergaan en spoorloos verdwijnen.

uit ‘Hoofdstuk 10’ van Gods woorden aan het hele universum in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

29. Als alle mensen compleet gemaakt zijn en alle naties op aarde het koninkrijk van Christus zijn geworden, dan is de tijd aangebroken waarin de zeven donderslagen klinken. De dag van vandaag is een flinke stap in de richting van dat stadium, de aanval op de komende tijd is ingezet. Dit is Gods plan – het zal gerealiseerd worden in de nabije toekomst. Maar God heeft alles al bereikt wat Hij zei. Zo blijkt dat de naties op aarde slechts zandkastelen zijn die schudden onder de naderende vloed: de laatste dag is ophanden en de grote rode draak zal geveld worden door Gods woord. Om ervoor te zorgen dat Gods plan succesvol wordt uitgevoerd zijn de engelen uit de hemel naar de aarde afgedaald en doen zij hun uiterste best om God tevreden te stellen. De vleesgeworden God heeft Zichzelf op het slagveld ingezet om oorlog te voeren met de vijand. Overal waar de incarnatie verschijnt wordt de vijand op die plaats vernietigd. China zal als eerste vernietigd worden, verwoest door de hand van God. God zal genadeloos optreden tegen China.

uit ‘Hoofdstuk 10’ van Interpretaties van de mysteriën van Gods woorden aan het gehele universum in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

30. Ik regeer in het koninkrijk, en daarnaast regeer ik door het gehele universum; ik ben zowel de Koning van het koninkrijk als het Hoofd van het universum. Van nu af aan zal ik al degenen die niet de uitverkorenen zijn verzamelen en mijn werk onder de heidenen beginnen en zal ik mijn bestuurlijke decreten aankondigen aan het hele universum, zodat ik met succes mag aanvangen met de volgende stap van mijn werk. Ik zal tuchtiging gebruiken om mijn werk onder de heidenen te verspreiden, wat wil zeggen, ik zal geweld gebruiken tegen al diegenen die heidenen zijn. Uiteraard zal dit werk op hetzelfde moment worden uitgevoerd als mijn werk onder de uitverkorenen. Wanneer mijn volk regeert en macht zal uitoefenen op aarde zal dit ook de dag zijn dat alle mensen op aarde overwonnen zijn, en voorts zal dit de tijd zijn waarin ik rust, en pas dan zal ik verschijnen aan al degenen die overwonnen zijn. Ik verschijn aan het heilig koninkrijk, en houd mij verborgen voor het land van vuiligheid. Allen die overwonnen zijn en mij gehoorzaam worden zijn in staat mijn aangezicht met eigen ogen te zien, en zijn in staat mijn stem met eigen oren te horen. Dat is de zegen van allen die gedurende de laatste dagen worden geboren, dit is de zegen die is voorbestemd door mij, en dit is onveranderbaar door welke mens ook.

uit ‘Hoofdstuk 29’ van Gods woorden aan het hele universum in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

31. De wereld valt! Babylon is verlamd! De religieuze wereld, hoe zou zij niet vernietigd kunnen worden door mijn gezag op aarde? Wie durft mij nog steeds ongehoorzaam te zijn en mij tegenstand te bieden? De schriftgeleerden? Alle religieuze functionarissen? De machthebbers en autoriteiten op aarde? De engelen? Wie viert niet de volmaaktheid en volheid van mijn lichaam? Te midden van alle volkeren, wie zingt mijn lofzang niet onophoudelijk, wie is er niet voortdurend blij? Ik woon in het land van het hol van de grote rode draak, maar dat maakt niet dat ik tril van angst of wegloop, want het hele volk begint er al een afkeer van te krijgen. Nooit is de ‘plicht’ van wat dan ook uitgevoerd voor de draak; in plaats daarvan gaat alles zijn eigen gang, en neemt de weg die het het beste uitkomt. Hoe zouden de landen op aarde niet kunnen vergaan? Hoe zouden de landen op aarde niet kunnen vallen?

uit ‘Hoofdstuk 22’ van Gods woorden aan het hele universum in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

32. Mijn definitieve werk is niet alleen om de mens te straffen, maar ook om de bestemming van de mens te regelen. Zelfs meer nog: het is bedoeld om van iedereen erkenning te ontvangen voor alles wat ik heb gedaan. Ik wil dat ieder mens inziet dat wat ik heb gedaan het juiste is en dat alles wat ik heb gedaan een uitdrukking is van mijn gezindheid; het was niet door toedoen van de mens, en zeker niet van de natuur, dat de mensheid is voortgebracht. Integendeel, ik ben het zelf die elk levend wezen van de schepping voed. Zonder mijn bestaan zal de mensheid alleen maar ten onder gaan en door onheil getroffen worden. Geen mens zal ooit nog de prachtige zon, de mooie maan of de groene wereld aanschouwen. De mensheid zal alleen de kille nacht kennen en de onverbiddelijke vallei van de schaduw des doods. Ik ben de enige redding voor de mensheid. Ik ben de enige hoop voor de mens en, meer nog, het bestaan van de gehele mensheid hangt van mij af. Zonder mij zal de mensheid onmiddellijk tot complete stilstand gebracht worden. Zonder mij zal de mensheid door rampen getroffen worden en vertrapt worden door allerlei geesten, ook al ziet niemand naar mij om.

uit ‘Bereid voldoende goede daden voor voor je bestemming’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

33. Als ik weer terugkom, zullen de naties al verdeeld zijn volgens de grenzen die zijn vastgesteld door mijn brandende vlammen. In die tijd zal ik mijzelf opnieuw manifesteren aan de mensheid als de verzengende zon, mijzelf openlijk aan hen tonen in het beeld van de Heilige die ze nooit hebben gezien, terwijl ze door de talrijke landen wandelen, precies zoals ik, Jehova, eens tussen de Joodse stammen wandelde. Vanaf dat moment zal ik de mensheid in hun leven op aarde leiden. Daar zullen zij zeker mijn glorie zien en zij zullen zeker ook een wolkkolom in de lucht zien om hen in hun leven te leiden, want ik zal op heilige plaatsen verschijnen. De mens zal mijn dag van gerechtigheid zien en ook mijn glorieuze manifestatie. Dat zal gebeuren wanneer ik de hele aarde zal regeren en mijn vele zonen in heerlijkheid zal brengen. Overal op aarde zullen mensen buigen en mijn tabernakel zal stevig worden opgericht te midden van de mensheid, op de rots van het werk dat ik vandaag uitvoer. Mensen zullen mij ook in de tempel dienen. Het altaar, bedekt met smerige en walgelijke dingen, zal ik in stukken slaan en opnieuw opbouwen. Pasgeboren lammeren en kalveren zullen op het heilige altaar worden gestapeld. Ik zal de tempel van heden afbreken en een nieuwe bouwen. De tempel die nu staat, vol met afschuwelijke mensen, zal instorten en die ik bouw zal gevuld worden met dienaren die loyaal zijn aan mij. Ze zullen opnieuw opstaan en mij dienen voor de glorie van mijn tempel. Jullie zullen zeker de dag zien waarop ik grote glorie zal ontvangen en jullie zullen zeker ook de dag zien wanneer ik de tempel neerhaal en een nieuwe bouw. Ook zullen jullie met zekerheid de dag van de komst van mijn tabernakel in de mensenwereld zien. Zo zal ik mijn tabernakel in de mensenwereld brengen, wanneer ik de tempel verpletter, net zoals zij mijn neerdaling aanschouwen. Nadat ik alle naties heb verbrijzeld, zal ik hen opnieuw bijeen vergaren. Ik zal vanaf die tijd mijn Tempel bouwen en mijn altaar oprichten, zodat allen mij offers kunnen brengen, mij kunnen dienen in mijn tempel en trouw toegewijd kunnen zijn aan mijn werk onder de heidense naties. Zij zullen gelijk zijn aan de Israëlieten van tegenwoordig, getooid met een priesterlijk kleed en kroon, met de glorie van mij, Jehova, in hun midden en mijn majesteit die over hen zweeft en bij hen blijft. Mijn werk onder de heidense naties zal ook op dezelfde manier worden uitgevoerd. Zoals mijn werk in Israël was, zo zal mijn werk onder de heidense naties zijn, omdat ik mijn werk in Israël zal uitbreiden en het zal verspreiden naar de naties van de heidenen.

uit ‘Het werk van het verspreiden van het evangelie is ook het werk van de redding van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

34. De mensen jubelen voor mij, de mensen loven mij; alle monden noemen de enige ware God, alle mensen slaan hun ogen op om te kijken naar mijn daden. Het koninkrijk komt in de wereld, mijn persoon is rijk en overvloedig. Wie wil dat niet vieren? Wie wil daar niet om dansen? O Sion! Hijs je overwinningsvlag om mij te vieren! Zing je overwinningslied om mijn heilige naam te verbreiden! O alle dingen op aarde! Reinig nu jezelf als offer aan mij! O sterren aan de hemel! Keer nu terug naar jullie plek om mijn grootsheid aan het hemelgewelf te tonen! Ik luister aandachtig naar de stemmen van de mensen op aarde. In hun gezangen doorklinkt hun grenzeloze liefde en eerbied voor mij! Op de dag dat alles weer opleeft, kom ik persoonlijk in de wereld. Op dat moment bloeien alle bloemen, zingen alle vogels en jubelen alle dingen! Waar de saluutschoten van het koninkrijk klinken, valt Satans rijk; waar de liederen van het koninkrijk weergalmen, wordt het vernietigd, en nooit zal het meer herleven!

Wie op aarde durft nog op te staan en zich te verzetten? Want als ik afdaal naar de aarde, breng ik brand mee, breng ik woede mee, breng ik alle rampen mee. De aardse koninkrijken zijn mijn koninkrijk geworden! In de hemel kolken en wervelen de wolken; onder de hemel stijgen en dalen de wateren van meren en rivieren schuimend en ziedend een opwindend lied. De rustende dieren komen tevoorschijn uit hun hol, en alle mensen worden door God gewekt uit hun slaap. De dag waarop alle volkeren hebben gewacht is eindelijk gekomen! Ze dragen de mooiste liederen aan mij op!

uit ‘Hymne voor het Koninkrijk’ van Gods woorden aan het hele universum in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

35. De weg van het leven is niet iets dat iedereen zomaar kan bezitten en het is ook niet gemakkelijk door iedereen te verkrijgen. Dat komt omdat het leven alleen van God kan komen, dat wil zeggen, alleen God Zelf bezit het wezen van het leven, er is geen weg van het leven zonder God Zelf en dus is alleen God de bron van leven en de altijd stromende bron van levend water van leven. Vanaf het moment dat Hij de wereld schiep, heeft God veel werk verricht met betrekking tot de vitaliteit van het leven, heeft Hij veel werk verricht dat leven geeft aan de mens en heeft een grote prijs betaald zodat de mens het leven kan verkrijgen, want God Zelf is het eeuwige leven en God Zelf is de weg waardoor de mens is opgestaan uit de dood. God is nooit afwezig in het hart van de mens en leeft te allen tijde onder de mensen. Hij was de drijvende kracht van het leven van de mens, het fundament van het bestaan van de mens en een rijke waarborg voor het bestaan van de mens vanaf zijn geboorte. Hij zorgt ervoor dat de mens herboren wordt en stelt hem in staat om volhardend in zijn rol te leven, welke dat ook zij. Dankzij Zijn macht en Zijn onblusbare levenskracht heeft de mens van generatie op generatie geleefd, waarbij de kracht van Gods leven de steunpilaar van het bestaan van de mens is geweest en waarvoor God een prijs heeft betaald die geen gewoon mens ooit heeft betaald. Gods levenskracht kan zegevieren over welke macht dan ook; bovendien overtreft het elke kracht. Zijn leven is eeuwig, Zijn kracht buitengewoon en Zijn levenskracht wordt niet gemakkelijk overweldigd door enig geschapen wezen of vijandige macht. De levenskracht van God bestaat, met een schitterende uitstraling, ongeacht tijd of plaats. Gods leven blijft voor altijd onveranderd gedurende de omwentelingen van hemel en aarde. Alle dingen gaan voorbij, maar Gods leven is nog steeds aanwezig, want God is de bron en de wortel van het bestaan van alle dingen. Het leven van de mens is afkomstig van God, het bestaan van de hemel is vanwege God en het bestaan van de aarde komt voort uit de kracht van Gods leven. Geen enkel object dat vitaliteit bezit, kan de soevereiniteit van God overstijgen en niets wat kracht heeft kan zich losmaken van de omgeving van Gods gezag. Ongeacht wie men is, iedereen moet zich op deze manier aan de heerschappij van God onderwerpen, iedereen moet leven onder Gods bevel en niemand kan ontsnappen aan Zijn bestuur.

uit ‘Het is heel belangrijk Gods gezindheid te begrijpen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

36. Hoeveel schepselen leven er en planten zich voort in de uitgestrektheid van het universum, steeds opnieuw volgens de wet van het leven, volgens één constante regel. Wie sterft, neemt de verhalen van de levenden mee. En wie leeft, herhaalt dezelfde tragische geschiedenis van wie gestorven is. De mensheid kan niet anders dan zich afvragen: Waarom leven we? En waarom moeten we sterven? Wie bestuurt deze wereld? En wie heeft deze mensheid geschapen? Is de mensheid echt door moeder natuur geschapen? Heeft de mensheid haar eigen lot echt in eigen hand? … De mensheid vraagt zich dat al duizenden jaren steeds opnieuw af. Helaas is de mensheid steeds dorstiger geworden naar wetenschap naarmate zij meer geobsedeerd raakte door deze vragen. De wetenschap biedt kortstondige bevrediging en tijdelijke geneugten van het vlees, maar is verre van toereikend om de mens te verlossen van de eenzaamheid en nauwelijks verhulde angst en hulpeloosheid diep in zijn hart. De mens gebruikt wetenschappelijke kennis die het blote oog kan waarnemen en het brein kan begrijpen alleen om zijn hart te verdoven. Toch kan dit de mensheid niet tegenhouden om mysteriën te onderzoeken. De mens weet niet wie de Vorst van alle dingen in het universum is. Hij heeft al helemaal geen weet van de oorsprong en toekomst van de mensheid. De mensheid leeft gewoon, noodgedwongen, te midden van deze wet. Niemand kan eraan ontkomen en niemand kan er verandering in aanbrengen. Er is er onder alle dingen en in de hemel namelijk maar Een die van eeuwigheid tot eeuwigheid soevereiniteit over alles heeft. Hij is die Ene die nooit door de mens is aanschouwd, die Ene die nooit door de mensheid is gekend, in Wiens bestaan de mensheid nooit heeft geloofd. Toch is Hij die Ene die de adem in de voorouders van de mens blies en de mensheid leven gaf. Hij is die Ene die de mensheid voorziet en voedt voor haar bestaan. Hij leidt de mensheid tot op de dag van vandaag. Bovendien is de mensheid van Hem en Hem alleen afhankelijk om te kunnen overleven. Hij heeft soevereiniteit over alle dingen en bestuurt alle levende wezens in het universum. Hij beheerst de vier seizoenen en Hij roept wind, vorst, sneeuw en regen op. Hij geeft de mensheid zonneschijn en luidt de nacht in. Hij bereidde de hemelen en de aarde, voorzag de mens van bergen, meren en rivieren met al het leven daarin. Zijn daden zijn overal, Zijn macht is overal, Zijn wijsheid is overal en Zijn gezag is overal. Al deze wetten en regels zijn de belichaming van Zijn daden. Ze geven allemaal blijk van Zijn wijsheid en gezag. Wie kan zich aan Zijn soevereiniteit onttrekken? En wie kan zich buiten Zijn plannen plaatsen? Alle dingen bestaan onder Zijn blik, alle dingen leven bovendien onder Zijn soevereiniteit. Zijn daden en Zijn macht laten de mensheid geen andere keus dan te erkennen dat Hij werkelijk bestaat en soevereiniteit over alle dingen heeft. Niets of niemand anders dan Hij kan het universum gebieden, laat staan onophoudelijk voor deze mensheid zorgen. Of je de daden van God nu wel of niet herkent en of je nu wel of niet in het bestaan van God gelooft, het lijdt geen twijfel dat je lot binnen Gods ordening ligt. Het lijdt ook geen twijfel dat God altijd soevereiniteit over alle dingen zal hebben. Zijn bestaan en gezag zijn niet afhankelijk van het feit of de mens die nu wel of niet herkent en begrijpt. Alleen Hij kent het verleden, het heden en de toekomst van de mens. Alleen Hij kan het lot van de mensheid bepalen. Of je dit feit nu wel of niet kunt aanvaarden, de mensheid zal dit alles binnen afzienbare tijd met eigen ogen aanschouwen. Dit feit zal God spoedig aan het licht brengen. De mens leeft en sterft onder het toeziend oog van God. De mens leeft ter wille van het management van God. Wanneer hij zijn ogen voor het laatst sluit, is dat ook voor datzelfde management. De mens komt en gaat, steeds opnieuw, heen en weer. Dat maakt allemaal zonder uitzondering deel uit van de heerschappij en de plannen van God. Gods management gaat altijd voort en is nooit opgehouden. Hij zal de mensheid bewust maken van Zijn bestaan, in Zijn heerschappij laten vertrouwen, Zijn daden laten aanschouwen en tot Zijn koninkrijk laten terugkeren. Dit is Zijn plan en het werk dat Hij al duizenden jaren uitvoert.

uit ‘De mens kan alleen gered worden onder Gods management’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

37. De gezindheid van God is een onderwerp dat voor iedereen heel abstract lijkt. Het is bovendien een onderwerp dat niet iedereen gemakkelijk kan accepteren. Gods gezindheid is namelijk anders dan de persoonlijkheid van een mens. Ook God heeft Zijn eigen emoties van vreugde, woede, verdriet en geluk, maar deze emoties verschillen van die van de mens. God is wat Hij is en Hij heeft wat Hij heeft. Alles wat Hij tot uitdrukking brengt en openbaart, is een weergave van Zijn wezen en van Zijn identiteit. Niemand kan wat Hij is en wat Hij heeft, of Zijn wezen en Zijn identiteit vervangen. Zijn gezindheid omvat Zijn liefde voor de mensheid, Zijn troost voor de mensheid, Zijn afkeer van de mensheid en Zijn grondige begrip van de mensheid bovendien. De persoonlijkheid van de mens kan echter optimistisch, levendig of ongevoelig zijn. De gezindheid van God is er een die deel uitmaakt van de Heerser van alle dingen en levende wezens, van de Heer van de hele schepping. Zijn gezindheid vertegenwoordigt eer, macht, edelmoedigheid, grootheid en vooral oppermacht. Zijn gezindheid is het symbool van gezag, het symbool van alles wat rechtvaardig is, het symbool van alles wat mooi en goed is. Sterker nog, het is een symbool van Hem die niet[a] overweldigd kan worden door de duisternis en enige vijandelijke macht, bij wie deze niet kunnen binnenvallen. Zijn gezindheid is ook een symbool van Hem die niet beledigd kan worden (en die het evenmin toestaat dat Hij beledigd wordt)[b] door welk geschapen wezen dan ook. Zijn gezindheid is het symbool van de hoogste macht. Geen enkele persoon kan of mag Zijn werk of Zijn gezindheid verstoren. De persoonlijkheid van de mens is daarentegen slechts een symbool van de beperkte superioriteit van de mens ten opzichte van de dieren. De mens heeft in en van zichzelf geen gezag, geen autonomie en geen vermogen om het zelf te overstijgen, maar hij is in wezen iemand die moet buigen voor allerlei andere mensen, gebeurtenissen en zaken.

uit ‘Het is heel belangrijk Gods gezindheid te begrijpen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

38. Elke zin die ik heb gesproken, bevat de gezindheid van God. Jullie zouden er goed aan doen mijn woorden zorgvuldig te overdenken, daar zullen jullie zeker veel baat bij hebben. Het wezen van God is heel moeilijk te vatten, maar ik vertrouw erop dat jullie op zijn minst enig idee hebben van Zijn gezindheid. Ik hoop dat jullie mij dat zullen laten zien en meer datgene zullen doen wat Gods gezindheid niet beledigt. Dat zal mij geruststellen. Bijvoorbeeld, draag God altijd in je hart. Wanneer je iets doet, doe dat dan volgens Zijn woorden. Zoek Zijn intenties in alle dingen, doe niets waardoor je God niet respecteert en eert, en wat je zeker niet moet doen, is God in je achterhoofd houden om de toekomstige leegte in je hart op te vullen. Als je dit doet, dan zul je de gezindheid van God hebben beledigd. Stel dat je tijdens je leven nooit godslasterlijke opmerkingen maakt of klachten tegen God uit, en veronderstel dat je in staat bent alles wat Hij je toevertrouwd heeft naar behoren te vervullen en om je aan Zijn woorden te onderwerpen gedurende je hele leven, dan heb je vermeden Zijn bestuurlijke decreten te overtreden. Als je bijvoorbeeld ooit hebt gezegd: “waarom denk ik niet dat Hij God is?”, “ik denk dat deze woorden slechts een zekere verlichting van de Heilige Geest zijn”, “naar mijn mening is niet alles wat God doet per se juist”, “de menselijkheid van God is niet superieur aan de mijne”, “de woorden van God zijn gewoon niet geloofwaardig”, of andere soortgelijke veroordelende opmerkingen, dan spoor ik je aan om vaker je zonden te belijden en berouw te tonen. Anders maak je nooit kans op vergeving, want hiermee beledig je niet een mens maar God Zelf. Je denkt misschien dat je een mens veroordeelt, maar de Geest van God ziet het zeker niet zo. Je gebrek aan respect voor Zijn vlees is een gebrek aan respect voor Hem. Als dit zo is, heb je dan inderdaad niet Gods gezindheid beledigd? Bedenk wel dat alles wat de Geest van God doet, gedaan wordt om Zijn werk in het vlees te beschermen en opdat dit werk goed gedaan wordt. Als je dit niet in de gaten houdt, dan zeg ik dat je nooit in staat zult zijn om werkelijk in God te geloven. Want je hebt de toorn van God opgewekt en daarom zal Hij je passende straffen geven om je een les te leren.

uit ‘Het is heel belangrijk Gods gezindheid te begrijpen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Voetnoten:

a. De originele tekst luidt: het is een symbool van niet in staat zijn om.

b. De originele tekst luidt: evenals een symbool van niet beledigd kunnen worden (en dit beledigd worden niet tolereren).

Vorige:V Klassieke woorden over het verband tussen ieder stadium van Gods werk en de naam van God

Volgende:(I) Woorden over Gods gezag

Gerelateerde media